27e zondag door het jaar A 2020 p


 4 oktober 2020                              (Viering)

Liefde is geduldig (Jes. 5,1-7 ; Mt. 21,33-43)

Twee lezingen, twee verhalen over een wijnbou­wer die niet oogst wat hij op basis van zijn investering zou mogen verwachten. Twee symbolische verhalen waarin het telkens gaat over de relatie tussen God en zijn volk, meer bepaald over het contrast tussen Gods liefde voor zijn volk, en de onwil, de ontrouw van zijn volk.

Onze eerste lezing was een soort lief­deslied dat Jesaja moet gezongen hebben op een of andere fees­te­lijke bijeenkomst. Een lied over een wel heel bijzondere, onbe­ant­woorde liefde van een wijnboer voor zijn wijngaard. Het begint sympathiek en ontroe­rend: beschreven wordt hoe zorgvuldig en geduldig de man zijn wijngaard aanlegt. Maar als in de oogsttijd blijkt dat aan de wijnstokken geen heerlij­ke druiven hangen maar slechts wilde bessen, slaat de toon van het lied om. Boos en ontgoo­cheld richt de wijnboer zich tot het publiek: ‘Ik heb er toch alles voor gedaan! Wat had ik nog meer kunnen doen?… Weet je wat? Ik laat de boel ver­wilde­ren. Zelfs de wolken mogen mijn wijn­gaard niet meer berege­nen.’
Dat de ontgoochelde minnaar van de wijngaard de regen wil tegenhouden, sugge­reert al wat even verder met naam en toe­naam wordt genoemd: de wijngaard met zijn veredelde wijn­stok­ken staat voor het mensenvolk, door God geliefd. Hij heeft voor zijn mensen gezorgd, Hij heeft hun zijn genegenheid laten blijken – en dus had Hij gehoopt dat Hij druiven van recht zou mogen oogsten. Maar ontgoocheld vindt God in zijn wijngaard slechts wilde bessen van onrecht: een mensenwereld die het recht ver­kracht in plaats van ­het recht betracht.

De wijngaardeigenaar en zijn wijngaard als symbool voor de relatie tussen God en zijn volk, is een klassiek Bijbels thema dat ook in het jonge christendom populair was. Onze evan­gelie­lezing dateert uit die tijd, dus van na de dood van Jezus. Maar, terugpro­jecterend, legt Mattheüs deze parabel in Jezus’ mond.
De pachters van de wijngaard ruimen de vertegenwoordigers van de landeigenaar weg als die de oogst komen opha­len. Een verwij­zing naar de niet-accepta­tie van profeten die God in de loop van de geschiedenis naar zijn volk heeft gezonden. De weigering van het godsvolk bereikt haar climax in de moord op de Z/zoon wanneer die zich namens zijn V/vader aandient om de opbrengst van de wijngaard in ontvangst te nemen.
“Wat verwacht ge dat de eigenaar met die misdadige wijnbouwers zal doen?”, vraagt Jezus aan de hogepriesters en oudsten, aan wie Hij dit verhaal vertelt. “Je kunt die moor­denaars toch niet ongestraft laten rondlopen; gerechtigheid moet geschieden.” is het antwoord. Dat antwoord had evengoed uit onze mond kunnen komen.

Gerechtigheid moet geschieden. Aan onrecht moet paal en perk worden gesteld! Wij kijken uit naar de dag dat God eindelijk eens daadwer­kelijk partij kiest voor zwak­ken en slachtoffers. Het vreet aan ons als we zien hoe weerloze, onschuldige mensen de dupe worden van het spel van de rijken en de machtigen, als we zien hoe de oorlogsmachine op volle toeren blijft draaien waarbij nauwelijks wordt stilgestaan bij de massa’s onschuldige burgers die daarvan het eerste en grootste ­slachtoffer zijn. Vroeger en nu, altijd en overal zie je dat aan onmenselijkheid mensen aan de basis liggen, dat terzijde van onze geschiedenis puinhopen en ontzielde lichamen opgestapeld liggen. Het stuit tegen de borst. Daar moet een eind aan komen. Reikhalzend kijken we daarom uit naar een God  “die de misdadi­ge wijn­bou­wers een ellendige dood zal doen sterven en de wijn­gaard zal verpach­ten aan anderen die wèl rechtvaardig de opbrengst aan de Heer zullen afdragen”.

Maar díe God laat het afweten. Onze hoop dat Hij het kwaad met tak en wortel uitroeit om ruimte te maken voor wat goed is… die hoop wordt niet ver­vuld. Hij, die gerechtig­heid zou moeten garan­deren lijkt doof en blind. Ons roepen en bidden slaat om in bittere ontgoo­che­ling: on­recht lijkt dan toch het laat­ste woord te hebben.
* * *
Een God die misdadige wijnbouwers een ellendige dood doet sterven… dat is niet de God van Jezus. Een God die onrecht wreekt, beantwoordt wel aan ònze behoefte aan vergelding. Een God van vergelding is men­senmaaksel. Lees er onze evangelietekst op na. De eigenaar van de wijngaard deed niet wat Jezus’ toe­hoor­ders – wat wij – billijk en rechtvaardig achten. Hij is niet gekomen te vuur en te zwaard. Hij heeft de moordenaars van zijn Zoon niet afgestraft. Hij blijft doen wat Hij altijd gedaan heeft: zijn wijngaard koesteren met zorg en eindeloos geduld. Hij blijft dat doen, ook na de moord op zijn Zoon. Hij rekende niet af met de leerlingen die Jezus in de steek hadden gelaten na diens aanhouding. Hij ging niet te keer tegen de Joodse religieuze leiders die Hem valselijk beschuldigden. Hij liet de laffe Petrus met zijn grote mond niet vallen. Integendeel. Hij blijft naar mensen toege­keerd. “De steen die de bouwlieden hadden afgekeurd, heeft God tot hoeksteen gemaakt” staat er (v 42). Hij zond zijn vermoorde Zoon op­nieuw naar de mensen. Als de Levende. Om zijn leerlingen, om zijn volk, u en ik, te doen ontwaken, om hen te bevrijden uit de spiraal van oog om oog en tand om tand.

Jezus mag dan al ter dood gebracht zijn, de liefde die in Hem woon­de, heeft het over­leefd, heeft Hem doen op­staan. Hij is voor zijn leerlingen, voor ons, hoeksteen geworden, hoeksteen van een andere levenshouding. Aan Hem mogen we ons spiegelen, aan zijn volgehou­den, nooit aflatende liefde.
Dan kunnen we afstand doen van onze behoefte aan vergelding. Dan wordt niet langer uitgekeken naar de vernedering van de machtige. Wel naar het verteren van het kwaad, het vergeven van kwaad om het te vernieten, om het weg te reduceren. Alle kwaad. Ook het kwaad in onszelf.
Het visioen van een bloeiende wijngaard, rijk aan druiventros­sen van recht en gerechtig­heid, wordt pas geloofwaardig als er iets gebeurt met ons, als er iets gebeurt in ons. Als ik niet langer leef voor mezelf, als liefde in mij gestalte krijgt, als ik Gods vrede in mij geboren laat worden, dan zal mede dank zij mij Gods vrede ook met u zijn.
Marc Christiaens o.p.

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.