29e zondag door het jaar C 2013

MISSIEZONDAG  (Lucas 18.1-8 )     (Viering)

Het is morgen (vandaag) missiezondag, en dus past het dat we daar aandacht aan besteden. En ik zou daarvoor naar het evangelie willen teruggaan. Ik ben er zo goed als zeker van dat onze sympathie volledig uitgaat naar die weduwe, en dat we vinden dat die slome rechter het echt niet waard is rechter te zijn.
Maar ik vraag me tegelijk ook af of onze sympathie in de echte werkelijkheid van elke dag ook altijd naar de zwaksten uitgaat. Ik zou het zelf scherper willen stellen, en dit evangelie eens op missiezondag willen leggen. En dan vrees ik dat wij met z’n allen zo’n beetje aan de verkeerde kant zitten, en dat wij hier in het rijke Noorden heel vaak voor de onrechtvaardige rechter spelen ten opzichte van het arme Zuiden. Ik vrees zelfs dat wij, net zoals de rechter, niet echt rechtvaardig willen zijn, en dat wij onze macht en onze rijkdom helemaal niet willen delen met het Zuiden.
En als we dan toch een beetje helpen, doen we dat misschien niet uit overtuiging, wel omdat we, net als die rechter, voor een paar klappen in ons gezicht vrezen. De klap bv. dat er uit het Zuiden nog meer naar hier zullen komen dan er nu al zijn. Laten we dus maar vlug een beetje helpen, dan blijven ze misschien waar ze zijn en laten ze ons hier met rust.
Beste mensen, gaan we ons echt als die rechter gedragen? Alleen maar helpen om ons gezicht te redden en onze rijkdom veilig te stellen? Ik denk dat we dat als christen, als volgeling van Jezus, niet kunnen doen.
Wij hebben ook geluisterd naar de eerste lezing van vandaag, moge dit op deze wereldmissiedag nog een boodschap voor ons zijn. De jonge kerken laten ons delen in hun gelovig vertrouwen. In hun gebeden gedenken zij ons, overal ter wereld. Wij van onze kant willen solidair zijn met hen, vooral met hen die zich inzetten voor hun volk. Een betere dienst aan de ‘zogenaamde’ Derde Wereld is er niet.
Vandaag gaat het bij Kerk in Nood-Oostpriesterhulp al lang niet meer over hulp aan Oost-Duitse vluchtelingen. Onze hulp gaat nu naar al die plekken in de wereld waar christenen in nood zijn of verdrukt en vervolgd worden omwille van hun geloof. Maar het gaat wel nog altijd om verzoening. En het is ook nog steeds een strijd tegen uitsluiting. Zo ondersteunt Kerk in Nood-Oostpriesterhulp in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië, de zogenaamde Europascholen. Het zijn katholieke scholen, dat wel, maar ze staan bewust open voor moslimkinderen, voor Bosniërs, maar ook voor Kroaten, Serviërs en etnische Albanezen. Zo willen deze scholen meewerken aan een nieuwe samenleving, waar voor iedereen een plaats is, in het voormalige Joegoslavië.
En Kerk in Nood geeft ook noodhulp aan de christenen in de stad Mosul, in Noord-Irak, die er bedreigd en uitgemoord worden, alleen omwille van het feit dat ze christenen zijn. Voor de vrede en de verzoening in het land is het nochtans van enorm belang dat ze er zouden kunnen blijven wonen. Het christendom in Irak dateert er al van de 3de eeuw na Christus.
Ik denk aan Haïti dat getroffen werd door een onvoorstelbare ramp. Nog steeds leven overlevenden in onmenselijke omstandigheden. Kerk in Nood heeft meteen hulp geboden en nog steeds zijn er weldoeners die Haïti niet vergeten. Maar niet alleen op dit eiland, ook in andere landen, zoals Irak, China en India, hebben onze geloofsgenoten het moeilijk. Ze worden vervolgd en hun kerken worden in brand gestoken. Hier en daar werden priesters gefolterd en vermoord. Beste mensen, zoals de Heer vervolgd werd, moet de Kerk wereldwijd hetzelfde lot ondergaan. 
Als laatste voorbeeldje uit de meer 5000 projecten die we jaarlijks steunen, haal ik de Fazendas da Esperanza aan, letterlijk betekent dat: boerderijen van hoop. Drugverslaafden kicken er af zonder medicatie, zonder methadon en genezen er letterlijk van hun verslaving dankzij hard werken en het leven in een evangelische gemeenschap. Ze verzoenen zich opnieuw met het leven en met zichzelf.
Ik denk niet dat we allemaal Francesco’s, Damiaans, Theresa’s en Werenfrieds van Straten moeten worden. Dat kunnen we ook niet. Maar we kunnen wel ons hart wat meer openstellen voor wie er dreigt uit te vallen. We kunnen wel een beetje egoïsme en eigenbelang uit ons leven verbannen.
In zijn laatste interview zei pater Werenfried: “Ik hoop dat God mijn werk wil zegenen zodat wij er samen in slagen om overal waar God weent, Zijn tranen te drogen.”
“’t Is goed in eigen hart te kijken” schreef Alice Nahon. Mooi. De mens die zijn ogen opent op zijn hart, mag vol vrede de nacht ingaan.

Beste mensen, dank u wel dat ik hier heb mogen getuigen in naam van hen die Kerk in Nood om hulp vragen.
Jef Smets

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.