20e zondag door het jaar B 2018 p

19 augustus 2018                                                         (Viering)
Lezingen: Spreuken 9,1-6, Johannes 6,51-58

Jezus: ons levend brood

Heel wat roddelbladen proberen uit te blinken in het brengen van sensationeel nieuws over bekende personen. Ze tellen nogal wat abonnees en de meeste lezers slikken hun berichten als zoete koek. De reclame toont ons allerlei ideale zaken en situaties, de ene nog beter dan de andere. De meesten nemen het aan als zoete koek. Politici verkondigen allerlei mooie ideeën, ze beloven -zeker in verkiezingstijd- gouden bergen, en door velen wordt het opgegeten als zoete koek.
We pikken zowat alles, zonder vragen te stellen.
En dan hebben we Jezus van Nazaret, profeet, leraar, goede herder, die een boodschap brengt voor mensen van alle tijden, voor een gelukkig leven, de weg naar de ware zin van ons bestaan. Die boodschap gaat er echter niet in als zoete koek. Velen lusten zijn woorden niet. Waarom? Misschien begrijpen ze zijn woorden niet of vinden ze zijn manier van leven te moeilijk. Sommigen beweren wel in Hem te geloven maar ze doen zoveel water bij de wijn dat deze smaakloos wordt. Jezus’ boodschap goed verstaan en die in je leven waarmaken blijkt niet altijd eenvoudig.

Wat we van Jezus weten, komt uit de evangelieverhalen welke vaak moeilijk toegankelijk zijn. De tekst van vandaag is daar een schoolvoorbeeld van. De joodse wereld in Jezus’ tijd sprak regelmatig een beeldende taal. Als je alles wat Jezus zegt letterlijk neemt dan kun je heel vreemde en zelfs onmogelijke ideeën tegenkomen. Wanneer Jezus zich brood uit de hemel noemt, dan is dat een metafoor. En als we Hem horen zeggen: mijn vlees is echt voedsel, mijn bloed is echte drank, bedoelt Hij dat eveneens niet letterlijk. Zijn toehoorders van toen, die gewoon waren aan een heel beeldrijke taal, hadden toch ook moeite met deze  woorden.
In feite wil Hij zeggen: Ik, mens van vlees en bloed, zoals Ik ben, zoals Ik leef, wil Ik voor jullie als voedsel zijn om tot het ware leven te komen, zoals God dat voor ons wil. Bekijk mij en zie wat ik concreet doe. Beluister mij en hoor wat ik te zeggen heb. Neem dat goed in jullie op, kauw het en herkauw het, zo word Ik in jullie een bron van immense kracht.

Wij hanteren ook wel eens beeldspraak. Als we zeggen dat iets geslikt wordt als zoete koek gebruiken wij eveneens een zinnebeeld. Ons probleem is echter niet alleen dat we moeite hebben met die Joodse beeldspraak uit het evangelie. Door de eeuwen heen is die Jezus van toen ook omgeven door allerlei theologische beschouwingen, door heel veel vrome gedachten en tradities. Hierdoor gaan we aan de echte Jezus, die man van vlees en bloed voorbij en verstaan Hem haast niet meer.
We noemen Hem Zoon van God, een titel waarmee we Hem als het ware te vaak in de wereld van God plaatsen. En deze blijkt voor ons stervelingen onbereikbaar. Zo verblijft die Jezus zover weg van ons, vaak zo superhoog verheven, dat we de man van vlees en bloed haast niet meer zien. En toch kan Hij ons dan alleen echt inspireren en motiveren, en bron van kracht zijn. Wanneer we Hem herkennen als man van vlees en bloed, kunnen we kijken naar zijn daden, luisteren naar zijn woorden en blijven we niet hangen in wat vage en vrome gedachten.
Maar dat vraagt wel van ons dat we moeite doen om ons te verdiepen in  de bijbel, in Jezus verhaal én de verhalen die Hij vertelde. We halen er léven uit voor ons léven, elke dag opnieuw. In elke eucharistie of gebedsviering met communie luisteren we naar de Schriften en mogen wij aanzitten aan de tafel van de Heer. Deze rijkdom vieren wij hier elke week in de woorddienst en de tafeldienst.
We zitten nu midden in de woorddienst, de verkondiging. Het geheim van God met de mensen trachten we te verduidelijken met woorden, mensenwoorden, vandaag mijn woorden. En ik weet dat ik hierin tekort schiet want woorden die over God spreken, schieten altijd te kort.
In beide delen nemen wij echter God in ons op en verweven Hem zo in ons vlees, in ons bloed, in al onze vezels, in onze woorden en daden. Hij is ons geestelijk voedsel. Wanneer we Hem straks tijdens de communie ontvangen, vragen we om zijn hulp om te leven zoals Hij, in liefde voor God en voor elkaar, in het zoeken naar vrede in deze wereld.
Tweeduizend jaar lang voeden christenen zich reeds met dit levende Brood en zij zullen dit blijven doen totdat het brood verdeeld is tot aan de armste man, de verste bewoner in deze wereld. Amen.

Monique van Caenegem-Suys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.