24e zondag door het jaar C 2013

15 09 2013

Begroeting

Van harte welkom u allen
die met elkaar gemeenschap wil vormen rond het altaar van de Heer.
Wees gezegend in de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Aan iets dat je terugvindt,
beleef je vaak meer vreugde
dan aan wat je al lang bezit.
Toen ik, toevallig in een doos oude rommel,
een album vond van mijn moeder met foto’s
van ons jong gezin,
– foto’s die ik al lang verloren waande –
toen was ik echt gelukkig.
Vandaag schetst Jezus een portret van God
die op zoek is naar mensen,
in de hoop hen terug te vinden.
Misschien zijn u en ik wel de mensen naar wie Hij op zoek is.
Misschien is God straks gelukkig,
omdat Hij ons heeft weergevonden.
Zijn wij bereid om ons door God te laten vinden?
Geven we Hem daartoe de kans?

Openingswoord 2

God is liefde en alleen maar liefde.
Zo zou je het evangelie van vandaag kunnen samenvatten.
In de verschillende parabels die Jezus vertelt,
zit een rode draad:
omdat Hij liefde is,
geeft God het niet zomaar op met ons!
Hij blijft geloven
dat er in ons hart plaats is
waar zijn liefde goede grond vindt en vruchten kan dragen.
En als we zijn verloren gelopen,
wil Hij zelfs alles achterlaten om ons te zoeken en weer op te nemen.
Geven wij God die kans?
Want Hij kan dan wel de Goede Herder zijn
die op zoek gaat naar zijn schaap,
maar als het schaap het vertikt om uit zijn schuilplaats te komen,
zal zijn zoektocht zonder resultaat blijven.

Vergevingsmoment 1

-Heer, dikwijls gaan we onze eigen wegen,
los van U, los van elkaar
en op de duur lopen we verloren…
Blijf ons toch maar zoeken, God.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, al te gemakkelijk
leveren we kritiek op mensen die de verkeerde weg opgingen
en laten we hen links liggen…
terwijl Gij niemand afschrijft
en ook die mensen blijft opzoeken.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer, ons geloof dat Gij een God zijt
die toch altijd vergeeft
maakt van ons soms lakse mensen
die het allemaal niet zo nauw nemen.
Toch vindt Gij er vreugde in,
ons terug te vinden als wij weer eens verloren lopen.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Vergevingsmoment 2

Hier, in Gods tegenwoordigheid,
willen wij eerlijk en oprecht in ons eigen hart kijken.
Zo kunnen wij nieuwe mensen te worden.

-Voor die jongste zoon in ons
die uit het huis van de Vader weggaat
op zoek naar andere waarden
dan deze die Gij, Vader, ons hebt aangereikt.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Voor die jongste zoon in ons
die zo moeilijk kan terugkeren
naar het huis van de Vader om zijn zwakheid te belijden,
zijn schuldgevoel los te laten
en de onvoorwaardelijke liefde van de Vader te erkennen.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Ook voor die oudste zoon in ons
die ten onder gaat aan de diepe klacht:
“Ik deed zo mijn best,
ik werkte zo lang en hard
en toch heb ik niet ontvangen
wat anderen zo gemakkelijk krijgen”.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Vergevingsmoment 3

-Heer, wijzelf lopen al eens verloren
en dan kijken we wanhopig uit naar de hulp van anderen.
Als anderen de weg kwijt zijn,
doen we dikwijls niet de moeite om ze terug op te vissen,
zijn we geen goede herder voor onze medemens.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus,
wij vinden zoveel dingen in ons leven zo vanzelfsprekend,
dat we er vaak geen moeite meer voor doen.
Het is pas wanneer ze we kwijt raken
dat we beseffen hoe kostbaar ze zijn,
zoals bijvoorbeeld de waarde van echte vriendschap
of van uw oneindige liefde.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer,
als we, zoals de jongste zoon in de parabel,
verkeerd waren en we na veel moeite onze fouten willen erkennen
en op onze passen willen terugkeren,
dan is vergeving maar mogelijk als de ander, zonder veroordeling,
klaar staat om ons terug te aanvaarden, ook al zijn we allesbehalve volmaakt.
Zulke houding opent kansen op nieuwe perspectieven.
Met een bang hart hopen we op zo ’n barmhartige houding van de ander,
maar zelf kunnen we die barmhartigheid vaak niet opbrengen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Barmhartige God,
zoek ons telkens weer op
en kom ons tegemoet met uw oneindige liefde. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge:
eer aan de Vader die de oorsprong is,
eer aan de Zoon die in de wereld kwam,
eer aan de Geest: Hij maakt ons vrij.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde:
zondaars vinden bij Hem genade,
zieken troost en geneest Hij,
armen brengt Hij zijn Blijde Boodschap.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde
door liefde onder de mensen.
Liefde die de dood overwint,
de tranen wegwist uit onze ogen
en alles nieuw maakt. Amen.

Openingsgebed 1

Gij, die ons blijvend zoekt,
die niets liever wilt dan ons te laten delen in uw feest van liefde,
doe ons inzien dat wij voortdurend leven uit uw hand.
Kom ons tegemoet,
wek ons steeds opnieuw tot leven,
omkleed ons met uw vreugde.
Dan zullen wij met ons hart
uw hart verstaan dat warm klopt voor elke mens. Amen.

Openingsgebed 2

Net zoals die vader uit het evangelie
die op zijn zoon wacht,
zo wacht ook Gij, God, ons op
met een hart vol liefde en vergeving.
Vaak zien wij dat echter niet.
Open daarom onze ogen
en laat ons ervaren dat Gij
alleen maar het beste voor ons wilt.
Wij vragen U dit door Christus, onze Heer. Amen.

Lezingen

In de eerste lezing herinnert Mozes God aan zijn trouw tegenover zijn volk.
Op grond van die trouw is God bereid tot vergeving en barmhartigheid.
In de tweede lezing spreekt Paulus zijn dankbaarheid uit
omdat hij door God uit zijn zondig bestaan werd gered.
In de evangelielezing leert Jezus ons dat Gods liefde stand houdt,
ook als de mens God de rug toekeert.

Eerste lezing (Ex., 32, 7-11. 13-14)

Uit het boek Exodus

7           In die dagen sprak de Heer tot Mozes:
`Ga nu naar beneden, want het volk dat u uit Egypte hebt geleid,
is tot zonde vervallen.
8           Ze zijn nu al afgeweken van de weg
die Ik hun had voorgeschreven:
ze hebben een stierkalf gemaakt,
ze buigen zich daarvoor neer,
ze dragen er offers voor op en schreeuwen:
`Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid.” ‘
9           Ook sprak de Heer tot Mozes:
`Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is.
10         Laat Mij begaan,
dan zal Ik hen in mijn brandende toorn vernietigen.
Maar van u zal Ik een groot volk maken.’
11         Mozes trachtte de Heer zijn God gunstig te stemmen en vroeg:
`Waarom, Heer, zou U uw toorn laten woeden tegen uw volk,
dat U met grote kracht en sterke hand uit Egypte hebt geleid?
13         Denk aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël,
aan wie U onder ede beloofd hebt:
`Ik zal uw nakomelingen talrijk maken als de sterren aan de hemel,
en heel het land waarover Ik heb gesproken
zal Ik uw nakomelingen voor altijd in bezit geven.
Het zal voor eeuwig hun erfdeel zijn.” ‘
14         Toen zag de Heer af van het onheil
waarmee Hij zijn volk had bedreigd.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Tim., 1. 12-17)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan Timoteüs

Dierbare,
12         Ik zeg dank aan Hem die mij gesterkt heeft, Christus onze Heer,
omdat Hij mij vertrouwen heeft geschonken,
door mij in zijn dienst te nemen,
13         hoewel ik vroeger een godslasteraar was,
een vervolger en een overmoedige.
Maar ik heb barmhartigheid ondervonden,
omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid.
14         De genade van onze Heer heeft mij overstelpt,
en daarmee het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn.
15         Dit woord is betrouwbaar en verdient volledige instemming:
`Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.’
En de eerste van hen ben ik.
16         Daarom juist heb ik barmhartigheid ondervonden:
Christus Jezus wilde aan mij als eerste
heel zijn lankmoedigheid tonen,
als een voorbeeld voor allen die in de toekomst
op Hem zouden vertrouwen,
omwille van het eeuwige leven.
17         Aan de koning van de eeuwen,
aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God
zij de eer en de glorie tot in alle eeuwigheid! Amen.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lc., 15. 1-32)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

1           Telkens kwamen alle tollenaars en zondaars naar Jezus luisteren.
2           De farizeeën en schriftgeleerden spraken daar schande van en zeiden:
`Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
3           Maar Hij vertelde hun deze gelijkenis:
4           `Als een van u honderd schapen heeft en er één van verliest,
laat hij dan niet de negenennegentig andere schapen
in de eenzaamheid achter om op zoek te gaan naar het verloren schaap,
totdat hij het vindt?
5           En als hij het gevonden heeft,
neemt hij het vol blijdschap op zijn schouders;
6           thuisgekomen roept hij zijn vrienden en buren en zegt hun:
`Deel in mijn blijdschap
want ik heb mijn verloren schaap weer teruggevonden.”
7           Ik zeg u, zo zal er in de hemel meer blijdschap zijn
over één zondaar die zich bekeert,
dan over negenennegentig rechtvaardigen
die geen bekering nodig hebben.
8           Of als een vrouw die tien drachmen heeft, er één verliest,
steekt ze dan niet een lamp aan,
veegt het huis en zoekt zorgvuldig totdat zij die drachme vindt?
9           En als zij die gevonden heeft,
roept ze haar vriendinnen en buren en zegt:
`Deel in mijn blijdschap, want de drachme die ik verloren had,
heb ik teruggevonden.”
10 Zo, zeg Ik u, is er blijdschap bij de engelen van God
over één zondaar die zich bekeert.’
11         Hij zei: `Iemand had twee zonen.
12         De jongste zei tegen zijn vader:
`Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.”
En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
13         Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land,
waar hij het verkwistte in een losbandig leven.
14         Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land
en ook hij begon gebrek te lijden.
15         Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land;
die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden.
16         Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten,
maar niemand gaf hem wat.
17         Toen kwam hij tot zichzelf en zei:
`Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed,
en ik verga hier van de honger!
18         Ik ga terug naar mijn vader.
Ik zal hem zeggen:
Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
19         ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten,
behandel me als een van uw dagloners.”
20         En hij ging terug naar zijn vader.
Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd;
snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.
21         `Vader,” zei de zoon tegen hem,
`ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.”
22         Maar de vader zei tegen zijn slaven:
`Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan,
doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten.
23         Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
24         want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.” En het feest begon.
25         Maar zijn oudste zoon was nog op het land.
Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans.
26         Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was.
27         Die antwoordde:
`Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht,
omdat hij hem gezond en wel terug heeft.”
28         Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen.
Daarop kwam zijn vader naar buiten
en probeerde hem tot andere gedachten te brengen.
29         Maar hij gaf zijn vader ten antwoord:
`Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden,
maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven
om met mijn vrienden feest te vieren.
30         Maar nu die zoon van u is thuisgekomen,
die uw vermogen met hoeren heeft verbrast,
hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”
31         Maar hij zei :
`Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou.
32         We moeten feestvieren en blij zijn,
want die broer van je was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.” ‘
KBS Willibrord 1995


Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God,
de God der beloften,

die ons tot leven roept,
die verdrukten opricht en zwakke mensen thuisbrengt.
Hij is de levende God.

Ik geloof in Jezus,
die gekomen is om te zoeken en te redden wat verloren was

die zich gegeven heeft voor alle mensen,
om de verspreide kinderen van God samen te brengen in één huis.
Hij is de hoop van de wereld.

Ik geloof in de Geest,
de Geest van vrede en eenheid
die ons eenzelfde taal doet spreken,
die ons tot gastvrijheid nodigt

die waar zal maken al wat ons werd beloofd.
Hij is de Geest van de beloften. Amen.
naar Frans Cromphout

Voorbeden

Moge God ons verhoren wanneer we bidden voor wat echt goed is
voor onszelf en voor de toekomst van onze samenleving.

-Bidden wij voor mensen die verloren lopen
omdat zij op hun werk ontslagen werden,
omdat ze vastgepind worden op hun verleden.
Moge zij zich laten vinden door medemensen
die hen tegemoet komen.
Laten we bidden…

-Bidden wij voor mensen die van zichzelf vervreemd zijn,
die hun eigenwaarde verloren
– al of niet door eigen schuld.
Moge zij zich laten vinden door medemensen
die hen doen thuiskomen bij zichzelf.
Laten we bidden…

-Bidden wij voor Gods Kerk,
geroepen tot woord en voorbeeld in deze wereld.
Dat zij mild en vergevingsgezind haar weg zoekt,
dat ze niemand buitensluit of afschrijft,
dat ze hartstochtelijk blijft zoeken
naar ieder die verloren loopt.
Laten we bidden..
.
                                                          naar Baptiste Tuin o.p.

Gebed over de gaven 1

Zorgzame en nabije God,
brood en wijn zetten wij op uw tafel,
tekens van uw dagelijkse zorg voor ons,
teken ook van onze dagelijkse inzet.
Maak ze ook tot tastbare tekens van uw liefdesverbond met ons
in Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 2

God en Vader,
zoals de barmhartige vader in onze parabel zijn teruggekeerde zoon naar de feesttafel leidde,
zo nodigt Gij ons nu uit aan uw tafel van brood en wijn.
Brood dat niet eetbaar is als we het niet breken en delen,
wijn die niet te genieten is als hij slechts gedronken wordt voor eigen genoegen.
Leer ons breken en delen, God,
leer ons gemeenschap vormen en feestvieren,
leer ons thuiskomen bij elkaar,
en bij U, ons aller Vader. Amen.

Tafelgebed

Wat geen oog heeft gezien,
en geen oor heeft gehoord,
wat in geen mensenhart is opgekomen,
hebt Gij, God, bereid voor allen die U liefhebben.

Gij hebt U geopenbaard als een God
die er alles voor over heeft
als wij mensen maar tot leven komen.

Zoals een moeder haar kind draagt,
zoals een vader opkomt voor zijn zoon,
zo zijt Gij voor ons een trouwe God
die doet wat Gij zegt,
die uw Verbond bewaart.

Ook als ons hart ons aanklaagt,
uw hart is groter dan een mensenhart.
Ook als wij worden verscheurd door onze gebrokenheid,
uw barmhartigheid kent geen grenzen.
Daarom zeggen wij U toe:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Biddend en vol eerbied willen wij gedenken
wat Gij voor ons hebt gedaan in Jezus, uw Zoon.
Getekend als een slaaf,
heeft Hij zichzelf overgeleverd,
werd Hij brood voor ons gebroken,
een beker die overvloeit van leven,
het Lam dat naar de slachtbank werd geleid,
dat de zonden van de wereld wegneemt.

Op de avond voor zijn lijden en dood
heeft Hij brood in zijn handen genomen,
zijn ogen opgeslagen naar U, God, zijn barmhartige Vader,
de zegen uitgesproken, het brood gebroken
en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden:

Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.
Zo nam Hij ook, toen zij gegeten hadden,
de beker in zijn handen.
Hij sprak de zegen en het dankgebed,
reikte hem over aan zijn leerlingen en zei:

Neem deze beker, en drink hier allen uit,
want dit is de beker
van het nieuwe, altijddurende Verbond;
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.

Daarom, God, gedenken wij zijn lijden en dood,
en in Hem allen die lijden en sterven,
die zijn weg gaan ten einde toe.

En wij bidden U:
zend ons uw Heilige Geest,
adem ons open,
opdat wij ontvankelijk mogen zijn
voor het geheim van iedere mens.

Verwarm ons hart,
opdat wij het wonder van ons leven
mogen beschermen voor elkaar.
Besproei ons met de dauw
van uw mildheid en mededogen,
opdat wij elkaar van dag tot dag
met nieuwe ogen mogen zien,
opdat wij elkaars tekorten mogen dragen
en elkaar verrijken.

Maak ons krachtig en sterk,
opdat wij wegen mogen zoeken van vrede.
Dat ons hart vol mag zijn van uw gerechtigheid
voor allen die leven.

En laat die gezindheid in ons heersen
die in Jezus, uw Zoon, was
opdat wij op Hem mogen gelijken in leven en sterven.

Zo willen wij uw naam verheerlijken
door Hem, met Hem en in Hem,
die met U leeft in de eenheid van de Geest,
God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Uit: Met menselijke ogen zien in het licht van Gods gelaat door Paul                                           Bruggeman en Gerard Zuidberg

Onze Vader

Vanuit ons geloof in Jezus als Gods Zoon,
maken wij zijn woorden tot de onze
en bidden tot zijn en onze Vader:
Onze Vader…

Laat uw barmhartigheid over ons stralen, God.
Keer U naar ons en wacht ons op met open armen.
Stimuleer het goede dat in ons sluimert
en maak ons even liefdevol en attent tegenover de anderen
zoals Jezus ons voordeed,
Hij, uw Zoon, de Messias.
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens

Vrede betekent: het weer goed maken met je broer en je zus.
Vrede betekent: een ander net zoveel ruimte gunnen als jijzelf nodig hebt.
Vrede betekent: een hand uitsteken om een ander te helpen,
ook al denk je dat het niet zal helpen.
Heer, schenk ons uw vrede
opdat wij, op onze beurt,
vrede kunnen zijn voor anderen.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijke blijk van vrede en vreugde.

Communie

Jezus gaf zichzelf aan ons tot voedsel voor onderweg.
Wanneer wij de weg gaan
van oog om oog en tand om tand
naar oog in oog en hand in hand,
dan gaan wij de weg die leidt naar het beloofde land.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

Onderweg
en niet weten waarheen.
Maar ergens staat in mij gegrift:
dit is de weg die je moet gaan,
en Gij gaat voor mij uit.

Onderweg
en geen spoor, geen kompas.
Maar ergens staan tekens in mens en natuur:
tekens van leven die spreken van U.

Onderweg
en nauwelijks wetend waarom.
Maar als ik luister naar de stilte
en rust in mijn binnenste,
dan hoor ik U in mijn lief en leed,
dan weet ik U in mijn tijd en eeuwigheid. Amen.

Bezinning 2

Soms verstop ik me voor Jou, God.
Waarom?
Ik weet het niet.
Is het omdat ik aan jouw liefde twijfel?
Of heb ik veeleer schrik voor mezelf
en wil ik Je mijn kwetsbaarheid niet tonen?
Wat er ook van zij,
neem mij alsjeblieft op je schouders
als ik zelf mijn weg niet meer vind.
En geef ook mij
een hart dat op zoek durft gaan
naar al wie verloren is
en zich eenzaam voelt.
Lovendegem

Bezinning 3

Als iemand nu eens de moed had
om voor het aangedane kwaad
geen vergelding meer te vragen.
Als iemand nu eens de moed had
om de schulden van mensen en van landen
onvoorwaardelijk te schrappen.
Als iemand nu eens de moed had
om vertrouwen te geven
aan wie op het eerste gezicht niet zomaar te vertrouwen is,
om te luisteren naar wie het niet kan zeggen,
om te kijken naar wie altijd over het hoofd wordt gezien.
Is het naïef?
Misschien.
Maar zeg eens:
is er nog een andere weg dan deze naïviteit
om de spiraal van honger, onrecht en geweld te doorbreken?
Als wij nu eens de moed hadden …
Eén stap is genoeg om het leven te doen openbreken
tot één groot feest.
naar C. Desoete

Slotgebed

God,
geef ons de moed op weg te gaan naar onbekende verten.
Leer ons vasthoudend te zijn
zodat wij nooit opgeven anderen te zoeken.
Maak ons tot mensen naar uw hart.
Dan zal waar worden
waarop wij ten diepste hopen:
een tafel waar voor iedereen eten is,
een wereld van overvloed,
uw koninkrijk op aarde,
voorgoed. Amen.

Zending en zegen

Moge Gods zegen rusten op allen die zoeken naar waarheid en liefde,
die zich daadwerkelijk inzetten voor vrede, dichtbij of veraf.
In de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Categorieen(n): Zondagsvieringen
Tags:

Comments are closed.