27e zondag door het jaar A 2008

(05 10 2008 )

Begroeting

Welkom rond de tafel van de Heer.
Hij die ons bijeenbrengt en uitnodigt
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Wij hopen dat het ons goed gaat,
en dat anderen ons goed zullen bejegenen.
Dat laatste is wel eens ijdele hoop.
Maar misschien willen we het een en ander door de vingers zien,
vergevensgezind zijn.
Tot een bepaalde grens.
Je kan wel goed zijn, maar niet gek.

Ook God hoopt dat het goed gaat met zijn volk.
En daar heeft Hij heel wat voor over.
Hij zond zijn Zoon om ons dat duidelijk te maken.
Die Zoon werd uiteindelijk vermoord.
Blijkbaar kan ook God zich misrekenen.
Waar ligt de grens van zijn goedheid en zijn inzet?
Hierover willen wij in deze viering biddend nadenken.

Omdat wij onze grenzen onvoldoende afstemmen
op de grenzeloze liefde van onze God,
willen we Hem bidden om barmhartigheid en ontferming.


Vergevingsmoment

Soms laten wij na ons in te zetten voor mensen die ons echt nodig hebben.
Een zieke bezoeken of iemand die problemen heeft
is minder plezierig dan eens lekker uit eten gaan eten met vrienden.
Daarom stellen we zo’n bezoek nogal eens gemakkelijk uit.
Daarom:
Heer,  ontferm U over ons.

Wij vinden het allesbehalve fijn als anderen
op korte termijn verknoeien
wat wij met moeite hebben opgebouwd.
Maar zelf brengen wij vaak te weinig respect op
voor het werk en de inspanning van anderen.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

Ieder van ons bidt voor vrede
en wereldwijd ijvert men ervoor,
maar een extra inspanning van onze kant om een ruzie bij te leggen
is vaak te veel gevraagd.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Lofprijzing
God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis
zodat wij Hem in de ander kunnen herkennen.
Eren wij Hem in de naaste
door elkaar lief te hebben
zoals Hij van ons houdt.
Eren wij God
door op te komen voor wie snakt
naar een vreedzaam en menswaardig bestaan.

Eren wij God,
niet alleen in de hoge,
maar vooral hier op aarde.
Loven wij God
door te zorgen voor een hemel op aarde
voor allen die Hij liefheeft.
Dan zullen wij samen kunnen zingen:
Heilig de Heer,
God en schepper van deze wereld,
en zalig alle mensen in wie Hij werkelijk leeft,
in wie Hij welbehagen schept. Amen.

Openingsgebed 1
God, Gij die naar ons omziet
en ons medeverantwoordelijk hebt gemaakt
voor het wel en wee van onze naasten,
laat uw vuur van liefde
dat Gij in ons hebt gelegd,
nooit doven.
Wakker het aan,
doe ons steeds intenser verlangen naar wat goed is.
En herinner ons eraan
dat wij daaraan samen moeten bouwen
zoals het ons werd voorgedaan
door Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 2

Heer,
wij laten ons gemakkelijk ontmoedigen.
Wij vergeten dat Gij ons trouw nabij blijft
ook als het in ons leven fout loopt.
Versterk ons vertrouwen in U en in de mensen
zodat we ons oprecht en belangloos kunnen inzetten,
zoals Jezus deed, ons grote voorbeeld. Amen.

Lezingen

De Schrift vertelt ons in twee verhalen hoe God van zijn volk houdt.
Laten wij daar samen naar luisteren
.

Eerste lezing (Jesaja 5,1-7)
Uit de profeet Jesaya
1           Ik wil zingen voor mijn dierbare vriend,
het lied van mijn dierbare vriend en zijn wijngaard.
Mijn vriend had een wijngaard op een vruchtbare helling.
2           Hij spitte hem om,
verwijderde de stenen en beplantte hem met edelwingerd.
Hij bouwde er een wachttoren en kapte ook een wijnpers uit.
Nu verwachtte hij dat hij druiven zou dragen,
maar hij bracht slechts wilde bessen voort.
3           Welnu, bewoners van Jeruzalem, mensen van Juda,
doe uitspraak tussen Mij en mijn wijngaard.
4           Wat kon Ik nog voor mijn wijngaard doen
dat Ik niet heb gedaan?
Waarom bracht hij slechts wilde bessen voort,
terwijl Ik verwachtte dat hij druiven zou dragen?
5           Welnu, Ik zal u vertellen wat Ik met mijn wijngaard ga doen.
Zijn omheining haal Ik weg, zodat hij kaal wordt gevreten;
zijn muren verniel Ik, zodat hij wordt vertrapt.
6           Een wildernis maak Ik ervan, hij wordt niet gesnoeid en niet gewied,
distels en doorns groeien er hoog,
en de wolken verbied Ik om hem met regen te besproeien.
7           De wijngaard van de Heer van de machten is het huis van Israël,
zijn bevoorrechte planten zijn de mensen van Juda.
Hij hoopte op recht, maar Hij zag onrecht,
Hij zag geen betrachting, maar verkrachting van recht.

KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Fiippenzen 4,6-9)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Filippi

Broeders en zusters,
4           Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u!
5           Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij.
6           Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden
door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen.
7           En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat,
zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
8              Tenslotte, broeders en zusters,
blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is,
rechtvaardig en rein,
beminnelijk en aantrekkelijk,
aan al wat deugd heet en lof verdient.
9           En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is,
en wat u van mij hebt gehoord en gezien.
Dan zal de God van vrede met u zijn.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Matteüs 21,33-43)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd sprak Jezus tot de hogepriesters en oudsten van het volk:
33             Luister naar een andere gelijkenis.
Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde.
Hij zette hem met een omheining af,
groef er een perskuil in en bouwde er een wachttoren.
Hij verpachtte hem aan wijnbouwers
en vertrok naar het buitenland.
34          Maar toen de tijd van de vruchten gekomen was,
stuurde hij zijn slaven naar de wijnbouwers
om de vruchten in ontvangst te nemen.
35          De wijnbouwers grepen zijn slaven vast;
de een gaven ze een pak slaag,
een ander doodden ze, een derde stenigden ze.
36          Hij stuurde toen andere slaven, meer dan de eerste keer,
en ze deden met hen hetzelfde.
37          Later stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte:
mijn zoon zullen ze ontzien.
38          Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze tegen elkaar:
`Dat is de erfgenaam.
Kom, laten we hem doden en zijn erfdeel in bezit nemen.”
39          Ze grepen hem vast,
gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem.
40          Welnu, wanneer de eigenaar van de wijngaard komt,
wat zal hij dan met die wijnbouwers doen?’
41          Ze gaven Hem ten antwoord:
`Hij zal die ellendelingen een ellendige dood bezorgen,
en de wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers geven,
die vruchten aan hem afdragen wanneer het er de tijd voor is.’
42 Jezus zei tegen hen:
`Hebt u nooit in de Schriften gelezen:
De steen die de bouwlieden afgekeurd hadden,
die is de hoeksteen geworden.
De Heer heeft dit gedaan; het is een wonder in onze ogen?
43 Daarom zeg Ik u:
Het koninkrijk van God zal u ontnomen worden
en gegeven worden aan een volk
dat de vruchten van het koninkrijk voortbrengt.
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Belijden we ons geloof in God
die rekent op mensen om zijn liefde werkelijkheid te doen worden.

Wij geloven in God de Vader,
die zijn schepping in onze handen heeft gegeven
om er een woning van te maken
waarin het goed is om te leven.

Wij geloven in de zoon Jezus Christus,
die bij ons kwam wonen en nu leeft
in de harten van de mensen.
Hij is ons voorbeeld van liefde tot het uiterste.

Wij geloven in Gods Geest,
die ieder van ons de kracht geeft
om aan het rijk van God mee te bouwen.

Wij geloven in een gemeenschap
waarin elkeen zorg draagt voor de ander;
waarin eenieder aan de blijde boodschap
gestalte geeft door woord en daad.

Wij geloven dat een mensenleven
nooit zal eindigen
en dat we hoopvol mogen uitzien
naar het eeuwig geluk bij de Vader. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer op te dragen.

– Bidden we dat wij niet toegeven aan cynisme of wanhoop
bij het zien van alle ellende in de wereld.
Dat wij het laatste woord niet aan het kwaad laten
maar ons laten aanspre­ken door Gods ge­duldige, nooit aflatende zorg
voor zijn wijngaard.
Laten wij bidden…

– Bidden we dat wij ons laten bekoren door de levensstijl van Jezus,
die het opnam voor hen
die uit het gezichtsveld van onze samenleving worden weggeduwd
en naamloos dreigen te verdwijnen in het niets.
Laten wij bidden…

– Bidden we dat wij onze behoefte aan vergelding en wraak een halt toeroepen
en in de plaats daarvan, liefde worden.
Zo kan een wereld in harmonie en vrede geboren worden,
zoals God die voor mensen heeft gedroomd.
Laten wij bidden…
naar Ignace D’Hert

Voorbeden 2

– Bidden we voor mensen
met een grote verantwoordelijkheid in onze maatschappij:
politici, bedrijfsleiders, priesters, ouders…
Mogen zij met zorg omspringen met wie of wat hen is toevertrouwd.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor de arbeiders in de wijngaard van de Heer.
In deze missiemaand denken we in de eerste plaats aan de missionarissen
en ontwikkelingshelp(st)ers, maar ook aan onszelf.
Mogen wij allemaal in ons dagelijkse leven
getuigen van Gods Goede Boodschap.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen
die niet kunnen weerstaan aan de verleiding
om met geweld eigendom te vergaren.
Mogen zij tot het besef komen dat zo handelen verkeerd is en onrechtvaardig.
Laten wij bidden…
naar Levensecht

Voor al deze intenties, voor alles wat ons persoonlijk ter harte gaat, bidden wij:


Gebed over de gaven

Met deze gaven van brood en wijn, Heer,
bieden wij U onze te beperkte bereidheid tot liefde en vrede aan.
Neem ze aan
en vervul ze van wat Gij aan liefde en vrede te bieden hebt.
Dan zullen wij, door U gesteund en gesterkt,
liefde- en vredezaaiers worden,
en de mensenwereld omvormen tot uw Rijk dat komt. Amen.

Tafelgebed

God, onze Heer en Vader,
wij zijn hier bijeen om U te danken,
te loven en te prijzen.
Bij U begint het leven en de liefde;
alles wat wij hebben
hebt Gij ons geschonken.

Gij kent ons, Gij houdt van ons.
Gij zijt de schepper,
Gij zijt het begin en het einde van alles.

Uw Zoon is mens geworden.
Hij heeft ons geleerd wie Gij zijt.
Samen met Jezus Christus en met elkaar
zijn wij hier om tot U te bidden.

Wij danken U voor heel de aarde:
voor de bergen en de bomen,
voor de zon en de zee,
voor alles wat er groeit en bloeit;
voor het leven en de liefde,
voor de mensen hier en overal.

Alle mensen zijn op weg naar U,
naar uw geluk en vrede voor altijd.
Daarom bidden wij samen:

Heilig, heilig, heilig …

Gij die ons de aarde geeft om te bewonen,
Gij weet dat wij tekort schieten
in het verwezenlijken van vrede en gerechtigheid.
Toch roept Gij ons op
om recht te doen en goed te zijn.
Wij bidden voor hen die het meest weerloos zijn:
kinderen, armen, mishandelde en hongerige mensen,
vluchtelingen, zieken en stervenden,
voor mensen zonder toekomst
en voor allen die groot lijden moeten dragen.

Niet voor de dood, maar voor het leven
hebt Gij ons gemaakt.
Zend ons uw Geest,
geef ons de kracht
om beter mens te worden;
dat wij geen leegte najagen,
geen waarheid ontvluchten,
uw naam niet vergeten en uw wil volbrengen.
Wij willen het brood van deze wereld
delen met elkaar
en al het kwaad dat ons wordt aangedaan vergeven
opdat uw rijk kome.

Wij richten onze ogen op Jezus van Nazareth,
die uw naam geheiligd heeft,
uw wil volbracht;
die brood en wijn voor ons geworden is,
voedsel en vreugde,
vergeving van zonden.

Die in de nacht van zijn lijden en dood
brood genomen heeft,
het brak en aan zijn vrienden uitdeelde met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”
Zo nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer,
laat de Geest van uw goedheid
onder ons blijven verder leven.
Moge uw leven en dood
ons helpen ook onszelf te geven
en nooit moedeloos te worden.
Mogen wij allen eens opgenomen worden
in het rijk van uw goedheid, vrede en vreugde.

Gij hebt het immers gezegd, Heer,
en wij geloven U,
dat Gij ons nooit verlaat.
Door Christus, met Christus en in Christus
bieden wij U dit dankoffer aan
in de gemeenschap van uw kerk
zoals Gij het hebt gewild
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.


Onze Vader

Geroepen tot volle menselijkheid,
doordrongen van Gods Geest,
mogen wij met de woorden van de Zoon bidden tot zijn en onze Vader:
Onze Vader…

Vaak voelen wij ons klein en machteloos.
Toch schuilen ook in ons krachten van geloof, hoop en liefde.
Mogen wij bij elkaar die krachten tot leven wekken,
zodat er in ons midden een beweging op gang komt
van geloof en hoop
en van liefde die sterker is dan alle aardse machten.
Dan zullen wij hoopvol mogen uitzien
naar de wederkomst van Jezus  Messias uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…


Vredewens 1

God van hemel en aarde,
geef ons de moed om te geloven en te beseffen
dat wij uw vrede en liefde hebben uit te dragen
in ons gezin, in onze wereld, in onze Kerk.
Als wij te gepasten tijde
onze oren en ogen, onze handen en monden openen
om uw boodschap metterdaad te verkondigen,
dan zullen wij een volk van vrede worden, één van hart en één van ziel.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van die vrede.

Vredewens 2

Jezus komt naar ons toe en schenkt ons, ongevraagd, zijn vrede.
Wij worden uitgenodigd om wat we ontvangen hebben
door te geven, gratuït en van harte.
Laten wij in die geest elkaar vandaag Gods vrede toewensen.
Gods vrede zij met u.
En geven we die vrede ook van harte aan elkaar door.

Lam Gods

Communie

De steen die de bouwlieden hadden afgekeurd
werd door God omgevormd tot hoeksteen:
Jezus, de Levende, onder ons aanwezig
in de tekenen van brood en wijn.
Moge Hij ons voeden tot eeuwig leven.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning

Eens, lang geleden,
is de mens begonnen
met zaaien en maaien,
met dorsen en malen,
en hij bakte brood
om goed van te eten
en dan weer verder te gaan.

Eens, lang geleden,
is de mens begonnen
met planten en sproeien,
met plukken en persen,
en hij vulde de eerste beker met wijn,
om er goed van te drinken
en dan weer verder te gaan.

Eens, lang geleden,
is een Mens begonnen
met zoeken en vinden,
met geven en delen,
en Hij nam het brood en de beker
en werd de Eerste die zei:
brood met anderen gedeeld
en wijn voor anderen geschonken,
om mens van te worden
en dan weer met velen verder te gaan.

Ooit zullen wij leven
– voorgoed en zonder angst –
van geven en ontvangen,
van aanzien en beminnen,
en voor het eerst zullen wij weten,
dat liefde is gedeeld
en leed vergeten,
dat de hemel de aarde is,
om zo maar eindeloos verder te gaan.
Jan van Opbergen

Slotgebed 1

Onvrede, oorlog, kwaad dat verder woekert:
het schijnt van alle tijden te zijn.
Maar in Jezus, zelf vernederd tot in de dood,
hebt Gij, God, de weg getoond naar nieuw samenleven:
de weg van verzoening en vrede
die zacht maakt wat hard is.
Hou ons gaande op die weg.
Dan zal de Zoon, als Hij de opbrengst van de wijngaard komt ophalen,
niet vernederd en met lege handen naar U terugkeren. Amen.


Slotgebed 2

God, onze Vader,
trek uw handen nooit af van uw wijngaard.
Moge er gerechtigheid openbloeien
opdat mensen als broers en zussen kunnen leven met elkaar,
vandaag en alle dagen. Amen.

Zending en zegen

Wij werden opgeroepen om geduldig en met liefde
mee te bouwen aan een wereld van vrede.
Moge onze wijngaard goede vruchten voortbrengen.
Op Gods zegen kunnen wij alvast rekenen:
+ de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.