24e zondag door het jaar B 2021 preek

Zij hadden het verkeerd begrepen !   (Mc. 8, 27-35) 

Hij moet er al een hele tijd over nagedacht hebben, Jezus: “Hoe moet ik het mijn leerlingen aan hun verstand brengen, dat ze Mij totaal verkeerd begrijpen?” In hun ogen was Hij een held, hun idool. Net als veel van zijn volgelingen zagen ook zij in Hem de bevrijder die het volk van het Romeinse juk zou verlossen, en als koning van Israël een nieuwe onafhankelijke staat zou oprichten. En zij zouden dan zijn ministers worden …

Petrus, steeds haantje de voorste, die zichzelf als het beste maatje van zijn Meester zag, was wild enthousiast over dat perspectief. Maar als Jezus zijn leerlingen meedeelt dat Hij zal moeten lijden en ter dood zal worden gebracht, slaat Petrus helemaal tilt: “Wat zegt Hij nu? Dat kan toch niet! Heeft Jezus een zonneslag gekregen dat Hij zo raaskalt?”. Hij neemt Jezus apart: “Meester, dat is toch onzin! In Godsnaam, wat bezielt U? ”.
Maar de weerbots is keihard: “Zwijg Satan !”

Zo’n meedogenloze reactie verwacht je niet van Jezus. Hij is toch onze mensgeworden God van Liefde? Zijn hele leven door draagt hij die liefdesboodschap uit… En dan plots scheldt hij zijn naaste vertrouwensman uit voor ‘Satan’. Hoe krijgt Hij dat woord over zijn lippen?

Zo lijkt het op het eerste gezicht. Maar vermoedelijk reageert Jezus zo boos, niet tegen Petrus, maar wel tegen de “verleider” die, via de mond van zijn vriend, Hem wil afleiden van het pad dat zijn Vader voor Hem heeft uitgetekend. Het is toch door en door menselijk dat ook Jezus af en toe overmand wordt door angst in het vooruitzicht van Zijn lijden, dat Hij liever in het veilige Galilea zou blijven, in plaats van naar Jeruzalem te trekken waar de marteldood Hem wacht ?
Deze passage roept herinnering op aan wat Mattheüs vertelde over de bekoring van Jezus in de woestijn: De duivel bracht Jezus naar een hoge berg en toonde Hem alle koninkrijken ter wereld.  “Allemaal voor U als Ge mij aanbidt.”
Net zoals hier reageerde Jezus toen met: “Ga weg, Satan”.

Wat het fenomeen ‘bekoringen’ betreft, zijn wij allemaal ervaringsdeskundigen. Wanneer er beroep wordt gedaan op onze verantwoordelijkheid om een moeilijke beslissing te nemen of een pijnlijke opdracht uit te voeren, dringt zich ook bij ons wel eens de neiging op om ons hoofd af te wenden en forfait te geven. Is ‘kazak draaien’ in de politiek daar geen typisch voorbeeld van? Zijn luiheid, lauwheid en gemakzucht geen graag-gebruikte zijpaden?

Maar Jezus windt er geen doekjes om: “Wie Mij wil volgen moet bereid zijn zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Wie zijn leven verliest vanwege Mij en de goede boodschap, zal het redden”. Krasse taal die de leerlingen meer dan koude rillingen moet hebben bezorgd. Jezus kijkt hen diep in de ogen als hij zegt: “Neem je kruis op en volg mij.” In ons taalgebruik is ‘je kruis opnemen’ beeldspraak. Maar de leerlingen kenden de letterlijke betekenis ervan: die vreselijke doodstraf waarmee de Romeinse overheid het Joodse volk onder de knoet hield. Iedereen had langs de straten van Jeruzalem wel eens een bloedende veroordeelde onder zijn kruis zien voorbij strompelen. En dan zegt Jezus: “Neem je kruis op en volg Mij” op mijn weg naar lijden en dood.

Zou je niet verwachten dat de leerlingen, geconfronteerd met die harde zelfs levensbedreigende boodschap, meteen Jezus de rug zouden toekeren en Hem in de steek laten…
Maar neen, zij zijn Hem  (misschien aarzelend) blijven volgen.
Zij haakten niet af omdat het contact met Hem zo uniek was !
Zij zagen zijn liefde voor de minst bedeelden, voor de uitgestotenen, voor de kinderen.
Zij zagen dat die liefde onbegrensd en onvoorwaardelijk was.
Zij waren wild van zijn parabels die hun de ogen openden, die hun een inkijk gaven in een nieuwe wereld.
Zij bewonderden zijn moed om melaatsen aan te raken, om in de synagoge vrijuit te spreken zonder angst voor de spionnen van de overheid.
Zij leerden van Hem dat Jahweh geen onverbiddelijke strafrechter is, maar een vader die zij, naar zijn voorbeeld, met “Abba” (vadertje) mochten aanspreken.

Jezus kende de aarzeling van zijn leerlingen en heeft het zeker nog dikwijls gehad over de ware toedracht van zijn zending, vooraleer Hij hen zo ver kreeg dat zij mee naar Jeruzalem gingen …
En toch zijn zij Hem blijven volgen, ook al begrepen zij niet altijd alles wat Hij zei. Maar wat ze van Hem wel begrepen, had gewicht genoeg om te blijven luisteren naar hun mysterieuze maar zò bezielende Meester. En op basis daarvan gokten op Hem !
Wagen wij ook die gok ?
            Paul Caroen

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.