19e zondag door het jaar A 2008

(10 08 2008 )

Begroeting

Genade zij u en vrede + van God, onze Vader,
van Jezus Christus, zijn Zoon
en van zijn Geest die in ons woont. Amen.

Openingswoord

Als wij hier samenkomen
dan is het omdat wij geloven dat God met ons is.
Maar soms lijkt Hij zo ver weg, gehuld in duisternis.
Soms zouden we in een holletje willen kruipen van angst,
zien we het niet meer zitten.
God, het Grote Niets.

En toch,
in die momenten van vertwijfeling
– zo leert ons onze evangelielezing –
steekt God zijn hand naar ons uit:
“Wees niet bang, Ik ben bij jou.”
Soms ook komt God ons rakelings nabij,
als het suizen van een zachte bries
– zegt de eerste lezing –
en we merken het niet
of menen een angstaanjagend spook te zien
zoals de leerlingen op het meer van Genezareth.

Bidden wij in deze viering
om geloof en vertrouwen in God,
die naar ons omziet
zelfs wanneer wij er geen weet van hebben.

Vergevingsmoment

Heer onze God,
soms weten we wel
dat wij ons op weg moeten begeven
om dingen in ons leven te veranderen,
maar wij zijn zo bang
om iets los  te laten dat ons veilig lijkt.
Vergeef ons deze angst.
Heer, ontferm U over ons.

Christus,
soms lijkt alleen wat we verworven hebben
ons veiligheid te bieden.
Wij sluiten ons daarin op,
bang om te verliezen wat we hebben
en vergeten dat leven groeien is.
Vergeef ons deze angst.
Christus, ontferm U over ons.

Heer, onze God,
ons vertrouwen in uw reddende aanwezigheid in ons leven
is vaak zo klein
dat wij uw nabije, uitgestoken hand niet merken.
Vergeef ons deze angst.
Heer, ontferm U over ons.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge:
eer aan de Vader die de oorsprong is,
eer aan de Zoon die in de wereld kwam,
eer aan de Geest: Hij maakt ons vrij.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde:
zondaars vinden bij Hem genade,
zieken troost en geneest Hij,
armen brengt Hij zijn blijde boodschap.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde
door liefde onder de mensen.
Liefde die de dood overwint,
de tranen wegwist uit onze ogen
en alles nieuw maakt. Amen.

Openingsgebed 1

God in ons midden,
vul onze stilte met uw aanwezigheid.
Spreek tot ons wanneer het stormt in ons leven.
Grijp ons vast met mensenhanden
wanneer we dreigen te verdrinken.
Doe uw woord gestand.
Kom ons ongeloof ter hulp,
en laat niet toe dat wij ten onder gaan in twijfel.
Dit vragen wij U, door Jezus Christus, Uw Zoon en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 2

Als je je ogen en je hart wijd openstelt – zegt God –
kan je Mij ontmoeten in het gelaat van de arme.
Misschien maakt die ontmoeting je angstig of onzeker.
Misschien kijk je op dat moment liever de andere kant op.
“Wees niet bang” zegt Jezus:
“In de ogen van een zieke of eenzame
ben Ik het die je aankijkt
en die een beroep op je doet.
En Ik heb alleen maar het beste met je voor,
opdat je mag worden wie je in wezen bent:
een mens naar mijn hart.”
naar Erwin Roosen

Lezingen
Laten we nu luisteren naar de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (1 Koningen 19,9a. 11-13)
Uit het boek der Koningen

  9       Elia kwam bij de berg Horeb aan en overnachtte er.
Toen kwam het woord van de Heer tot hem:
`Waarom bent u hier, Elia?’
10       Hij antwoordde:
`Omdat ik mij met al mijn ijver ingezet heb voor de Heer,
de God van de machten.
De Israëlieten hebben uw verbond met voeten getreden,
uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood;
ik alleen ben overgebleven en mij staan ze naar het leven.’
11       Maar de Heer zei:
`Ga naar buiten en treed voor de Heer op de berg.’
Toen trok de Heer voorbij.
Er ging een zeer zware storm voor de Heer uit
die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde.
Maar de Heer was niet in de storm.
Op de storm volgde een aardbeving.
Maar ook in de aardbeving was de Heer niet.
12       Op de aardbeving volgde vuur.
Maar ook in het vuur was de Heer niet.
Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries.
13       Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel,
ging naar buiten en bleef staan bij de ingang van de grot.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing
(Romeinen 9,1-5)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Rome

Zusters en broeders,
1        Ik spreek de waarheid in Christus,
ik lieg niet, mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest:
2        in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt.
3        Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn,
als ik mijn broeders, mijn lijfelijke verwanten, daarmee kon helpen;
4        ik bedoel de Israëlieten.
Hun behoort het kindschap, de heerlijkheid,
de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften;
5        van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt Christus lijfelijk voort,
Hij die God is,
boven alles verheven en geprezen tot in eeuwigheid! Amen.
KBS Willibrord 1995


Evangelie
(Matteüs 14,22-33)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

22       Na de broodvermenigvuldiging
dwong Jezus de leerlingen om aan boord te gaan
en alvast voor Hem uit over te steken;
dan zou Hij intussen de mensen wegsturen.
23       Toen Hij de mensen had weggestuurd,
ging Hij de berg op om te bidden, Hij alleen.
Toen het avond geworden was, was Hij daar nog alleen.
24       Toen de boot al veel stadiën uit de kust was,
had die het zwaar te verduren van de golven, omdat de wind tegenzat.
25       Op het einde van de nacht ging Hij lopend over het meer naar hen toe.
26       Toen de leerlingen Hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek.
`Een spook!’, riepen ze, en ze schreeuwden van angst.
27       Meteen zei Jezus:
`Rustig maar, Ik ben het. Wees niet bang.’
28       Petrus gaf Hem ten antwoord:
`Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toekomen.’
29       Hij zei: `Kom.’
En Petrus stapte overboord,
liep over het water en kwam naar Jezus toe.
30       Toen hij lette op de kracht van de wind, werd hij bang,
en toen hij begon te zinken, schreeuwde hij:
`Heer, red me.’
31       Meteen stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast.
Hij zei: `Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’
32       Toen ze in de boot gestapt waren, ging de wind liggen.
33       De mensen in de boot vielen voor Hem op de knieën en zeiden:
`Werkelijk, U bent de Zoon van God.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis
Van dat mogen thuiskomen in het Godshuis van vertrouwen,
willen we nu samen getuigenis afleggen.

Ik geloof in God,

niet zichtbaar, niet tastbaar,
maar toch aanwezig in elke mens.

Ik geloof in Jezus,

omdat hij hoopvolle woorden sprak,
maar ook omdat Hij doorheen lijden, dood en verrijzenis,
Weg, Waarheid en Leven is.

Ik geloof in de Geest,

bron van hoop en toekomst voor elke mens
die met ons op weg gaat
naar een hoopvolle toekomst
ook doorheen de moeilijke momenten van het leven.

Ik geloof in de verrijzenis van de mens,

Ik geloof dat echt mens-zijn mogelijk is
omdat God ons tot nieuw leven roept
omwille van de liefde die sterker is dan de dood. Amen.

Voorbeden 1

Bij het begin van deze tafeldienst bidden wij tot God
die ons leven begeleidt met zijn Geest van kracht en liefde.
Hem bieden wij onze gaven en onze persoonlijke gebedsin­ten­ties aan.

– Bidden wij voor hen die – op welke wijze ook –
in de Kerk mee aan de kar trekken
en zo anderen op sleeptouw nemen.
Geef hen zoveel vertrouwen in U, God,
dat zij, desnoods over water lopend, mogen gaan waar ze nodig zijn.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen die kraken onder stormen van leed en pijn,
voor mensen die schipbreuk leiden in hun leven.
Kom hen tegemoet, God,
opdat zij niet verdrinken in het water van de dood.
Reik hun uw hand en stil voor hen de storm.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen die – ziek, oud of moe – wachten op de dood.
Kom hen tegemoet, God.
Reik hun uw hand en uw toekomst.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor onszelf,
mensen met een klein geloof,
mensen die slechts aarzelend vertrouwen.
Neem ons bij de hand, God,
en bevrijd ons van onze angstige onzekerheid.
Laten wij bidden…
naar Ans Bertens

Voorbeden 2

– Bidden we voor mensen die de toekomst van de wereld duister inzien,
voor hen die bang zijn voor de stormen van de tijd.
Dat ze niet ten onder gaan in hun pessimisme,
dat ze vertrouwen op God
die ook voor hen in de storm reddend aanwezig is.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor gelovigen die weinig hoop meer zien voor de Kerk,
de teleurgestelden en verbitterden.
Dat ze de Kerk niet afschrijven,
dat ze kunnen inzien dat God ook in broze schepen meevaart.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor de velen die geloven in een nieuwe toekomst voor de Kerk
en daaraan veel tijd en energie besteden.
Dat ze het niet zoeken in het grote en het spectaculaire,
maar dat ze vertrouwen op Gods aanwezigheid
ook in de kleine alledaagse dingen en gebeurtenissen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor onze gemeenschap,
voor de koplopers en de achterblijvers,
voor de vurigen en de lauwen,
voor jong en oud, voor zieken en gezonden.
Ook voor onze overledenen bidden wij.
Mogen wij allen samen
een teken zijn van Gods zorg voor allen.
Laten wij bidden…

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:


Gebed over de gaven

God in ons midden,
wij zeggen U dank voor deze gaven
waarin wij uw aanwezigheid mogen vermoeden tussen mensen in.
Blijf ons nabij, overal waar wij,
verzameld rond brood en wijn,
elkaar de hand reiken en Kerk vormen
in naam van Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Tafelgebed

Heer onze God,
schepper van hemel en aarde,
wij danken U
voor alles wat leeft en ademhaalt,
voor het licht van deze dag,
voor het geluk en de liefde
die in ons midden ontstaan;
voor mensen die, zoals Gij,
ons trouw blijven in dagen van lief en leed.
Wij zeggen U dank voor die ene mens,
Jezus van Nazareth, uw Zoon.
Hij is uw evenbeeld
omdat Hij er is voor de minste van de mensen.
Hij is er ook voor hen
die het goed hebben in dit leven,
door hen voor te gaan
in een leven van dienstbaarheid tot in de dood.
Daarom zeggen wij U van harte dank
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Roep ons op, Vader,
om heilig en goed te zijn
zoals het uw wil is geweest
op de dag dat Gij de mens geschapen hebt;
dat wij worden zoals Gij:
liefde die de wereld schept en draagt
en die zo rijk is dat zij overstroomt in allen.

Roep ons op,
tot gehoorzaamheid en nederigheid;
doe ons luisteren, maak ons aandachtig
voor het woord van Jezus Christus,
die mens geworden is om U te dienen,
die gehoorzaam was tot het uiterste
en daarom,
sinds zijn dood, verrijzenis en hemelvaart
verheerlijkt wordt
door allen die zijn naam dragen.

Roep ons op door uw scheppend woord, Vader,
tot kracht en sterkte,
dat wij elkaar elke dag opnieuw
kunnen bezielen en dragen,
zoals Gij ons draagt en in leven houdt;
dat wij, zoals uw Zoon,
een steun kunnen zijn
voor alle zwakken en eenzamen op onze weg;
dat wij, gesterkt door zijn woord en brood,
elkaar kunnen dragen in uren van nood,
als ons kruis zwaar wordt en wij hulp nodig hebben.

Roep ons op, Vader,
tot één gemeenschap
door deel te hebben aan
het lichaam en het bloed van uw Zoon.

Roep ons tot gemeenschap met Hem
in het brood dat Hij dankbaar heeft gebroken
met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”

Roep ons op tot gemeenschap met Hem
in de beker die Hij dankbaar heeft gezegend
en rondgereikt met de woorden:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Roep ons op, God van liefde,
tot dankbaarheid voor de gemeenschap met U,
met elkaar en met alle mensen
die ons tot hier hebben geleid;
die nog met ons meegaan
in geloof, hoop en liefde,
of die ons blijven begeleiden
vanuit uw heerlijkheid
waarheen zij ons zijn voorgegaan.

Roep ons op, Vader,
tot de volle menselijkheid
van uw Zoon Jezus Christus,
die de zieken geneest,
de zonden vergeeft,
de hongerigen spijzigt,
de kleinen tot zich roept,
en voor iedereen woorden heeft
van eeuwig leven;
die ons zijn Geest zendt
om de weg vrij te maken
naar vrede en geluk onder de mensen.
Daarvoor blijven wij U danken
en verheerlijken:
met en door Christus de Heer,
vandaag en alle dagen die U ons geeft. Amen.

Onze Vader

En bidden we dan tot God onze Vader
met de woorden die Jezus ons heeft voorgezegd:
Onze Vader…

Wees licht in onze duisternis, God,
zodat onze angst verdwijnt
en onze ogen uw uitgestoken handen kunnen zien.
Dan zullen we weer vol vertrouwen kunnen uitzien
naar Jezus Christus, Messias, uw Zoon
Want van U is het koninkrijk…


Vredewens

Heer, Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd:
“Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u”.
Schenk die vrede ook aan ons,
ondanks onze kleingelovigheid.
Maak uw kerkgemeenschap tot gist
die onze wereld vervult van uw vrede.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven we elkaar een teken van vrede en vreugde.

Lam Gods

Communie

Rustig maar. Vrees niet. Ik ben het,
die in dit brood Mijzelf breek voor u.
Kom en eet van de maaltijd die ik voor u bereid heb.
Heer, ik ben niet waardig….

Bezinning

Eens droomde ik dat ik wandelde langs het strand,
samen met God.
Tegen de blauwe lucht tekenden zich de perioden van mijn leven af.
Voor elke periode waren er twee paar voetstappen in het zand te zien:
die van mij en die van God.

Terugkijkend naar die voetsporen,
zag ik opeens een stuk met maar één paar voetafdrukken.
Ik zag ook dat het precies was
op het moeilijkste en verdrietigste moment uit mijn leven.
Dus zei ik:
“God, ik zie dat juist op het moeilijkste moment van mijn leven
slechts één paar voetafdrukken staat.
Gij hebt nog wel beloofd dat Gij mij altijd nabij zoudt zijn!
Waarom hebt Gij mij juist dan in de steek gelaten?”

Maar God zei:
“Kleingelovige, Ik hou van jou.
Ik laat je nooit in de steek.
In jouw momenten van strijd en lijden,
daar waar je maar één paar voetstappen ziet,
daar was het… dat Ik je droeg”.


Slotgebed

God in ons midden,
in de chaos en het rumoer van deze wereld
hebben wij de klank van uw stem gehoord.
Geef dat wij elkaar blijven vasthouden,
niet alleen in goede,
maar ook in kwade dagen;
dat wij voor elkaar
die veiligheid en geborgenheid zijn
waarin uw aanwezigheid zichtbaar wordt.
Dat vragen wij door Jezus Christus,
uw Zoon en onze Heer. Amen.

Zending en zegen

Vrees niet.
Ik ben het, die bij je blijft in de zegen van God Barmhartig,
de + Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.