27e zondag door het jaar B 2021 p

Wat God verbonden heeft…. (Mc. 10,2-12 ; Gen. 2,18-24)

“Staat het een man vrij zijn vrouw te versto­ten?”
Jezus beantwoordt deze vraag van de farizeeën niet met: “Echtscheiding is verbo­den”. Hij zegt: “Wat God verbonden heeft mag een mens niet scheiden”.
Op het eerste gezicht lijkt dat ongeveer hetzelfde. Maar dat is het niet. De fari­zeeën zouden graag gehoord hebben dat Jezus zei: “Nee, verstoten mag niet want een eenmaal geldig gesloten huwe­lijk is onont­bind­baar”. Dat antwoord zou immers een afwijzing geweest zijn van de toen geldende huwe­lijks­wetgeving, een afwijzing dus van Mozes, aan wie de joodse huwelijks­wetgeving werd toegeschreven. Door een wig te drijven tussen Jezus en de hoog gepre­zen Mozes, zouden zij Jezus in diskrediet hebben kunnen bren­gen op het publieke forum.

Telkens als er in het evangelie staat: “Zij wilden Hem op de proef stel­len”, weten we dat Jezus het spelletje dat de farizeeën Hem willen opdringen, niet zal meespelen. Ook hier geeft Hij dus geen rechtstreeks antwoord op de vraag of echtschei­ding in bepaalde omstandigheden wel of niet accepta­bel is. Jezus weigert zich te begeven op het pad van de wet.

Wetgeving is één ding; wat er omgaat in je hart is iets heel an­ders. Jezus was ver­standig genoeg om te weten dat wetten nodig zijn. Wettelijke regelingen (ook inzake huwelijk en schei­ding) zijn noodzake­lijk om in de samenleving – en dat geldt zowel in de burgerlijke als in de kerkelijke samenle­ving ­- orde op zaken te stel­len, om het verkeer tussen mensen ordelijk te laten verlo­pen, om de een te beschermen tegen de wille­keur van de ander.
Wanneer iemand zich nauwgezet houdt aan de wet, maar ook wan­neer iemand een wet over­treedt, dan kun je daaruit geen conclu­sies trekken over wat er in het hart van die persoon omgaat. Wetsbepalingen hebben betrekking op het gedrag van mensen, op de buitenkant van ons leven, niet op de binnen­kant. Dat betekent niet dat ze voor de binnenkant soms geen hulp kunnen zijn. Mensen die onzeker zijn, die niet meer weten welke kant ze opmoeten, moeten hun gedrag afstemmen op de wet. Maar we mogen die externe ondersteuning niet ver­warren met de groeikracht van binnen. Een gezonde, volwassen plant heeft geen steun­stokken nodig. Mensen die in hun hart weten wat goed is en wat kwaad, weten wel hoe ze moeten groei­en en bloei­en.

De farizeeën hebben het over de juridische regelingen rond huwelijk en liefde. Jezus gaat er niet op in omdat Hij gelooft dat liefde primair een zaak is van het hart, en dat wetten de zaken van het hart niet kunnen regelen. Hij is ervan overtuigd dat vragen zoals ‘wat doet wederzijdse liefde echt deugd?’ of ‘wat doet daar afbreuk aan?’ veel juister, veel warmer, veel diepgaander beantwoord kunnen worden door een rechtgeaard liefheb­bend hart, dan door het kille verbod op echtscheiding. Hij gelooft dat mensen die echt van elkaar houden, in hun hart heel goed weten hoe zij met elkaar moeten omgaan. En dat dit niet vast te leggen is in wetten en regels. Liefde is een paradijse­lij­ke ervaring, staat dicht bij het paradijs, staat dicht bij de mens in zijn oorspron­kelijke zuiverheid.

Daarom grijpt Jezus terug naar het tafereel van de schepping.
Als Hij zegt ‘vanaf het be­gin’, dan heeft Hij het niet over wat begraven ligt onder het stof van het grijze verleden, ook niet over de tijd van de verliefdheid, maar over het paradijs van de ongeschon­den liefde dat als een levende herinnering in ons hart en in ons geweten woont, dat als ‘beginsel’ van waarheid, van Gods waarheid, de fijngevoelige antenne is die oriëntatie geeft aan een liefhebbend hart. Jezus zou willen dat, telkens als ‘huwe­lijk’ ter sprake komt, de beelden van de aanvangstijden voor onze ogen zouden oprijzen. Hoe Adam in het paradijs, vol verlangen uitkijkend naar een liefdespart­ner, alle levende wezens opzoekt, hen leert kennen, hun een naam geeft… maar toch verschijnt er aan zijn zijde geen die aan hem gelijk is. Pas na een lange slaap wordt hem van Gods­wege een wezen aangereikt, een gezel voor het leven. Een wezen zoals hij, uit hetzelfde vlees – vlees en been genomen vlak bij zijn hart – en toch zo gans anders, een vrouw, ‘man­nin’ zoals Adam haar noemt.

Als de farizeeën komen aandraven met echtschei­dingsregels wuift Jezus dat dus weg: “Neen, zo was het niet vanaf het begin. God heeft geen scheidingsregeling gemaakt. In het begin schiep God man en vrouw, als wezens die elkaar nodig hebben om zich te ervaren als ‘volledig’ en om het leven te kunnen beleven als een geschenk van genade. Zo heeft God het bedoeld.” En het is die Godsbedoeling die de levende liefde van alledag in de juiste banen moet leiden. Op basis van diezelfde Godsbedoeling moeten we ook oplossingen proberen te vinden voor de problemen die het huwe­lijksgeluk verstoren. Wetten kunnen geen oplossingen aandra­gen. Wegen naar oplossingen kunnen alleen ontdekt worden als ze gezocht worden door mensenharten die zich het beeld van het paradijs blijven herinneren: zo was het oorspronkelijk bedoeld, zo zou het eigenlijk nu moeten zijn. Het liefdesver­bond dat zich daaraan spiegelt, mag de mens niet scheiden. Dat is geen wet – ook geen kerkelijke wet – maar een opdracht. Twee, die elkaar niet meer kunnen zoenen, maar zich nog wel herin­neren dat Adam en zijn mannin hun levensverbond met een zoen bezegelden, weten dat verge­ving en verzoening nieuwe adem geeft om elkaar zoenend terug te vinden. Dit weten, en dit weten creatief blijven koesteren, dat is huwe­lijks­trouw zoals het evangelie ons die voorhoudt.

Mensen die zich dat paradijsgeluk niet meer samen kunnen herinne­ren, weten niet meer waaraan ze trouw moeten zijn. (Ik laat me niet uit over hoe het zover is kunnen komen en zeker niet over wat of wie daarvan de schuld is). Waar de liefde onherroepelijk haar ziel verloren is, is trouw een leeg begrip gewor­den. Trouw-zijn omdat het moet, omdat de wet het voorschrijft, zonder te voelen waaraan men trouw is, zulke trouw kan dodelijk zijn. ‘Befehl ist Befehl’ was ook een vorm van lege trouw, die destijds miljoenen de dood heeft ingejaagd. Zich krampachtig vasthouden aan lege trouw is geen evangeli­sche deugd. ‘Trouw’, volgens de Blijde en Bevrijden­de boodschap van Jezus, is een kracht die liefde kan bezie­len en mensenharten kan verwar­men.
Marc Christiaens o.p.

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.