28e zondag door het jaar C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
28ste zondag C-jaar (14 10 2007)

Begroeting
Dankend en gedenkend
willen we leven van woord en brood
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

In de lezingen van vandaag
springen twee figuren eruit:
Naäman, de Syriër, en
een Samaritaan, één van de tien melaatsen.
Beiden zijn ze ziek,
beiden worden genezen.
Voorbij hun genezing
zien ze de diepte van de persoon die hen genezen heeft:
Elisa en Jezus.
Mensen die helen worden voor hen
openbaring van Gods nabijheid.
Typisch dat twee vreemdelingen
model staan voor waarachtig geloven.
Met open ogen mogen we in het leven staan
om flitsen van Gods aanwezigheid te zien
overal waar mensen ‘heel’ worden.
Dit moet ons dankbaar stemmen,
ook in dit samen breken en delen.
Soms vergeten wij dit wel eens
en daarom vragen wij om vergeving.


Vergevingsmoment

God, herschep ons hart,
zodat wij herleven
en elkaar behoeden en doen leven.

Mensen of gebeurtenissen,
waardoor we verder kwamen in het leven,
die ons geluk brachten,
die ons een knipoog van het leven lieten zien…
we zagen ze niet altijd.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Mensen of gebeurtenissen,
die God dichterbij brachten,
die ons een glimp van Hem lieten zien…
we waren er niet attent op.
Daarom vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.

Mensen of gebeurtenissen,
we gingen er achteloos aan voorbij.
We vonden ze vanzelfsprekend.
Daardoor was er nauwelijks plaats
voor verwondering, voor eerbied, voor dankbaarheid.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Bevrijdende God, genees niet enkel onze buitenkant,
maar vooral onze binnenkant. Amen
.


Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 1

God, Gij die niet schreeuwt
maar luistert,
Gij die de geknakte mens niet breekt
maar heelt,
Gij die niet onderuit haalt
maar mensen optilt,
Gij die niet uitdooft
maar verwarmt,
Gij die niet heerst
maar bevrijding brengt,
laat ons Uw stem horen
opdat wij zouden geloven,
opdat we zouden leven,
en leven geven. Amen.

Openingsgebed 2

God, wij luisteren naar verhalen over U en over mensen.
Spreek ons daarin aan
tot in de diepte van ons hart.
Dan zullen wij U erin herkennen
en U bevrijdend ontmoeten.
Gij nodigt ons uit
Jezus te volgen op zijn levensweg.
Geef dat in ons voltooid kan worden
wat Gij in ons begonnen zijt. Amen.


Lezingen
Luisteren wij met de oren van ons hart naar de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (2 Koningen 5,14-17)
Uit het boek der koningen

14       In die dagen ging de Syriër Naäman naar de Jordaan
en dompelde zich zevenmaal onder
zoals de man van God gezegd had.
Zijn huid werd weer als die van een klein kind
en hij was gereinigd.
15       Hij keerde met heel zijn gevolg naar de man van God terug,
trad het huis binnen, ging voor hem staan en zei:
`Nu weet ik dat er alleen in Israël een God is
en nergens anders op aarde.
Aanvaard daarom een huldeblijk van uw dienaar.’
16       Maar Elisa antwoordde:
`Zowaar de Heer, die ik dien, leeft, ik neem niets van u aan.’
En hoewel Naäman er bij hem op aandrong iets aan te nemen,
bleef hij weigeren.
17       Toen zei Naäman:
`Geef uw dienaar dan tenminste een last aarde,
zoveel als een koppel muildieren dragen kan,
want uw dienaar wil aan geen andere goden
brand- of slachtoffers meer opdragen
dan aan de Heer.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing
(2 Timoteüs 2,8-13)
Uit de tweede brief van de apostel Paulus aan Timoteüs

Dierbare,
8        Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Heer
en evenmin voor mij, zijn gevangene,
maar draag uw deel in het lijden voor het evangelie,
door de kracht van God,
9        die ons gered heeft en ons heeft geroepen met een heilige roeping,
niet op grond van onze daden,
maar volgens zijn eigen besluit en genade.
Die genade is ons van alle eeuwigheid gegeven in Christus Jezus,
10       maar zij is nu openbaar geworden
door de verschijning van onze redder, Christus Jezus,
die de dood van zijn kracht heeft beroofd
en onvergankelijk leven heeft laten oplichten door het evangelie,
11       waarvoor ik ben aangesteld als heraut, apostel en leraar.
12       Daarom moet ik ook deze beproeving ondergaan,
maar ik schaam mij er niet voor,
want ik weet wie ik mijn vertrouwen heb geschonken,
en ik ben ervan overtuigd dat Hij in staat is
om te bewaren wat mij is toevertrouwd,
tot aan die dag.
13       Neem als richtsnoer de gezonde beginselen
die u van mij hebt overgenomen,
en houd ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lucas 17.11-19)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

11       Op zijn reis naar Jeruzalem
trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea.
12       Toen Hij een dorp inging, kwamen Hem tien melaatsen tegemoet.
Ze bleven op een afstand staan
13       en riepen luidkeels:
`Jezus, Meester, heb medelijden met ons.’
14       Toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen:
`Ga u aan de priesters laten zien.’
Onderweg werden ze gereinigd.
15       Een van hen kwam terug toen hij zag dat hij genezen was,
en met luide stem verheerlijkte hij God.
16       Hij wierp zich aan Jezus’ voeten en bedankte Hem.
Dit was een Samaritaan.
17       Jezus zei daarop:
`Er zijn er toch tien gereinigd!
Waar blijven de negen anderen?
18       Is er niemand teruggekomen om God eer te brengen,
alleen deze vreemdeling?’
19       En Hij zei tegen hem:
`Sta op en ga weer; uw vertrouwen is uw redding.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Moge God ook tot ons kunnen zeggen:
“Uw vertrouwen is uw redding”.
Laten wij ons geloof samen uitspreken.

Ik geloof in God,
schepper van hemel en aarde.

Ik geloof ook dat God zijn schepping
aan ons, mensen, heeft toevertrouwd
opdat wij zijn werk zouden voortzetten
en deze aarde voor alle mensen
bewoonbaar zouden maken.

Ik geloof in Jezus Christus,
de verlosser van de wereld.

Ik geloof dat wij uitgenodigd worden
om mee te werken aan de bevrijding van de mens,
aan de opbouw van een betere wereld,
door ons in te zetten
voor meer levenskansen voor iedereen
en om Christus’ werk verder te zetten.

Ik geloof in de Heilige Geest
die de mensen tot eenheid wil brengen
in één grote gemeenschap.

Ik geloof ook dat ik persoonlijk word aangesproken
om aan deze gemeenschap mee te werken,
samen met alle mensen van goede wil. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij, bij het begin van deze tafeldienst,
onze persoonlijke gebedsinten­ties en deze van onze hele geloofsgemeenschap
op het altaar van de Heer,
om ze samen met dit brood en deze wijn, en met uw gaven,
aan de Heer aan te bieden.

– Bidden we voor allen die op de zorg van anderen zijn aangewezen,
voor zieken en gehandicapten,
voor opgroeiende kinderen en bejaarden.
Dat hun vragen worden gehoord.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor wie uit onze samenleving geweerd worden,
wie met een scheef oog bekeken worden
omdat ze niet beantwoorden
aan onze normen van schoonheid en gezondheid of aan onze cultuurpatronen.
Dat zij erkenning krijgen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen
die ruimte en tijd vrijmaken voor mensen aan de rand.
Dat zijzelf af en toe door een teken van dankbaarheid
bemoedigd worden.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor allen die stemloos en verborgen lijden,
voor mensen die geen levens­vreugde kennen,
of voor wie het leven alle zin verloren heeft.
Dat zij die kringloop weten te doorbreken
en zich laten raken door mensen die hen weten op te beuren.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor alle dankbare mensen om ons heen.
We willen van hen leren hoeveel wij ontvingen van U en van elkaar:
ons leven, liefde en vriendschap.
Mogen zij gezegend worden met Gods licht en kracht.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden wij voor alle zieken.
Dat zij niet aan hun lot worden overgelaten,
maar troost en kracht mogen putten
uit de liefdevolle aandacht en zorg
van hun naasten en allen die hun lief zijn.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor artsen, verpleegkundigen en verzorgenden.
Dat zij van hun beroep een roeping maken
en met hart en ziel het welzijn van hun patiënten behartigen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor allen
die in Derde-Wereldlanden werkzaam zijn in de gezondheidszorg
en zich inzetten voor de allerarmsten.
Dat zij door hun inzet het geluk en het welzijn van die volkeren bevorderen
en zo de toekomst hoopvoller maken.
Laten wij bidden…

– Bidden wij ook voor onszelf.
Dat wij ons meer bewust worden van alles dat ons zomaar geschonken wordt
en dat wij de kunst van de verwondering en dankbaarheid
wat meer zouden ontwikkelen.
Laten wij bidden…

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven

Heer, onze God,
wij zijn hier samen rond uw tafel
om brood te breken en te eten,
en om de wijn van uw koninkrijk te drinken.
We hopen dat wij door dit gebaar
meer aandacht zullen schenken aan elkaar en aan alle mensen,
vooral aan hen die gemeden worden als melaatsen.
Zo krijgen we oog voor de weg die Gij met ons meegaat. Amen.

Tafelgebed

Heer onze God,
schepper van hemel en aarde,
wij danken U
voor alles wat leeft en ademhaalt,
voor het licht van deze dag,
voor het geluk en de liefde
die in ons midden ontstaan;
voor mensen die, zoals Gij,
ons trouw blijven in dagen van lief en leed.
Wij zeggen U dank voor die ene mens,
Jezus van Nazareth, uw Zoon.
Hij is uw evenbeeld
omdat Hij er is voor de minste van de mensen.
Hij is er ook voor hen
die het goed hebben in dit leven,
door hen voor te gaan
in een leven van dienstbaarheid tot in de dood.
Daarom zeggen wij U van harte dank
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Roep ons op, Vader,
om heilig en goed te zijn
zoals het uw wil is geweest
op de dag dat Gij de mens geschapen hebt;
dat wij worden zoals Gij:
liefde die de wereld schept en draagt
en die zo rijk is dat zij overstroomt in allen.

Roep ons op,
tot gehoorzaamheid en nederigheid;
doe ons luisteren, maak ons aandachtig
voor het woord van Jezus Christus,
die mens geworden is om U te dienen,
die gehoorzaam was tot het uiterste
en daarom,
sinds zijn dood, verrijzenis en hemelvaart
verheerlijkt wordt
door allen die zijn naam dragen.

Roep ons op door uw scheppend woord, Vader,
tot kracht en sterkte,
dat wij elkaar elke dag opnieuw
kunnen bezielen en dragen,
zoals Gij ons draagt en in leven houdt;
dat wij, zoals uw Zoon,
een steun kunnen zijn
voor alle zwakken en eenzamen op onze weg;
dat wij, gesterkt door zijn woord en brood,
elkaar kunnen dragen in uren van nood,
als ons kruis zwaar wordt en wij hulp nodig hebben.

Roep ons op, Vader,
tot één gemeenschap
door deel te hebben aan
het lichaam en het bloed van uw Zoon.

Roep ons tot gemeenschap met Hem
in het brood dat Hij dankbaar heeft gebroken
met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”

Roep ons op tot gemeenschap met Hem
in de beker die Hij dankbaar heeft gezegend
en rondgereikt met de woorden:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Roep ons op, God van liefde,
tot dankbaarheid voor de gemeenschap met U,
met elkaar en met alle mensen
die ons tot hier hebben geleid;
die nog met ons meegaan
in geloof, hoop en liefde,
of die ons blijven begeleiden
vanuit uw heerlijkheid
waarheen zij ons zijn voorgegaan.

Roep ons op, Vader,
tot de volle menselijkheid
van uw Zoon Jezus Christus,
die de zieken geneest,
de zonden vergeeft,
de hongerigen spijzigt,
de kleinen tot zich roept,
en voor iedereen woorden heeft
van eeuwig leven;
die ons zijn Geest zendt
om de weg vrij te maken
naar vrede en geluk onder de mensen.
Daarvoor blijven wij U danken
en verheerlijken:
met en door Christus de Heer,
vandaag en alle dagen die U ons geeft. Amen.

Onze Vader

“Wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft”.
Met Jezus mogen we meebidden tot zijn Abba, zijn Vader,
die ook voor ons Vader wil zijn
Onze Vader,….

Vergeef ons, God,
wanneer we er niet in slagen om dit gebed
daadwerkelijk te beleven.
Moedig ons aan, houd ons hart brandend voor U en door U,
zodat wij hoopvol blijven uitzien naar Jezus, Messias, uw Zoon:
Want van U is het koninkrijk,…

Vredeswens

Jezus, Gij hebt gezegd tot de genezen Samaritaan:
“Sta op en ga weer; uw vertrouwen is uw redding.”
Gij zegt dat ook vandaag tegen ons.
Schenk ons zo’n groot vertrouwen dat redding brengt.
Doe ons oog hebben voor wie gekwetst en gebroken is.
Zo willen wij onder de mensen uw vrede uitdragen.
Die vredesboodschap van Jezus, zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van verbondenheid en vrede.

Lam Gods

Communie

Groots is onze God
die met zulke kleine tekenen als dit brood
generaties mensen weet te bezielen
tot breken en delen,
tot het uitdragen van zijn genezende kracht onder de mensen.
Kom aan tafel en eet van het Lam Gods
dat wegdraagt de zonden van de wereld.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning

Alle tien hadden ze gemerkt
dat aan hen een wonder was geschiedt.
Slechts één van de tien had begrepen
door wie dit wonder was geschied,
en keerde dankend terug.

Er gebeuren zoveel wonderen,
grote, kleine,
elke dag opnieuw,
aan mij,
rond mij.
Meestal zie ik ze niet;
ziet niemand ze.
Doodzonde is het
dat wonderen groot en klein
ongezien voorbijgaan.

Geef me open zintuigen, Heer,
en een open hart vooral
om in het gebeuren van elke dag
uw wonderhand te zien.
Leer me dankbaar door het leven gaan
vanaf nu, vandaag,
tot op mijn laatste dag.
naar Ida Guetens


Slotgebed

Wanneer het leven mij gekwetst heeft, Heer,
en ontgoochelingen en pijn littekens achterlieten in mijn hart,
heb dan medelijden met mij.
Laat me dan delen in uw liefde
opdat ik een nieuwe mens kan worden.
Weest Gij dan de wind in het zeil van mijn bestaan.
En geef me de durf om af en toe voor anker te gaan
aan de oever van het evangelie,
om met U in dialoog te treden
en mijn hart te laten openbloeien in dankbaarheid.
naar Erwin Roosen


Zending en zegen

Die ene Samaritaan leerde ons wat waarachtig geloven is:
zich toekeren naar Hem,
de Bron van alle goeds.
En ‘Goddank’ zeggen.
Mogen wij, door God gedragen en gezegend, groeien in dat geloof:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.