23e zondag door het jaar C 2016 p

4 september 2016           (Viering)

Moet een Christen niet ook een beetje een Olympiër zijn?

De Olympische Spelen van Rio liggen alweer achter ons. Intussen zitten we opnieuw in de tredmolen van het gewone leven. We zijn dus al bijna vergeten hoeveel onze atleten zich maandenlang -sommige zelfs jarenlang- moesten ontzeggen om te voldoen aan de normen die door het Internationaal Olympisch Comité worden opgelegd,. Zich kwalificeren ervaart een sporter op zich reeds als een overwinning. Zij die dan op de koop toe nog een medaille winnen, kunnen hun geluk helemaal niet op.
Persoonlijk interesseert sport me minder maar leuke weetjes en de verhalen achter de sporter genieten wel mijn belangstelling, wat maakt dat ik deze mensen enorm bewonder.
Alles offeren ze op voor hun sport: voor dag en dauw opstaan, urenlang trainen zelfs in het weekend, enkel gezond eten, niet roken, geen alcohol, vroeg naar bed, geen tijd voor sociale contacten, vaak wekenlang gescheiden leven van geliefden of familie voor stages of wedstrijden in het buitenland. Sommige kampen bovendien met heel wat tegenslagen zoals ziekten, blessureleed, onvoldoende sponsorgeld. Coaches en familie verwittigen hen dan ook meermaals bij de aanvang van hun loopbaan: ‘Denk goed na, want kan je dat wel aan?’ Toch zijn ze blijven doorgaan op de vaak eenzame weg om hun limieten te verleggen. Zij ervaren het niet als een opgave, het is hun leven.

Mijn betoog over de sportlui van zonet, lijkt wel een kopie van het evangelie van vandaag.
Jezus verkondigt eveneens: ‘Wil je Mij volgen, denk dan goed na over wat dat allemaal inhoudt.’ Hij merkt dat grote drommen mensen Hem volgen. Echt blij lijkt Hij daar niet mee. Laat me bescheiden stellen dat Hij zijn twijfels heeft.
Daarom spreekt Hij harde woorden: ‘Wil je Mij volgen, wil je een echte leerling van Mij zijn, dan moet je heel wat loslaten. Je zal je moeten losmaken van je ouders en familie, je vertrouwde omgeving, je bezittingen. Zelfs je eigen leven moet je prijsgeven!’
Aangezien wij niet allemaal helden zijn, lijkt dat doel ver weg voor gewone mensen, zoals de meesten onder ons. Laten we bij het horen van dit evangelie ons echter niet vergissen: Jezus vraagt van ons geen fanatieke levenshouding en evenmin een prestatiegeloof. Jezus praat over loslaten. Zijn woorden klinken nogal negatief, toch bedoelt Hij het positief. Voor wie echt leerling van Jezus wil worden, roept deze uitnodiging op om te groeien in onbaatzuchtige liefde, zodat alles waaraan wij teveel gehecht zijn, hiervoor moet wijken.

En ja, het behelst een leven waarvan we de draagwijdte nog niet kennen. Jezus stelt dat ook wij ons kruis moeten willen opnemen. Bestand zijn tegen tegenslagen hoort er nu eenmaal bij om je levensdoel te bereiken. Elk van ons maakt vroeg of laat kennis met lijden: de dood van een geliefde, ziekte, financiële tegenslag, een relatie die verbroken wordt, een droom die uitéénspat…

Jezus volgen vereist dus een ernstige, diepgaande keuze. Het wordt niet altijd gemakkelijk, en we kunnen ook niet zomaar een beetje kiezen, nee, onze keuze is alomvattend. We kunnen niet zomaar een beetje christen zijn. Het is alles of niets! ‘Denk dus maar goed na of je dat wel aankan’, waarschuwt Jezus.
Hij onderbouwt dat met twee voorbeelden: wie een toren wil bouwen, moet nagaan of hij daarvoor wel genoeg geld bezit, en wie ten oorlog wil trekken, moet onderzoeken of zijn leger sterk genoeg is. Zulke ernst en degelijkheid vraagt Jezus van mensen die Hem willen volgen.

Als je dan kiest voor Jezus, moet je wel durven en willen loslaten. Jezus verplicht niemand Hem te volgen. Hij wil geen slaafse meelopers, wel meedenkers, ‘meebouwers’ aan zijn weg.
Navolging leidt tot verdieping, verrijking en vervulling van je leven en van je verhoudingen tot God, de mensen en de dingen. Net zoals de sporters mag je het niet ervaren als een opgave, maar wordt het je leven. Net zoals zij stel je een hoog doel waar niets of niemand je kan vanaf brengen. Als je dan op de koop toe nog mag ervaren dat God zelf je draagt, kan je je geluk helemaal niet op.

Vandaag stelt Jezus ons de vraag: ‘Waarom volgen jullie mij en wat hebben jullie er voor over?’. Wat zal ons antwoord zijn? Het evangelie van vandaag nodigt ons uit ernstig na te denken over deze vraag.

Ik wil mijn relaas graag eindigen met een tekst van Erwin Roosen:

Waarom volg ik Jezus?
Is het uit traditie?
Of geloof ik vanuit een persoonlijke keuze?
Als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat het er wellicht
ergens tussenin zit, God.
Open daarom mijn hart voor jouw vriendschap,
Zodat ik jou méér kan beminnen dan wie of wat ook.
Laat mij met alles wat ik heb en wie ik ben
in de voetsporen van Jezus treden.
En geef mij de durf de consequenties van die keuze
op mijn schouders te nemen. Amen.
Monique Van Caenegem-Suys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.