20e zondag door het jaar C 2019

18 08 2019

Begroeting

Moge de liefde van God, onze Vader, +
het voorbeeld van de Zoon
en de kracht van de Heilige Geest
met ons zijn. Amen.

Openingswoord 1

Een samenleving waarin mensen als broers en zussen met elkaar omgaan,
waarin alle mensen in rust en vrede mogen leven,
dat is de droom die Jezus tot realiteit wil maken.

Die droom blijft echter een droom
als wij niet bereid zijn
verzet aan te tekenen tegen alle vormen van onrecht,
als wij niet bereid zijn
in opstand te komen tegen hen die anderen willen klein houden.
Die confrontatie ging ook Jezus niet uit de weg.
Daarmee riep Hij tegenkrachten op
die Hem uiteindelijk de mond hebben gesnoerd.
Definitief.
Althans, zo leek het, toen Hij aan het kruis werd geslagen.

Aan zijn volgelingen gaf Hij de opdracht mee
zijn heilig vuur brandend te houden.
Geen gemakkelijke taak.
De verleiding is groot om ‘omwille van de lieve vrede’
onrecht ongemoeid te laten
en toe te dekken met ‘de mantel der liefde’.
Aan die verleiding kunnen wij vaak niet weerstaan.
Daarom bidden wij de Heer om vergeving.

Openingswoord 2

Waar gerechtigheid in het geding is,
waar de komst van Gods Rijk op het spel staat,
daar is Jezus niet de man van de ‘lieve vrede’,
daar gaat Hij de confrontatie niet uit de weg.
Want, behalve Goede Herder en Mensenvriend,
is Jezus ook Profeet in hart en nieren,
een Man die staat voor zijn Woord en van geen wijken weet.
Elke ware volgeling
zal bij tijd en wijle
er niet aan ontkomen om – net als Jezus –
teken van tegenspraak te zijn.
Voor de momenten waarop wij lauw zijn,
de momenten waarop wij ontrouw zijn aan onze idealen
bidden we God om ontferming.

Vergevingsmoment 1

-Heer, als wij, uit angst voor mogelijk vervelende gevolgen,
niet durven reageren
als mensen uit onze omgeving met mooie woorden om de tuin worden geleid,
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, als wij, geneigd om te kiezen voor de gemakkelijkste weg,
de kracht en het uithoudingsvermogen missen
om vast te houden aan wat goed is en zinvol,
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer, Gij die niemand naar de ogen ziet,
Gij, die door geen geld of offers om te kopen zijt,
leer ons onszelf te zien zoals we zijn.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Vergeef het kwaad dat in ons zit, Heer.
Vaak zijn wij te dubbelhartig
om standvastig de weg van het goede te blijven gaan. Amen.

Gebed om ontferming 2

God, Gij zijt barmhartige liefde en trouw.
Open ons hart en kom in ons midden.

-Weest Gij de Wachter bij mijn mond
zodat ik geen mens beledig.
Doorgloei mij, beziel mij
zodat ik geen mens krenk,
laat mij het goede woord spreken
en de ander bevestigen in zijn bestaan.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Bewaar ons,
maak ons sterk als onheil ons overvalt.
Louter ons leven,
neem alle schijn van ons weg
zodat wij ons niets verbeelden,
niet bouwen op onszelf,
niet vasthouden aan ons eigen gelijk.
Dan kan het vuur van solidariteit in ons ontbranden.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Maak ons bewust van onze kleinheid,
help ons de weg open te houden naar uw eeuwigheid:
vrij van racisme en geweld,
vrij van al wat naar fundamentalisme zweemt.
Laat ons liefdevol en respectvol
uw weg van vrede en gerechtigheid gaan.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God,
zet ons op de weg naar nieuw en eeuwig leven. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
Schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een Verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn Boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 1

Vorst van vrede,
wij, mensen, staan vandaag in vuur en vlam,
maar morgen zijn we alweer ‘gedoofd’,
ontmoedigd en zonder fut.
Wij bidden U:
moge de Woorden die Gij tot ons spreekt
ons vuur aanwakkeren
en ons de kracht geven om de strijd tegen onrecht vol te houden,
zodat uw droom van vrede en gerechtigheid mag zegevieren,
hier en nu en alle dagen dat wij leven mogen. Amen.

Openingsgebed 2

God,
Gij doorziet de schone schijn
en ontmaskert de leegte van zoveel mooie woorden.
Peil ons hart,
maak het ontvankelijk voor U,
maak het bescheiden en oprecht. Amen.

Lezingen

Naar het voorbeeld van Jezus
moeten we ook in moeilijke omstandigheden trouw blijven aan ons geloof,
maant de eerste lezing ons aan.
De evangelielezing verwijst naar het dilemma
waarmee we in ons leven geregeld geconfronteerd worden:
kies je voor Jezus of keer je je van Hem af?

Eerste lezing 1 (Jer., 38, 4-6. 8-10)

Uit het boek van de profeet Jeremia

De edelen zeiden tegen de koning:
`Die man moet sterven.
Door zo te spreken tast hij het moreel aan van de soldaten
die nog in de stad zijn en van de hele bevolking.
Die man zoekt niet het welzijn van het volk maar zijn ondergang.’
5           Koning Sedekia antwoordde:
`Goed, hij is in uw macht; ik kan niet tegen u op.’
Toen grepen ze Jeremia en wierpen hem in de put van prins Malkia,
in het kwartier van de wacht;
aan touwen lieten ze hem neer.
In de put stond geen water, maar Jeremia zakte weg in de modder.
7
          Terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort,
8           kwam hij uit het paleis naar hem toe en zei:
9           `Heer koning, die mannen hebben een misdaad begaan
door de profeet Jeremia in de put te werpen;
hij zal daar sterven van honger,
want in de stad is al het brood op.’
10 Daarop gaf de koning de Kusiet Ebed-Melek de opdracht:
`Neem drie mannen met u mee en haal de profeet Jeremia uit de put,
voordat hij sterft.’
KBS Willibrord 1995

Eerste lezing 2

Uit het Jeremia 38, 4-6.8-10

Jeremia leeft in de woelige jaren van de 7de eeuw voor Christus.
Hij voorspelt dat zijn land door Babylonië zal overrompeld worden
en raadt de mensen aan om te verhuizen.
Omdat hij in zijn optreden de machtigen van het land niet ontziet,
krijgt hij veel tegenstand van hen.
Baruch, zijn secretaris, vertelt ons hoe de profeet wordt mishandeld.

Als de leiders van Jeruzalem horen wat Jeremia de mensen aanraadt,
trekken ze naar de koning en beschrijven hem als een gevaar voor het land.
Jeremia moet gedood worden!
Zijn woorden hebben een negatieve invloed op de mensen
en ondermijnen het moreel van de soldaten die nog in de stad zijn.
Hij heeft helemaal niet het heil van de mensen voor ogen,
maar wil dat het slecht met hen afloopt.
‘Doe met hem wat je wil; ik kan jullie toch niet tegenhouden’,
antwoordt de koning.
Hierop laten ze Jeremia vastgrijpen en brengen hem naar een waterput in de kazerne vlakbij het koninklijk paleis.
Ze laten hem aan touwen naar beneden zakken.
Er staat geen water meer in de put, maar Jeremia zakt wel weg in de modder.

Als een dienaar in het paleis van de koning dit hoort, is hij diep geschokt.
Hij zoekt de koning op en houdt een pleidooi om Jeremia te sparen.
‘Mijn heer en koning,
die mannen hebben een grote misdaad begaan door een rechtvaardig man als Jeremia in een waterput te gooien.
Waarom moet hij in die put van honger sterven?
Waarom moet hij juist op die vreselijke plaats doodgaan?’
De koning laat zich door zijn dienaar vermurwen.
‘Ga met dertig man naar de waterput en haal Jeremia eruit voordat hij omkomt van honger.’
Hendrik Van Moorter
Catechesehuis

Tweede lezing (Heb., 12, 1-4)

Uit de brief aan de Hebreeën

            Broeders en zusters,

1           Door zo’n wolk van getuigen omgeven
moeten wij elke zondelast die ons hindert,
van ons afschudden,
om vastberaden de wedstrijd te lopen
waarvoor we hebben ingeschreven.
2           Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof.
Omwille van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag,
heeft Hij een kruis op zich genomen
en de schande niet geteld:
nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon.
3           Denk aan Hem die zoveel tegenstand van zondaars te verduren had;
dat zal u helpen om niet uit te vallen en de moed niet op te geven.
4           U hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden
in uw strijd tegen de zonde.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lc., 12, 49-53)

Uit het evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

Jezus zei tot zijn leerlingen:
49 Ik kwam om vuur op aarde te brengen
en wat zou Ik graag willen dat het al brandde.
50 Ik moet een doop ondergaan,
en hoe houd Ik het uit tot die volbracht is?
51 Denken jullie dat Ik ben gekomen om vrede te brengen op aarde?
Nee, zeg Ik jullie, eerder verdeeldheid.
52 Vanaf nu zullen vijf mensen in één huis verdeeld zijn,
drie tegen twee, en twee tegen drie:
53 vader tegen zoon, en zoon tegen vader;
moeder tegen dochter, en dochter tegen moeder;
schoonmoeder tegen schoondochter,
en schoondochter tegen schoonmoeder.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Belijden wij samen ons geloof in onze God van Leven en Liefde.

Ik geloof dat het leven mij geschonken werd
door God, onze Vader, Bron van liefde.
Ik geloof dat ik geroepen ben
om mee te werken aan een toekomst
die voor elke mens menswaardig is.

Ik geloof in die uitzonderlijke Mens
die niet geleefd heeft voor Zichzelf.
Ik geloof in die Mens
die wij kennen als Zoon van mensen
en Zoon van God,
die een ereplaats gaf aan mensen
die over het hoofd werden gezien.

Ik geloof dat zijn Geest onder ons werkt
als wij in zijn naam samen zijn
en wij elkaar levenskansen geven.
Ik geloof dat zijn Geest
ons telkens weer aanspoort
om naar elkaar om te zien
en zo mensen te worden met en voor elkaar.

Ik geloof dat ons leven
niet zal eindigen in het zinloze niets,
maar dat wij eens zullen leven
bij de Bron van liefde die ons dit leven schonk. Amen.

Voorbeden 1

God hoopt dat het vuur van zijn liefde oplaait in ons hart.
Wat ons daarbij bezwaart,
mogen wij bij het begin van deze tafeldienst aan Hem toevertrouwen.

-Bidden wij dat het Woord van Jezus ons mag uitdagen
om in opstand te komen tegen onrecht,
om de hand te reiken aan hen die onze samenleving links laat liggen.
Laten wij bidden…

-Bidden wij dat het Woord van Jezus ons mag uitdagen
om te luisteren naar het jeugdig idealisme van jongeren
in plaats van hen bij voorbaat betweterig de mond te snoeren.
Laten wij bidden…

-Bidden wij dat het Woord van Jezus ons mag uitdagen tot liefde
die haar nek uitsteekt en zwakkeren partijdig nabij is.
Laten wij bidden…

-Bidden wij dat het Woord van Jezus ons mag uitdagen om,
in trouw aan zijn Woord,
geen risico’s te schuwen
en te weerstaan aan de verleiding
om ons te nestelen in eigen veiligheid en zekerheid.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

-Bidden wij voor alle sociaal bewogen mensen,
voor hen die opkomen
voor de rechten van de zwaksten
en pleiten voor gelijke kansen voor iedereen.
Dat zij in alles wat zij ondernemen
niet zichzelf zouden zoeken of eigen eer najagen,
maar steeds het welzijn van anderen mogen voor ogen houden
en zich daaraan belangeloos toewijden.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor allen die zich gelovig noemen,
voor hen die het geloof van waaruit zij leven,
willen uitdragen en doorgeven aan anderen.
Dat hun getuigen nooit mag ontaarden in fanatisme,
dat hun daden mogen overeenstemmen met hun woorden,
dat zij weten te spreken, maar ook weten te luisteren.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor allen die
in gezinnen
en overal waar mensen elkaar ontmoeten,
bedacht zijn op een goede onderlinge verstandhouding.
Voor hen die een hekel hebben aan onenigheid
en kost wat kost de goede sfeer willen bewaren.
Dat zij de spanningen niet steeds toedekken,
maar op tijd en stond een confrontatie verkiezen boven schijnbare vrede.
Laten wij bidden…

Eeuwige God,
raak ons met het vuur van Jezus, uw Zoon.
Maak ons zoals Hij is:
vertrouwd met U en om mensen bewogen.
Doe ons de waarheid zoeken
en de ware vrede vinden. Amen.
naar Gerard Kock

Voorbeden 3

Keren wij ons hart biddend tot God.

-Bidden wij voor de sterken onder ons, de profeten van onze dagen,
die definitief de kant gekozen hebben van de zwakken
en zich daarom niet laten weerhouden
het onrecht – telkens weer – bij name te noemen.
Dat zij staande blijven en hun stem nooit verstomt.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor de teleurgestelden onder ons, ooit enthousiast begonnen,
dromend van een betere wereld,
maar moedeloos geworden
omdat de werkelijkheid zoveel weerbarstiger is.
Bidden we ook voor alle mensen die in de put zitten
en de toekomst somber inzien.
Dat er handen zijn die hen omhoog trekken
en hen weer zetten op vaste grond.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor de stille zwijgers onder ons,
die alles maar over hun kant laten gaan,
voor de zachte heelmeesters,
die spanningen steeds verhullen
en koste wat kost de vrede willen bewaren.
Dat zij opkomen voor zichzelf,
leren uitkomen voor hun mening
en gaan inzien dat toedekken en sussen niet altijd het beste is.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor allen hier aanwezig.
Dat wij niet weglopen van onszelf,
maar standvastig zijn en trouw blijven
aan wie en wat ons dierbaar is.
Laten wij bidden…

God,
raak ons met het vuur van Jezus, uw Zoon.
Maak ons zoals Hij vertrouwd met U en om mensen bewogen. Amen.
naar Kerk in Herent

Gebed over de gaven

Heer, onze God,
met het aanbieden van dit brood en deze wijn
vragen wij U om onder ons aanwezig te zijn.
Uw antwoord is Jezus,
Brood voor het leven,
onze Hoop en onze Vrede.
Moge Hij in ons midden vuur en kracht zijn. Amen.

Tafelgebed

Hoe moeten wij U danken, Vader,
voor het geluk dat ons geopenbaard werd
in Jezus, uw Zoon.
Met Hem willen wij U danken
dat Gij uw Boodschap verkondigd hebt
aan de kleinen en de eenvoudigen.
Met Hem willen wij U danken
dat Gij voor ons toekomst opent
en ons leven hoop en uitzicht geeft.
Daarom loven en prijzen wij U
en noemen U:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Barmhartige Vader,
wij danken U voor Jezus Christus,
die één van ons geworden is.

Na zijn dood
hebben zijn leerlingen erkend
dat zijn Geest aanwezig is
overal waar liefde woont,
overal waar mensen in elkaar durven geloven,
overal waar mensen vergeving schenken
en elkaar de hand reiken.

Zij hebben begrepen dat Jezus met hen meeging
als zij met elkaar dezelfde weg gingen.
Zij hebben Hem herkend, Vader,
bij het breken van het brood
toen zij maaltijd hielden
om Jezus’ liefde onder elkaar levend te houden.

In de nacht waarin Hij werd overgeleverd
heeft Hij hun immers een teken gegeven
van zijn liefde tot het uiterste.

Aan tafel nam Hij brood in zijn handen, dankte U,
brak het en deelde het uit aan zijn vrienden
met de woorden:
“Neem en eet hiervan,
want dit is mijn Lichaam,
dat voor u gebroken wordt.”

Toen nam Hij ook de beker, dankte U,
en reikte hun de beker aan met de woorden:
“Drinkt allen hiervan
want dit is de beker van het nieuwe Verbond,
bezegeld met mijn Bloed,
dat voor U en voor allen vergoten wordt.
Eet van dit Brood, en drink uit deze Beker om Mij te gedenken.”

Als wij dan eten van dit Brood
en drinken uit deze Beker,
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Trouw aan Jezus’ Woord, Vader,
breken wij hier dit Brood
en danken U voor deze Beker.
Wij gedenken al wat Jezus ons heeft voorgeleefd
en maken zijn voorbeeld tot het onze.

Gedenk in uw goedheid allen die ons zijn voorgegaan.
Zij leven in onze gedachten,
maar, meer nog, zijn zij levend bij U.

Laat uw Geest rusten op deze gaven.
Dat deze heilige symbolen
ons mogen spreken van Jezus’ dood die tot leven wekt,
dat wij mogen openstaan
voor alles wat Jezus ons geleerd heeft,
dat wij vervuld mogen worden van zijn liefde.
Dan zal er vreugde zijn op aarde,
vrijheid en vrede in Jezus’ naam.

Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn,
Heer onze God, almachtige Vader,
in de eenheid van de Heilige Geest,
hier en nu, en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Laten wij ons laten leiden door de gezindheid van Jezus van Nazareth
en met Hem bidden tot zijn en onze Vader:
Onze Vader….

Laat uw Rijk komen, God,
uw wil werkelijkheid worden in ons midden,
zodat uw geheiligde naam
kan worden doorgegeven in gerechtigheid en vrede
van mens tot mens,
van land tot land,
over heel de wereld.
Dan zal de mensheid vreugdevol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het Koninkrijk…

Vredeswens

Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd:
‘Vrede laat Ik u,
mijn vrede geef Ik u’.
Maak deze belofte waar
en geef ons vrede in uw naam
en maak ons één, Gij die leeft in eeuwigheid. Amen.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij die vrede van harte door aan elkaar.

Lam Gods

Communie

De Heer bracht ons hier bijeen
om bij het breken van het Brood
zijn zorgende liefde door te geven aan elkaar.
Dit is het Lam Gods…

Bezinning 1

Vuur in een hoogoven
krijgt zelfs het sterkste staal gesmolten.
Vuur doet de hardste dingen van vorm veranderen.

Vuur is ook bron van licht en warmte.
Het verlicht de nacht
en maakt ons voedsel gaar en eetbaar.

Vuur,
soms ben je voor mensen heel gevaarlijk,
je kan veel verwoesten.

Maar ik vind je ook terug in mensen in vuur en vlam,
in mensen die voor elkaar door het vuur gaan.

Vuur…
je  blijft me boeien,
want zonder jou is er geen warmte
en kan geen mens, dier of plant nog leven.
Zonder jou gaan we allemaal dood… van de kou.

Jezus kwam vuur prediken,
vuur in het hart van mensen.

Bezinning 2

Hij had het over vuur
als Hij zijn Kerk bedoelde.
Een vuur waaromheen
verkleumde mensen
kunnen samenkomen
om zich te warmen,
om elkaars gezicht te zien,
om niet alleen te zijn
in de nacht.

Hij had het over vuur.
Hij heeft gewild
dat het zou branden,
fel en vurig,
speels en onvoorspelbaar:
telkens nieuwe gensters in de nacht.

Hij had het over vuur
dat moet blijven branden,
gevoed moet worden
door alles wat mensen
nieuw ontdekken door hun vragen,
dat moet aangewakkerd worden
door het waaien van de Geest,
onzichtbaar in de nacht.

Hij heeft zijn Kerk
als een vuur ontstoken.
Misschien hebben wij,
de eeuwen door,
teveel aan brandbeveiliging gedaan.
Manu Verhulst

Slotgebed 1

Ik kan me goed voorstellen
dat je bij dit evangelie even je wenkbrauwen fronst – zegt God –
en dat je twijfelt of je het wel goed gelezen hebt.
Uiteraard is het niet mijn bedoeling
om verdeeldheid te brengen.
Maar als je in vrijheid voor Mij durft te kiezen,
zal dat niet door iedereen op applaus worden onthaald,
zeker niet in deze tijd.
Toch hoop Ik dat je je ‘jawoord’ durft te geven
aan Mij en aan mijn droom van een rechtvaardige wereld.
Je mag erop vertrouwen
dat Ik je gelukkig wil maken
en je echte vrede wil geven.
Erwin Roosen

Slotgebed 2

Ik begrijp wel, God,
dat mijn keuze voor U en voor het evangelie
niet door iedereen op applaus wordt onthaald.
Maar soms is de tegenwind die ik ervaar
zo sterk,
dat ik echt niet meer weet hoe ik overeind kan blijven.
Wil mij, vooral op die momenten, laten voelen
dat Gij op een unieke manier van mij houdt.
En ontsteek dan in mijn hart
opnieuw het vuur van uw liefde! Amen.
Erwin Roosen

AZending en zegen

“Vuur moet branden” zegt Jezus.
Hij wil dat wij – ook in lastige situaties –
levende getuigen zijn van zijn Goede Boodschap.
Daartoe worden wij gezonden en gezegend
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Liturgische vieringen met de tags . Bookmark de permalink.