26e zondag door het jaar C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
zesentwintigste zondag C-jaar (30 09 2007)

Begroeting

Als wij hier bijeen zijn
om naar het voorbeeld van Jezus
het brood te breken en onszelf ten dienste te stellen van de anderen,
dan wil God ons zegenen
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Vandaag wil Jezus ons duidelijk maken
hoe God omgaat met de spanning tussen arm en rijk.
Hij vertelt daartoe het beroemde verhaal
over de arme Lazarus die voor de villa van een rijke
vruchteloos zit te hopen zijn honger te kunnen stillen
met wat er na de maaltijd van de tafel overbleef.

Een verhaal dat klinkt als een beschuldiging
aan het adres van de zelfverzekerden
die met hun zekerheden en rijkdom
hun wereld dichtspijkeren,
niet beseffend dat zij zo
de armen hun elementair overlevingsrantsoen ontzeggen.

Je kan dit verhaal ook lezen als een uiterst appél op onze liefde:
mens, laat het toch tot je doordringen
dat iedere daad van liefde en solidariteit, ook de kleinste,
redding betekent,
redding voor een ander mens,
redding ook voor jezelf.
Want wil je gered worden,
dan kan dat alleen dank zij dienstbaarheid aan de naaste.

Moge de Heer ons hart openen
om die boodschap te beluisteren.

Vergevingsmoment

Heer, wij, in het westen, verbruiken tientallen keren meer
energie, grondstoffen, voedsel en water
dan de meerderheid van de mensen,
maar we willen er vaak,
omwille van ons eigen comfort,
niet bij stilstaan.
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.

Christus, wij profiteren soms wel eens van de zwakkeren,
omdat wij ons in een gunstiger positie bevinden.
Daarom bidden wij:
Christus, ontferm U over ons.

Heer,
wij verdragen het niet goed,
als wij erop gewezen worden
dat wij niet slechts een aalmoes moeten geven aan een arme,
maar werkelijk zouden moeten delen van wat we hebben en zijn.
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.


Lofprijzing

God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis
zodat wij Hem in de ander kunnen herkennen.
Eren wij Hem in de naaste
door elkaar lief te hebben
zoals Hij van ons houdt.
Eren wij God
door op te komen voor wie snakt
naar een vreedzaam en menswaardig bestaan.

Eren wij God,
niet alleen in de hoge,
maar vooral hier op aarde.
Loven wij God
door te zorgen voor een hemel op aarde
voor allen die Hij liefheeft.
Dan zullen wij samen kunnen zingen:
Heilig de Heer,
God en schepper van deze wereld,
en zalig alle mensen in wie Hij werkelijk leeft,
in wie Hij welbehagen schept.
Amen.


Openingsgebed

Wie zijn ziel wil redden,
zal het moeten doen in dit leven.
Geef ons daarom, God, voldoende inzicht en moed
om – vandaag nog –
het purper van ons bezit
en het fijne linnen van onze solidariteit
als mantels uit te spreiden,
zodat de arme Lazarussen
op weg kunnen gaan naar een menswaardiger bestaan.
Zo kunnen wij vorm en inhoud geven
aan de boodschap van hoop voor wie het minder goed heeft,
ons aangereikt door Jezus Christus, uw Zoon en onze broeder. Amen.


Lezingen
Luisteren wij nu naar God, die zich in de lezingen van vandaag
vooral richt tot de gegoeden onder ons
.


Eerste lezing (Amos, 6,1a. 4-7)

Uit de Profeet Amos

1        `Hoor dit woord
dat de Heer spreekt over u, zonen van Israël,
over heel het geslacht dat Ik uit Egypte heb geleid.
4
       Brult er ooit een leeuw in het woud
zonder dat hij een prooi heeft?
Of gromt er een leeuwenjong in zijn hol
zonder dat het iets te pakken heeft?
5              Schiet een vogel omlaag naar de klem op de grond
zonder dat daar lokaas ligt?
Of zal de klem van de grond opspringen
zonder dat er iets gevangen is?
6        Wordt in een stad de bazuin geblazen
zonder dat de bewoners beven?
Gebeurt er ooit in een stad een ramp
zonder dat de Heer daar de hand in heeft?
7        De Heer God doet nooit iets
zonder dat Hij zijn besluit onthult
aan zijn dienaren, de profeten.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (1Timoteüs 6,11-16)
Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan Timoteüs

Dierbare,
11       Streef naar gerechtigheid, vroomheid,
geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid.
12       Vecht voor de goede zaak van het geloof,
grijp het eeuwige leven,
waartoe u geroepen bent
en waarover u de goede belijdenis hebt afgelegd,
ten overstaan van vele getuigen.
13       Ik vermaan u ten overstaan van God,
die alles ten leven wekt,
en van Christus Jezus,
die voor Pontius Pilatus de goede belijdenis heeft afgelegd:
14       houd u stipt en onberispelijk aan dit gebod
tot de verschijning van onze Heer Jezus Christus,
15       die God ons op de voorbestemde tijd zal laten aanschouwen.
Hij is de gelukzalige, de enige heerser,
de koning der koningen en de Heer der heersers,
16       Hij alleen bezit de onsterfelijkheid
en Hij woont in ontoegankelijk licht.
Geen mens heeft Hem gezien of is in staat om Hem te zien.
Aan Hem de eer en de eeuwige macht! Amen.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lucas 16,19-31)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot de farizeeën:
19       Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen,
en elke dag uitbundig feestvierde.
20       Aan zijn poort lag een zekere Lazarus;
hij was arm en zat onder de zweren.
21       Hij had graag zijn honger gestild
met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel,
maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren.
22       Toen kwam de arme te sterven;
de engelen droegen hem in de schoot van Abraham.
Ook de rijke stierf, en werd begraven.
23       In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op
en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot.
24       `Vader Abraham,” riep hij,`heb medelijden met me;
stuur Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water,
en er mijn tong mee te verkoelen,
want ik lijd hevig in dit vuur.”
25       Maar Abraham zei:
`Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad
en Lazarus altijd slecht;
nu wordt hij hier getroost, en jij lijdt pijn.
26       Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof;
al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken,
hij zou het niet kunnen;
evenmin kan iemand van daar naar ons komen.”
27       Maar de rijke zei:
`Dan, vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen,
28       want ik heb nog vijf broers.
Laat hij hen gaan waarschuwen,
zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn.”
29       Maar Abraham zei:
`Ze hebben Mozes en de Profeten;
daar moeten ze naar luisteren.”
30       Maar hij zei:
`Nee, vader Abraham, als iemand van de doden naar hen toe komt,
dan zullen zij zich bekeren.”
31       Maar Abraham antwoordde:
`Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren,
dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen
als iemand uit de doden opstaat.”
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Spreken wij ons geloof uit in de drie-ene God,
een God van driemaal Liefde.

Ik geloof dat het leven mij geschonken werd
door God, onze Vader, bron van liefde.
Ik geloof dat ik geroepen ben
om mee te werken aan een toekomst
die voor elke mens menswaardig is.

Ik geloof in die uitzonderlijke mens
die niet geleefd heeft voor zichzelf.
Ik geloof in die mens
die wij kennen als zoon van mensen
en zoon van God,
die een ereplaats gaf aan mensen
die over het hoofd werden gezien.

Ik geloof dat zijn Geest onder ons werkt
als wij in zijn naam samen zijn
en wij elkaar levenskansen geven.
Ik geloof dat zijn Geest
ons telkens weer aanspoort
om naar elkaar om te zien
en zo mensen te worden met en voor elkaar.

Ik geloof dat ons leven
niet zal eindigen in het zinloze niets,
maar dat wij eens zullen leven
bij de bron van liefde die ons dit leven schonk.
Amen.


Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer op te dragen
.

– Bidden wij dat God het tot ons laat doordringen
dat Hij onze redding heeft gelegd in de mens naast ons,
in de mens voor wie wij soms de ogen sluiten.
Laat niet toe dat wij genoeg hebben aan wat we hebben en zijn voor onszelf
en zo meebouwen aan de hel waarin anderen opgesloten zitten.
Laten wij bidden…

– Bidden wij dat wij God en zijn koninkrijk vinden,
als we op zoek gaan naar hen die vergeten worden,
als wij warmhartig onze voordeur openen voor de Lazarussen die,
hopeloos en verlaten,
bij ons aankloppen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij dat wij als gemeenschap solidair reageren
wanneer mensen onder ons geslagen worden door het noodlot of natuurgeweld. Mogen zij zich gedragen voelen door vele uitgestoken handen
en daaraan de moed ontlenen om opnieuw te gaan bouwen aan geluk en toekomst voor hen zelf en voor hun kinderen.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden wij voor alle arme en ontredderde mensen:
dat wij oog hebben voor hun zorgen,
en dat wij goed en recht doen aan hen die tekortkomen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor alle rijke en vaak egoïstische mensen:
dat ze Gods waarschuwing ernstig nemen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor allen die gescheiden worden door muren van onbegrip:
dat ze elkaar terugvinden.
Laten wij bidden…


Gebed over de gaven

God en Vader,
rond dit brood en deze wijn, genomen uit het alledaagse leven,
willen wij als gemeenschap samen zijn.
Deze tekenen, die ook uw tekenen zijn,
hebben mensen geïnspireerd
tot onberekende inzet,
tot verrassende stappen,
tot andere gedachten.
Uit deze tekenen kan vrijheid groeien
en opstanding ten leven,
ook voor hen die het moeten stellen
met de kruimels die van rijk gevulde tafels vallen.
Laten wij dit brood breken en deze wijn drinken
als ons verbond met de armen van vandaag. Amen.


Tafelgebed

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen delen
om anderen een menswaardig bestaan te verzekeren,
voor hen die hun huis gastvrij openstellen.

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen luisteren
naar het leed van anderen,
die wonden genezen
door de pijn te helpen dragen;
voor mensen die kunnen troosten.

Wij danken U, God,
voor mensen die rust en stilte brengen,
die oog hebben voor kleine dingen,
die zich verheugen in de grootheid van anderen.

Wij danken U, God,
voor mensen die hongeren naar gerechtigheid,
die lijden omwille van het onrecht
dat anderen wordt aangedaan.

Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het leven,
die hun hart openen voor vergeving en verzoening.

Wij danken U, God,
voor mensen die zuiver zijn in hun bedoelingen,
die oprecht zijn in hun woorden,
die trouw blijven aan hun vrienden.

Wij danken U, God,
voor mensen die zich spiegelen
aan de levenswijze van Jezus.
Met hen getuigen en loven wij U, God:

Heilig, heilig, heilig …

Geen andere zekerheid is ons gegeven, Heer God,
dan op weg te zijn naar U.

Ons zoeken naar U
maakt ons tot een volk onderweg.
Mensen die verdwalen worden toegesproken
door Jezus, uw zoon,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
En als wij ons nestelen in onze zelfgenoegzaamheid,
Heer, roep ons dan weer op.

Toen Jezus die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zat
gaf Hij hun een heilig teken:
Hij nam wat brood, dankte U, Vader,
brak het, deelde het uit en zei:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Na de maaltijd nam Hij ook de beker, zegende die,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hieruit, dit is mijn bloed,
mijn levenskracht, voor u vergoten
tot vergeving van zonden,
tot verbondenheid onder mensen.
Kom samen, en doe dit telkens opnieuw,
en weet dan dat Ik bij u ben.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer God,
stuur ons op weg in de geest van Jezus, uw Zoon:
dat wij nieuwe wegen van goedheid banen,
paden van gerechtigheid en onderlinge vrede;
dat wij het leven leefbaar maken
en het puin ruimen van ons egoïsme.

Doe onder ons profeten opstaan
die het vuur van uw goedheid brandend houden,
die uw licht laten stralen,
ook in donkere momenten van ons leven.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God,
die ons doet leven dank zij uw Geest,
hier en nu en in de eeuwen der eeuwen.
Amen.


Onze Vader

Bidden wij als kinderen van dezelfde Vader,
met de woorden die zijn Zoon ons heeft voorgebeden:
Onze Vader….

Gij, Heer, die ons ruimte en vrijheid gunt,
leer ons die zo gebruiken
dat wij ieder mens op onze weg in zijn waarde laten,
en hem proberen te zien met Uw ogen.
Als Gij ons ontvankelijk maakt voor elkaar
zullen wij hoopvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens

Gij die onvermoeibaar zijt in het maken van nieuw begin,
Gij die steeds opnieuw uw hoop vestigt op mensen,
wees met de moedelozen die niet meer durven hopen
dat de wereld ooit nog leefbaar wordt voor al uw mensen.
Doe hen en ons weer geloven
dat onheil ten goede gekeerd kan worden
als wij er ons willen en durven voor inzetten.
Doe hen en ons weer geloven
dat Gij uw beloofde vrede zult schenken als wij ze waarmaken, met elkaar.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
Wensen wij elkaar die vrede van harte toe.

Lam Gods

Communie

Brood breken, een simpel gebaar.
Het kost je niets… geen geld, geen inspanning.
Maar je leven delen, zoals Jezus deed,
voor ieder mens die je ontmoet
voor iedere Lazarus die voor je voordeur ligt,
dat is niet zo eenvoudig. Daarom kunnen wij enkel maar stamelend bidden:
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning

Enkele weken voor zijn dood
zei de gekende zwarte leider Martin Luther King:
“Als ik ooit zal sterven,
hoop ik dat gij die dag kunt zeggen
dat ik heel mijn leven getracht heb
de hongerigen te voeden
en de naakten te kleden,
de gevangenen te bezoeken
en allen te beminnen die een beroep op mij deden.
Er zal geen geld zijn dat ik kan nalaten.
Er zullen geen luxueuze aardse goederen zijn voor mijn erfgenamen.

Wat ik wil nalaten, is een toegewijd leven.
Als ik slechts iemand heb kunnen helpen in het voorbijgaan,
als ik maar iemand heb kunnen opbeuren
met een vriendelijk woord of een hoopvol liedje,
als ik maar iemand heb kunnen aantonen
dat hij de verkeerde weg opging,
dan heb ik niet tevergeefs geleefd,
dan heb ik de wil van de Meester volbracht.”


Slotgebed 1

God, Vader der kleinen,
enkel door te breken en te delen
kunnen wij leren wat vermenigvuldigen is.
Leer ons zo te delen met wie niets heeft.
Maak ons tot herauten van uw boodschap,
tot vissers van mensen die dreigen te verdrinken,
tot verdedigers van rechtvaardigheid en gelijkheid,
tot pleitbezorgers van eenheid en solidariteit,
naar het voorbeeld van Jezus van Nazareth,
zo gelijkend op U, dat Hij genoemd werd
uw Zoon en onze Heer. Amen.

Slotgebed 2

Heer, onze God,
voor velen van ons is het vanzelfsprekend
dat er voldoende voedsel en kleding is
en middelen in overvloed tot vakantie en ontspanning.
Anderen lijden gebrek aan alles.
Leer ons begrijpen
dat delen een kwestie is van rechtvaardigheid.
Laat ons denken aan Jezus’ woord:
wat je voor de minsten der mijnen hebt gedaan,
heb je voor Mij gedaan.
Dit vragen wij U, door Christus Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.


Zending en zegen

Houden wij vast aan het woord dat Abraham sprak.
Moge de boodschap van Mozes en de profeten,
dezelfde boodschap die ook Jezus verkondigde,
ons tot het inzicht brengen
dat onze redding slechts verzekerd is
als wij anderen onze reddende hand toesteken.

Mogen wij van hier weggaan,
gezegend en gezonden door God, die voor ons wil zijn:
+ Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.