1e zondag van de vasten C 2007

ZONDAGSVIERINGEN

Eerste zondag van de vasten C jaar (25 02 2007)

Begroeting

Het is goed dat wij ons wekelijks even terugtrekken uit de drukte van elke dag.
Het is goed dat wij daarvoor samenkomen in het huis van de Heer.
Welkom, in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1

We staan aan het begin van de voorbereidingstijd op Pasen.
Deze startzondag staat in het teken van
wat we tegenwoordig misschien ‘een test’ zouden noemen,
maar wat in de Bijbel gewoon ‘bekoring’ heet.

Jezus wordt door de duivel getest
op zijn mogelijkheden, zijn voorkeuren, zijn zwakke plekken,
kortom, op zijn geschiktheid als Messias.

Een gelegenheid om ook onszelf even te testen
op onze mogelijkheden en voorkeuren, op onze zwakke plekken,
kortom, op onze geschiktheid als volgeling van Jezus.

Openingswoord 2

Veertig dagen tijd
om tijd te maken
om weer mens bij de mensen te worden.
Een tijd om je te verrijken
met een barmhartig hart.
Een tijd om je horizon te verruimen
tot de echte mens die je zelf bent
en hem of haar die jouw medemens is.
Een tijd om open te komen
voor echte rijkdom door je rijkdom te delen.
Veertig dagen,
een begin van een nieuwe tijd…

Vergevingsmoment

Voor al die keren dat wij niet meer weten wat kiezen,
dat we verloren lopen in onze welvaart of comfort
en toch nog durven bekommerd zijn om de dag van morgen.
Heer, ontferm U over ons.

Voor al die keren dat wij U op de proef stellen
wanneer woestijnmomenten in ons leven opduiken.
Voor onze angst om los te laten
terwijl Gij zelf alles, tot het leven toe,
hebt gegeven om ons te redden.
Christus, ontferm U over ons.

Voor ons gebrek aan vurig geloof en vertrouwen, ons mopperen en klagen
terwijl Gij al die tijd aanwezig zijt met uw milde gaven.
Voor al die keren dat onze blindheid U bedroeft.
Heer, ontferm U over ons.

Moge de Barmhartige God,
die al onze begrippen en voorstellingen te boven gaat,
ons weer vrij maken van zonden,
Zich over ons ontfermen,
ons geleiden op weg naar het volle leven. Amen.


Openingsgebed 1

Heer onze God,
een beetje zoals Jezus in de woestijn
zitten ook wij hier bijeen, teruggetrokken uit de drukte van elke dag.
Wij bidden U:
maak ons ingekeerd en stil
zodat we het woord horen dat U tot ons spreekt.
Dan kan dit uur een begin worden van luisteren naar U,
van leven met U, van eenheid met U.
Dat vragen wij U door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 2

God, vernieuw ons hart,
leer ons de vreugde smaken van een gedeeld leven,
in harmonie met elkaar, met Moeder Aarde en met U.
Geef ons de kracht
niet te leven ten koste van anderen,
ten koste van uw schepping.
Dan zullen we eer doen aan U,
schepper en drager van ons bestaan. Amen.

Lezingen
Luisteren wij naar de Heer die ons toespreekt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Deut. 26, 4-10)

Uit het boek Deuteronomium.

In die dagen sprak Mozes tot het volk:
4        De priester neemt dan de korf van u aan
en zet hem voor het altaar van de Heer uw God.
5        Dan moet u, staande voor de Heer uw God,
het woord nemen en zeggen:
`Mijn vader was een zwervende Arameeër.
Hij is met een klein aantal mensen naar Egypte gegaan
en, terwijl hij daar als vreemdeling verbleef,
een groot, machtig, talrijk volk geworden.
6        Toen de Egyptenaren ons slecht behandelden,
ons onderdrukten en ons harde slavenarbeid oplegden,
7        hebben wij tot de Heer, de God van onze vaderen, geroepen.
En de Heer heeft ons verhoord en zich onze vernedering,
ons zwoegen en onze verdrukking aangetrokken.
8        Hij heeft ons uit Egypte geleid met sterke hand,
met uitgestrekte arm, onder grote verschrikkingen,
en met tekenen en wonderen.
9        Hij heeft ons naar deze plaats gebracht
en ons dit land geschonken,
een land dat overvloeit van melk en honing.
10       Daarom breng ik nu de eerste vruchten van de grond,
die U, Heer, mij hebt geschonken.”
Dan moet u die voor de Heer uw God neerleggen,
u voor Hem neerbuigen.
KBS Willibrord  1995

Tweede lezing (Rom., 10, 8-13)
Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome.

Broeders en zusters,
8           De Schrift zegt, het woord is dicht bij u,
in uw mond en in uw hart,
het woord namelijk van het geloof, dat wij verkondigen.
9           Want als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is,
en uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt,
zult u gered worden.
10          Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid
en de belijdenis van uw mond brengt de redding.
11          Zo zegt de Schrift het:
Niemand die in Hem gelooft zal worden teleurgesteld.
12          Er bestaat geen verschil tussen Joden en Grieken.
Zij hebben allemaal dezelfde Heer,
rijk aan gaven voor allen die Hem aanroepen.
Iedereen die de naam van de Heer aanroept, zal gered worden.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lc., 4, 1-13)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas.

1           In die tijd keerde Jezus, vol van heilige Geest, terug van de Jordaan.
Hij bleef veertig dagen lang in geestvervoering in de woestijn,
2           waar Hij door de duivel op de proef werd gesteld.
Al die dagen at Hij niets,
en toen ze voorbij waren kreeg Hij honger.
3           Toen zei de duivel tegen Hem:
`Als U de Zoon van God bent,
zeg dan tegen deze steen dat hij een brood moet worden.’
4           Jezus antwoordde hem:
`Er staat geschreven:
Niet van brood alleen zal de mens leven.’
5           Daarop nam de duivel Hem mee omhoog
en liet Hem in een flits alle koninkrijken van de wereld zien
6           en zei:
`Heel die macht en al hun pracht zal ik U geven,
want zij zijn mij in handen gegeven
en ik geef ze aan wie ik wil.
7           Als U mij aanbidt zal het allemaal van U zijn.’
8           Jezus gaf hem ten antwoord:
`Er staat geschreven:
De Heer uw God zult u aanbidden en Hem alleen dienen.’
9           Hij bracht Hem naar Jeruzalem,
zette Hem op de rand van de tempel en zei:
`Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden.
10          Want er staat geschreven:
Aan zijn engelen zal Hij bevelen U te beschermen,
11          en: Op hun handen zullen ze U dragen,
zodat U aan geen steen uw voet zult stoten.’
12          Jezus antwoordde hem:
`Er is gezegd:
U zult de Heer uw God niet op de proef stellen.’
13          Toen de duivel alle beproevingen had uitgevoerd,
ging hij van Hem weg voor een bepaalde tijd.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken we samen uit dat we bereid zijn
ons in te zetten voor een mensenwereld zoals God die voor ons gedroomd heeft.

Ik geloof in God,
schepper van hemel en aarde.

Ik geloof ook dat God zijn schepping
aan ons, mensen, heeft toevertrouwd
opdat wij zijn werk zouden voortzetten
en deze aarde voor alle mensen
bewoonbaar zouden maken.

Ik geloof in Jezus Christus,
de verlosser van de wereld.

Ik geloof dat wij uitgenodigd worden
om mee te werken aan de bevrijding van de mens,
aan de opbouw van een betere wereld,
door ons in te zetten
voor meer levenskansen voor iedereen
en om Christus’ werk verder te zetten.

Ik geloof in de Heilige Geest
die de mensen tot eenheid wil brengen
in één grote gemeenschap.

Ik geloof ook dat ik persoonlijk word aangesproken
om aan deze gemeenschap mee te werken,
samen met alle mensen van goede wil. Amen.

Voorbeden 1

 Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn aan de Heer op te dragen.

– Bidden wij om geloofwaardigheid van het Rijk Gods hier op aarde.
Dat het niet gecompromitteerd wordt
door streven naar macht, aanzien en goedkoop succes.
Dat er mensen mogen opstaan, hoog en laag,
die zichzelf op het spel durven zetten
om in naam van het evangelie
anderen de vreugde van de bevrijding aan te bieden.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor allen die voor een afgrond staan
en geen uitweg meer zien.
Dat zij een hand mogen vinden
die hen behoedt voor de ondergang.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onszelf.
Dat wij niet afgestompt geraken
door de dagelijks weerkerende televisiebeelden
van honger, ellende en overlevingsstrijd in het grootste deel van de wereld;
dat wij ons gevoel voor rechtvaardigheid niet zouden verliezen,
en de handen zouden ineen slaan
om het geproduceerde brood met elkaar te delen.
Laten wij bidden…

Gebed over de gaven 1

Heer onze God,
wij bieden U brood en beker aan,
heel ons bestaan, alles wat we zijn.
Aanvaard ons met onze kansen en beperktheden,
maar vooral met onze mogelijkheden.
Leer ons daarvan ten volle gebruik maken.
Leer ons mensen te worden die durven te geven met hart en ziel.
Dat vragen wij U door Hem die zich volledig gaf aan U:
Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 2

Goede Vader,
Maak ons tot brood voor elkaar,
zoals Jezus brood werd voor deze wereld.
Maak ons tot vreugde van elkaar
zoals Jezus werd tot onze vreugdewijn.
Dat uw liefde in ons mag groeien
telkens wij het brood eten en de wijn drinken
door Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig …

Laten wij nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laten wij nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.

Laten wij nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laten wij nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe
omdat Hij leerde dat Gij zijn vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die boodschap blij kunnen worden.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rond reiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
doe het dan om mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.

Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rond reiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde;
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn.
Amen.

Onze Vader
Moge God ons de ogen openen voor wat in het leven werkelijk de moeite waard is.
Daartoe bidden wij tot Hem met de woorden die Jezus ons heeft geleerd:


Onze Vader…

Heer, houd de bekoring van machts- en bezitsdrang ver van ons,
houd de bekorende gedachte dat Gij maar moet recht trekken
wat wij, uit ik-zucht, krom hebben gebogen
ver van ons.
Doe ons inzien dat wij te bouwen hebben aan uw Rijk dat komt;
dan zullen wij verlangend mogen uitzien naar de definitieve komst
van Jezus, Messias, uw Zoon,
Want van U is het koninkrijk….

Vredeswens

‘Thuis’, dat is de deur op onze privacy:
het veilig plekje om uit te blazen, en onszelf te zijn.
‘Thuis’, dat is vooral het aangezicht van mensen
die in vrede bij elkaar thuis zijn,
die elkaar de ruimte geven om te zingen en te wenen,
om tegelijk zot en serieus te zijn.
Thuis is ook het dak, hoog boven onze hoofden
waaronder wij ons thuis voelen,
het geestelijk dak, waaronder wij elkaar verstaan
en met elkaar delen wat wij de moeite vinden om voor te leven.
Er is ook de thuis die Jezus ooit het huis van zijn Vader noemde,
waar heel veel mensen ruimte krijgen
om zichzelf te zijn en met elkaar voluit te leven.
Dat blijft ons grote heimwee: dat vredeshuis met velen…
Moge dat Godshuis van vrede altijd met u zijn.
En wensen wij die Godsvrede van harte aan elkaar toe.

Lam Gods

Communie

Heer, laat brood en beker ons kracht geven
als wij proberen te leven zoals uw Zoon,
die zichzelf prijsgaf tot onze verzoening.
Dit is het Lam Gods dat ….

Bezinning 1

Hij heet Jezus Christus,
en Hij heeft honger.
Hij huilt door de mond van wie honger lijdt.
De mensen lopen voorbij als ze Hem zien
en haasten zich vlug naar de kerk.

Hij heet Jezus Christus,
en heeft geen huis.
Hij slaapt in de goot.
Voorbijgangers versnellen hun pas
en zeggen dat hij een dronken landloper is.

Hij heet Jezus Christus,
en is analfabeet.
Hij werkt niet, maar bedelt op straat.
De mensen zeggen als ze Hem zien:
Die nietsnut! Dat Hij gaat werken…

Hij is onder ons.
We hebben Hem niet herkend.
We doen alsof wij Hem verwachten
maar negeren Hem,
Hij ís immers al midden onder ons.

Bezinning 2

Onderweg naar het land baan ik mijn weg.
En zie:
ik heb alles,
beheers alles,
word door allen op handen gedragen.
En toch – woestijn –
hunkert de honger,
dreigt de onmacht,
gaapt de angst te vallen in het niets.
Wat heb ik meer nodig dan deze fata morgana,
meer nodig dan brood, dan macht,
meer dan aanzien?
Dat je naar me kijkt en zegt: ik zie je graag;
dat ik van je voel: je mag er zijn;
dat je me draagt en zegt: je hoeft je niet te bewijzen.
In de woestijn ontluikt mijn weg naar het land.
Mijn weg is veertig dagen, jaren lang;
langer dan mijn hunker die verzandt,
langer dan mijn onmacht, mijn angst.
Mijn weg is mijn land.
naar J.V.P.


Slotgebed 1

Heer, onze God,
laat de goede boodschap van uw Zoon
vlees worden in ons.
Geef ons vertrouwen in hen met wie wij samen leven en werken.
Ook in hen die ons ooit hebben teleurgesteld.
Maak ons hart en onze geest bereid
om in eenvoud en liefde elkaar te beluisteren en te bemoedigen.
Laat uw Geest ons ertoe aanzetten
om met meer blijheid en vertrouwen de mensen tegemoet te treden.
Wees in ons midden elke dag
opdat wij, in het spoor van uw Zoon en in de kracht van uw Geest,
vasthouden wat goed is
en ook nieuwe wegen durven gaan in deze nieuwe tijden. Amen.

Slotgebed 2

Schenk mij uw Geest, God,
om als christen stand te houden
in de woestijn van deze wereld
en om niet ten onder te gaan
aan de verlokkingen van bezit en macht.
Help mij mijn roeping als christen te ontdekken én te beleven:
U aanbidden, Heer, en U alleen dienen.
Op papier is dat eenvoudig,
maar in het concrete leven
dreigt het vaak anders te verlopen.
Laat me daarom in deze veertigdagentijd
groeien in liefde en geloof.
Erwin Roosen


Zegen

Mogen wij van hier in vrede weggaan
in het besef
dat het verhaal van de bekoringen
een stuk realiteit is in ons leven van elke dag.
Hiertoe zegene ons de barmhartige God: de Vader,…. +

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.