24e zondag door het jaar C 2010

(12/09/2010)

Begroeting
Van harte welkom u allen,
die met elkaar gemeenschap wil vormen rond het altaar van de Heer.
Wees gezegend in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1 (enkel parabel verloren zoon)

We krijgen vandaag de parabel van de verloren zoon te horen,
een parabel die we misschien beter
de parabel van de barmhartige vader zouden noemen.
Want die vader is zo vol van liefde,
dat hij aan zijn zoon
– ondanks het verdriet dat die hem heeft aangedaan –
het gevoel van ‘welkom thuis’ wil geven.
Een parabel over u en mij,
en over onze God.

Wellicht is voor u en mij
de tijd gekomen
om ommekeer te maken,
terug naar onze God, die ons opwacht.

Openingswoord 2

In onze wat langere evangelielezing
gaat het vandaag over verliezen en vinden,
over weggaan en terugkomen,
over pijn en vreugde.
Een mens kan in het leven veel kwijtspelen
en dat kan pijnlijk hard aankomen.
Het verlies van integriteit bijvoorbeeld,
alledaags geluk dat in één klap aan diggelen wordt geslagen,
een relatiebreuk.
Voor wie de moed opbrengt zijn cocon open te breken
en stappen terug te zetten,
en daarbij misschien wat steun krijgt van een goed mens
die zijn levenspad kruist,
voor hem of haar ligt de weg naar geluk en vreugde weer open.

Vergevingsmoment 1

Vergeten en vergeven…
Het is niet gemakkelijk.
Daarom willen we bidden tot God:

Dat wij niet alleen zouden kijken
naar wat mensen verkeerd deden,
maar ook en vooral naar wat ze goed doen.
Heer, ontferm U over ons.

Dat wij niet kwaad zouden blijven
op hen die ons kwaad aandeden,
maar durven vergeven
en opnieuw elkaar vriendelijk in de ogen zien.
Christus, ontferm U over ons.

Wij danken U, God,
dat U ons vergeven wilt,
steeds opnieuw,
hoe ver we ook van huis zijn weggelopen.
Heer, ontferm U over ons.


Vergevingsmoment 2

God gunt ons tijd en ruimte voor inkeer.
Zelfs als wij Hem afwijzen,
telt Hij de jaren niet
en blijft Hij naar ons uitkijken om ons te kunnen verwelkomen.

Heer, zo vaak tellen wij de keren dat ons onrecht werd aangedaan,
terwijl Gij mild en vergevend elke mens tegemoet komt.
Heer, ontferm U over ons.

Christus, in uw liefde worden wij dag na dag herboren,
terwijl wij zelf vaak aarzelen om nieuwe kansen te scheppen.
Christus, ontferm U over ons.

Heer, zo dikwijls eigenen wij ons dingen toe,
terwijl Gij ons opwacht met onverhoopt geluk
waarvoor wij slechts onze handen hoeven te openen.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de barmhartige God ons herscheppen
tot nieuwe mensen
die geloven in de kracht van zijn verzoenend woord .
Moge Hij ons brengen tot eeuwig leven. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge:
eer aan de Vader die de oorsprong is,
eer aan de Zoon die in de wereld kwam,
eer aan de Geest: Hij maakt ons vrij.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde:
zondaars vinden bij Hem genade,
zieken troost en geneest Hij,
armen brengt Hij zijn blijde boodschap.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde
door liefde onder de mensen.
Liefde die de dood overwint,
de tranen wegwist uit onze ogen
en alles nieuw maakt. Amen.

Openingsgebed

God, onze Vader, voor wie alle mensen gelijk en evenwaardig zijn,
in Jezus hebt Gij ons een voorbeeld gegeven
hoe wij de scheidsmuren moeten afbreken
die wij uit zelfgenoegzaamheid hebben opgericht.
Hoe wij zwakkeren tot steun kunnen zijn,
en hoe wij uitgestotenen de hand kunnen reiken.
Als wij Hem op die weg volgen
zal uw Rijk van vrede komen,
reeds hier en nu, en tot in eeuwigheid. Amen.

Lezingen

In de eerste lezing herinnert Mozes God aan zijn trouw tegenover zijn volk.
Op grond van die trouw is God bereid tot vergeving en barmhartigheid.

In de tweede lezing spreekt Paulus zijn dankbaarheid uit
omdat hij door God uit zijn zondig bestaan werd gered.

In de evangelielezing leert Jezus ons dat Gods liefde stand houdt,
ook als de mens God de rug toekeert.


Eerste lezing (Exodus 32,7-11.13-14)

Uit het boek Exodus

7        In die dagen sprak de Heer tot Mozes:
`Ga nu naar beneden, want het volk dat u uit Egypte hebt geleid,
is tot zonde vervallen.
8        Ze zijn nu al afgeweken van de weg
die Ik hun had voorgeschreven:
ze hebben een stierkalf gemaakt,
ze buigen zich daarvoor neer,
ze dragen er offers voor op en schreeuwen:
`Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid.” ‘
9        Ook sprak de Heer tot Mozes:
`Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is.
10       Laat Mij begaan,
dan zal Ik hen in mijn brandende toorn vernietigen.
Maar van u zal Ik een groot volk maken.’
11       Mozes trachtte de Heer zijn God gunstig te stemmen en vroeg:
`Waarom, Heer, zou U uw toorn laten woeden tegen uw volk,
dat U met grote kracht en sterke hand uit Egypte hebt geleid?
13       Denk aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël,
aan wie U onder ede beloofd hebt:
`Ik zal uw nakomelingen talrijk maken als de sterren aan de hemel,
en heel het land waarover Ik heb gesproken
zal Ik uw nakomelingen voor altijd in bezit geven.
Het zal voor eeuwig hun erfdeel zijn.” ‘
14       Toen zag de Heer af van het onheil
waarmee Hij zijn volk had bedreigd.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Timoteus 1,12-17)

Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan Timoteüs

Dierbare,
12       Ik zeg dank aan Hem die mij gesterkt heeft, Christus onze Heer,
omdat Hij mij vertrouwen heeft geschonken,
door mij in zijn dienst te nemen,
13       hoewel ik vroeger een godslasteraar was,
een vervolger en een overmoedige.
Maar ik heb barmhartigheid ondervonden,
omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid.
14       De genade van onze Heer heeft mij overstelpt,
en daarmee het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn.
15       Dit woord is betrouwbaar en verdient volledige instemming:
`Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.’
En de eerste van hen ben ik.
16       Daarom juist heb ik barmhartigheid ondervonden:
Christus Jezus wilde aan mij als eerste
heel zijn lankmoedigheid tonen,
als een voorbeeld voor allen die in de toekomst
op Hem zouden vertrouwen,
omwille van het eeuwige leven.
17       Aan de koning van de eeuwen,
aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God
zij de eer en de glorie tot in alle eeuwigheid! Amen.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lucas 15,1-32)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

1        Telkens kwamen alle tollenaars en zondaars naar Jezus luisteren.
2        De farizeeën en schriftgeleerden spraken daar schande van en zeiden:
`Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
3        Maar Hij vertelde hun deze gelijkenis:
4        `Als een van u honderd schapen heeft en er één van verliest,
laat hij dan niet de negenennegentig andere schapen
in de eenzaamheid achter om op zoek te gaan naar het verloren schaap,
totdat hij het vindt?
5        En als hij het gevonden heeft,
neemt hij het vol blijdschap op zijn schouders;
6        thuisgekomen roept hij zijn vrienden en buren en zegt hun:
`Deel in mijn blijdschap
want ik heb mijn verloren schaap weer teruggevonden.”
7        Ik zeg u, zo zal er in de hemel meer blijdschap zijn
over één zondaar die zich bekeert,
dan over negenennegentig rechtvaardigen
die geen bekering nodig hebben.
8        Of als een vrouw die tien drachmen heeft, er één verliest,
steekt ze dan niet een lamp aan,
veegt het huis en zoekt zorgvuldig totdat zij die drachme vindt?
9        En als zij die gevonden heeft,
roept ze haar vriendinnen en buren en zegt:
`Deel in mijn blijdschap, want de drachme die ik verloren had,
heb ik teruggevonden.”
10 Zo, zeg Ik u, is er blijdschap bij de engelen van God
over één zondaar die zich bekeert.’
11       Hij zei: `Iemand had twee zonen.
12       De jongste zei tegen zijn vader:
`Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.”
En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
13       Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land,
waar hij het verkwistte in een losbandig leven.
14       Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land
en ook hij begon gebrek te lijden.
15       Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land;
die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden.
16       Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten,
maar niemand gaf hem wat.
17       Toen kwam hij tot zichzelf en zei:
`Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed,
en ik verga hier van de honger!
18       Ik ga terug naar mijn vader.
Ik zal hem zeggen:
Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
19       ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten,
behandel me als een van uw dagloners.”
20       En hij ging terug naar zijn vader.
Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd;
snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.
21       `Vader,” zei de zoon tegen hem,
`ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.”
22       Maar de vader zei tegen zijn slaven:
`Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan,
doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten.
23       Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
24       want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.” En het feest begon.
25       Maar zijn oudste zoon was nog op het land.
Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans.
26       Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was.
27       Die antwoordde:
`Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht,
omdat hij hem gezond en wel terug heeft.”
28       Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen.
Daarop kwam zijn vader naar buiten
en probeerde hem tot andere gedachten te brengen.
29       Maar hij gaf zijn vader ten antwoord:
`Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden,
maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven
om met mijn vrienden feest te vieren.
30       Maar nu die zoon van u is thuisgekomen,
die uw vermogen met hoeren heeft verbrast,
hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”
31       Maar hij zei :
`Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou.
32       We moeten feestvieren en blij zijn,
want die broer van je was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.” ‘
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in mensen
die bekommerd zijn om elkaar,
die samen op weg gaan en mekaar niet loslaten.

Ik geloof dat God hier in ons midden aanwezig is
als wij de anderen recht doen,
het positieve in elkaar zien,
als wij niemand uitsluiten,
maar iedereen aanvaarden zoals hij of zij is.

Ik geloof dat we voor elkaar een stukje hemel kunnen zijn,
een stukje Rijk Gods.

Ik geloof dat God van ons vraagt
dat we ons samen zouden inzetten
om anderen hoop en uitzicht te bieden.

Ik geloof dat Hij ons vraagt realistische, maar blije mensen te zijn,
die willen bouwen aan de toekomst.

Ik geloof dat wij als gemeenschap daaraan moeten werken
en dat God ons daarbij zal helpen. Amen.

Voorbeden 1

Moge God ons verhoren wanneer we bidden voor wat echt goed is
voor onszelf en voor de toekomst van onze samenleving.

– Bidden wij voor de Kerken
die geroepen zijn om spreekbuis en voorbeeld te zijn
van Gods barmhartige liefde.
Dat ze mild en vergevingsgezind hun weg zoeken.
Dat ze niemand buitensluiten of afschrijven
en dat ze vol mededogen blijven zoeken naar wie verloren ronddoolt.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor de eenheid onder de christenen.
Dat Kerken inzien dat hun verdeeldheid
afbreuk doet aan hun geloofwaardigheid en hun opdracht.
Moge zij hun eigen ‘grote gelijk’ opzij schuiven
en grotere inspanningen doen om,
zoals de barmhartige Vader,
elkaar terug in de armen te sluiten,
niet enkel met vrome woorden, maar ook daadwerkelijk.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

Wenden we ons tot de Vader vol ontferming,
de God van alle vertroosting.

– Bidden we voor allen die God de rug toekeren
en eigenzinnig hun weg gaan.
Dat ze tot inkeer komen
en ontdekken hoe God zielsveel van hen houdt.
Laten we bidden…

– Bidden we voor allen die denken geen bekering nodig te hebben.
Dat ze hun eigen zwakheid leren zien
in het licht van Gods barhartigheid.
Laten we bidden…

– Bidden we voor onze families, voor ons land en voor de hele wereld.
Dat spanningen mogen opgelost geraken
in een geest van verzoening.
Laten we bidden…

– Bidden we voor onszelf.
Dat we barmhartig worden als onze hemelse Vader
en onvoorwaardelijk allen verwelkomen
die een beroep doen op onze vergiffenis.
Laten we bidden…

Luister naar ons, God,
en ontferm U over al uw mensenkinderen.
Geef dat wij ons geborgen weten in uw grenzeloze liefde.
Maak ons bereid om goed en mild te zijn voor elkaar
naar het voorbeeld van Jezus, onze Heer. Amen.
naar Liturgische Suggesties febr. ‘95

Gebed over de gaven

God, onze Vader,
maak ons bereid
om in deze maaltijd
elkaar het brood van vergeving
en de beker van gemeenschap
aan te bieden,
omwille van Hem die Gij ons tot voorbeeld hebt gegeven:
Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Tafelgebed

Heer onze God,
schepper van hemel en aarde,
wij danken U
voor alles wat leeft en ademhaalt,
voor het licht van deze dag,
voor het geluk en de liefde
die in ons midden ontstaan;
voor mensen die, zoals Gij,
ons trouw blijven in dagen van lief en leed.
Wij zeggen U dank voor die ene mens,
Jezus van Nazareth, uw Zoon.
Hij is uw evenbeeld
omdat Hij er is voor de minste van de mensen.
Hij is er ook voor hen
die het goed hebben in dit leven,
door hen voor te gaan
in een leven van dienstbaarheid tot in de dood.
Daarom zeggen wij U van harte dank
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Roep ons op, Vader,
om heilig en goed te zijn
zoals het uw wil is geweest
op de dag dat Gij de mens geschapen hebt;
dat wij worden zoals Gij:
liefde die de wereld schept en draagt
en die zo rijk is dat zij overstroomt in allen.

Roep ons op,
tot gehoorzaamheid en nederigheid;
doe ons luisteren, maak ons aandachtig
voor het woord van Jezus Christus,
die mens geworden is om U te dienen,
die gehoorzaam was tot het uiterste
en daarom,
sinds zijn dood, verrijzenis en hemelvaart
verheerlijkt wordt
door allen die zijn naam dragen.

Roep ons op door uw scheppend woord, Vader,
tot kracht en sterkte,
dat wij elkaar elke dag opnieuw
kunnen bezielen en dragen,
zoals Gij ons draagt en in leven houdt;
dat wij, zoals uw Zoon,
een steun kunnen zijn
voor alle zwakken en eenzamen op onze weg;
dat wij, gesterkt door zijn woord en brood,
elkaar kunnen dragen in uren van nood,
als ons kruis zwaar wordt en wij hulp nodig hebben.

Roep ons op, Vader,
tot één gemeenschap
door deel te hebben aan
het lichaam en het bloed van uw Zoon.

Roep ons tot gemeenschap met Hem
in het brood dat Hij dankbaar heeft gebroken
met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”

Roep ons op tot gemeenschap met Hem
in de beker die Hij dankbaar heeft gezegend
en rond gereikt met de woorden:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Roep ons op, God van liefde,
tot dankbaarheid voor de gemeenschap met U,
met elkaar en met alle mensen
die ons tot hier hebben geleid;
die nog met ons meegaan
in geloof, hoop en liefde,
of die ons blijven begeleiden
vanuit uw heerlijkheid
waarheen zij ons zijn voorgegaan.

Roep ons op, Vader,
tot de volle menselijkheid
van uw zoon Jezus Christus,
die de zieken geneest,
de zonden vergeeft,
de hongerigen spijzigt,
de kleinen tot zich roept,
en voor iedereen woorden heeft
van eeuwig leven;
die ons zijn Geest zendt
om de weg vrij te maken
naar vrede en geluk onder de mensen.
Daarvoor blijven wij U danken
en verheerlijken:
met en door Christus de Heer,
vandaag en alle dagen die U ons geeft. Amen.

Onze Vader

Vanuit ons geloof in Jezus als Gods Zoon,
maken wij zijn woorden tot de onze
en bidden tot zijn en onze Vader:
Onze Vader…

Laat uw barmhartigheid over ons stralen, God.
Keer U naar ons en wacht ons op met open armen.
Stimuleer het goede dat in ons sluimert
en maak ons even liefdevol en attent tegenover de anderen,
zoals Jezus ons voordeed,
Hij, uw Zoon, de Messias.
Want van U is het koninkrijk…

Vredewens

In een wereld waarin macht regeert
en plezier telt,
ging Jezus het smalle pad van eenvoud, dienstbaarheid,
vergevingsgezindheid en mildheid
en toonde ons daarin zijn vrede.
Die vrede zij altijd met u
en wensen wij elkaar die vrede van harte toe.

Lam Gods

Communie

Jezus gaf zichzelf aan ons tot voedsel voor onderweg.
Wanneer wij de weg gaan
van oog om oog en tand om tand
naar oog in oog en hand in hand,
dan gaan wij de weg die leidt naar het beloofde land.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

God heeft de aarde gemaakt
voor de mensen
en de mensen voor de aarde.
Zij zijn voor elkaar geschapen:
de aarde en de mensen horen bij elkaar.

God heeft de mensen gemaakt
voor de mensen.
Ze worden voor elkaar geboren,
ze zijn voor elkaar geschapen:
op aarde horen mensen bij elkaar.

Het was niet Gods plan
dat sterke mensen rijk zijn
en rijke mensen sterk.
Het was niet zijn plan
dat zwakke mensen arm zijn
en arme mensen  zwak.
Hij heeft ze voor elkaar geschapen,
ze worden voor elkaar geboren
om op aarde mens te zijn.

God wil dat mensen
samen zijn met mensen.
Dat ze samen wonen,
samen werken,
samen leven,
geen bedreiging zijn voor elkaar,
maar elkaar beschermen
als in een tuin waar alles veilig is.

Bezinning 2

Zijn wij de jongste zoon
en hebben wij ons deel geëist,
het erfdeel van de aarde in beslag genomen?
Het goud eruit gehaald,
de olie uitgeperst
en zoveel mineralen?
We hebben het deskundig weggesleept
en rijkelijk verkwist.
En dan maar feest gevierd
alsof er nooit een eind aan kon komen.

Zijn wij de jongste zoon
en hebben we brutaal de rug gekeerd naar ’t oude vaderhuis
en niet gezien hoe Hij ons nakeek
en zich afvroeg hoe wij nu gingen leven,
zonder zondag, zonder eerbied voor zijn naam?
Hij keek ons na…
maar kom, het is al zolang geleden.

Zijn wij de jongste zoon
en doen de scherven van plezier ons zoveel pijn?
Is het wanhoop of ontgoocheling of schuldgevoel
om wat verloren ging
en willen wij onszelf ontlopen en vergeten?
Is het daarom dat we dronken willen zijn
en iets verwachten van een drug,
van een opgepepte sfeer?
Het vaderhuis is zo eindeloos ver,
maar heimwee zo dichtbij.

Zijn wij de jongste zoon?
Zullen wij ooit de veerkracht hebben
om op te staan
en alle wanhoop af te schudden
en schuldbewust de weg terug te gaan?
De weg terug,
een weg als een bekentenis,
de oude weg naar het vaderhuis,
waar de lichten nog branden.

Zijn wij de jongste zoon
en is het erfdeel bijna opgebruikt
en voelen wij hoe vreemd wij leven tussen vreemden?
Straks gaan we, schamel en berooid,
langs alle straten van de wereld
en zoeken wij vergeefs zoiets als het vaderhuis,
waar wij eens als kind speelden
en elke honger nog te stillen was.

Zijn wij de jongste zoon
die, door instinct gedreven,
verminkt en haveloos,
het vaderhuis betreedt?
De onrust en het jagen,
de weerzin en de lust…
Het is allemaal voorbij:
het schip glijdt in de haven
en elke dag wordt weer gewoon als vroeger:
elke dag een feest.
naar Levensecht

Slotgebed 1

Wat je ook gedaan hebt,
als je dat wil ben je altijd opnieuw welkom bij Mij – zegt God.
Ik kijk naar je uit en wil voor je bidden
opdat je de stap kunt zetten en om vergeving durft vragen.
Ik wil je omarmen en je liefhebben
omdat je mijn kind bent en blijft
waarheen jouw weg je ook geleid heeft.
Geef je Mij die kans?
Mag Ik jouw hart verwarmen met mijn warmhartigheid?
Ik hoop het – zegt God.
naar Erwin Roosen

Slotgebed 2

God, wij danken U,
omdat Gij er altijd zijt voor ons,
omdat Gij altijd op uitkijk staat.
Dank U omdat Gij altijd wilt vergeven,
dank U omdat Gij ons met uw vaderlijke en moederlijke hand
weer optilt en plaatst in het volle licht.
Laat ons de vreugde ervaren van een nieuw begin
en laat ons deze vreugde met elkaar delen. Amen.

Zending en zegen

Wie Gods liefde en vergeving heeft mogen ervaren,
wordt milder voor anderen.
Mogen wij ons zo gezegend weten door God die is:
+ Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.