19e zondag door het jaar A 2017

13 08 2017

Begroeting

Wat de voorbije week ook bracht aan vreugde en verdriet,
nu zijn we samengekomen om de Heer te ontmoeten,
Hij die ons zegt: ”Kom, wees niet bang, Ik ben er.”
Laten we hier dan samenzijn
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Het is niet alle dagen rozengeur en maneschijn,
ook bij Jezus niet.
Na de broodvermenigvuldiging is Hij moe,
wil Hij even weg van de menigte
om Zich op een berg terug te trekken
om te bidden tot zijn Vader,
om nieuwe kracht en inspiratie op te doen.
Zijn apostelen zijn ondertussen het meer opgevaren
en serieus afgedreven door een stormwind.
Het zijn stoere vissers, maar ze zijn toch doodsbang voor het natuurgeweld.
Jezus laat hen echter niet in de steek,
komt over het water naar hen toe
en stelt hen gerust: ”Ik ben het, weest niet bang.”
Als Petrus Jezus meent te herkennen, vraagt hij Jezus
ook hem over het water te laten lopen.
Maar dan kan Petrus zijn ogen toch weer niet geloven
en begint hij terug te twijfelen.
Geloof en ongeloof van Petrus,
zo herkenbaar, ook in ons eigen leven.
Maar ondanks Petrus’ twijfel, reikt Jezus hem de hand.
Vertrouwen wij altijd op Gods uitgestoken hand?
vrij naar Jos Douma

Openingswoord 2

Lopen op het water, is dit voor ons een mooi evangelieverhaal
of is dat soms onze ervaring van Gods nabijheid en steun
in moeilijke periodes van ons leven?
Durven wij vertrouwen op Gods Woord:
‘wees niet bang, Ik ben er voor jou?’

Gebed om ontferming 1

-God, ook in ons leven kan het al eens stormen.
Soms zo erg dat we de indruk hebben geen kant meer op te kunnen.
Uw naam ‘Ik zal er zijn voor u’ lijkt dan een mooie frase,
want we voelen ons dan in de steek gelaten,
schuiven soms de schuld van de tegenslag op U.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, ook Gij hebt moeilijke momenten gekend,
trok U dan even terug in de stilte
om vol vertrouwen te bidden tot uw Vader.
Gij hebt ons geleerd dat Hij ook onze Vader is,
die naar ons luistert.
Daar twijfelen we echter regelmatig aan.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer,
uw liefde is onvoorwaardelijk.
Ook al is ons geloof in U er één van vallen en opstaan,
Gij staat ons steeds op te wachten als een liefdevolle Vader,
die onze bravoure wel doorziet
en ons onvoorwaardelijk de kans geeft ons terug naar U te keren.
Die mildheid brengen wij vaak niet op naar onze medemensen toe.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God,
Leer ons te vertrouwen dat, als Gij ons bij de hand neemt,
wij samen met U over het water kunnen lopen. Amen.

Vergevingsmoment 2

-Heer, onze God,
soms weten we wel
dat wij ons op weg moeten begeven
om dingen in ons leven te veranderen,
maar wij zijn zo bang
om iets los  te laten dat ons veilig lijkt.
Vergeef ons deze angst.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus,
soms lijkt alleen wat we verworven hebben
ons veiligheid te bieden.
Wij sluiten ons daarin op,
bang om te verliezen wat we hebben
en vergeten dat leven groeien is.
Vergeef ons deze angst.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer, onze God,
ons vertrouwen in uw reddende aanwezigheid in ons leven
is vaak zo klein
dat wij uw nabije, uitgestoken hand niet merken.
Vergeef ons deze angst.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Heer God, laat ons meer bewust worden van het feit
dat Gij onze God zijt
en dat wij bij U mogen komen met alles wat ons bedrukt,
door Christus, onze Heer. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge:
eer aan de Vader die de Oorsprong is,
eer aan de Zoon die in de wereld kwam,
eer aan de Geest: Hij maakt ons vrij.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde:
zondaars vinden bij Hem genade,
zieken troost en geneest Hij,
armen brengt Hij zijn Blijde Boodschap.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde
door liefde onder de mensen.
Liefde die de dood overwint,
de tranen wegwist uit onze ogen
en alles nieuw maakt. Amen.

Openingsgebed 1

God,
waar het leven moeilijk wordt
lijkt Gij ver weg te zijn.
Waar mensen zich alleen gelaten voelen,
krijgt twijfel soms de bovenhand.
Wij bidden U:
geef dat wij in een liefdevol menselijk gebaar
uw uitgestoken hand herkennen.
Dit vragen wij U door Jezus Christus, uw Zoon en ons Voorbeeld. Amen.
naar Thomasvieringen

Openingsgebed 2

God,
in Jezus, uw Zoon, hebt Gij ons getoond dat Gij ons grenzeloos liefhebt.
Als we het moeilijk hebben, zijn we vaak onzeker.
Wij vragen U:
laat ons dan extra voelen
dat Gij ons in alle omstandigheden nabij blijft,
zodat wij weer vaste grond onder onze voeten gewaar worden.
Dit vragen wij U in naam van Jezus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.

Lezingen

God komt zijn ontmoedigde profeet Elia tegemoet in een zachte bries.
Ook Jezus laat zijn leerling niet in de steek:
Hij gaat over het water naar hem toe en reikt Petrus de hand.
Laten we samen luisteren naar die vertrouwenwekkende woorden uit de Schrift.

Eerste lezing (1 Kon. 19, 9a. 11-13)

Uit het boek der Koningen

  9         Elia kwam bij de berg Horeb aan en overnachtte er.
Toen kwam het woord van de Heer tot hem:
`Waarom bent u hier, Elia?’
10         Hij antwoordde:
`Omdat ik mij met al mijn ijver ingezet heb voor de Heer,
de God van de machten.
De Israëlieten hebben uw verbond met voeten getreden,
uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood;
ik alleen ben overgebleven en mij staan ze naar het leven.’
11         Maar de Heer zei:
`Ga naar buiten en treed voor de Heer op de berg.’
Toen trok de Heer voorbij.
Er ging een zeer zware storm voor de Heer uit
die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde.
Maar de Heer was niet in de storm.
Op de storm volgde een aardbeving.
Maar ook in de aardbeving was de Heer niet.
12         Op de aardbeving volgde vuur.
Maar ook in het vuur was de Heer niet.
Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries.
13         Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel,
ging naar buiten en bleef staan bij de ingang van de grot.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Rom. 9, 1-5)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome

Zusters en broeders,
1           Ik spreek de waarheid in Christus,
ik lieg niet, mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest:
2           in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt.
3           Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn,
als ik mijn broeders, mijn lijfelijke verwanten, daarmee kon helpen;
4           ik bedoel de Israëlieten.
Hun behoort het kindschap, de heerlijkheid,
de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften;
5           van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt Christus lijfelijk voort,
Hij die God is,
boven alles verheven en geprezen tot in eeuwigheid! Amen.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Mt. 14, 22-33)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Mattheüs

22         Na de broodvermenigvuldiging
dwong Jezus de leerlingen om aan boord te gaan
en alvast voor Hem uit over te steken;
dan zou Hij intussen de mensen wegsturen.
23         Toen Hij de mensen had weggestuurd,
ging Hij de berg op om te bidden, Hij alleen.
Toen het avond geworden was, was Hij daar nog alleen.
24         Toen de boot al veel stadiën uit de kust was,
had die het zwaar te verduren van de golven, omdat de wind tegenzat.
25         Op het einde van de nacht ging Hij lopend over het meer naar hen toe.
26         Toen de leerlingen Hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek.
`Een spook!’, riepen ze, en ze schreeuwden van angst.
27         Meteen zei Jezus:
`Rustig maar, Ik ben het. Wees niet bang.’
28         Petrus gaf Hem ten antwoord:
`Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toekomen.’
29         Hij zei: `Kom.’
En Petrus stapte overboord,
liep over het water en kwam naar Jezus toe.
30         Toen hij lette op de kracht van de wind, werd hij bang,
en toen hij begon te zinken, schreeuwde hij:
`Heer, red me.’
31         Meteen stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast.
Hij zei: `Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’
32         Toen ze in de boot gestapt waren, ging de wind liggen.
33         De mensen in de boot vielen voor Hem op de knieën en zeiden:
`Werkelijk, U bent de Zoon van God.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Laten wij getuigenis afleggen van ons geloof
in Gods Woord dat Hij ons nabij blijft in alle omstandigheden van het leven.

Ik geloof dat ik nooit alleen ben
dat God bij mij is, dat Hij mijn Vader is.

Ik geloof dat God zijn Zoon, Jezus Christus,
gezonden heeft naar de aarde.

Ik geloof dat Jezus Christus is gekomen
om mij de weg ten leven te wijzen.

Ik geloof dat de Geest van Christus
in mij leeft en werkt.

Ik geloof dat ik onder de mensen niet alleen ben.
Ik geloof dat om mij heen de grote gemeenschap van de Kerk is,
waartoe ook ik wil behoren.

Ik geloof dat God voor mij het leven wil,
en niet de dood,
de blijdschap en niet het verdriet.
Ik geloof dat Hij bij mij is,
vandaag en altijd,
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Voorbeden 1

Bij het begin van deze tafeldienst bidden wij tot God
die ons leven begeleidt met zijn Geest van kracht en liefde.
Hem bieden wij onze gaven en onze gebedsin­ten­ties aan.

-Bidden wij voor hen die verantwoordelijkheid dragen in de Kerk.
Dat zij niet spreken of handelen uit angst,
maar de gelovigen voorgaan in geloof en vertrouwen.
Laten we bidden…

-Bidden we voor mensen die leven in angst,
angst voor oorlog in hun land, angst voor de economische crisis,
angst voor de toekomst.
Bidden we ook voor hen die zorgen hebben
over het welzijn van geliefden.
Dat Jezus’ Woord hen troost en sterkt.
Laten we bidden…

-Bidden we voor mensen die – op welke manier ook – verslaafd zijn
en wegvluchten uit angst voor het leven en voor de wereld.
Dat ze mensen mogen ontmoeten
met wie ze stappen kunnen zetten naar bevrijding.
Laten we bidden…

-Bidden we voor de christenen die vervolgd worden
omwille van hun geloof,
en bidden we ook voor hun vervolgers.
Dat de Geest van verzoening het wint van wantrouwen en haat.
Laten we bidden…

-Bidden we voor ons allen hier aanwezig en voor alle christenen.
Dat wij groeien in geloof en vertrouwen
in de liefdevolle nabijheid van de Verrezen Heer.
Laten we bidden…
naar federatie Kana

Voorbeden 2

-Bidden wij voor hen die – op welke wijze ook –
in de Kerk mee aan de kar trekken
en zo anderen op sleeptouw nemen.
Geef hen zoveel vertrouwen in U, God,
dat zij, desnoods over water lopend, mogen gaan waar ze nodig zijn.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor mensen die kraken onder stormen van leed en pijn,
voor mensen die schipbreuk lijden in hun leven.
Kom hen tegemoet, God,
opdat zij niet verdrinken in het water van de dood.
Reik hun uw hand en stil voor hen de storm.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor mensen die – ziek, oud of moe – wachten op de dood.
Kom hen tegemoet, God.
Reik hun uw hand en uw toekomst.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor onszelf,
mensen met een klein geloof,
mensen die slechts aarzelend vertrouwen.
Neem ons bij de hand, God,
en bevrijd ons van onze angstige onzekerheid.
Laten wij bidden…
naar Ans Bertens

Voorbeden 3

-Bidden we voor mensen die de toekomst van de wereld duister inzien,
voor hen die bang zijn voor de stormen van de tijd.
Dat ze niet ten onder gaan in hun pessimisme.
Dat ze vertrouwen op God
die ook voor hen in de storm reddend aanwezig is.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor gelovigen die nog weinig hoop zien voor de Kerk,
de teleurgestelden en de verbitterden.
Dat ze de Kerk niet afschrijven.
Dat ze kunnen inzien dat God ook in broze schepen meevaart.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor de velen die geloven in een nieuwe toekomst voor de Kerk
en daaraan veel tijd en energie besteden.
Dat ze het niet zoeken in het grote en het spectaculaire,
maar dat ze vertrouwen op Gods aanwezigheid
ook in de kleine alledaagse dingen en gebeurtenissen.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor onze gemeenschap,
voor de koplopers en de achterblijvers,
voor de vurigen en de lauwen,
voor jong en oud, voor zieken en gezonden.
Ook voor onze overledenen bidden wij.
Moge wij allen samen
een teken zijn van Gods zorg voor allen.
Laten wij bidden…

Gebed over de gaven 1

God in ons midden,
wij zeggen U dank voor deze gaven
waarin wij uw aanwezigheid tussen mensen mogen vermoeden.
Blijf ons nabij, overal waar wij,
verzameld rond Brood en Wijn,
elkaar de hand reiken en Kerk vormen
in de naam van Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven 2

God, altijd getrouwe,
soms verre, vaak nabije Vriend,
te midden van al wat ons bedreigt
willen wij ons vasthouden en optrekken
aan Jezus Christus, uw Zoon en onze Broeder.
Moge wij Hem nabij weten
in dit brood en deze wijn. Amen.

Tafelgebed

Heer onze God,
Schepper van hemel en aarde,
wij danken U
voor alles wat leeft en ademhaalt,
voor het licht van deze dag,
voor het geluk en de liefde
die in ons midden ontstaan;
voor mensen die, zoals Gij,
ons trouw blijven in dagen van lief en leed.
Wij zeggen U dank voor die ene Mens,
Jezus van Nazareth, uw Zoon.
Hij is uw Evenbeeld
omdat Hij er is voor de minste van de mensen.
Hij is er ook voor hen
die het goed hebben in dit leven,
door hen voor te gaan
in een leven van dienstbaarheid tot in de dood.
Daarom zeggen wij U van harte dank
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Roep ons op, Vader,
om heilig en goed te zijn
zoals het uw wil is geweest
op de dag dat Gij de mens geschapen hebt;
dat wij worden zoals Gij:
liefde die de wereld schept en draagt
en die zo rijk is dat zij overstroomt in allen.

Roep ons op,
tot gehoorzaamheid en nederigheid;
doe ons luisteren, maak ons aandachtig
voor het Woord van Jezus Christus,
die Mens geworden is om U te dienen,
die gehoorzaam was tot het uiterste
en daarom,
sinds zijn dood, verrijzenis en hemelvaart
verheerlijkt wordt
door allen die zijn naam dragen.

Roep ons op door uw scheppend Woord, Vader,
tot kracht en sterkte,
dat wij elkaar elke dag opnieuw
kunnen bezielen en dragen,
zoals Gij ons draagt en in leven houdt;
dat wij, zoals uw Zoon,
een steun kunnen zijn
voor alle zwakken en eenzamen op onze weg;
dat wij, gesterkt door zijn Woord en Brood,
elkaar kunnen dragen in uren van nood,
als ons kruis zwaar wordt en wij hulp nodig hebben.

Roep ons op, Vader,
tot één gemeenschap
door deel te hebben aan
het lichaam en het bloed van uw Zoon.

Roep ons tot gemeenschap met Hem
in het brood dat Hij dankbaar heeft gebroken
met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn Lichaam voor u.”

Roep ons op tot gemeenschap met Hem
in de beker die Hij dankbaar heeft gezegend
en rondgereikt met de woorden:
“Deze beker is het nieuwe Verbond in mijn Bloed
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit Brood eet en uit deze Beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit Brood
en drinken uit deze Beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Roep ons op, God van liefde,
tot dankbaarheid voor de gemeenschap met U,
met elkaar en met alle mensen
die ons tot hier hebben geleid;
die nog met ons meegaan
in geloof, hoop en liefde,
of die ons blijven begeleiden
vanuit uw heerlijkheid
waarheen zij ons zijn voorgegaan.

Roep ons op, Vader,
tot de volle menselijkheid
van uw Zoon Jezus Christus,
die de zieken geneest,
de zonden vergeeft,
de hongerigen spijzigt,
de kleinen tot zich roept,
en voor iedereen woorden heeft
van eeuwig leven;
die ons zijn Geest zendt
om de weg vrij te maken
naar vrede en geluk onder de mensen.
Daarvoor blijven wij U danken
en verheerlijken:
met en door Christus de Heer,
vandaag en alle dagen die U ons geeft. Amen.

Onze Vader

En bidden we dan tot God onze Vader
met de woorden die Jezus ons heeft voorgezegd:
Onze Vader…

Wees licht in onze duisternis, God,
zodat onze angst verdwijnt
en onze ogen uw uitgestoken handen kunnen zien.
Dan zullen we weer vol vertrouwen kunnen uitzien
naar Jezus Christus, Messias, uw Zoon
Want van U is het Koninkrijk…

Vredeswens 1

Heer, Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd:
“Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u”.
Schenk die vrede ook aan ons,
ondanks onze kleingelovigheid.
Maak uw Kerkgemeenschap tot gist
die onze wereld vervult van uw vrede.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven we elkaar een teken van vrede en vreugde.

Vredeswens 2

Met Jezus de boot ingaan vraagt moed
en een eerlijke blik op onszelf.
Wij durven vragen:
Heer Jezus, die ons werkelijk wil redden,
laat ons vrede en veiligheid vinden bij U.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van die vrede.

Lam Gods

Communie

Rustig maar. Vrees niet. Ik ben het,
die in dit Brood Mijzelf breek voor u.
Kom en eet van de maaltijd die Ik voor u bereid heb.
Heer, ik ben niet waardig….

Bezinning 1

Er zijn van die momenten
dat ik me voel als een schip
in de storm, die de haven niet vindt.
Meegetrokken met de hoge golven
dobber ik dag in dag uit,
wachtend tot de storm gaat liggen

Er zijn van die momenten
dan voel ik me als een vogel
in de lucht, die wordt voorgejaagd
door de sterke wind en uit koers,
wetende dat de terugweg lang zal zijn,
maar toch probeert om het vol te houden

Midden in het geweld van dit leven
wilt Gij mij dan vast houden
totdat het weer rustig wordt, mij aankijken
en mij weer het vertrouwen geven,
het vertrouwen in U en in dit leven?
Spreek mij dan aan als uw kind.
Cees van Wijgerden

Bezinning 2

Storm, angst, twijfel, tegenwind
en dan opeens die rustige stem:
“Vrees niet, Ik ben het.”
Die uitgestoken hand: “Kom maar.”
Aarzelend ga je op weg
met zoveel twijfels in je hart,
voetje voor voetje… bang…
Totdat de Heer je vastgrijpt
en jij je door Hem laat grijpen.
Hijzelf stapt je levensboot binnen.
Hij neemt het roer van je leven over
en telkens opnieuw zal je ontdekken
dat Hij met je gaat in weer en wind,
dat je steeds op Hem mag vertrouwen,
dat Hij waarlijk de Zoon van God is.

Dank je, Heer,
dat Gij met ons scheep wilt gaan
dat Gij elk van ons leidt door de storm,
dat Gij onze Rots zijt,
de vaste Grond waarop wij steunen.
Sylvester Lambrights

Slotgebed 1

Blijf ons toefluisteren, God,
telkens wanneer angst het wint van vertrouwen,
telkens wanneer liefde het moet afleggen tegen ongeloof.
Vertel het ons, elke dag opnieuw:
“Ik ben het! Je hoeft niet bang te zijn!”.
En wil met ons meegaan van de nacht naar de morgen,
van de duisternis naar het licht.
Geef ons de moed van Petrus,
zodat ook wij uit onze dagelijkse boot durven te stappen.
En vergeef ons als onze twijfel toch groter blijkt dan ons geloof.
Reik ons uw hand, gevuld met tederheid en liefde. Amen.
naar Erwin Roosen

Slotgebed 2

Goede God,
Gij zijt met ons begonnen, zijt met ons op weg gegaan.
Gij kunt ons ook thuisbrengen en voltooien.
Wij bidden U:
laat ons niet los,
maar blijf in ons geloven.
Doe ons erop vertrouwen
dat wij andere mensen kunnen worden.
Blijf tot ons spreken
tot wij U horen en verstaan,
tot uw scheppend Woord ons vrijmaakt en geneest.
Laat ons weer met U beginnen en alles van U verwachten,
vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.

Zending en zegen

Vrees niet.
Ik ben het die bij je blijft in de zegen van God Barmhartig,
de + Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.