24e zondag door het jaar C 2019

15 09 2019

Begroeting

Van harte welkom u allen
die met elkaar gemeenschap wil vormen rond het altaar van de Heer.
Wees gezegend in de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Samen gemeenschap vormen.
Het klinkt mooi… maar het blijft vaak theorie.

Want hoe reageren wij op mensen, of groepen van mensen, die ons niet liggen
en die dichter in onze buurt komen dan ons lief is,
of die een taak kregen toegewezen
waardoor wij geregeld met hen te maken zullen hebben?

Niet zelden gaan mensen zich dan afschermen.
Indachtig het spreekwoord dat de aanval de beste verdediging is,
komt onder gelijkgezinden dan vaak het roddelcircuit op gang:
“Waar halen ze het uit om die binnen te halen? Die deugt niet voor dat werk”.
Of: “Die deugt niet, tout court”.
Samen ageren tegen een gemeenschappelijke vijand
creëert naar binnen een gevoel van solidariteit
en is naar buiten toe dikwijls een succesvolle tactiek: ‘Waar rook is, is vuur’.

Dat fenomeen komt ons zeker bekend voor
in onze buurt, in onze familie, op het werk.
Ook in onze parochiegemeenschap klinkt wel eens
een eigentijdse variant van de beginwoorden van de evangelietekst van vandaag:
‘De Farizeeën en Schriftgeleerden morden en zeiden:
“Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”
Hoe reageert Jezus daarop?
Daarover willen wij ons in deze eucharistie bezinnen.

Maar laten wij beginnen met God om vergeving te vragen
en aan elkaar vergeving te schenken.

Openingswoord 2

Aan iets dat je terugvindt,
beleef je vaak meer vreugde
dan aan wat je al lang bezit.
Toen ik, toevallig in een doos oude rommel,
een album vond van mijn moeder met foto’s
van ons jong gezin,
– foto’s die ik al lang verloren waande –
toen was ik echt gelukkig.
Vandaag schetst Jezus een portret van God
die op zoek is naar mensen,
in de hoop hen terug te vinden.
Misschien zijn u en ik wel de mensen naar wie Hij op zoek is.
Misschien is God straks gelukkig,
omdat Hij ons heeft weergevonden.
Zijn wij bereid om ons door God te laten vinden?
Geven we Hem daartoe de kans?

Vergevingsmoment 1

-Wij vinden alles wat we hebben zo vanzelfsprekend
dat we er nauwelijks nog bij stilstaan
dat we zoveel mogelijkheden hebben om te genieten,
om dankbaar te zijn.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Wij oordelen zo gemakkelijk over mensen
die in onze ogen van het goede pad zijn afgedwaald.
We sluiten mensen vaak uit omwille van hun verleden.
We wanen ons zo gemakkelijk beter dan een ander.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Wij komen zo moeilijk tot oprecht berouw.
We halen dan allerlei argumenten aan
om dat wat we verkeerd deden, aannemelijk te maken.
Zo geven we God niet de kans ons hart te toetsen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, neem de hardheid weg uit ons hart,
en vervang die door goedheid en mededogen voor alle mensen. Amen.

Gebed om ontferming 2

Vergeten en vergeven…
Het is niet gemakkelijk.
Daarom willen we bidden tot God.

-Dat wij niet alleen zouden kijken
naar wat mensen verkeerd deden,
maar ook en vooral naar wat ze goed doen.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Dat wij niet kwaad zouden blijven
op hen die ons kwaad aandeden,
maar durven vergeven
en elkaar opnieuw vriendelijk in de ogen mogen kijken.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Wij danken U, God,
dat Gij ons wilt vergeven,
steeds opnieuw,
hoe ver we ook van huis zijn weggelopen.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge:
eer aan de Vader die de oorsprong is,
eer aan de Zoon die in de wereld kwam,
eer aan de Geest: Hij maakt ons vrij.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde:
zondaars vinden bij Hem genade,
zieken troost en geneest Hij,
armen brengt Hij zijn Blijde Boodschap.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde
door liefde onder de mensen.
Liefde die de dood overwint,
de tranen wegwist uit onze ogen
en alles nieuw maakt. Amen.

Openingsgebed 1

Net zoals die vader uit het evangelie
die op zijn zoon wacht,
zo wacht ook Gij, God, ons op
met een hart vol liefde en vergeving.
Vaak zien wij dat echter niet.
Open daarom onze ogen
en laat ons ervaren dat Gij
alleen maar het beste voor ons wilt.
Wij vragen U dit door Christus, onze Heer. Amen.

Openingsgebed 2

Goede God,
als uw kinderen komen wij hier samen rond uw Woord en Brood.
Want wie zouden wij zijn zonder U?
Laat ons delen in de vreugde van uw liefde
en in de warmte van uw tederheid.
Dat vragen wij U voor vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.
vrij naar Thomasvieringen

Lezingen

Luisteren we naar de Schrift die ons vertelt hoe God naar zondaars op zoek gaat.

Eerste lezing (Ex., 32, 7-11. 13-14)

Uit het boek Exodus

7           In die dagen sprak de Heer tot Mozes:
`Ga nu naar beneden, want het volk dat u uit Egypte hebt geleid,
is tot zonde vervallen.
8           Ze zijn nu al afgeweken van de weg
die Ik hun had voorgeschreven:
ze hebben een stierkalf gemaakt,
ze buigen zich daarvoor neer,
ze dragen er offers voor op en schreeuwen:
`Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid.” ‘
9           Ook sprak de Heer tot Mozes:
`Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is.
10         Laat Mij begaan,
dan zal Ik hen in mijn brandende toorn vernietigen.
Maar van u zal Ik een groot volk maken.’
11         Mozes trachtte de Heer zijn God gunstig te stemmen en vroeg:
`Waarom, Heer, zou U uw toorn laten woeden tegen uw volk,
dat U met grote kracht en sterke hand uit Egypte hebt geleid?
13         Denk aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël,
aan wie U onder ede beloofd hebt:
`Ik zal uw nakomelingen talrijk maken als de sterren aan de hemel,
en heel het land waarover Ik heb gesproken
zal Ik uw nakomelingen voor altijd in bezit geven.
Het zal voor eeuwig hun erfdeel zijn.” ‘
14         Toen zag de Heer af van het onheil
waarmee Hij zijn volk had bedreigd.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing
(Tim., 1. 12-17)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan Timoteüs

Dierbare,
12         Ik zeg dank aan Hem die mij gesterkt heeft, Christus onze Heer,
omdat Hij mij vertrouwen heeft geschonken,
door mij in zijn dienst te nemen,
13         hoewel ik vroeger een godslasteraar was,
een vervolger en een overmoedige.
Maar ik heb barmhartigheid ondervonden,
omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid.
14         De genade van onze Heer heeft mij overstelpt,
en daarmee het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn.
15         Dit woord is betrouwbaar en verdient volledige instemming:
`Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.’
En de eerste van hen ben ik.
16         Daarom juist heb ik barmhartigheid ondervonden:
Christus Jezus wilde aan mij als eerste
heel zijn lankmoedigheid tonen,
als een voorbeeld voor allen die in de toekomst
op Hem zouden vertrouwen,
omwille van het eeuwige leven.
17         Aan de koning van de eeuwen,
aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God
zij de eer en de glorie tot in alle eeuwigheid! Amen.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lc., 15. 1-32)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

1          Telkens kwamen alle tollenaars en zondaars naar Jezus luisteren.
2           De farizeeën en schriftgeleerden spraken daar schande van en zeiden:
`Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
3           Maar Hij vertelde hun deze gelijkenis:
4           `Als een van u honderd schapen heeft en er één van verliest,
laat hij dan niet de negenennegentig andere schapen
in de eenzaamheid achter om op zoek te gaan naar het verloren schaap,
totdat hij het vindt?
5           En als hij het gevonden heeft,
neemt hij het vol blijdschap op zijn schouders;
6           thuisgekomen roept hij zijn vrienden en buren en zegt hun:
`Deel in mijn blijdschap
want ik heb mijn verloren schaap weer teruggevonden.”
7           Ik zeg u, zo zal er in de hemel meer blijdschap zijn
over één zondaar die zich bekeert,
dan over negenennegentig rechtvaardigen
die geen bekering nodig hebben.
8           Of als een vrouw die tien drachmen heeft, er één verliest,
steekt ze dan niet een lamp aan,
veegt het huis en zoekt zorgvuldig totdat zij die drachme vindt?
9           En als zij die gevonden heeft,
roept ze haar vriendinnen en buren en zegt:
`Deel in mijn blijdschap, want de drachme die ik verloren had,
heb ik teruggevonden.”
10 Zo, zeg Ik u, is er blijdschap bij de engelen van God
over één zondaar die zich bekeert.’
11         Hij zei: `Iemand had twee zonen.
12         De jongste zei tegen zijn vader:
`Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.”
En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
13         Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land,
waar hij het verkwistte in een losbandig leven.
14         Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land
en ook hij begon gebrek te lijden.
15         Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land;
die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden.
16         Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten,
maar niemand gaf hem wat.
17         Toen kwam hij tot zichzelf en zei:
`Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed,
en ik verga hier van de honger!
18         Ik ga terug naar mijn vader.
Ik zal hem zeggen:
Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
19         ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten,
behandel me als een van uw dagloners.”
20         En hij ging terug naar zijn vader.
Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd;
snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.
21         `Vader,” zei de zoon tegen hem,
`ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.”
22         Maar de vader zei tegen zijn slaven:
`Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan,
doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten.
23         Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
24         want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.” En het feest begon.
25         Maar zijn oudste zoon was nog op het land.
Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans.
26         Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was.
27         Die antwoordde:
`Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht,
omdat hij hem gezond en wel terug heeft.”
28         Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen.
Daarop kwam zijn vader naar buiten
en probeerde hem tot andere gedachten te brengen.
29         Maar hij gaf zijn vader ten antwoord:
`Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden,
maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven
om met mijn vrienden feest te vieren.
30         Maar nu die zoon van u is thuisgekomen,
die uw vermogen met hoeren heeft verbrast,
hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”
31         Maar hij zei :
`Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou.
32         We moeten feestvieren en blij zijn,
want die broer van je was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.” ‘
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God, die liefde is
en ons de wereld schenkt.

Ik geloof ook dat God ons roept en zendt
om van deze wereld een thuis te maken:
een wereld zonder honger,
zonder oorlog, zonder haat,
een wereld vol goedheid,
rechtvaardigheid en vrede.

Ik geloof in Jezus Christus,
die geroepen en gezonden werd
om lief en leed met ons te delen
om, geborgen in Gods liefde,
zich te geven aan de mensen.

Ik geloof ook dat de Heer ons roept en zendt
om lief en leed te delen in liefde met elkaar.

Ik geloof dat de Heer zijn Geest van liefde
schenkt aan alle mensen.

Ik geloof ook dat de Heer ons roept en zendt
om van zijn Blijde Boodschap te getuigen
in woord en daad;
opdat alle mensen van de wereld
broers en zusters zouden worden
in de Kerk van zijn liefde,
op weg naar zijn Rijk van vrede
en vriendschap voor altijd. Amen.

Voorbeden 1

Moge God ons verhoren wanneer we bidden voor wat echt goed is
voor onszelf en voor de toekomst van onze samenleving.

-Bidden wij dat het ooit mag gebeuren
dat niemand een ander nog kleineert of naar zijn hand zet,
dat wij durven kiezen voor wie laag geacht wordt,
dat we echt delen met de minderbedeelden
en hun niet enkel een aalmoes toeschuiven,
dat christenen reageren wanneer gerechtigheid geweld wordt aangedaan.
Laten wij bidden…

-Bidden wij dat het ooit mag gebeuren
dat niemand zich neerlegt bij verdeeldheid,
ook niet bij verdeeldheid onder christenen,
dat barrières worden geslecht en alle kloven worden gedempt,
dat gemeenschappelijkheid het wint
van misverstanden en de zelfgenoegzame zekerheid van het eigen gelijk.
Laten wij bidden…

-Bidden wij dat het ooit mag gebeuren
dat wij afstand doen van onze trots,
dat wij erkennen wanneer wij fanatiek waren,
dat wij onze vooroordelen afleggen,
dat wij liever onze tong afbijten dan over anderen te roddelen.
Laten wij bidden…

-Bidden wij dat het ooit mag gebeuren
dat wij elkanders bondgenoten worden
als gerechtigheid moet worden gedaan,
als vrede moet worden gesticht,
als handen moeten worden gereikt,
als liefde moet worden gezaaid,
zodat Gods wil kan geschieden op aarde als in de hemel.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

-Bidden wij voor allen
die zich niet geaccepteerd weten,
die kennelijk niet mogen zijn zoals ze zijn.
Voor allen die zich afgeschreven voelen,
vastgepind op hun verleden.
Dat er mensen voor hen opstaan
die het voor hen opnemen.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor allen
die verdwaald zijn in hun eigen problemen.
Voor allen die hun gevoel voor eigenwaarde hebben verloren.
Dat zij door mensen vol begrijpende liefde,
terug op weg worden gezet naar een positieve toekomst.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor allen
die elkaar zijn kwijtgeraakt.
Voor allen die in onmin leven met anderen
en dat soms al jaren.
Dat ze de moed opbrengen de eerste stap terug naar elkaar te zetten.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor Gods Kerk op aarde,
geroepen om een voorbeeld van gerechtigheid te zijn,
om dienstbaar te zijn over alle grenzen heen
en om zorgzaam te zijn voor elke mens, voor de zwaksten het meest.
Laten wij bidden…

God,
maak ons mild en vol begrip,
zuiver ons hart en schenk ons uw vrede. Amen.
naar Gerard Kock

Gebed over de gaven 1

God, onze Vader,
maak ons bereid
om in deze maaltijd
elkaar het brood van vergeving
en de beker van gemeenschap
aan te bieden,
omwille van Hem die Gij ons tot voorbeeld hebt gegeven:
Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 2

Zorgzame en nabije God,
brood en wijn zetten wij op uw tafel,
tekens van uw dagelijkse zorg voor ons,
teken ook van onze dagelijkse inzet.
Maak ze ook tot tastbare tekens van uw Liefdesverbond met ons
in Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Tafelgebed

Wat geen oog heeft gezien,
en geen oor heeft gehoord,
wat in geen mensenhart is opgekomen,
hebt Gij, God, bereid voor allen die U liefhebben.

Gij hebt U geopenbaard als een God
die er alles voor over heeft
als wij mensen maar tot leven komen.

Zoals een moeder haar kind draagt,
zoals een vader opkomt voor zijn zoon,
zo zijt Gij voor ons een trouwe God
die doet wat Gij zegt,
die uw Verbond bewaart.

Ook als ons hart ons aanklaagt,
uw hart is groter dan een mensenhart.
Ook als wij worden verscheurd door onze gebrokenheid,
uw barmhartigheid kent geen grenzen.
Daarom zeggen wij U toe:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Biddend en vol eerbied willen wij gedenken
wat Gij voor ons hebt gedaan in Jezus, uw Zoon.
Getekend als een slaaf,
heeft Hij zichzelf overgeleverd,
werd Hij Brood, voor ons gebroken,
een Beker die overvloeit van leven,
het Lam dat naar de slachtbank werd geleid,
dat de zonden van de wereld wegneemt.

Op de avond voor zijn lijden en dood
heeft Hij brood in zijn handen genomen,
zijn ogen opgeslagen naar U, God, zijn barmhartige Vader,
de zegen uitgesproken, het brood gebroken
en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden:

Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt.
Zo nam Hij ook, toen zij gegeten hadden,
de beker in zijn handen.
Hij sprak de zegen en het dankgebed,
reikte hem over aan zijn leerlingen en zei:

Neem deze beker, en drink hier allen uit,
want dit is de beker
van het nieuwe, altijddurende Verbond;
dit is mijn Bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.

Daarom, God, gedenken wij zijn lijden en dood,
en in Hem allen die lijden en sterven,
die zijn weg gaan ten einde toe.

En wij bidden U:
zend ons uw Heilige Geest,
adem ons open,
opdat wij ontvankelijk mogen zijn
voor het geheim van iedere mens.

Verwarm ons hart,
opdat wij het wonder van ons leven
mogen beschermen voor elkaar.
Besproei ons met de dauw
van uw mildheid en mededogen,
opdat wij elkaar van dag tot dag
met nieuwe ogen mogen zien,
opdat wij elkaars tekorten mogen dragen
en elkaar verrijken.

Maak ons krachtig en sterk,
opdat wij wegen mogen zoeken van vrede.
Dat ons hart vol mag zijn van uw gerechtigheid
voor allen die leven.

En laat die gezindheid in ons heersen
die in Jezus, uw Zoon, was
opdat wij op Hem mogen gelijken in leven en sterven.

Zo willen wij uw naam verheerlijken
door Hem, met Hem en in Hem,
die met U leeft in de eenheid van de Geest,
God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Uit: Met menselijke ogen zien in het licht van Gods gelaat door Paul                                             Bruggeman en Gerard Zuidberg

Onze Vader

Vanuit ons geloof in Jezus als Gods Zoon,
maken wij zijn woorden tot de onze
en bidden tot zijn en onze Vader:
Onze Vader…

Laat uw barmhartigheid over ons stralen, God.
Keer U naar ons en wacht ons op met open armen.
Stimuleer het goede dat in ons sluimert
en maak ons even liefdevol en attent tegenover de anderen
zoals Jezus ons voordeed,
Hij, uw Zoon, de Messias.
Want van U is het Koninkrijk…

Vredeswens

In een wereld waarin macht regeert
en plezier telt,
ging Jezus het smalle pad van eenvoud, dienstbaarheid,
vergevingsgezindheid en mildheid
en toonde ons daarin zijn vrede.
Die vrede zij altijd met u.
En wensen wij elkaar die vrede van harte toe.

Communie

Jezus gaf Zichzelf aan ons tot voedsel voor onderweg.
Wanneer wij de weg gaan
van oog om oog en tand om tand
naar oog in oog en hand in hand,
dan gaan wij de weg die leidt naar het beloofde land.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

God heeft de aarde gemaakt
voor de mensen
en de mensen voor de aarde.
Zij zijn voor elkaar geschapen:
de aarde en de mensen horen bij elkaar.

God heeft de mensen gemaakt
voor de mensen.
Ze worden voor elkaar geboren,
ze zijn voor elkaar geschapen:
op aarde horen mensen bij elkaar.

Het was niet Gods plan
dat sterke mensen rijk zouden zijn
en rijke mensen sterk.
Het was niet zijn plan
dat zwakke mensen arm zouden zijn
en arme mensen  zwak.
Hij heeft ze voor elkaar geschapen,
ze worden voor elkaar geboren
om op aarde ‘mens’ te zijn.

God wil dat mensen
samen zijn met mensen.
Dat ze samen wonen,
samen werken,
samen leven,
geen bedreiging zijn voor elkaar,
maar elkaar beschermen
als in een tuin waar alles veilig is.

Bezinning 2

Zijn wij de jongste zoon
en hebben wij ons deel geëist,
het erfdeel van de aarde in beslag genomen?
Het goud eruit gehaald,
de olie uitgeperst
en zoveel mineralen?
We hebben het deskundig weggesleept
en rijkelijk verkwist.
En dan maar feest gevierd
alsof er nooit een eind aan kon komen.

Zijn wij de jongste zoon
en hebben we brutaal de rug gekeerd naar ’t oude vaderhuis
en niet gezien hoe Hij ons nakeek
en zich afvroeg hoe wij nu gingen leven,
zonder zondag, zonder eerbied voor zijn naam?
Hij keek ons na…
maar kom, het is al zolang geleden.

Zijn wij de jongste zoon
en doen de scherven van plezier ons zoveel pijn?
Is het wanhoop of ontgoocheling of schuldgevoel
om wat verloren ging,
en willen wij onszelf ontlopen en vergeten?
Is het daarom dat we dronken willen zijn
en iets verwachten van een drug,
van een opgepepte sfeer?
Het vaderhuis is zo eindeloos ver,
maar heimwee zo dichtbij.

Zijn wij de jongste zoon?
Zullen wij ooit de veerkracht hebben
om op te staan
en alle wanhoop af te schudden
en schuldbewust de weg terug te gaan?
De weg terug,
een weg als een bekentenis,
de oude weg naar het vaderhuis,
waar de lichten nog branden.

Zijn wij de jongste zoon
en is het erfdeel bijna opgebruikt
en voelen wij hoe vreemd wij leven tussen vreemden?
Straks gaan we, schamel en berooid,
langs alle straten van de wereld
en zoeken wij vergeefs zoiets als het vaderhuis,
waar wij eens als kind speelden
en elke honger nog te stillen was.

Zijn wij de jongste zoon
die, door instinct gedreven,
verminkt en haveloos,
het vaderhuis betreedt?
De onrust en het jagen,
de weerzin en de lust…
Het is allemaal voorbij:
het schip glijdt in de haven
en elke dag wordt weer gewoon als vroeger:
elke dag een feest.
naar Levensecht

Slotgebed 1

Wij strekken onze handen uit naar een toekomst die niet eeuwig kan uitblijven.
Wij wedden op de kracht van alle strijders voor gerechtigheid,
van alle zoekers naar vrede.
Wij strekken onze hand uit naar U, God,
om samen uw droom tot werkelijkheid te maken:
een aarde die behoort aan allen. Amen.

Slotgebed 2

Wat je ook gedaan hebt,
als je dat wil, ben je altijd opnieuw welkom bij Mij – zegt God.
Ik kijk naar je uit en wil voor je bidden
opdat je de stap kunt zetten en om vergeving durft vragen.
Ik wil je omarmen en je liefhebben,
omdat je mijn kind bent en blijft,
waarheen jouw weg je ook heeft geleid.
Geef je Mij die kans?
Mag Ik jouw hart verwarmen met mijn warmhartigheid?
Ik hoop het – zegt God.
naar Erwin Roosen

Zending en zegen

Wie van dwaalwegen terugkeren
worden door God ontvangen met feest en vrolijkheid.
Ook zij die menen dat ze altijd trouw Gods wegen bewandelen
worden uitgenodigd om in die blijdschap te delen.
Met die Boodschap gaat ieder van ons weer zijn eigen weg.
Als wij op die weg in zijn voetspoor lopen
zal onze God van vreugde ons zegenen:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.