23e zondag door het jaar C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
drie-entwintigste zondag C-jaar (09 09 2007)

Begroeting

Van harte welkom
Laten wij dit samenzijn plaatsen in het teken van het kruis: in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Vele woorden en daden van Jezus
betekenen voor ons troost en bemoediging.
Andere vallen als grote stenen
in de stille vijver van onze gemoedsrust.
In de voorbije weken mochten wij zo al een paar van die harde boodschappen incasseren,
en vandaag krijgen wij er nóg eentje in de schoot geworpen:
“Niemand van u kan mijn leerling zijn,
als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit”.

Misschien zijn wij geneigd
om met een boogje om dergelijke woorden heen te lopen
of om ze met een goedklinkende uitleg weg te vlakken.
Dat kunnen wij niet maken als wij het
evangelie in zijn volheid willen beleven.
En dus moeten wij – of wij het prettig vinden of niet –
in het licht van dat woord de confrontatie met onszelf aangaan.

Voor al die keren dat wij het evangelie te gemakkelijk naar onze hand hebben gezet, vragen wij bij het begin van deze viering aan de Heer vergeving.

Vergevingsmoment

Heer,
de zevende dag hebt Gij bedoeld als een rustdag,
maar vaak zijn wij op deze dag nog even gejaagd en haastig
als in de week.
Wij maken van dit uurtje zelden een echt rustpunt,
een uur van alleen maar bij U zijn en samen vieren,
zonder met onze gedachten naar duizend en één andere dingen af te dwalen.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Jezus,
wij zijn dikwijls heel intens bezig met onszelf
en laten daardoor anderen in de kou staan.
Daarom vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.

Heer,
niet zelden laten wij ons vol geestdrift meedrijven
met de trends en modes van deze tijd,
maar als we het radicale appél van uw boodschap horen
dan volgen we meestal heel wat minder enthousiast.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer.
Amen.

Openingsgebed 1

God onze Vader, in uw Zoon hebt Gij ons voorgeleefd
– radicaal, ten einde toe –
wat toewijding aan mensen kan betekenen.
Richt Gij ons op, Heer,
wanneer wij moedeloos neerliggen;
bemoedig ons wanneer wij op stap willen gaan,
steun ons wanneer wij verder willen
op het pad dat ons tot waardige leerlingen maakt
van Jezus Uw Zoon en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 2

Goede God,
U hebt ons Jezus gegeven om Hem te volgen,
niet onbedachtzaam maar als een bewuste keuze,
ook als dat veel van ons vraagt.
Wij bidden U:
doe ons openstaan voor uw Woord;
laat het ons bezielen met uw geestkracht
zodat we nieuwe wegen gaan, op weg
naar uw Rijk van gerechtigheid en vrede.
Dat Rijk is begonnen in Jezus, uw Zoon.
In Hem zal het tot voltooiing komen, in tijd en eeuwigheid. Amen.

Lezingen
Laten we samen naar de lezingen luisteren.

Eerste lezing (Wijsheid 9,13-18b)

Uit het boek Wijsheid

13       Welke mens kent Gods raadsbesluit
of wie vermoedt wat de Heer wil?
14       Want armzalig is het denken van de stervelingen
en wankel zijn onze overwegingen.
15       Het vergankelijke lichaam bezwaart de ziel
en de aardse tent is een last voor de geest met vele gedachten.
16       Wij vermoeden amper de dingen op aarde;
zelfs wat voor de hand ligt
ontdekken wij maar met moeite:
wie speurt er dan na
wat er in de hemelen is?
17       Wie zou uw raadsbesluit gekend hebben,
als U de wijsheid niet had gegeven
en uw heilige geest niet
uit de hemel had gezonden?
18       Zo zijn de paden recht gemaakt
van degenen die de aarde bewonen;
zo hebben de mensen geleerd
wat U aangenaam is,
en zijn zij gered door de wijsheid.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Filemon 9b-10.12-17)

Uit de brief van de apostel Paulus aan Filemon

Dierbare,
9              Hij die u schrijft, is Paulus, een oud man,
nu bovendien een gevangene van Christus Jezus,
10       en mijn verzoek betreft het kind
dat ik hier in de gevangenis heb verwekt, Onesimus,
12       Ik stuur hem terug naar u, hem, dat wil zeggen mijn hart.
13       Ik voor mij had hem graag hier gehouden,
zodat hij, als uw plaatsvervanger,
voor mij zou kunnen zorgen
in mijn gevangenschap voor het evangelie.
14       Maar ik wil niets doen zonder uw instemming,
opdat uw goedheid niet afgedwongen maar spontaan is.
15       Misschien was dat wel de reden
waarom hij een tijd lang bij u weg is geweest:
dat u hem voorgoed terug zou krijgen,
16       niet meer als slaaf, maar als veel meer dan een slaaf:
als een geliefde broeder, speciaal voor mij,
en des te meer voor u, als mens en als christen.
17       Als u zich dus met mij verbonden voelt,
verwelkom hem dan alsof ik het was.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lucas 14.25-33)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

25       Grote drommen mensen trokken met Jezus mee.
Hij richtte zich tot hen en zei:
Wie naar Mij toe komt, moet zijn vader en moeder,
zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters,
ja, zelfs zijn eigen leven verfoeien;
anders kan hij geen leerling van Mij zijn.
27       Hij moet zijn kruis dragen en Mij volgen;
anders kan hij geen leerling van Mij zijn.
Als een van u een toren wil bouwen,
gaat hij er toch eerst eens voor zitten
om de kosten te begroten,
om te zien of hij het werk kan voltooien.
Want anders, als hij wel het fundament legt
maar de bouw niet kan afmaken,
zal iedereen die het ziet hem uitlachen
30       en zeggen:
`Hij begon te bouwen, maar afmaken kon hij het niet.’’
Of als een koning ten oorlog trekt tegen een andere koning,
dan gaat hij er toch eerst eens voor zitten
om te beraadslagen of hij sterk genoeg is
om met tienduizend man op te trekken tegen de ander,
die met twintigduizend man op hem afkomt.
Als dat niet zo is stuurt hij,
terwijl de ander nog ver weg is,
een gezantschap naar hem toe
om naar de vredesvoorwaarden te vragen.
Zo moet ieder van u afstand doen van alles wat hij bezit;
anders kan hij geen leerling van Mij zijn.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God,
schepper van hemel en aarde.

Ik geloof ook dat God zijn schepping
aan ons, mensen, heeft toevertrouwd
opdat wij zijn werk zouden voortzetten
en deze aarde voor alle mensen
bewoonbaar zouden maken.

Ik geloof in Jezus Christus,
de verlosser van de wereld.

Ik geloof dat wij uitgenodigd worden
om mee te werken aan de bevrijding van de mens,
aan de opbouw van een betere wereld,
door ons in te zetten
voor meer levenskansen voor iedereen
en om Christus’ werk verder te zetten.

Ik geloof in de Heilige Geest
die de mensen tot eenheid wil brengen
in één grote gemeenschap.

Ik geloof ook dat ik persoonlijk word aangesproken
om aan deze gemeenschap mee te werken,
samen met alle mensen van goede wil.
Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer op te dragen.

– Bidden wij voor mensen die niets kunnen loslaten,
die alles – geld en goed – krampachtig willen vasthouden,
alles in hun leven willen regelen
en zich van alle kanten door anderen bedreigd voelen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen
die de boodschap van het evangelie – zonder voorbehoud – ernstig opnemen
en ten volle Jezus’ leerling proberen te zijn.
Wij bidden voor radicalen en voortrekkers,
maar ook voor achterblijvers en voor wie niet mee kunnen.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor wie alles achterlaten,
zich nergens meer aan hechten,
om alleen nog te leven met open handen voor hun medemensen,
waar ook ter wereld.
Laten wij bidden…

– Bidden wij ook voor onszelf:
dat wij, gaandeweg door het leven, de juiste keuzes mogen maken:
opkomen voor wat waar, goed en rechtvaardig is,
en daaraan trouw blijven, ook op kritieke momenten.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden wij voor hen,
voor wie wij geen tijd maken,
geen tijd om even met hen te praten,
geen tijd om voor hen een boodschap te doen,
of om mee te denken over een moeilijke beslissing:
dat we attenter mogen worden voor hun stille noden.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor alle ouders
die keihard werken voor het dagelijks brood,
het mooie huis, de auto en de verre vakantie,
maar die zo weinig echt tijd nemen voor elkaar:
dat ze mogen beseffen dat materiële welstand en luxe
geen vervangmiddel zijn voor aandacht en liefde.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor alle mensen in de kerk
die druk in de weer zijn met organiseren, plannen en vergaderen,
maar die zo weinig tijd nemen voor
de stilte en de ervaring van Gods aanwezigheid.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor elkaar en voor onszelf:
dat wij, bij alles wat wij ondernemen,
niet zouden voorbijgaan aan Gods uitnodiging om Hem te volgen.
Laten wij bidden…
naar Dirk Van De Glind
Voor al deze intenties, voor al wat ons persoonlijk ter harte gaat bidden wij:

Gebed over de gaven

God onze Vader,
Wij bieden U dit brood en deze wijn aan.
Aanvaard deze gaven en vorm ze om
tot datgene wat mensen broodnodig hebben:
blijheid en geborgenheid,
toewijding en nabijheid,
moed en bemoediging,
sterkte en gezondheid,
vriendschap en vruchtbaarheid voor elkaar.
Dat vragen wij U door Jezus Uw Zoon en onze Heer. Amen.


Tafelgebed

God, onze Vader, bron van liefde,
wij willen U danken
en onze vreugde uitspreken
in verbondenheid met Jezus Christus, uw Zoon,
want Gij zijt een God die van mensen houdt.

Zozeer hebt Gij ons liefgehad,
dat Gij ons deze wereld hebt gegeven,
vol rijkdom en pracht.

Zozeer hebt Gij ons liefgehad
dat Gij ons Jezus, uw Zoon, hebt geschonken,
die ons voorgaat op weg naar U.

Zozeer hebt Gij ons liefgehad
dat Gij ons in Hem blijft samenbrengen
als kinderen van één gezin.

Voor zoveel liefde zeggen wij U dank
en aanbidden U met deze woorden:

Heilig, heilig, heilig …

God, onze Vader,
wij danken U met heel ons hart:
Gij hebt ons tot leven geroepen,
Gij hebt ons bestemd voor het geluk
in Jezus, uw Zoon, onze Heer.
In Hem zien wij uw goedheid,
en uw wil om ons allen te redden.
Hij is het verlossende woord,
uw helpende hand.

Wij kunnen niet vergeten
hoe Hij mens werd met ons
tot in de dood,
hoe Hij één bleef met U
in overgave aan uw wil.
Daarom zijn wij U blijvend dank verschuldigd
om Hem.

Toen het paasfeest op handen was kwam zijn uur.
Hij had de zijnen in de wereld bemind;
nu gaf Hij hun een bewijs
van zijn liefde tot het uiterste.

In het bewustzijn dat Hij van U was uitgegaan
en naar U terugkeerde
nam Hij brood in zijn handen
en sloeg zijn ogen op naar U,
God, zijn barmhartige Vader.
Hij bracht U dank,
zegende het brood, brak het
en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden:
“Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.”

Zo nam Hij na de maaltijd
ook de beker in zijn handen.
Hij bracht U opnieuw dank,
zegende de beker
en gaf hem aan zijn leerlingen met de woorden:
“Neem deze beker
en drinkt er allen uit,
want dit is de beker
van het nieuwe verbond;
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Trouw aan dit woord
gedenken wij Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer;
zijn overgave in lijden en dood,
de overwinning door zijn verrijzenis
en de glorie van zijn hemelvaart.
Vol vertrouwen zien wij uit
naar zijn wederkomst in heerlijkheid.

Vader, aanvaard deze gaven
en vervul ze van uw Geest.
Wek in ons de gezindheid van Jezus Christus.
Sterk ons vertrouwen, verruim onze liefde.
Raak ons met het vuur van uw Geest
en breng ons elkaar nabij.

Wij bidden U, Vader, voor onze kerk.
Bescherm haar en leid haar,
geef haar vrede en eenheid over de hele wereld.
Geef wijsheid en kracht aan de paus,
aan onze bisschoppen en aan allen
die Gij als herders in uw kerk hebt aangesteld.
Gedenk in uw goedheid ook de mensen
die een bijzondere plaats innemen in ons hart
en blijf trouw aan allen die door de dood
van ons zijn heengegaan.

Samen met heel uw volk,
met Maria, de moeder van de Heer,
met de apostelen,
de martelaren en al uw heiligen,
samen ook met allen ter wereld
die op U hun vertrouwen hebben gesteld,
vragen wij om uw barmhartigheid,
erkennen wij uw grootheid
en brengen wij U onze dank.
Door Hem, met Hem en in Hem
is aan U, God, almachtige Vader,
in de eenheid met de Heilige Geest,
alle eer en glorie
door alle eeuwen der eeuwen.
Amen.


Onze Vader

Opdat Hij ons open breke,
zodat wij voor elkaar als dagelijks brood kunnen zijn
bidden wij tot God, onze Vader:
Onze Vader,…

Leer ons opnieuw beginnen, Vader,
met onszelf en met de anderen,
en vooral ook met U.
Inspireer ons door uw Goede Geest tot échte navolgers van uw Zoon.
Geef ons groot geloof in de kracht van kleine dingen,
maak van ons doorgevers van uw warme mensenliefde.
Dan zullen wij vol vertrouwen mogen uitzien naar
de wederkomst van Jezus, Messias, uw Zoon
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens

Een nieuwe cultuur is nodig,
van zelfbewustzijn en van weten
dat wij als mensen
veel te bieden hebben aan medemensen:
gastvrijheid, begrip, hoop.
Een tegenstroom van vertrouwen is er nodig,
die de vrede uitdraagt die ons door de Mensenzoon werd aangereikt.
Zijn vrede zij altijd met u.
En wensen wij die Godsvrede toe aan elkaar
.

Lam Gods

Communie

In dit brood wil de Heer ons nabij zijn,
wil Hij onze steun en sterkte zijn.
In dit brood wil Hij voor ons genade zijn.
Kom dan, en ontvang wat Hij ons aanbiedt.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning

Laat me een betrouwbaar mens zijn, God,
die elk toevertrouwd geheim
schroomvol bewaart, zijn leven lang.

Laat me een grootmoedig mens zijn,
die geen jaloersheid kent
wanneer anderen succes behalen.

Laat me een aanmoedigend mens zijn,
die iemand
van harte kan feliciteren.

Laat me een begrijpend mens zijn,
die iedereen het recht laat
ook eens fouten te maken.

Laat me een dankbaar mens zijn,
die gelukkig is anderen te mogen helpen.

Laat me een trouw mens zijn,
die een gegeven woord nooit breekt
en die op zijn beurt vertrouwen waard is.

Laat me zo iedere dag, God,
een beetje meer de mens worden die ik nog niet ben
maar toch zo graag zou worden.

Slotgebed 1

Je bent een gelukkig mens
als iemand naar jou luistert,
als iemand bij jou stilstaat.

Je bent een gelukkig mens
als iemand jou serieus neemt
als je je aanvaard weet zoals je bent.

Je wordt als mens gelukkiger
als je kunt treuren met mensen die verdriet hebben,
als je kunt lachen met mensen die lachen
als je stil kunt worden wanneer woorden teveel zijn.

Als twee of drie op die manier bijeen zijn,
dan ben Ik hun midden.
Zo spreekt de Heer. Amen.

Slotgebed 2

Goede God,
Gij hebt uw Woord laten horen in ons midden.
Gij hebt in Jezus getoond dat uw Woord ons tot keuzes dwingt.
Geef dat wij niet onnadenkend verder gaan in dit leven,
maar dat wij waarachtige volgelingen zijn  van uw Zoon,
desnoods tegen de stroom in,
steeds bedacht op het goede
zoals dat ten diepste gestalte kreeg
in Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.


Zending en zegen

Heel veel mensen zoeken
naar echt contact,
naar echte ontmoeting,
die niet te koop is,
maar die je ontvangt
als wij omzien naar elkaar,
als wij aandachtig leven met elkaar.
Moge God ons daartoe zegenen
in de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.


Bedoeld als hulp om onze moeilijke evangelietekst beter te verstaan
horen we, als eerste lezing, een parabel over een wijze moeder die haar dochter een les in liefde geeft.

Eerste lezing

Er was eens een jonge vrouw.
Op de vooravond van haar huwelijk
stond ze bij haar moeder en keek naar de zon
die over het strand onderging in volle zee.
Toen vroeg ze haar moeder:
“Moeder, mijn vader houdt van je
en is je altijd trouw gebleven.
Wat moet ik doen
opdat mijn man ook altijd van mij zal blijven houden?”

De moeder zweeg en dacht even na.
Toen bukte ze zich en vulde elke hand met zand.
Zo kwam ze bij haar dochter staan.

Zonder verder iets te zeggen,
knelde zij de vingers van één hand krampachtig om het zand.
Het zand glipte eruit.
Hoe meer zij haar vuist balde,
hoe sneller het zand eruit weggleed.
Toen deed ze haar hand open,
er kleefden nog slechts enkele vochtige korreltjes aan haar handpalm.

Maar haar andere hand had de moeder open gehouden als een kleine schaal.
Daar bleven de zandkorrels liggen.
Ze schitterden in het licht van de zon.

“Dit is mijn antwoord”, zei de moeder zacht.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.