27e zondag door het jaar A 2011

ZONDAGSVIERINGEN
zevenentwintigste zondag A (2/10/2011)

Begroeting

Moge Gods woord ons bemoedigen en in beweging houden.
Moge Jezus ons inspireren door zijn Geest,
nu wij hier samenkomen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Vandaag staat in de evangelielezing de wijngaard centraal.
We horen hoe spijtig het wel is dat mensen die wijngaard vaak verwaarlozen
of hem onrechtmatig in bezit willen nemen.
De wijnbouwers worden vergeleken met het volk van God.
Wij allemaal krijgen het hoederecht over de wijngaard die onze wereld is
en toch loopt er heel wat mis.
Jezus vraagt om niet hebberig en egoïstisch met deze wereld om te gaan.
Hoe het dan wel moet,
toonde Hij ons in zíjn manier van leven.

Vergevingsmoment 1

Vandaag vraagt de Heer ons wat wij met zijn wijngaard gedaan hebben.

– Omdat we, vaak door nalatigheid of gemakzucht,
de grond van de wijngaard vergeten te bewerken,
vragen wij om vergeving.
Want steeds vriendelijk zijn voor de naaste
vraagt inspanning,
elke dag opnieuw.
Heer, ontferm U over ons.

– Omdat we vaak de moed verliezen
als storm de oogst doet mislukken,
vragen wij om vergeving.
Want het is toch zo moeilijk opnieuw te beginnen
na tegenslag of kritiek.
Christus, ontferm U over ons.

– Omdat we zo gemakkelijk vergeten, Heer,
dat uw wijngaard ons geschonken werd
om hem vrucht te laten opbrengen,
vragen wij om vergeving.
Want wij zijn al te vlug betoverd door macht en bezit.
Heer, ontferm U over ons.

Vergevingsmoment 2 (vredesweek)

Wij verlangen naar vrede, maar wij verhinderen ook vrede.
Daarom vragen wij om vergeving.

– Er komt geen vrede
zolang wij de vrede van Christus niet laten heersen in ons hart,
zolang wij berusten in de macht van het kwaad
en niet samen bouwen aan een nieuwe toekomst.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

– Er komt geen vrede
zolang wij de roep om gerechtigheid niet horen,
zolang wij het onrecht van ondervoeding en honger dulden
en wij blijven geloven dat macht en onderdrukking
het laatste woord hebben.
Daarom bidden wij:
Christus, ontferm U over ons.

– Er komt geen vrede
zolang wij de schepping geweld aandoen,
zolang wij blijven leven in het nu, zonder ons af te vragen
welke wereld wij onze kinderen nalaten.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Moge de Heer van vrede en gerechtigheid ons genadig zijn.
Moge zijn scheppend woord ons maken
tot mensen die vrede willen, en vrede brengen. Amen.

Lofprijzing

God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis
zodat wij Hem in de ander kunnen herkennen.
Eren wij Hem in de naaste
door elkaar lief te hebben
zoals Hij van ons houdt.
Eren wij God
door op te komen voor wie snakt
naar een vreedzaam en menswaardig bestaan.

Eren wij God,
niet alleen in de hoge,
maar vooral hier op aarde.
Loven wij God
door te zorgen voor een hemel op aarde
voor allen die Hij liefheeft.
Dan zullen wij samen kunnen zingen:
Heilig de Heer,
God en schepper van deze wereld,
en zalig alle mensen in wie Hij werkelijk leeft,
in wie Hij welbehagen schept. Amen.

Openingsgebed 1

Goede God,
als elke mens, op zijn plaats,
rechtvaardig en liefdevol is
zal het onrecht verdwijnen.
Door kleine daden kunnen wij meehelpen de hele wereld te veranderen.
Maak van ons hoopvolle mensen
die geloven dat de vrede dichterbij kan komen.
Maak ons meer dan ooit geboeid door Jezus.
Maak van ons uw vredelievende mensen.
Zo brengen wij uw Rijk nabij. Amen.

Openingsgebed 2 (vredeszondag)

God en vader,
schenk ons eenvoud en openheid van geest
om de boodschap van vredeszondag
tot ons te laten doordringen.
Geef ons de kracht om, in de drukte van het alledaagse,
te werken aan vrede rondom ons
en in de hele wereld die uw wijngaard is.
Hiermee willen wij het spoor volgen,
ons voorgeleefd door Jezus, uw Zoon. Amen.

Lezingen

Zowel in de eerste lezing als in onze evangelielezing
wordt Gods volk vergeleken met een wijngaard.
God draagt zorg voor zijn wijngaard
en verwacht goede vruchten,
maar wordt in zijn verwachtingen meer dan eens teleurgesteld.
Laten wij daar samen naar luisteren.

Eerste lezing (Jesaja 5,1-7)
Uit de profeet Jesaya

1        Ik wil zingen voor mijn dierbare vriend,
het lied van mijn dierbare vriend en zijn wijngaard.
Mijn vriend had een wijngaard op een vruchtbare helling.
2        Hij spitte hem om,
verwijderde de stenen en beplantte hem met edelwingerd.
Hij bouwde er een wachttoren en kapte ook een wijnpers uit.
Nu verwachtte hij dat hij druiven zou dragen,
maar hij bracht slechts wilde bessen voort.
3        Welnu, bewoners van Jeruzalem, mensen van Juda,
doe uitspraak tussen Mij en mijn wijngaard.
4        Wat kon Ik nog voor mijn wijngaard doen
dat Ik niet heb gedaan?
Waarom bracht hij slechts wilde bessen voort,
terwijl Ik verwachtte dat hij druiven zou dragen?
5        Welnu, Ik zal u vertellen wat Ik met mijn wijngaard ga doen.
Zijn omheining haal Ik weg, zodat hij kaal wordt gevreten;
zijn muren verniel Ik, zodat hij wordt vertrapt.
6        Een wildernis maak Ik ervan, hij wordt niet gesnoeid en niet gewied,
distels en doorns groeien er hoog,
en de wolken verbied Ik om hem met regen te besproeien.
7        De wijngaard van de Heer van de machten is het huis van Israël,
zijn bevoorrechte planten zijn de mensen van Juda.
Hij hoopte op recht, maar Hij zag onrecht,
Hij zag geen betrachting, maar verkrachting van recht.

KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Fillippenzen 4,6-9)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Filippi

Broeders en zusters,
4        Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u!
5        Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij.
6        Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden
door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen.
7        En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat,
zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
8          Tenslotte, broeders en zusters,
blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is,
rechtvaardig en rein,
beminnelijk en aantrekkelijk,
aan al wat deugd heet en lof verdient.
9        En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is,
en wat u van mij hebt gehoord en gezien.
Dan zal de God van vrede met u zijn.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Matteüs. 21,33-43)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd sprak Jezus tot de hogepriesters en oudsten van het volk:
33         Luister naar een andere gelijkenis.
Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde.
Hij zette hem met een omheining af,
groef er een perskuil in en bouwde er een wachttoren.
Hij verpachtte hem aan wijnbouwers
en vertrok naar het buitenland.
34       Maar toen de tijd van de vruchten gekomen was,
stuurde hij zijn slaven naar de wijnbouwers
om de vruchten in ontvangst te nemen.
35       De wijnbouwers grepen zijn slaven vast;
de een gaven ze een pak slaag,
een ander doodden ze, een derde stenigden ze.
36       Hij stuurde toen andere slaven, meer dan de eerste keer,
en ze deden met hen hetzelfde.
37       Later stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte:
mijn zoon zullen ze ontzien.
38       Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze tegen elkaar:
`Dat is de erfgenaam.
Kom, laten we hem doden en zijn erfdeel in bezit nemen.”
39       Ze grepen hem vast,
gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem.
40       Welnu, wanneer de eigenaar van de wijngaard komt,
wat zal hij dan met die wijnbouwers doen?’
41       Ze gaven Hem ten antwoord:
`Hij zal die ellendelingen een ellendige dood bezorgen,
en de wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers geven,
die vruchten aan hem afdragen wanneer het er de tijd voor is.’
42 Jezus zei tegen hen:
`Hebt u nooit in de Schriften gelezen:
De steen die de bouwlieden afgekeurd hadden,
die is de hoeksteen geworden.
De Heer heeft dit gedaan; het is een wonder in onze ogen?
43 Daarom zeg Ik u:
Het koninkrijk van God zal u ontnomen worden
en gegeven worden aan een volk
dat de vruchten van het koninkrijk voortbrengt.
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Wij geloven in het evangelie van Jezus,
in zijn woorden en daden,
in zijn trouw jegens God en de mensen.

Wij vertrouwen erop dat in Hem,
God-met-ons,
gesproken heeft,
ons lief en leed van dichtbij delend,
met ons meevoelend als tochtgenoot
in goede en kwade dagen.

Wij geloven in zijn evangelie van gemeenschap zijn,
in zijn spreken over Gods verbond met ons.

Wij vertrouwen in zijn idealen
van liefde en gedeeld leven,
van verbondenheid en eenwording,
van vrede en vrijheid voor alle mensen op aarde.

Hij bleef zijn idealen trouw
ook toen zelfgenoegzamen zijn oproep tot gemeenschap afwezen.
Zijn trouw was sterker dan de dood
waarmee ze Hem het zwijgen wilden opleggen.

Wij geloven dat zijn keuze voor mensen totaal was,
dat Hij zichzelf niet ontzag
om voor anderen leven en vrijheid mogelijk te maken.

En dat Hij daarom leeft.
Met Hem geloven ook wij
dat wie zijn leven ter beschikking stelt,
leven zal vinden.

Wij vertrouwen erop
dat er ook voor ons toekomst zal zijn
als wij doen wat Hij gedaan heeft.
Wij geloven in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
waarin Hij, die ons tot leven riep,
voorgoed ons aller vrede wil zijn. Amen.

Voorbeden

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlij­ke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer op te dragen.

– Bidden we voor allen
die de Kerk van Christus vormen.
Dat zij Jezus blijven zien als de hoeksteen
en samen met Hem het bouwwerk vormen,
waar licht en ruimte is voor iedereen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor allen die zich daadwerkelijk engageren in Gods Kerk.
Dat zij bij elkaar het geloof en de hoop versterken.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor deze geloofsgemeenschap.
Dat wij mogen groeien in goedheid en liefde
en dat mensen zich geroepen mogen blijven voelen
om mee te bouwen aan een levendige Kerk van morgen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor allen die zich buitengesloten voelen uit de Kerk.
Dat zij mogen ondervinden
dat heel wat mensen bereid zijn
zich, naar Jezus’ voorbeeld, met hart en ziel in te zetten,
voor mensen die het minder goed hebben
of voor mensen die zich niet zo goed in hun vel voelen.
Laten wij bidden…
naar Tjalling Van Balen

Voor al deze intenties, voor alles wat ons persoonlijk ter harte gaat, bidden wij:

Gebed over de gaven

God van het Verbond,
aanvaard uit onze handen dit brood en deze wijn
en herschep ze tot tekens
van uw genegenheid en van uw nooit aflatende trouw.
Herschep ook ons
en maak ons tot nieuwe mensen,
naar het beeld van Jezus Messias, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Tafelgebed

God, onze Heer en Vader,
wij zijn hier bijeen om U te danken,
te loven en te prijzen.
Bij U begint het leven en de liefde;
alles wat wij hebben
hebt Gij ons geschonken.

Gij kent ons, Gij houdt van ons.
Gij zijt de schepper,
Gij zijt het begin en het einde van alles.

Uw Zoon is mens geworden.
Hij heeft ons geleerd wie Gij zijt.
Samen met Jezus Christus en met elkaar
zijn wij hier om tot U te bidden.

Wij danken U voor heel de aarde:
voor de bergen en de bomen,
voor de zon en de zee,
voor alles wat er groeit en bloeit;
voor het leven en de liefde,
voor de mensen hier en overal.

Alle mensen zijn op weg naar U,
naar uw geluk en vrede voor altijd.
Daarom bidden wij samen:

Heilig, heilig, heilig …

Gij die ons de aarde geeft om te bewonen,
Gij weet dat wij tekort schieten
in het verwezenlijken van vrede en gerechtigheid.
Toch roept Gij ons op
om recht te doen en goed te zijn.
Wij bidden voor hen die het meest weerloos zijn:
kinderen, armen, mishandelde en hongerige mensen,
vluchtelingen, zieken en stervenden,
voor mensen zonder toekomst
en voor allen die groot lijden moeten dragen.

Niet voor de dood, maar voor het leven
hebt Gij ons gemaakt.
Zend ons uw Geest,
geef ons de kracht
om beter mens te worden;
dat wij geen leegte najagen,
geen waarheid ontvluchten,
uw naam niet vergeten en uw wil volbrengen.
Wij willen het brood van deze wereld
delen met elkaar
en al het kwaad dat ons wordt aangedaan vergeven
opdat uw rijk kome.

Wij richten onze ogen op Jezus van Nazareth,
die uw naam geheiligd heeft,
uw wil volbracht;
die brood en wijn voor ons geworden is,
voedsel en vreugde,
vergeving van zonden.

Die in de nacht van zijn lijden en dood
brood genomen heeft,
het brak en aan zijn vrienden uitdeelde met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”
Zo nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer,
laat de Geest van uw goedheid
onder ons blijven verder leven.
Moge uw leven en dood
ons helpen ook onszelf te geven
en nooit moedeloos te worden.
Mogen wij allen eens opgenomen worden
in het rijk van uw goedheid, vrede en vreugde.

Gij hebt het immers gezegd, Heer,
en wij geloven U,
dat Gij ons nooit verlaat.
Door Christus, met Christus en in Christus
bieden wij U dit dankoffer aan
in de gemeenschap van uw kerk
zoals Gij het hebt gewild
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Geroepen tot volle menselijkheid,
doordrongen van Gods Geest,
mogen wij met de woorden van de Zoon bidden tot zijn en onze Vader:
Onze Vader…

Vaak voelen wij ons klein en machteloos.
Toch schuilen ook in ons krachten van geloof, hoop en liefde.
Moge wij bij elkaar die krachten tot leven wekken,
zodat er in ons midden een beweging op gang komt
van geloof en hoop
en van liefde die sterker is dan alle aardse machten.
Dan zullen wij hoopvol mogen uitzien
naar de wederkomst van Jezus  Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredewens 1

In Jezus’ naam wensen wij elkaar vrede toe
opdat we ook morgen en overmorgen te midden van conflicten
een teken van vrede zouden mogen zijn.
Gods vrede zij met u.
En wensen wij die vrede aan elkaar toe.


Vredewens 2

Blijf ons vervullen, God,
met geestkracht en daadkracht
opdat wij vruchten van vrede laten bloeien in uw wijngaard,
een oase van vrede voor de hele wereld.
Wensen wij elkaar van harte die vrede van de Heer toe.

Lam Gods

Communie

“Ik ben de wijnstok, gij de ranken.
Los van Mij kunt Gij niets” zei Jezus.
Hij nodigt ons uit aan zijn tafel om met Hem één te worden.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

De wijnstok en de ranken.
Het is een mooi beeld
van verbondenheid met God en met de mensen.

Verbondenheid met anderen is levensnoodzakelijk.
Het vermeerdert je draagkracht
en maakt je weerbaarheid groter.
Afgesneden zijn,
aan de kant gezet worden,
doet pijn.
Het verdort het leven.
Een mens heeft telkens nieuw levenssap nodig.

De wijnstok is een wonder van vitaliteit,
van onuitputtelijke levenskracht.
De wijnstok dient nergens anders voor
dan om vruchtbaar te zijn in de ranken.
Jezus is de ware Wijnstok.
Door zijn levenskracht mogen wij,
als levende ranken, vrucht dragen.

Vrucht dragen is echter geen synoniem
van succes, prestatie of efficiëntie.
Die woorden vinden we niet in het evangelie.
De vruchten waaraan Jezus denkt
kunnen enkel vruchten zijn
van liefde, dienstbaarheid en eenheid.
In geloof zijn we verbonden met Jezus en met de Vader,
in liefde zijn we verbonden met onze medemensen.


Bezinning,2 (vredeszondag)

Broze vrede

De vrede is zo broos.
Zij breekt in onze handen stuk
bij elke onwil tot verzoening,
bij elke botsing met de medemens die ons zo dierbaar is.

De vrede is zo broos.
Agressie staat ons op ’t gezicht te lezen
bij elke tegenspraak,
voor elk rood licht in het verkeer,
en iedere keer als een ongenode gast zich meldt.

De vrede is zo broos
want wij zijn zo agressief van aard,
met roofdieren genetisch verwant.
De ogen naast elkaar
zoals de panter en de leeuw
om de afstand naar de prooi
juist te kunnen inschatten.
We zijn zelfs beter toegerust
want, dank zij ons verstand,
kunnen wij een prooi bestoken
met lange-afstandsraketten, anoniem.
En dan hebben we nog een tong,
– scherper dan tijgerklauwen geslepen –
om, wie ons niet zint,
tot zwart beroddeld schaap te maken
dat door de kudde wordt verstoten en geliquideerd.
Ondertussen kunnen wij onze handen in onschuld wassen…

Ja, wij zijn beter bewapend en geoefend voor de strijd
dan voor de broze vrede.
En toch ligt dáár onze waterkans om te overleven.

Als wij eens ontwapenden
en een bondgenootschap sloten
in de geest van het evangelie…
Je weet wel:
wat Jezus kwam vertellen
over die andere wang…
over liefhebben in plaats van
oog om oog en tand om tand…
over simpelweg een hand uitsteken
als teken van verzoening.

In tegenstelling tot agressie
ligt ontwapenen niet verankerd
in onze genetische natuur.
Dat is cultuur.
Dat is de beschaving van het evangelie
die mensen omsmeedt tot verbondenen.
Alleen op die manier
bestaat de kans
dat vrede
een lied voor alle eeuwen wordt.
naar Manu Verhulst

Slotgebed

Ik heb je nodig – zegt God –
om mijn droom van een rechtvaardige
en mensvriendelijke samenleving
stap voor stap uit te bouwen.
Je moet daar geen hoeksteen van worden,
laat dat maar aan Jezus over.
Maar wat Ik wel van je verwacht,
is dat je doet wat je kunt
om je christen-zijn te vertalen
in concrete dienstbaarheid en in gedeelde vreugde.
Durf daarom te kijken
in het diepste van het hart van je medemensen.
En misschien ontdek je
dat je mijn naam waar kunt maken
door er te zijn voor anderen, zomaar,
net zoals Ik er wil zijn voor jou.
Erwin Roosen

Zending en zegen

Laten wij oog hebben voor elke steen
die de bouwlieden hebben afgekeurd,
zodat we op het spoor komen van de hoeksteen.
Laten we oog hebben voor het kleine,
zodat we het grote vinden.
Hiertoe zegene ons God,
+ de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
naar Levensecht

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.