22e zondag door het jaar C 2013

1e  sept. 2013                              (Viering)

KEN JE PLAATS (Lc. 14, 1.7-14)
Blijkbaar hadden ook al in Jezus’ tijd hooggeplaatsten de verve­lende gewoonte om op bijeenkomsten net te laat te komen zodat iedereen naar hen kon opkijken als ze verschenen! Maar jij die vroeg bent toegekomen om een mooi plaatsje te versieren, jij staat wel mooi voor schut als de gastheer of -vrouw je vriendelijk doch dringend verzoekt je plaats af te staan aan die prominente telaatkomer. Om zulke gênante situaties te voor­komen leggen we bij een chique diner tegenwoordig een naam­kaartje bij elke couvert of we huren een ceremo­niemees­ter in die de gasten naar hun plaats begeleidt. Moderne trucs om te verdoezelen dat de neiging om zichzelf met ellebogenwerk naar de eerste rij te katapulteren van alle tijden is. Jezus’ pleidooi voor wat meer be­scheidenheid, is dus een lesje in wellevend­heid, een lesje met eeuwigheids­waar­de.

Mag best, zo’n doordeweekse levens­wijsheid… maar wat heeft dat met ons geloof te maken? Alles dus. Want deze les in wellevendheid, zo staat er, is een gelijkenis (v. 7), een vergelijking. Als het gaat over goede tafelmanieren, gaat het in feite over iets anders. En waarover? Dat maakt Jezus duidelijk als Hij, aansluitend bij zijn verhaal, zegt: “Iedereen die zich verheft, zal verne­derd worden, maar wie zich vernedert, zal verheven worden” (v.11). Een zin die ook in andere evangelies wordt geciteerd (Lc. 14,11; Mt. 23,12). Een belangrijke zin dus, die deze ta­felwijs­heid optilt naar een existentieel-religieus niveau.
Wat op die bruiloft gebeurde – wie aast op een plaats aan de eretafel wordt naar een uithoek verwezen – kan ook bij God gebeuren: Wie tegenover Hem een hoge borst opzet of bij Hem in het gevlei wil komen, die zal Hij een toontje lager laten zingen; maar wie achteraan een vrije plaats uitzoekt, zal naar voren gehaald worden. Want onze God verheft de nederigen.

Dit is niet zomaar een Jezuswijsheid. Jezus werd herhaalde­lijk geconfronteerd met religieuze pretentie. Een paar voorbeelden om uw geheugen op te frissen:
* Bij Mattheüs en Marcus lezen wij dat de moeder van de apostelbroers Jacobus en Johannes aan Jezus vraagt om voor haar zonen een goed postje te reserveren in zijn Koninkrijk. Jezus reageert met: “Wie onder u de eerste wil zijn, moet dienaar van allen wezen” (Mt. 20,20-28; Mc. 10,35-45).
* Krek hetzelfde herhaalt zich, volgens Lucas, op die cruciale bijeenkomst van het Laatste Avond­maal. Jezus had het brood gebroken, de beker rondgedeeld, en gezegd ‘dit moeten jullie samen ook doen als Ik weg zal zijn; zo houden jullie de herinnering aan Mij levendig’. Zijn woorden waren nog niet koud of de leerlingen zaten alweer te ruziën over wie van hen in dat toekomstig Koninkrijk de belang­rijkste zou zijn. Je proeft de ingehou­den irritatie wanneer Jezus zegt: “De grootste is hij die dient, niet hij die gediend wordt” (Lc. 22,24-27).
* Het kan geen toeval zijn dat ook de vierde evangelist, Johannes, op ‘nederigheid’ focust door niet brood en beker maar de voetwassing te promoveren tot centraal moment van Jezus’ laatste samen­zijn met zijn apostelen (Joh. 13,1-20).

Als reeds de apostelen onder elkaar machtsspelletjes speel­den, dan hoeft het ons niet te verwonderen dat dit ook in de jonge kerk gebeur­de.
* In Korinthe, tijdens de maaltijd des Heren – dat was toentertijd, naar het voorbeeld van het Laatste Avondmaal, een volledige maaltijd met alles erop en eraan – tijdens die eucharistievieringen dus, aten de rijken hun buikje rond. Voor de armen en de slaven die pas na hun dagtaak konden komen, bleef er nauwe­lijks wat over. Paulus maakt zich daarover behoor­lijk boos en schrijft: “Wie zich bij de eucharistie afzondert van de armen, miskent het lichaam van Christus en eet en drinkt zijn eigen vonnis” (1 Kor. 11,17-34).
*Hetzelfde fenomeen deed zich voor in de kerkgemeenschap van Jaco­bus. In een rondschrijven ergert ook hij zich over het feit dat tijdens christelijke samenkomsten de armen achteruit ge­steld werden (Jac. 2,1-4).

En daarmee zijn we terug bij onze evangelietekst waarin Jezus zegt dat wie een feestmaal organiseert ook armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden moet uitnodigen, mensen van wie men geen wederdienst kan ver­wachten (v. 13).

Je boven de anderen verheven achten, op anderen neerkij­ken, het lijkt wel een inge­wortelde, oermenselijke karaktertrek met vele gezichten: geld­zucht, carrièredrang, statussymbolen, sociaal aanzien. En dat fenomeen beperkt zich niet tot de burgerlijke samenleving. Die zelfverheerlijking kan ook – maar dan meestal gecamoufleerd en onderhuids – de drijvende kracht zijn achter kerkelijk of christelijk engagement: kerkleiders die autoritair de waarheid in pacht lijken te hebben, pastors die zichzelf niet kunnen relativeren, sociale inzet die zichzelve kroont met het aureool ‘zie-eens-hoe-ik-mij-voor-de-goede-zaak-uitsloof’.
Er zijn zoveel vormen van verkapte religieuze hoogmoed. Jezus heeft ze zijn leven lang bekampt, maar ze steken steeds opnieuw de kop op: onder de apostelen, in de jonge kerk, onder de chris­tenen door de eeuwen heen tot op vandaag. Mensen die zich groot en rijk wanen in Gods ogen en daarom menen recht te hebben op een prima zitje in zijn hemels Koninkrijk.

Dat doet me denken aan die beroemde rabbijn van Tolna. Hij kreeg een rijke op bezoek en had met hem een lang gesprek. Later kwam een arme met hem praten maar al na een kwartiertje stond die weer buiten. De arme voelde zich bena­deeld en beklaagde zich erover dat de rabbijn voor een rijke veel tijd uittrok maar een arme kerel snel de deur wijst. Voor een rabbijn zouden alle mensen toch gelijk moeten zijn. “Zeker”, antwoordde de rabbijn, “maar het zit zo: jij en ik weten dat jij arm bent, en daar zijn wij het dus snel over eens. Maar die andere denkt dat hij met al zijn goud en zijn diamanten rijk is. Het kost me uren praten om hem te doen inzien dat hij maar een armzalig en meelijwekkend mens is”.

Misschien heeft God in zijn agenda ook voor ons tijd voor een lang gesprek uitgetrokken…
Marc Christiaens o.p.

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken met de tags . Bookmark de permalink.