28e zondag door het jaar C 2013

(13 10 2013)

Begroeting

Dankend en gedenkend
willen we leven van Woord en Brood
in de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Vandaag horen we verhalen over genezing,
en over dankbaarheid daarvoor…
of over het ontbreken daarvan.
Vandaag horen we een verhaal over tien melaatsen
die door Jezus werden genezen.
Eén van de tien keerde bij Hem terug
om God dank te zeggen.
Zijn wij die ene?
Zijn wij ooit die negen anderen?
Het verhaal stelt ons heilzame vragen.
Het verhaal zegt
wat er ook van ons mag worden verwacht.
Jacques Verhees

Openingswoord 2

Er wordt in onze tijd nog zo weinig ‘dank u wel’ gezegd.
We vinden het zo vanzelfsprekend dat we leven,
dat we gezond zijn, dat we kunnen werken,
dat er zoveel mooie en goede dingen bestaan,
dat we kunnen rekenen op het werk en de hulp van de anderen.
We denken teveel dat we daar allemaal recht op hebben.

En toch is alles wat we hebben, wat we zijn, gave:
een gave Gods of een gave van mensen.
Er zijn zoveel mensen die zich met hart en ziel gratis inzetten
zonder dat zij daartoe verplicht zijn.

Wie in het doen van elke dag ‘dank u wel’ kan zeggen,
staat heel dicht bij de geest van het evangelie.

Openingswoord 3

Dank u wel zeggen.
We doen het soms zo automatisch:
bij het buitengaan van een winkel bijvoorbeeld.
Toch zeggen we het vaak te weinig,
want zoveel dingen vinden we vanzelfsprekend.
We luisteren vandaag naar het fragment uit de bijbel
waarin Jezus de 10 melaatsen ontmoet.
We weten het: ze worden allemaal genezen
en toch komt er maar één terug om Jezus te bedanken.
Eén van de tien.
Zijn wij die ene
of moeten we toegeven dat we vaak één van die negen anderen zijn
die vergeten dank u wel te zeggen?

Vergevingsmoment 1

-Hoe zouden wij U ooit vinden, Heer,
als Gijzelf ons niet tegemoet zoudt komen?
Verlos ons van onze dwaalwegen.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Hoe zouden wij U ooit kunnen zien, Heer,
als Gijzelf onze nachten niet zoudt verlichten?
Verlos ons van onze blindheid.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Hoe zouden wij U ooit kunnen herkennen, Heer,
als Gijzelf ons niet zoudt wekken uit onze slaap?
Verlos ons van onze moedeloosheid.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God van leven,
genees ons, wees ons genadig en vergeef ons.
Dan kunnen we opnieuw uw Boodschap ontvangen
en doorgeven. Amen.

Vergevingsmoment 2

Op zoek naar vrede in ons hart
erkennen wij voor God onze eigen melaatsheid,
zien wij ons eigen ziek-zijn, onze kleinheid,
onder ogen
en vragen om genezing.

-God, onze Vader,
uw zorg gaat uit naar elke mens.
Allen zonder onderscheid wilt Gij nabij zijn.
Wij zijn soms zo aarzelend en terughoudend
om mensen nabij te zijn.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Heer Jezus,
uw liefde voor de mensen ging tot het uiterste.
Gij hebt niet geaarzeld om uw schouders te zetten onder het kruis.
Wij aarzelen zo dikwijls om in uw voetspoor te gaan.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Geest van God,
Gij zijt de kracht die mensen beweegt,
het vuur dat ons bezielt.
Vernieuw onze inzet en onze bewogenheid om mensen.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de liefde van God over ons komen,
ons genezen van alle kwetsuren en van ons gebrek aan geloof.
In dankbaarheid willen wij ons door Hem laten oriënteren
naar het volle leven. Amen.

Vergevingsmoment 3

-Heer,
door ons ik-gericht zijn
lijkt het alsof wij onze handen zijn verloren.
Wij reiken zo weinig de hand naar onze medemens,
om de zieke of zwakke mens op te tillen,
om een eenzame te troosten.
Raak ons aan
en maak ons nieuw.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus,
soms lijken onze lippen bevroren
en kunnen wij geen woorden van dank meer uiten.
Het is voor ons toch o zo moeilijk
om ook voor het kleine en alledaagse
dank te zeggen aan U en aan elkaar.
Raak ons aan
en maak ons nieuw.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

Heer,
onze oren en ogen blijven dikwijls gesloten.
Wij zijn zo toegespitst op onszelf
en op de uiterlijkheden van onze omgeving.
Wij voelen ons zo snel gekwetst en benadeeld.
Doe ons weer opstaan en teruggaan naar de Bron,
zodat we naar hart en ziel kunnen genezen en helen.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
naar 4-ingen

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 1

God, onze Heer,
Gij zijt als een licht op ons pad.
Gij geeft grond onder onze voeten.
Wij bidden U:
blijf met ons begaan.
Houd ons ontvankelijk voor uw Woord,
dat altijd nieuw is, geneest en richting wijst.
Dat vragen wij U door Jezus,
uw vleesgeworden Woord,
onze Weg ten leven voor tijd en eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 2

God en Vader,
uw goedheid valt met geen goud te kopen.
Alleen aan hen die nederig van hart zijn,
schenkt Gij de volle maat van uw menslievendheid.
Bevrijd ons van de hoogmoed, die ons ongenaakbaar maakt.
Raak ons met uw barmhartigheid,
ons voorgeleefd door Jezus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.

Openingsgebed 3

God, Gij die liefde zijt,
uw kracht houdt mensen staande,
uw Geest houdt mensen gaande,
uw liefde leidt ons door de jaren heen.
Wij danken U daarvoor.
Vandaag willen we speciaal ‘dank u wel’zeggen
voor de vriendschap,  de liefde en de inzet
die wij van zovelen ontvangen.
Maak dat wij tijd en energie blijven steken in ‘contacten die deugd doen’.
Dit vragen wij U door Jezus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.

Lezingen

Zowel in de eerste lezing als in het evangelie
worden mensen met een huidziekte genezen.
De klemtoon ligt op de reactie van die mensen.
De Syriër Naäman bekeert zich tot de God van Israël.
Eén van de tien melaatsen uit het evangelie,
een Samaritaan nog wel, wordt volgeling van Jezus.
Luisteren wij met de oren van ons hart naar de woorden van de Schrift.

Bij de eerste lezing

Het sympathieke verhaal over de genezing van de Syriër Naäman
vertelt ons het relaas van Gods grenzeloze goedheid.
Elisa wil daarbij het liefst op de achtergrond blijven.

Luisteren wij met de oren van ons hart naar de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (2 Kon., 5, 14-17)

Uit het boek der koningen

14         In die dagen ging de Syriër Naäman naar de Jordaan
en dompelde zich zevenmaal onder
zoals de man van God gezegd had.
Zijn huid werd weer als die van een klein kind
en hij was gereinigd.
15         Hij keerde met heel zijn gevolg naar de man van God terug,
trad het huis binnen, ging voor hem staan en zei:
`Nu weet ik dat er alleen in Israël een God is
en nergens anders op aarde.
Aanvaard daarom een huldeblijk van uw dienaar.’
16         Maar Elisa antwoordde:
`Zowaar de Heer, die ik dien, leeft, ik neem niets van u aan.’
En hoewel Naäman er bij hem op aandrong iets aan te nemen,
bleef hij weigeren.
17         Toen zei Naäman:
`Geef uw dienaar dan tenminste een last aarde,
zoveel als een koppel muildieren dragen kan,
want uw dienaar wil aan geen andere goden
brand- of slachtoffers meer opdragen
dan aan de Heer.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing
(2 Tim., 2, 8-13)

Uit de tweede brief van de apostel Paulus aan Timoteüs

Dierbare,
8           Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Heer
en evenmin voor mij, zijn gevangene,
maar draag uw deel in het lijden voor het evangelie,
door de kracht van God,
9           die ons gered heeft en ons heeft geroepen met een heilige roeping,
niet op grond van onze daden,
maar volgens zijn eigen besluit en genade.
Die genade is ons van alle eeuwigheid gegeven in Christus Jezus,
10         maar zij is nu openbaar geworden
door de verschijning van onze redder, Christus Jezus,
die de dood van zijn kracht heeft beroofd
en onvergankelijk leven heeft laten oplichten door het evangelie,
11         waarvoor ik ben aangesteld als heraut, apostel en leraar.
12         Daarom moet ik ook deze beproeving ondergaan,
maar ik schaam mij er niet voor,
want ik weet wie ik mijn vertrouwen heb geschonken,
en ik ben ervan overtuigd dat Hij in staat is
om te bewaren wat mij is toevertrouwd,
tot aan die dag.
13         Neem als richtsnoer de gezonde beginselen
die u van mij hebt overgenomen,
en houd ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lc., 17. 11-19)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

11         Op zijn reis naar Jeruzalem
trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea.
12         Toen Hij een dorp inging, kwamen Hem tien melaatsen tegemoet.
Ze bleven op een afstand staan
13         en riepen luidkeels:
`Jezus, Meester, heb medelijden met ons.’
14         Toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen:
`Ga u aan de priesters laten zien.’
Onderweg werden ze gereinigd.
15         Een van hen kwam terug toen hij zag dat hij genezen was,
en met luide stem verheerlijkte hij God.
16         Hij wierp zich aan Jezus’ voeten en bedankte Hem.
Dit was een Samaritaan.
17         Jezus zei daarop:
`Er zijn er toch tien gereinigd!
Waar blijven de negen anderen?
18         Is er niemand teruggekomen om God eer te brengen,
alleen deze vreemdeling?’
19         En Hij zei tegen hem:
`Sta op en ga weer; uw vertrouwen is uw redding.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God,
grond van alle bestaan,
die ons het leven ten volle gunt.
Wij zijn mens naar zijn beeld en gelijkenis.

Ik geloof dat Jezus een mens was naar Gods hart.
Hij riep ons op Gods droom te helpen waarmaken.
Voor armen en kleinen opent Hij toekomst.
Voor ons allen betekent Hij verlossing.

Ik geloof in de heilige Geest,
die ons helpt onderscheiden waar het op aankomt.
Hij is het
die ons de waarde van het anders-zijn van de ander
helpt ontdekken.

Ik geloof in de Kerk,
een mensengemeenschap
die Gods droom begrijpt
en probeert ernaar te leven
om zo mee te bouwen
aan een betere toekomst.

Ik geloof dat de weg van Jezus
een weg is die leidt naar het leven
over de dood heen. Amen.

Voorbeden

Leggen wij, bij het begin van deze tafeldienst, onze persoonlijke gebedsinten­ties en deze van onze hele geloofsgemeenschap
op het altaar van de Heer,
om ze samen met dit brood en deze wijn, en met uw gaven,
aan de Heer aan te bieden.

-Heer, wij bidden U voor allen die onvrij zijn,
beklemd in zichzelf, verloren in het donker,
voor hen die voor zichzelf geen plaats in de samenleving zien,
voor hen die werkloos zijn,
voor hen die de middelen missen
om een toekomst op te bouwen voor hun gezin.
Laten we bidden…

-Heer, help ons te bouwen
aan nieuwe structuren en nieuwe levensvormen,
de wereld rond,
die mensen tot hun recht laten komen,
die meer gerechtigheid garanderen.
Laten we bidden…

-Heer, maak ons zo vindingrijk dat we elkaar kunnen bevrijden,
zo moedig dat we elkaar om hulp durven vragen,
zo trouw dat we ons durven inzetten
voor het Woord dat Gij ons hebt gegeven
en dat we willen beantwoorden
al is het soms maar met een gebed om vergeving.
Laten we bidden…
naar Maria de Groot, in: Klein Handvest

Gebed over de gaven 1

Gij brengt ons hier samen, God.
Zo schept Gij verbondenheid van mens tot mens.
Wij bidden U:
doe ons – brekend en delend aan deze tafel –
groeien in liefde en in zorg voor elkaar,
naar het voorbeeld van Jezus, het Brood uit de hemel,
Leeftocht voor onderweg, voor tijd en eeuwigheid. Amen.

Gebed over de gaven 2

God, onze Vader,
wij geven U dit brood en deze wijn.
Het is het werk van onze handen en van ons hart.
Wij willen U hiermee danken voor al het goede in het leven.
Neem onze gaven van dankbaarheid aan
en verdeel ze als uw goede gaven. Amen.
Pastonet

Tafelgebed

Waar Hij was, die mens Jezus Christus,
kwamen lammen weer te been, gingen doven de oren open,
vielen blinden de schellen van de ogen.
Waar Hij was vluchtten kramp en koorts uit het lijf van de mensen.

Waar Hij was werd de besmette melaatse in de kring opgenomen,
werd zieken de straffende vinger van God uit het hoofd gepraat.

Waar Hij was werd brood en vis van harte gedeeld
en groeide uit amper iets voor één
overvloed voor allen.

Waar Hij was verliet God zijn hoge hemel
en werd Hij een vader die leeft en lijdt in mensen.

Hij was een man met het hart op de tong,
had niet dat moeilijke van geleerden
die met letter en wet het leven verduisteren.

Hij vertelde het alledaagse leven:
over een zaadje zo klein en de boom zo groot;
over een man met schuren vol en zo arm als wat;
over een kind dat wegliep en terugkwam;
over de mensen die bij het goed dat ze doen
en het kwaad dat ze laten,
niet weten dat zij God voor zich hebben.
Duidelijke taal voor wie horen kan.

Onvergetelijk wat Hij zei over de vrije vogels:
ze zaaien noch maaien, slaan niet op in schuren
en lijden desondanks geen gebrek;
over de bloemen in het wild:
ze zetten geen stap,
ze spinnen geen draad
en er is geen mens zo gekleed als zij.

Vanaf de berg zag Hij de wereld op zijn kop:
zalig de armen, want je bent niet gelukkig om wat je bezit
en je wordt niet rijk van wat je hebt;
zalig die van wapens niet willen weten,
ze winnen de wereld zonder geweld;
zalig die hun zinnen zuiveren,
ze vinden God in de diepte van hun hart;
zalig die deemoedig zijn:
als een kind bij moeder zijn zij geborgen bij God.

In dit vertrouwen heeft Hij van het leven afscheid genomen.
Hij nam brood, van het veld verzameld, zegende, brak het en zei:
‘Dit ben Ik en Ik beloof u vast dat ge zult eten en drinken
aan mijn tafel; neem en eet mijn lichaam voor u.’

Hij nam de beker, uit druiven geperst, zegende hem,
reikte hem over en zei:
‘Neem deze beker van Mij over en geef hem door aan elkaar;
mijn bloed vergoten voor u.
Doe wat Ik heb gedaan en vergeet Mij niet.’

Verkondigen wij dit mysterie van ons geloof.

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.

De hoop op leven in het hart van mensen neergelegd,
het uitzicht op een wereld van liefde en recht door Hem geopend,
zijn geloof dat alles zich uiteindelijk ten goede keert,
alles wat Hij heeft gezegd en gedaan, die mens Jezus Christus,
het kan ons niet meer worden ontvreemd.

Bij leven niet begrepen en in de steek gelaten,
gedoemd om te worden vergeten,
is Hij onweerstaanbaar door de dood heen tot leven gekomen,
is Hij voor allen die in Hem hun ware aard en God herkennen,
geworden die Hij is: Jezus Christus, Zoon van God. Amen.
Peer Verhoeven, Ten hemel schreien

Onze Vader

“Wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft”.
Met Jezus mogen we meebidden tot zijn Abba, zijn Vader,
die ook voor ons een Vader wil zijn
Onze Vader,….

Vergeef ons, God,
wanneer we er niet in slagen om dit gebed
daadwerkelijk te beleven.
Moedig ons aan, houd ons hart brandend voor U en door U,
zodat wij hoopvol blijven uitzien naar Jezus, Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk,…


Vredeswens 1

God en Vader,
moge de genezende kracht van Jezus, uw Zoon,
ons en alle mensen vernieuwen en herscheppen
opdat wij deze wereld in dankbaarheid zouden ombouwen
tot een huis van vrede.
Zijn vredesboodschap zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van verbondenheid en vrede.

Vredeswens 2

Heer, onze God,
de weg naar de vrede is een lange weg,
maar geen weg die doodloopt.
De weg naar de vrede is een moeilijke weg,
maar geen onmogelijke weg.
Leer ons verbonden leven
met U, met de schepping, met alle mensen.
Dan zal uw vrede ons deel zijn.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van verbondenheid en vrede.

Lam Gods

Communie

Groots is onze God
die met zulke kleine tekenen als dit brood
generaties mensen weet te bezielen
tot breken en delen,
tot het uitdragen van zijn genezende kracht onder de mensen.
Kom aan Tafel en eet van het Lam Gods
dat wegdraagt de zonden van de wereld.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

‘Gelukkig ben ik weer de oude’,
zeggen mensen als hun ziekte overwonnen is.
Ze pakken de draad weer op
en leiden een leven zoals vroeger.
Maar soms genezen mensen
en ervaren dan
dat ze niet meer zoals vroeger kunnen leven.
Ze zijn niet meer de oude.
Ze zijn veranderd.

De tijd van ziekte kan meer zijn dan een hinderlijke onderbreking.
De tijd van ziekte kan ook een moment van inkeer zijn,
een tijd van grote vragen.
Waarmee ben ik bezig?
Door wie laat ik mij bepalen?
Wat is echt belangrijk voor me?
Hoe wil ik verder leven?
Waarop vertrouw ik?

Zulke vragen kunnen zo indringend zijn,
dat mensen de draad niet meer oppakken
wanneer ze weer genezen zijn.
Een vroegere wereld heeft afgedaan.
Er kan tijdens een ziekte van binnen zo veel gebeuren
dat mensen hun leven veranderen,
hun werk anders doen,
hun relaties anders waarderen.
Ze voelen zich op meer dan alleen lichamelijk niveau geheeld.

Het is ook mogelijk dat mensen
zonder beter te worden
een dergelijke heelheid ervaren.
Diepte vinden in je leven
is niet afhankelijk van gezondheid.
Ook voor wie lichamelijk nooit meer de oude wordt,
bestaat de kans anders te worden
en dichter te komen bij de kern.
Guus van Loenen, De ziel onder de arm

Bezinning 2

Indien ik je dragen kon over de diepe grachten
van je gesukkel en je angsten heen,
dan droeg ik je, uren en dagen lang.
Indien ik woorden kende om antwoord te geven
op duizenden vragen over leven, over jezelf,
over liefhebben en gelukkig worden,
dan praatte ik met je, uren en dagen lang.

Indien ik vrede in je hart kon planten
door geduldig  te wachten en te hopen
tot het zaad van vrede in je openbrak,
dan wachtte ik, uren en dagen lang.

Indien ik genezen kon wat omgaat in je hart
aan onmacht, ontevredenheid, aan ziekte en onverwerkt verdriet,
dan bleef ik naast je staan, uren en dagen lang.

Maar ik ben niet groter,
niet sterker dan jij
en ik weet niet alles
en kan niet zoveel,
ik ben maar een vriend op je weg, al uren en dagen lang.
Marcel Weemaes

Bezinning 3

Tien zijn er genezen,
één teruggekeerd
om God te danken.

Eén die meer ziet
dan zijn niet meer geschonden huid,
en weet dat echte genezing
onderhuids begint
in de bekering van het hart.

Eén die verder ziet
en oog krijgt voor de Bron,
voor Hem die kracht is,
die mensen doet beter worden.

Eén die op zijn stappen is teruggekeerd
en een begin maakt
van een nieuwe manier van leven
en kiest voor een leven
in verbondenheid
met de grote Genezer.

Eén die dankt
en niet meer normaal vindt
al het goede dat gebeurt.
Eén die dankt
om het wonder dat hij ziet
als mensen goed zijn voor elkaar.
Carlos Desoete

Bezinning 4

Dankbaarheid

Het is niet vanzelfsprekend,
dat je een dankbaar mens bent.
In het evangelie is er sprake
van één op de tien.
Die ene die ziet wat er gebeurt.
Hij heeft een open oog en hart,
hij gelooft en dat betekent redding.
Hij breekt door de gewone ordening
van het alledaagse heen.
Het gewone wordt voor hem buitengewoon.
Hij keert zich om naar Jezus
en daardoor wordt hij écht genezen.
Hij wordt een nieuwe mens.

Dankbaarheid is meer
dan zomaar een dank-je-wel zeggen.
Het is eerder een kwestie van zien
dat je zoveel is gegeven
en dat heel je leven een geschenk is.
Dankbaarheid kan tot uiting komen
in talloze kleine dingen,
maar dan wel in dingen,
die door onze manier van zien
buitengewoon zijn geworden.
We zien ze in het licht
van ons leven, van ons geloven.
Als je ziet met heel je hart
dan kun je pas echt dankbaar zijn.
Wim Holterman osfs

Slotgebed 1

Gij,
die ons uw zorg betoont in Jezus, onze Broeder,
laat zijn genezende kracht
ons en alle mensen op aarde
vernieuwen en herscheppen
opdat wij in dankbaarheid
de wereld opbouwen tot vrede,
deze dag en al onze dagen. Amen.

Slotgebed 2

Heer,
wij hebben genoeg.
Twee ogen, zo kostbaar als diamanten,
een mond om te fluiten,
handen om uit te delen.
Heer,
wij hebben genoeg.
Wij hebben de zon aan de hemel,
wij hebben een dak boven ons hoofd,
wij hebben werk voor onze handen
en een welgevulde tafel om van te eten.
Wij hebben mensen om lief te hebben.
Dank U, Heer, voor duizend dingen.
Pastonet

Slotgebed 3

Heer, onze God,
zo vaak komen wij naar U met onze vragen en noden,
zo vaak branden wij kaarsjes om een gunst te bekomen,
zo vaak maakt uw antwoord ons gelukkig.
Maar al te vaak vergeten wij
om terug te komen om U te danken.
Moge de evangelielezing van vandaag
ons eraan herinneren
dat ‘danken’ minstens zo belangrijk is als ‘vragen’. Amen.

Zending en zegen 1

Wij hoorden dat God geen melaatsheid wil,
geen mensen die worden uitgestoten.
Zonder onderscheid brengt Hij ze allemaal terug in de kring van het leven.
Moge zijn voorbeeld ons inspireren.
Daartoe zendt Hij ons terug naar onze thuishaven,
zijn zegen rustend op onze schouders:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Zending en zegen 2

Tot ieder van ons wordt vandaag gezegd:
“Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”
Onze God wil ons vertrouwen van harte zegenen en met ons meegaan
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Categorieen(n): Zondagsvieringen
Tags:

Comments are closed.