24e zondag door het jaar A 2020 p


13 september 2020              (Viering)

Vergeven én vergeten: gave én opgave   (Mt. 18.21-35)

Opnieuw brengt deze viering ons het thema van de vergeving onder de aandacht. Maar opgepast vergeven is een werkwoord en kan vergeleken worden met een medaille met twee kanten : enerzijds de kant van vergeving vragen of sorry zeggen en anderzijds de moeilijke kant van steeds weer opnieuw zelf vergeving schenken.

Voor het eerste dien je je zelf eerst klein te maken en kwetsbaar op te stellen ( wat meestal niet evident noch eenvoudig is ); het tweede lijkt gemakkelijk want daarvoor moet je je grootmoedig opstellen en laat je je hopelijk van je beste kant zien.  Maar zowel de eerste als de tweede houding vergen moed en echte authenticiteit. Het lijkt eenvoudig van iets vlug te zeggen maar hier dient het echt gemeend te zijn, wil het diepgang en resultaat hebben.

Het is zo menselijk hier nogal vlug tevreden te zijn met onze houding . Denk maar eens terug aan de tijd dat het sacrament van de biecht niet weg te denken was uit ons dagelijks leven: het was toch gemakkelijk, even vlug de biechtstoel induiken, zeggen dat we spijt hadden over dit of dat, dan vlug een gebedje prevelen ter penitentie en we konden weeral verder gewoon doen alsof er niets gebeurd was. Ik vrees dat er in die tijd teveel sprake was van even vlug… maar men vergat er toen soms  toch duidelijk bij te zeggen dat de biecht maar ‘echt’ telde of geldig was én we met volle moed verder mochten leven, als we ons leven op een ander spoor moesten plaatsen en tenminste onze tekorten (zonden werden ze toen genoemd) (klein dagelijkse of zware doodzonde ) niet meer zouden herhalen!

Nochtans zegt Jezus ons heel duidelijk in het evangeliewoord dat we elkaar vergiffenis moeten schenken. Niet enkel tot zevenmaal toe , zoals Petrus voorstelt  (hij meent al heel royaal te zijn) maar tot zeventig maal zevenmaal  (dit is oneindig veel of zelfs altijd weer opnieuw).

Het waarom van deze houding wordt door de evangelist toegelicht in de toegevoegde parabel van de onbarmhartige dienaar en zijn koning. Met de koning wordt natuurlijk God bedoeld en de dienaar zijn wij allemaal, mensen van vlees en bloed. God schenkt ons, zijn mensen, op een onverwachte milde wijze steeds opnieuw vergiffenis. Zomaar en zelfs totaal onverdiend…

Daarom, omdat God ons eerst vergiffenis heeft geschonken, moeten ook wij aan elkander altijd vergiffenis schenken. Omdat God zo mild is in zijn vergeving wordt van ons hetzelfde verwacht. God is als een goede Vader die zijn kinderen niets kan weigeren en hen altijd opnieuw kansen geeft, en zodoende hoop op een betere toekomst. Wij moeten als het ware proberen voor elkaar zo goed als God te zijn. In de Bergrede immers lezen we: “Wees volmaakt gelijk uw hemelse Vader volmaakt is”. Jezus de Christus heeft ons dit voorgeleefd, zozeer dat Hij het aandurfde tegen God ‘Vader’ te zeggen en nog sterker: “Wie mij ziet, ziet de Vader”.

Vergiffenis schenken! Het is niet evident, noch gemakkelijk. Iemand kwetst je, beledigt of bedreigt je zelfs. Spontaan reageer je dan verontwaardigt en zeggen we dikwijls: vergeven nog wel maar vergeten nooit…  Is dit dan echt vergeven? Denken we even terug aan de laatste woorden van Jezus op het kruis wanneer Hij zijn beulen hun fouten vergaf. Zouden wij dit ook doen of kunnen in zulke omstandigheden?  Juist deze houding maakte Jezus tot Gods Welbeminde, Gods Zoon. Maar ook wij zijn kinderen van dezelfde God (van de schepping af aan – zelfs geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis uit Liefde) als wij zo goed en barmhartig als God zelf proberen te zijn.

Dit thema van vergeving vragen én schenken is dan ook fundamenteel binnen het christendom. Denk maar even bij het begin van elke viering aan het vergevingsmoment: Wees gerust als jouw woorden “Heer ontferm U“ echt oprecht en gemeend zijn geweest ,dan moogt ge gerust zijn, dan zal God in al zijn barmhartigheid je steeds Zijn open hand aanreiken en zeggen “Sta op, neem mijn hand vast en laat ons verder gaan op de moeizame weg van het leven (met vallen en opstaan) maar … probeer het in het vervolg beter te doen…”.

Maar misschien denken we nu: Is dit wel mogelijk in mijn leven? Is dit niet te zwaar voor mij? Misschien kan ons gelovig-zijn ons hierbij helpen. Christen zijn is leven vanuit een boodschap van leven zelfs over de dood heen, een boodschap van hoop en toekomst.

Vandaag wordt ons, voor de zoveelste keer, de vraag gesteld: hoever staat het met ons, met ons gelovig-zijn? Goddelijke mensen proberen elkaar te helen, te genezen, opnieuw kansen te geven zoals die Jezus van Nazareth, ons voorbeeld, het zo dikwijls deed.

Daarom nooit opgeven, je bent goed bezig. Ik laat je nooit in de steek… Ik heb je maar één gouden raad te geven: Zie elkaar graag, het leven is veel te kort en te kostbaar om elkaar de duivel aan te doen.
Luc Dekelver diaken


Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.