19e zondag door het jaar A 2011

ZONDAGSVIERINGEN
negentiende zondag A (7/08/2011)

Begroeting

Wat de voorbije week ook bracht aan vreugde en verdriet,
nu zijn we samengekomen om de Heer te ontmoeten,
Hij die ons zegt: ”Kom, wees niet bang, Ik ben er.”
Laten we hier dan samenzijn
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Wij, mensen, zijn soms meer onder de indruk
van de gevaren die aan iets verbonden zijn
dan aan de mogelijkheden die ons geboden worden.
Het leven van mensen is vol spanning tussen
verlangen naar het nieuwe
en angst voor het opgeven van veiligheid.
Van zo’n momenten
kunnen we – vaak pas achteraf  – zeggen:
“God zelf is mij toen voorbijgegaan.
Hij heeft mij aangeraakt en rechtgetrokken.”

Vergevingsmoment 1

– Heer, onze God, als wij onszelf verliezen in de snelle stroming van het leven,
hou ons dan bij de hand.
Heer, ontferm U over ons.

– Christus,
als wij verloren lopen in de waanwereld van sensatie en illusie,
weest Gij dan de vaste bodem onder onze voeten.
Christus, ontferm U over ons.

– Heer, onze God,
als we te zeer vasthouden aan bezit en aanzien,
wijs ons dan opnieuw de weg van Jezus,
de weg van breken en delen en dienende liefde.
Heer, ontferm U over ons.

Liefdevolle God,
kom naar ons toe
vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.

of:
Heer God, laat ons meer bewust worden van het feit
dat Gij onze God zijt
en dat wij bij U mogen komen met alles wat ons bedrukt,
door Christus, onze Heer. Amen.

Vergevingsmoment 2

Wetend dat wij bij Hem altijd terecht kunnen,
keren wij ons in vertrouwen
tot onze God vol barmhartigheid.

– Omdat wij ons door de onzekerheid van deze tijd
wel eens laten ontmoedigen…
Heer, ontferm U over ons.

– Omdat wij te weinig tijd maken
om in gebed onze houvast terug te vinden bij de Heer…
Christus, ontferm U over ons.

– Omdat wij te weinig oog hebben voor de Heer die naar ons uitziet
daar waar Hij ons kansen aanbiedt om anderen van dienst te zijn…
Heer, ontferm U over ons.

Moge de Heer onze hand vasthouden
en ons over onze ontmoedigingen heen helpen,
onze fouten vergeven
en ons leiden op de weg naar eeuwig leven. Amen.
naar Liturgische suggesties

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge:
eer aan de Vader die de oorsprong is,
eer aan de Zoon die in de wereld kwam,
eer aan de Geest: Hij maakt ons vrij.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde:
zondaars vinden bij Hem genade,
zieken troost en geneest Hij,
armen brengt Hij zijn blijde boodschap.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde
door liefde onder de mensen.
Liefde die de dood overwint,
de tranen wegwist uit onze ogen
en alles nieuw maakt. Amen.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
in zijn dood en verrijzenis
gaf uw Zoon ons een duidelijk teken
van uw goedheid en uw barmhartigheid.
Laat ons geen ontgoocheling zijn voor hen
die hunkeren naar een woord van liefde,
naar een gebaar van medemenselijkheid
in de geest van Jezus Christus, uw Zoon en Voorbeeld van liefde voor elke mens. Amen.


Openingsgebed 2

Heer,
roep ons weg uit onze valse zekerheden,
uit alles wat we voor onszelf alleen willen houden.
Roep ons weg uit twijfel en paniek als we ons overspoeld voelen
door de omstandigheden.
Roep ons dan naar U toe
via de weg die Jezus, uw Zoon, ons voorging. Amen.

Lezingen

God komt zijn ontmoedigde profeet Elia tegemoet in een zachte bries.
Ook Jezus laat zijn leerling niet in de steek:
Hij gaat over het water naar hem toe en reikt Petrus de hand.
Laten we samen luisteren naar die vertrouwenwekkende woorden uit de Schrift.

Eerste lezing (1 Koningen 19,9a.11-13)

Uit het boek der Koningen

  9       Elia kwam bij de berg Horeb aan en overnachtte er.
Toen kwam het woord van de Heer tot hem:
`Waarom bent u hier, Elia?’
10       Hij antwoordde:
`Omdat ik mij met al mijn ijver ingezet heb voor de Heer,
de God van de machten.
De Israëlieten hebben uw verbond met voeten getreden,
uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood;
ik alleen ben overgebleven en mij staan ze naar het leven.’
11       Maar de Heer zei:
`Ga naar buiten en treed voor de Heer op de berg.’
Toen trok de Heer voorbij.
Er ging een zeer zware storm voor de Heer uit
die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde.
Maar de Heer was niet in de storm.
Op de storm volgde een aardbeving.
Maar ook in de aardbeving was de Heer niet.
12       Op de aardbeving volgde vuur.
Maar ook in het vuur was de Heer niet.
Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries.
13       Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel,
ging naar buiten en bleef staan bij de ingang van de grot.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing (Romeinen 9,1-5)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome

Zusters en broeders,
1        Ik spreek de waarheid in Christus,
ik lieg niet, mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest:
2        in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt.
3        Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn,
als ik mijn broeders, mijn lijfelijke verwanten, daarmee kon helpen;
4        ik bedoel de Israëlieten.
Hun behoort het kindschap, de heerlijkheid,
de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften;
5        van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt Christus lijfelijk voort,
Hij die God is,
boven alles verheven en geprezen tot in eeuwigheid! Amen.
KBS Willibrord 1995


Evangelie (Matteüs 14,22-33)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

22       Na de broodvermenigvuldiging
dwong Jezus de leerlingen om aan boord te gaan
en alvast voor Hem uit over te steken;
dan zou Hij intussen de mensen wegsturen.
23       Toen Hij de mensen had weggestuurd,
ging Hij de berg op om te bidden, Hij alleen.
Toen het avond geworden was, was Hij daar nog alleen.
24       Toen de boot al veel stadiën uit de kust was,
had die het zwaar te verduren van de golven, omdat de wind tegenzat.
25       Op het einde van de nacht ging Hij lopend over het meer naar hen toe.
26       Toen de leerlingen Hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek.
`Een spook!’, riepen ze, en ze schreeuwden van angst.
27       Meteen zei Jezus:
`Rustig maar, Ik ben het. Wees niet bang.’
28       Petrus gaf Hem ten antwoord:
`Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toekomen.’
29       Hij zei: `Kom.’
En Petrus stapte overboord,
liep over het water en kwam naar Jezus toe.
30       Toen hij lette op de kracht van de wind, werd hij bang,
en toen hij begon te zinken, schreeuwde hij:
`Heer, red me.’
31       Meteen stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast.
Hij zei: `Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’
32       Toen ze in de boot gestapt waren, ging de wind liggen.
33       De mensen in de boot vielen voor Hem op de knieën en zeiden:
`Werkelijk, U bent de Zoon van God.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof dat ik nooit alleen ben
dat God bij mij is, dat Hij mijn Vader is.

Ik geloof dat God zijn Zoon Jezus Christus
gezonden heeft naar de aarde.

Ik geloof dat Jezus Christus is gekomen
om mij de weg ten leven te wijzen.

Ik geloof dat de Geest van Christus
in mij leeft en werkt.

Ik geloof dat ik onder de mensen niet alleen ben.
Ik geloof dat om mij heen de grote gemeenschap van de Kerk is,
waartoe ook ik wil behoren.

Ik geloof dat God voor mij het leven wil,
en niet de dood,
de blijdschap en niet het verdriet.
Ik geloof dat Hij bij mij is,
vandaag en altijd,
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Voorbeden 1

Bij het begin van deze tafeldienst bidden wij tot God
die ons leven begeleidt met zijn Geest van kracht en liefde.
Hem bieden wij onze gaven en onze persoonlijke gebedsin­ten­ties aan.

– Bidden we voor allen die zich met hun beste krachten hebben ingezet
voor hun medemensen, maar bedrogen uitkwamen
en voor hen die de moed verloren hebben en niet meer vechten.
Dat zij in één of andere ervaring God weer mogen ontmoeten
die hen er bovenop helpt.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor kinderen en jonge mensen die bang zijn
en die zich niet aan het leven durven toevertrouwen.
Dat zij mogen ervaren dat Gods liefde niet zomaar een woord is
en dat zij mogen opgroeien in een klimaat van liefde en geborgenheid
waarin God herkenbaar wordt.
Laten wij bidden…

Heer, luister naar alles wat in ons hart leeft,
verwijder onze angst en schenk ons uw zegen. Amen.

Voorbeden 2

– Bidden we voor allen die ten onder dreigen te gaan
aan de zorgen van elke dag.
Dat zij plekken mogen vinden
waar ze tot rust kunnen komen
en medemensen mogen ontmoeten
die hun wat geborgenheid geven.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen die werken als vrijgestelden in de Kerk.
Dat zij, ondanks hun geslonken aantal
en ondanks ontgoochelingen,
blijven geloven in hun heilzaam werk.
Moge zij hun krachten blijven inzetten voor Gods droom met de mensen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen die, teleurgesteld in de Kerk,
het geloof vaarwel hebben gezegd.
Dat ze niet vervallen in oppervlakkigheid,
maar elders houvast en nieuwe inspiratie vinden.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen zoals wij,
bij wie hoop en twijfel vaak hand in hand gaan.
Dat zij, bij alle wisselvalligheden van het leven,
houvast zoeken bij Hem die er voor ons wil zijn
en hun vertrouwen in Hem nooit laten varen.
Laten wij bidden…

Eeuwige God,
ook al ervaren wij het niet altijd zo,
toch blijft Gij met ons bezig van dag tot dag.
Geef ons een opmerkzame geest voor U
en voor wat Gij onder ons verricht.
Dat vragen wij U in Jezus’ naam. Amen.
naar Gerard Kock

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:


Gebed over de gaven 1

God, altijd getrouwe,
soms verre, vaak nabije vriend,
te midden van al wat ons bedreigt
willen wij ons vasthouden en optrekken
aan Jezus Christus, uw Zoon en onze Broeder.
Moge wij Hem nabij weten
in dit brood en deze wijn. Amen.


Gebed over de gaven 2

Heer,
doorheen menselijke tekens komt Gij ons tegemoet.
Woorden en gebaren openbaren uw goedheid.
Dit brood en deze wijn wachten op uw komst in ons midden.
Raak ons aan met uw goedheid.
Dan zullen wij meer van U doordrongen worden,
sterker staan in geloof en in liefde die mensen hoop geeft
door Jezus, uw Zoon. Amen.
naar Schiplaken

Tafelgebed

Heer onze God,
Schepper van hemel en aarde,
wij danken U
voor alles wat leeft en ademhaalt,
voor het licht van deze dag,
voor het geluk en de liefde
die in ons midden ontstaan;
voor mensen die, zoals Gij,
ons trouw blijven in dagen van lief en leed.
Wij zeggen U dank voor die ene mens,
Jezus van Nazareth, uw Zoon.
Hij is uw evenbeeld
omdat Hij er is voor de minste van de mensen.
Hij is er ook voor hen
die het goed hebben in dit leven,
door hen voor te gaan
in een leven van dienstbaarheid tot in de dood.
Daarom zeggen wij U van harte dank
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Roep ons op, Vader,
om heilig en goed te zijn
zoals het uw wil is geweest
op de dag dat Gij de mens geschapen hebt;
dat wij worden zoals Gij:
liefde die de wereld schept en draagt
en die zo rijk is dat zij overstroomt in allen.

Roep ons op,
tot gehoorzaamheid en nederigheid;
doe ons luisteren, maak ons aandachtig
voor het woord van Jezus Christus,
die mens geworden is om U te dienen,
die gehoorzaam was tot het uiterste
en daarom,
sinds zijn dood, verrijzenis en hemelvaart
verheerlijkt wordt
door allen die zijn naam dragen.

Roep ons op door uw scheppend woord, Vader,
tot kracht en sterkte,
dat wij elkaar elke dag opnieuw
kunnen bezielen en dragen,
zoals Gij ons draagt en in leven houdt;
dat wij, zoals uw Zoon,
een steun kunnen zijn
voor alle zwakken en eenzamen op onze weg;
dat wij, gesterkt door zijn woord en brood,
elkaar kunnen dragen in uren van nood,
als ons kruis zwaar wordt en wij hulp nodig hebben.

Roep ons op, Vader,
tot één gemeenschap
door deel te hebben aan
het lichaam en het bloed van uw Zoon.

Roep ons tot gemeenschap met Hem
in het brood dat Hij dankbaar heeft gebroken
met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”

Roep ons op tot gemeenschap met Hem
in de beker die Hij dankbaar heeft gezegend
en rondgereikt met de woorden:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Roep ons op, God van liefde,
tot dankbaarheid voor de gemeenschap met U,
met elkaar en met alle mensen
die ons tot hier hebben geleid;
die nog met ons meegaan
in geloof, hoop en liefde,
of die ons blijven begeleiden
vanuit uw heerlijkheid
waarheen zij ons zijn voorgegaan.

Roep ons op, Vader,
tot de volle menselijkheid
van uw Zoon Jezus Christus,
die de zieken geneest,
de zonden vergeeft,
de hongerigen spijzigt,
de kleinen tot zich roept,
en voor iedereen woorden heeft
van eeuwig leven;
die ons zijn Geest zendt
om de weg vrij te maken
naar vrede en geluk onder de mensen.
Daarvoor blijven wij U danken
en verheerlijken:
met en door Christus de Heer,
vandaag en alle dagen die U ons geeft. Amen.

Onze Vader

En bidden we dan tot God onze Vader
met de woorden die Jezus ons heeft voorgezegd:
Onze Vader…

Wees licht in onze duisternis, God,
zodat onze angst verdwijnt
en onze ogen uw uitgestoken handen kunnen zien.
Dan zullen we weer vol vertrouwen kunnen uitzien
naar Jezus Christus, Messias, uw Zoon
Want van U is het koninkrijk…

Vredewens

Heer, Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd:
“Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u”.
Schenk die vrede ook aan ons,
ondanks onze kleingelovigheid.
Maak uw kerkgemeenschap tot gist
die onze wereld vervult van uw vrede.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven we elkaar een teken van vrede en vreugde.

Lam Gods

Communie

God zelf nodigt ons uit
om ons te laten binnenvoeren in zijn geheim
van gebroken brood en gedeeld leven.
Een ware Godsontmoeting in heel eenvoudige tekens en gebaren.
Gelukkige mensen zijn wij die mogen aanzitten aan zijn tafel.
Ziehier het Lam Gods …
naar Schiplaken

Bezinning 1

Storm, angst, twijfel, tegenwind
en dan opeens die rustige stem:
“Vrees niet, Ik ben het.”
Die uitgestoken hand: “Kom maar.”
Aarzelend ga je op weg
met zoveel twijfels in je hart,
voetje voor voetje… bang…
Totdat de Heer je vastgrijpt
en jij je door Hem laat grijpen.
Hijzelf stapt je levensboot binnen.
Hij neemt het roer van je leven over
en telkens opnieuw zul je ontdekken
dat Hij met je gaat in weer en wind,
dat je steeds op Hem mag vertrouwen,
dat Hij waarlijk de Zoon van God is.

Dank je, Heer,
dat Gij met ons scheep wilt gaan
dat Gij elk van ons leidt door de storm,
dat Gij onze rots zijt,
de vaste grond waarop wij steunen.


Bezinning 2

Als de avond valt
en het donker wordt,
als dreigende wolken
ons leven komen verstoren,
als storm en onweer
pijn en verdriet aanvoeren,
zijn we klein en angstig.

Als ons levensbootje
labiel wordt en dreigt te vergaan,
als we voelen hoe dood,
als een tornado,
ons uit het leven kan wegrukken,
worden we angstig.
Dan laat iedere wijsheid,
alle technologie
het afweten.

Dan kunnen we
alleen nog maar vertrouwen op U
en op uw nooit aflatende nabijheid.
Want zo wilt Gij voor ons zijn:
als een Vader
die zijn kind
nooit in de steek zal laten.
Als een Redder
die iedere storm weet te luwen,
als een God
die de dood overwon.
Een levende God!


Bezinning 3

We zijn ingescheept en moeten varen.
De boot van onze gemeenschap moet
over de golven heen,
naar de overkant,
naar een beter leven voor allen.
En we zijn daarvoor aangewezen op de anderen,
mensen die ons gegeven zijn,
die we zelf niet hebben uitgekozen.
Als de wind tegenzit,
als het stormt in of rond onze gemeenschap
laten we dan niet in paniek slaan of de moed opgeven
want telkens weer zal Hij er zijn,
soms rakelings nabij, teder zacht,
soms botsend hard.

Over de golven van het leven
zal Hij naar ons toekomen
zoals een andere mens naar ons toekomt.
Welkom of ongelegen
zal Hij ooit in ons leven binnentreden
en wat Hij vraagt
zal hoorbaar zijn in mensen,
in het diepste van onszelf:
“Waar is je broer? Je zus?
Wat heb jij aan de minsten gedaan?”

Hij kan je onrustig maken
omdat Hij je veilige beslotenheid openbreekt.
Hij kan je moed geven en vertrouwen wekken:
“Doorgaan, niet bang zijn,
Ik ben er ook.”

Wees niet bang van tegenwind op je werk, in je leven,
want dan is je schip tot zinken gedoemd
nog voor je van wal steekt.
Maar hou Hem in de gaten
en zie de tekenen van zijn aanwezigheid.
Je staat er immers nooit alleen voor.

Slotgebed

Blijf ons toefluisteren, God,
telkens wanneer angst het wint van vertrouwen,
telkens wanneer liefde het moet afleggen tegen ongeloof.
Vertel het ons, elke dag opnieuw:
“Ik ben het! Je hoeft niet bang te zijn!”
En wil met ons meegaan van de nacht naar de morgen,
van de duisternis naar het licht.
geef ons de moed van Petrus,
zodat ook wij uit onze dagelijkse boot durven te stappen.
En vergeef ons als onze twijfel toch groter blijkt dan ons geloof.
Reik ons uw hand, gevuld met tederheid en liefde. Amen.
naar Erwin Roosen

Zending en zegen

Ons christelijk geloof biedt ongelooflijk veel mogelijkheden
om andere mensen bij te staan.
Hoe groter ons geloof in God, hoe beter wij kunnen helpen.
God kan wonderen doen door mensenhanden.
Laten wij daarom biddend op God vertrouwen.
God zendt ons als zijn leerlingen naar onze eigen leefomgeving
om wonderen te doen in zijn naam:
de + Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.