21e zondag door het jaar A 2017 p

27 augustus 2017                           (Viering)                           

De sleutels van het Rijk Gods.

Wie van u kent geen mopje waarin Petrus opgevoerd wordt als de deurwachter of buitenwipper aan de hemelpoort? Die rol heeft Petrus te danken aan het evangelie van vandaag, waarin Hij van Jezus de sleutels van het koninkrijk der hemelen krijgt. Het gaat hier uiteraard om een symbolische daad maar toch, wat Matteüs ons vandaag vertelt, is niet onbelangrijk.

Je moet iemand wel door en door vertrouwen vooraleer je hem of haar je sleutels geeft. Als je van iemand houdt, spendeer je zoveel mogelijk tijd met die persoon maar het zal doorgaans wel een hele tijd duren vooraleer je hem of haar de sleutel van je huis of flat toevertrouwt. Om die stap te zetten moet er naast liefde heel veel vertrouwen zijn.
Dat God ons liefheeft en altijd bij ons wil zijn, is een feit. De sleutels van het koninkrijk in mensenhanden leggen, is een andere zaak. Waardoor kreeg Petrus zoveel vertrouwen van Jezus?
Vertrouwen verwerven is altijd een geschenk, want niemand is bij machte te bewijzen dat hij het vertrouwen niet zal beschamen. Vertrouwen is zoals respect: je moet het verdienen, je krijgt het niet zomaar cadeau.

Laten we het evangelie van vandaag er even bij nemen. ‘Wie is de Mensenzoon volgens de mensen?’ Deze vraag legt Jezus Zijn apostelen voor. In de diverse antwoorden die zij geven wordt Jezus’ identiteit afgeleid ván of herleid tót figuren met wie men reeds bekend en vertrouwd is: Johannes de Doper, Elia, Jeremia, één van de profeten …
‘En jullie, wie ben ik volgens jullie?’ Zoals te verwachten, komt het antwoord van Petrus. De immer spontane Petrus, de man die nooit echt redeneert maar veeleer impulsief reageert. Een man van uitersten, die het ene moment vol vertrouwen uit de boot stapt, overtuigd dat Jezus hem over het water zal laten lopen, en het andere moment panikeert omdat de golven hoger en dreigender zijn dan verwacht -het evangelie dat we twee weken terug nog hoorden-. Een man die met bravoure zweert dat hij Jezus nooit zal verraden, en dat later met evenveel elan toch doet, tot drie keer zelfs.
Die Petrus zegt: ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God.’ En dát is dus bingo, midden in de roos. Petrus reduceert Jezus’ identiteit niet tot één van de profeten. Nee, Petrus verbindt Jezus identiteit rechtstreeks met de hemel, met God zelf, Iemand van een andere orde. Hij ziet Jezus als de Messias. Het is deze geloofsbelijdenis die getuigt van een groot vertrouwen van Petrus in Jezus en die met een diep vertrouwen van Jezus in Petrus beantwoord wordt. ‘Jij bent Petrus; op die steenrots zal Ik mijn kerk bouwen en Ik zal je de sleutels van het koninkrijk der hemelen geven.’
Wat een bijzonder mooi gebaar toont Jezus hier. Maar door de sleutels van het koninkrijk in mensenhanden te leggen, stelt Jezus zich ook bijzonder kwetsbaar op. Petrus wordt door Jezus als primus geroepen om Zijn voorgeleefde boodschap verder uit te dragen als Hij er niet langer zal zijn. Het is geen macht die Petrus krijgt, wel een loodzware opdracht.
­
Wat leert dit evangelie aan ons, christenen, aan ons mensen van Schilde-Bergen? Wij proberen als gemeenschap constant te sleutelen aan een andere, betere wereld. Want wij voelen dat het ook onze opdracht is, om ons te spiegelen aan Jezus’ levenswijze. Maar wij ervaren eveneens dat ‘kerk-zijn’ werk van mensen blijft. Ook dat leren wij van de figuur van Petrus. Petrus die vandaag een rots wordt genoemd, is een gewone mens als u en ik, met fouten, soms heel zwak, soms een steen des aanstoots, een struikelblok. Luister volgende zondag maar naar de evangelielezing. Dan hoor je hoe Petrus de bal misslaat en kort na het compliment van vandaag, een uitbrander krijgt. Hij is een gewone mens van vlees en bloed, geen superman, die alles weet en nooit twijfelt, en nooit bang of zwak is. Hoe groots het bouwwerk van de kerk soms ook mag lijken, het zijn altijd maar mensen die haar opbouwen, doorsnee mensen die niet perfect, niet onfeilbaar zijn, en dat geldt van hoog tot laag. Het blijven mensen die met vallen en opstaan trachten in het spoor te stappen van de Man van Nazareth en zo het zicht op die mooiere wereld open houden.
De Kerk de rug toekeren omdat ze niet aanreikt wat ze zou moeten bieden, is gemakkelijk. Je verantwoordelijkheid opnemen en trachten het evangelie vandaag mee gestalte te geven, dat is moeilijker.
En dat is het wat God van ons, christenen verwacht. De lezing van vandaag toont dat duidelijk: het evangelie wordt aan mensenhanden toevertrouwd.

Het is nu aan ons om te pogen dat vertrouwen dat God in ons heeft, niet te beschamen. Het lijkt een onmogelijke opdracht, want niemand is volmaakt maar zo wil God het. Blijkt dat dwaas? Neen, het is zeer menselijk en getuigt van een groot vertrouwen.
Als wij aan iemand de sleutels van ons huis toevertrouwen, dan is het toch niet omdat we er van overtuigd zijn dat die ander feilloos is? Neen, het is een bewijs van vertrouwen in die mens die we ondanks zijn of haar fouten, doodgraag zien en vertrouwen en er ons leven mee willen delen en dus voor een deel ons leven in zijn of haar handen leggen. Het is ontroerend als we mogen ervaren dat iemand ons zo liefheeft dat we zijn of haar sleutels krijgen.
Welnu, zo graag ziet God ons ook. Het is fantastisch en misschien ook een beetje dwaas, maar dat is liefde altijd. Wij krijgen van God de sleutel om de harten van anderen te open voor zijn Blijde Boodschap. Aan het werk dus…
Gelukkig is die sleutel symbolisch, want anders was ik hem zeker al een paar keer verloren
Monique Van Caenegem-Suys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.