28e zondag door het jaar A 2020 p

10 oktober ’20                     (Viering)

Zeker nu, uitgenodigd op het feest!
(Jes. 25, 6-10 ; Mt. 22, 1-14)

“Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met een koning…” die een bruiloftsfeest organiseerde, maar de genodigden kwamen niet opdagen. De koning werd woedend en maakte zijn feest toegankelijk voor jan en alleman.
Maar als iemand zonder gepaste kledij aan tafel kwam zitten, werd die onmiddellijk buiten gezet…

Op het eerste gezicht vind ik zowel de stijl als de inhoud van deze parabel verrassend. Een beetje vreemd zelfs… Maar het didactische talent van onze evangelist Matteus kennende, voelde ik me toch uitgedaagd om dit verhaal nog eens nader te bekijken. Naar wat verwijst deze parabel? Wat wil Jezus ons hier duidelijk maken?

Dat aan de Jezustafel de genodigden niet komen opdagen, is op onze dagen een vertrouwd fenomeen. Kijk maar even rond: van de beschikbare plaatsen (door onze corona-opstelling reeds tot de helft verminderd) blijft steeds een flink deel onbezet. Van sommigen weten we dat besmettingsangst hun ervan weerhoudt om aan de viering deel te nemen, maar we weten ook dat anderen (vooral jongeren) hebben afgehaakt om heel andere redenen.

Nochtans koos onze Gastheer voor een ‘open club formule’. Lidmaatschap is niet nodig, geen inkomgeld, iedereen is welkom. Maar zijn welkom blijft een roep in de woestijn: de mensen blijven weg…
***

Bent u het met mij eens als ik anderzijds opmerk dat de mens van vandaag nochtans een stijgende behoefte heeft aan geborgenheid, aan gezelschap, aan genegenheid, kortom aan naastenliefde?
Bent U het met mij eens als ik ook nog opmerk dat, indien het waar is dat ouderen dikwijls letterlijk opgesloten zitten, dit – figuurlijk – evenzeer geldt voor jongeren? Jongeren zitten vaak opgesloten in een jachtig leven waaruit ze vruchteloos proberen te ontsnappen langs de virtuele weg van computer-games …

Uitgaande van dit isolement en van de behoefte aan warmmenselijk contact, kun je je afvragen: zouden deze mensen geen soelaas kunnen vinden in onze vieringen? Hier kunnen zij integreren in een medemensengemeenschap die haar heil zoekt en vindt in de Schrift en in een zingevend groepsgebed?

Alleen, zijn die opgeslotenen wel op de hoogte van WAT wij hen, in naam van de Heer, te bieden hebben? Ik denk het niet. Velen van hen hebben met zingeving en spiritualiteit geen enkele binding meer. Zij lijken hieraan geen behoefte meer te hebben…
Maar daar kun je een andere vraag tegenover stellen: waarom is het aantal zelfmoorden bij onze jongeren dan zo schrikbarend hoog?

Een eerste conclusie hieruit is dat het onze plicht is te zorgen voor de nodige uithangborden. We moeten meer bijdragen aan de verkondiging van de goede boodschap.
Verleden jaar op 15 augustus, het was stralend zomerweer, na de 11u mis. Een jonge dame die ik hier nog nooit gezien had, sprak mij aan: “Zijn die missen hier altijd zo?” vroeg zij, “Als ik wist dat het bij ons ook zo is, dan zou ik misschien terug naar de mis gaan.”
“Daar kan wel iets aan gedaan worden, mevrouw”, heb ik geantwoord. Maar mijn eerste spontaan positieve reflex werd meteen gedempt door schaamtegevoel: ook hier in onze eigen parochie houden wij op het publieke forum de lippen op elkaar inzake onze deugddoende ervaring van samen vieren!
***

Maar waarom was een bezoeker met onaangepaste kledij dan niet welkom?
Op mijn eigen huwelijksfeest moest ik van mijn bruid en van mijn ouders mijn ceremonie-uniform aantrekken. De aanwezige familie en onze getuigen hadden ook ceremonie-kledij aangetrokken. Zo’n 60 jaar geleden hoorde dat zo. Daarmee gaf je te kennen dat je ten volle bewust was van de diepere betekenis van het feest.
Al zijn de betreffende regels en gebruiken grotendeels verdwenen, en al hebben jongeren jacquet en habijt naar het modemuseum verwezen, toch zal ook de jeugd van vandaag nog met gepaste kledij verschijnen op een huwelijksfeest. Dat is immers een vorm van respect voor de huwelijkspaar, van deelname aan de feestvreugde gekoppeld aan welgemeende interesse voor de symboliek van het huwelijksgebeuren.

Het is dus volkomen normaal dat onze Gastheer (met een hoofdletter) ons verwacht in – in parabeltaal – gepaste kledij; bedoeld is: in de juiste geestesgesteldheid. Dat geldt dan niet alleen voor zijn uitnodiging aan de tafel des Heren maar altijd en overal in het leven van elke dag.
Want daar gaat het uiteindelijk om: “wij zullen samen vieren de daden van de Heer”, en daarvoor tooien wij ons in feestelijke kledij!
Paul Caroen o.p.

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.