28e zondag door het jaar A 2014 preek

12 oktober 2014    (Viering) 

Uitgenodigd tot feest en vreugde… 

Soms zijn dingen zo vanzelfsprekend dat ze niet meer opvallen. Wie verhuist naar een nieuw huis, besteedt heel veel tijd aan de inrichting van dat huis. Waar plaats je de meubels, wat hang je aan de muur? Maar eens alles zijn vaste plek kreeg, en je woont er een paar jaar, kun je je vaak nauwelijks voorstellen dat die dingen ook ergens anders hadden kunnen staan of hangen.
Zo hebben ook onze kerken door de eeuwen heen een inrichting gekregen die in de meeste katholieke kerken ongeveer dezelfde is. Centraal in onze kerk, in ons geloof, staat een tafel. Dat is niet vanzelfsprekend daar ik me in geen andere geloofstraditie een tafel kan voorstellen die zo centraal staat. De reden hiervoor is dat het belangrijkste ritueel van ons geloof de eucharistie is. Wij christenen verzamelen rond een tafel. Eigenlijk is er niets gewoner; wat niet wil zeggen dat eten zonder betekenis is. Je kan het zelfs als een graadmeter voor een samenleving zien. Als je wil weten hoe een gemeenschap in elkaar zit, kan je nagaan hoe mensen eten. Wie eet er met wie? Wie eet er nooit met wie samen? Wanneer eten we? Wat staat er op het menu? Hoe bereidt men de spijzen?

In de bijbel werden ook veel verhalen opgetekend over maaltijden. Natuurlijk voorop het verhaal van Jezus’ laatste avondmaal dat we iedere week opnieuw herdenken. Maar er zijn ook andere verhalen waar Jezus maaltijd viert. Over hoe hij at met een menigte mensen en er tegen alle verwachting in brood genoeg bleek. Over hoe hij at met het uitschot van de maatschappij en daar door de keurige burgers van zijn tijd schande over gesproken werd.

Vandaag vertelt Jezus zelf een parabel over een maaltijd. Als je wil weten wie God is, zegt Jezus, denk dan maar aan een koning die een bruiloftsfeest geeft voor zijn zoon. De gasten worden uitgenodigd: ‘Kom naar de bruiloft met uitgelezen gerechten en belegen wijnen. Kom en vier mee!’ Zo had Jesaja het in de eerste lezing ook al verteld: als droom van ons uiteindelijk leven met God. Het is ook een mooi beeld: God als een Bourgondische, royale koning die een verrukkelijke feestdis aanbiedt; beeld van niets dan goedheid en overvloed.

De gasten blijven echter weg. Waarom? Wat hun redenen ook zijn, allen laten het afweten, zelfs na de tweede oproep. Sommigen mishandelen de boodschappers die de uitnodiging brachten en brengen hen zelfs om. En daar blijft het niet bij met het geweld. De koning wordt op zijn beurt woedend. Hij doodt de moordenaars en steekt de stad in brand. Ineens wordt het verhaal dat zo gemoedelijk en Bourgondisch begon, ronduit gewelddadig. Wat is dat voor een koning of God? Hier lijkt niet dezelfde verteller aan het woord als in de parabel van de barmhartige Samaritaan of het verloren schaap.
Tijdgenoten van Jezus hebben bij die boodschappers die de uitnodigingen rondbrachten zeker gedacht aan de profeten die vertelden over Gods overvloedige menslievendheid. Ook zij werden niet gehoord maar vaak mishandeld en vermoord. En zoals Matteüs dit verhaal vertelt aan zijn toehoorders, klinkt ook een latere historische gebeurtenis door, namelijk de verwoesting van Jeruzalem en zijn tempel in het jaar 70.

Maar de koning neemt niet alleen wraak. Hij gaat verder, hij nodigt iedereen -die de slaven tegenkomen- uit voor het feestmaal, slechten en goeden. Voor wie de verhalen van Jezus kent, is dat niet verrassend. Het past zo in de lijn van hoe Jezus leefde dat je bijna vergeet hoe revolutionair het is.
Het is een mooi verhaal, dat ook voor ons van belang is. Voor wie leerling van Jezus wil zijn, past `eigen volk eerst’ dus niet, in welke context dan ook.

En net als je denkt daarmee de parabel begrepen te hebben, komt er nog een vervolg. Er wordt alsnóg iemand buitengesloten: en nog wel om zijn kledij. De koning heeft zijn gasten van de weg geplukt, dan kan hij toch ook niet verwachten dat ze allemaal in feestkleren lopen? Ik weet niet hoe het u verging toen u het verhaal net hoorde maar toen ik het bij de voorbereiding van deze preek voor het eerst las, werd ik er opstandig van. Dit lijkt zo in te gaan tegen alles wat je van Jezus verwacht.

Kleding heeft echter een dubbele functie: het verhult en onthult. Enerzijds bedekken we onze naaktheid, anderzijds tonen onze kleren ook iets van wie we zijn. Als we mensen voor het eerst zien, maken we op basis van wat iemand draagt vaak een eerste indruk. In ons geloof horen we verhalen waarin kleding direct gekoppeld wordt aan doen en laten. Bij Jesaja lezen we dat de sluier van de onrechtvaardigheid verscheurd wordt. Denk ook aan Franciscus van Assisi, die van kleren wisselde met een bedelaar. Het is één van de werken van barmhartigheid: de naakten kleden.

Zó, als beeld van handelen, verstaan we dit slot beter. Het voegt een kritische noot toe. Hier bij het feest van deze koning ben je welkom. Maar als je eenmaal aanzit, weet je dan ook uitgedaagd om steeds meer op die koning te lijken. Leef zelf zo ruimhartig, zo royaal als hij. Kijk zelf niet neer op de andere gasten die andere ideeën hebben, een andere taal spreken, een ander geloof aanhangen… Wie dat verstaat draagt een feestgewaad, zelfs al loopt hij in oude of gescheurde lorren.

Dit verhaal geldt evenzeer voor ons. Ook wij zijn genodigden bij het feestmaal op de berg en bij het bruiloftsmaal van de koning. Elke dag opnieuw is een uitnodiging om in te gaan op de liefde van God die ons alle goeds gunt. Elke dag, elk uur, elk moment, nú… Het is de vraag of we dat beseffen, of we wel willen ingaan op Zijn liefde. Hij bemint ons niet zó maar. Hij gunt ons leven in overvloed. Hij wacht op ons tot we komen, in ons bruiloftskleed van liefde, de liefde die Hijzelf ons geeft.
Laten we zo met elkaar verder Eucharistie vieren rond deze tafel, het feest van de Liefde. Iedereen is van harte welkom! Amen.

Monique Van Caenegem-Suys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.