18e zondag door het jaar B 2009

ZONDAGSVIERINGEN
18de zondag door het jaar B (02 08 2009)

Begroeting

Net als vorige week is ‘eten’ het centrale thema in de liturgie van vandaag.
Wat kan ik u dan bij het begin van deze eucharistische maaltijd
beter toewensen dan:
eet smakelijk! Proef de religieuze smaak van dit samen eten,
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Met vele duizenden trokken de Joden
door de woestijn op weg naar het Beloofde Land.
En de Heer waakte over zijn volk.
Dagelijks liet Hij brood uit de hemel neerdalen.
Een goed gevulde maag is belangrijk
om een 40 jaar-lange zwerftocht met succes te kunnen afronden.

Vorige week hoorden wij
hoe Jezus, op zijn beurt, aan vele duizenden brood uitdeelde.
Maar Hij is niet van plan
daar een dagelijkse, zelfs geen wekelijkse gewoonte van te maken.
Hij geeft de voorkeur aan een definitieve oplossing:
Hij geeft zichzelf als voedsel dat eeuwig leven verzekert.

Ondanks de gelijkenis,
toch een duidelijk verschil tussen het Oude en het Nieuwe Testa­ment.
Over dat verschil willen wij vandaag nadenken.

Vragen wij,
vooraleer aan te schuiven aan de tafel van de Heer,
dat Hij met zijn barmhartigheid en zijn vergevensgezindheid
ons hart wil zuiveren.

Openingswoord 2

Wij stillen onze honger met brood.
Maar er is ook een andere honger,
zegt Jezus, Gods vertrouweling, ons vandaag:
de honger van mensenharten naar geborgenheid en vrede.
Die honger wil Hij graag stillen,
daartoe gezonden door Hem die Hij Abba, Vader, noemde.
Woorden en brood van leven…
Wij mogen in deze viering verwachtingsvol en dankbaar ernaar uitzien.
Heeswijk

Openingswoord 3

“Wiens brood men eet, diens woord men spreekt”
een zegswijze die we allemaal kennen.
Bewust of onbewust zijn we wel eens geneigd
onze standpunten te laten aansluiten
bij die van mensen die ons een of ander voordeel schenken.
Ook ons geloof ontkomt vaak daaraan niet.
Als we denken dat een gelovig imago voordelig uitkomt,
dan komen we gemakkelijker met ons geloof naar buiten.
Maar als dat imago niet goed ligt binnen de groep,
dan houden we ons inzake geloofsaangelegenheden liever op de vlakte.

Hoe diep zit geloven in onze levenswijze verankerd?
Zitten wij hier vandaag in de kerk omdat wij geloven in de Heer,
in zijn Boodschap van naastenliefde?
Of zitten we hier uit gewoonte?
Of omdat geloven positieve perspectieven opent?
We hopen misschien op een gelukzalig leven na de dood
en wellicht kan gelovig zijn daartoe bijdragen?

Vandaag maakt Jezus in het evangelie duidelijk
dat Hij niet geïnteresseerd is in het gewone brood,
in het materialistische hebben en houden.
Zijn brood komt uit de hemel.
Hij zegt dat wie zíjn brood eet, nooit meer honger heeft.
Om deze Boodschap beter te kunnen begrijpen
vragen we eerst om ontferming.
naar Turnhout


Vergevingsmoment 1

Beseffend wie wij zijn
en dat de Heer ons hart kent,
willen we tot Hem zeggen:

Goede God,
schenk ons steeds opnieuw
een deel van uw rechtvaardige liefde.
Een liefde die de eerlijkheid zoekt
in onszelf en in de anderen.

Schenk ons steeds opnieuw
een deel van uw vergevende liefde.
Een liefde die mild is
voor eigen tekorten
en oneindig vergevend voor anderen.

Schenk ons steeds opnieuw
een deel van uw bindende liefde.
Een liefde die ons thuisbrengt
bij onszelf, bij elkaar en bij U.

Vergevingsmoment 2

-God, we willen U bidden om vergeving
om onze onachtzaamheid
bij het verbruiken van de goederen van deze aarde.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-God, we willen U bidden om vergeving
omdat onze honger naar materiële dingen
vaak een te grote plaats inneemt in ons leven.
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-God, we willen U bidden om vergeving
omdat we dikwijls te weinig geloven
in de kracht van uw aanwezigheid onder ons.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, bij wie liefde het eerste en laatste woord is,
maak ons toegankelijk voor U en voor elkaar.
Dan ligt de weg open die Gij voor ons hebt bestemd. Amen.

Lofprijzing

Met God willen wij samen zijn,
in zijn dienst willen wij leven,
zijn woord willen wij spreken,
zijn wil vervullen,
zijn naam aanroepen.

Allen zullen erkennen, God,
dat Gij voor ons vrede zijt,
recht doet en vreugde brengt,
zorgt en heelt, omdat in U alle heil is.

De aarde geeft haar grondstoffen,
mensen produceren goederen,
maar uw zegen, God,
begeleidt onze handen.

Allen moeten het horen, God,
en beseffen dat Gij zorg draagt voor de mens. Amen.

Openingsgebed 1

Heer, onze God,
Gij nodigt ons uit aan te zitten aan de tafel die Gij voor ons hebt bereid.
Gij biedt Uzelf aan als Brood des Levens.
Wij vragen U:
maak ons waardig om van dat Voedsel te eten.
Moge wij daardoor opleven
en leven uitdragen naar allen die hongeren en dorsten
naar de gerechtigheid, die Gij hebt beloofd
in Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.


Openingsgebed 2

God van ons bestaan,
hongerend en dorstig gaat uw volk zijn weg.
Uw Zoon schenkt voedsel
aan allen die Hem als Godsgezant aanvaarden.
Wij bidden U:
geef dat wij ons verlangen richten
op ‘dit Brood dat uit de hemel komt’.
Dit vragen we U door Jezus, onze Heiland. Amen.
André Janssen

Openingsgebed 3

God,
dikwijls gaan we op zoek naar U,
gedreven door onze eigen noden en verlangens,
op zoek ook naar harde bewijzen en stevige zekerheden.
Toch hebt Gij ons geen ander teken gegeven dan Jezus van Nazareth,
de Mens naar uw hart,
Hij die steeds naar U verwees.
Wij bidden U:
open onze ogen om dit levende bewijs te willen zien
en te geloven in Hem
die Gij gezonden hebt,
Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.
Levensecht


Lezingen
Luisteren wij naar God die ons toespreekt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Exodus 16,2-4.12-15)

Uit het boek Exodus

2
           Toen ze in de woestijn waren,
begon heel de gemeenschap van de Israëlieten te morren
tegen Mozes en Aäron.
3           De Israëlieten zeiden tegen hen:
`Waren we maar door de hand van de Heer gestorven in Egypte,
waar we bij de vleespotten zaten en volop te eten hadden.
U hebt ons alleen maar naar de woestijn gebracht
om al deze mensen van honger te laten omkomen.’
4           Toen sprak de Heer tot Mozes:
`Ik zal brood voor u laten regenen uit de hemel.
De mensen moeten er dagelijks op uit gaan
en de hoeveelheid voor één dag verzamelen.
Dan kan Ik vaststellen of ze mijn leiding willen volgen of niet.
12
 `Ik heb het gemor van de Israëlieten gehoord.
Dit moet u hun zeggen:
Tegen de avond kunt u vlees eten
en morgenochtend zult u volop brood hebben.
Dan zult u weten dat Ik de Heer uw God ben.’
13         Toen het avond was kwamen er kwartels aangevlogen
en vielen neer over heel het kamp.
De volgende ochtend hing er dauw rondom het kamp.
14         En toen deze was opgetrokken
lag er over de woestijn een fijne korrelige laag,
alsof de grond met rijp was bedekt.
15         De Israëlieten zagen het en zeiden tegen elkaar:
`Wat is dat?’
Ze wisten werkelijk niet wat het was.
Mozes legde hun uit:
`Dit is het brood dat de Heer u te eten geeft.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Efeziërs 4,17.20-24)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Broeders en zusters,
17         Dit zeg ik dus met een beroep op de Heer:
leef niet langer zoals de heidenen in hun waanwijsheid.
20         Maar zo hebt u Christus niet leren kennen!
21         Want u hebt van Hem gehoord en u bent in Hem onderricht
naar de waarheid die in Jezus is:
22         dat u de oude mens moet afleggen,
die van uw vroegere levenswandel,
die te gronde gaat aan zijn bedrieglijke begeerten,
23         en dat u zich moet vernieuwen naar geest en verstand.
24         Bekleed u met de nieuwe mens,
die naar Gods beeld is geschapen
in ware gerechtigheid en heiligheid.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Johannes 6,24-35)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Johannes

24         Toen Jezus eens nergens te zien was, en ook zijn leerlingen niet,
stapten de mensen in boten
en voeren ze naar Kafarnaüm om Jezus te zoeken.
25         Ze vonden Hem aan de overkant van het meer en vroegen Hem:
`Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?’
26         Jezus gaf ten antwoord:
`Waarachtig, Ik verzeker u: u zoekt Mij niet omdat u tekenen hebt gezien,
maar omdat u volop hebt kunnen eten.
27         U moet niet zoveel werk maken van vergankelijk voedsel,
maar liever van het voedsel dat blijft,
het voedsel van het eeuwige leven,
dat de Mensenzoon u zal geven;
want op Hem heeft de Vader, God zelf, zijn zegel gedrukt.’
28         Daarop zeiden ze:
`Wat moeten we doen als we de werken willen verrichten
die God van ons vraagt?’
29         Jezus gaf hun ten antwoord:
`Dit werk vraagt God van u: dat u gelooft in Hem die Hij gezonden heeft.’
30         Daarop zeiden ze:
`Maar U, welk teken verricht U dan wel?
We willen zien om U te kunnen geloven. Op welk werk kunt U zich beroepen?
31 Onze voorouders hebben in de woestijn het manna gegeten,
zoals geschreven staat:
Brood uit de hemel gaf hij hun te eten.’
32         Jezus hernam: `Waarachtig, Ik verzeker u:
niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven;
mijn Vader is het die u het brood uit de hemel geeft, het echte.
33         Want het brood dat God geeft,
is Hij die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld leven geeft.’
34         `Heer,’ zeiden ze, `geef ons dat brood dan, voor altijd.’
35         Jezus antwoordde: `Ik ben het brood om van te leven.
Wie naar Mij toe komt krijgt geen honger meer,
en wie in Mij gelooft krijgt nooit meer dorst.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Belijden wij ons geloof in God die alle mensen bestemd heeft voor het geluk.

Ik geloof in God, die liefde is
en ons de wereld schenkt.

Ik geloof ook dat God ons roept en zendt
om van deze wereld een thuis te maken:
een wereld zonder honger,
zonder oorlog, zonder haat,
een wereld vol goedheid,
rechtvaardigheid en vrede.

Ik geloof in Jezus Christus,
die geroepen en gezonden werd
om lief en leed met ons te delen
om, geborgen in Gods liefde,
zich te geven aan de mensen.

Ik geloof ook dat de Heer ons roept en zendt
om lief en leed te delen in liefde met elkaar.

Ik geloof dat de Heer zijn Geest van liefde
schenkt aan alle mensen.

Ik geloof ook dat de Heer ons roept en zendt
om van zijn blijde boodschap te getuigen
in woord en daad;
opdat alle mensen van de wereld
broers en zusters zouden worden
in de kerk van zijn liefde,
op weg naar zijn rijk van vrede
en vriendschap voor altijd. Amen.

Voorbeden 1

Jezus maakte ons duidelijk dat Hij het Brood is dat leven geeft.
Door Hem mogen wij bidden tot de Vader:

-Laten we bidden en danken
voor al wat ons geschonken wordt,
en zomaar uit de hemel is komen vallen.
Dat we verwonderd mogen blijven om al het goede dat ons gegeven is.
Laten wij bidden…

-Laten we bidden en danken
voor het licht en de lucht,
de zon en de regen,
de groei van de gewassen,
voor ons eten en drinken.
Dat we er eerbiedig mogen mee omgaan
en niets nodeloos zouden verspillen.
Laten wij bidden…

-Laten we bidden en danken
voor het Brood uit de hemel,
Jezus van Nazareth,
die de honger stilt van mensen
die hunkeren naar geluk.
Dat wij zijn voorbeeld mogen volgen.
Laten wij bidden…

God, onze Vader,
blijf bij ons zoals Gij hebt gedaan met uw volk in de woestijn
en help ons te geloven in Hem
die Gij gezonden hebt,
Jezus, het ware Brood. Amen.

Voorbeden 2

Moge Gods Geest zichtbaar worden
door onze ogen, onze mond, onze handen en onze voeten.
Daarvoor willen wij bidden.

-Mensen die geen kant meer opkunnen
kunnen enkel maar ervaren dat zij niet door God vergeten worden
als wij hen laten voelen dat wij aan hun kant staan
door ons gebed,
onze aandacht en onze hulp.
Laten wij beseffen dat wij één lichaam vormen,
omdat wij allen eten van het éne Brood
dat leven geeft.
Laten wij bidden…

-Wij bidden U, God, voor allen
die geen licht meer zien,
die geen hoop meer hebben.
Laat ons niet voorbijgaan aan hun nood,
maar meeleven.
Laten wij aandacht en hulp geven waar we kunnen,
zodat zij merken
dat wij één lichaam vormen
omdat wij allen eten van het éne Brood
dat leven geeft.
Laten wij bidden…

-Laat ons niet alleen, God,
in ziekte, zorgen, nood, eenzaamheid, werkeloosheid…..
Wees onze hoop
zodat wij het uithouden,
zodat we elkaar beter begrijpen,
elkaar steunen en niet laten vallen:
één lichaam, omdat wij eten van het éne Brood
dat leven geeft.
Laten wij bidden…

Voorbeden 3

‘Je moet niet zoveel werk maken van voedsel dat vergaat’,
zegt Jezus ons vandaag.
Bidden wij om geestelijke honger,
en dat die gestild mag worden.

-Bidden wij voor allen die leven bij het ogenblik,
en nauwelijks toekomen aan zichzelf.
Dat zij bij zichzelf durven stilstaan
en tot innerlijke rust komen.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor allen die zoeken naar een richtlijn in hun leven.
Dat zij die mogen vinden
en gaandeweg ontdekken
waarvoor en waartoe zij leven.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor allen die de naam van Jezus belijden.
Dat zij in hun leven ruimte scheppen
voor wat Hij ons te zeggen en te bieden heeft.
Dat zij daarin geborgenheid en vrede mogen vinden.
Laten wij bidden…

God, maak ons bewust van wat vluchtig en voorbijgaand is,
en wat voor ons van blijvende waarde kan zijn.
Zegen ons vandaag met woorden van betekenis
en met de adem van uw vrede. Amen.
naar Heeswijk

Gebed over de gaven 1

God, Gij hebt uw hoop op ons gesteld.
Neem dit brood en deze wijn uit onze handen aan
en maak deze tot ons voedsel voor onderweg,
zodat wij gaande blijven
in de Geest van Jezus Christus,
Woord en Brood ten leven. Amen.

Gebed over de gaven 2

Heer onze God,
in een wereld die bezeten is van bezit
danken wij U voor Jezus
die zo heel anders was,
die in brood en wijn zichzelf heeft prijsgegeven tot de dood toe.
Heilig ons naar zijn voorbeeld.
Maak ons rechtschapen zoals Hij.
Dan zullen wij leven,
vandaag en alle dagen tot in uw eeuwigheid. Amen.

Tafelgebed

In uw naam zijn wij hier samen.
Wij noemen U God en Vader.
Niemand heeft U ooit gezien,
maar elke dag opnieuw
is het duidelijk hoe Gij werkzaam aanwezig zijt
daar waar mensen elkaar vinden en van elkaar houden,
waar mensen de handen in elkaar slaan
en kleine stappen zetten
om deze wereld om te bouwen
tot uw wereld.

Wij zien U aan het werk, God,
in de ontluikende liefde tussen mensen,
in groeiende solidariteit,
in blijvende verbondenheid,
in de kleine en grote inzet voor vrede en gerechtigheid.

Wij zien U aan het werk
in Jezus, uw Zoon:
de woorden die Hij sprak,
waren uw woorden
en worden nu de onze.
Zijn keuze voor kleine mensen was uw keuze
en wordt nu de onze.

In Hem hebt Gij uw droom
in onze handen gelegd:
dat lammen niet lam blijven
en doven niet doof.
Dat er voor elke mens
leven mogelijk is,
leven in overvloed.

Hem willen wij hier noemen
als inspiratie,
als wegwijzer voor ons leven,
als blijvende oproep om te blijven doen
wat Hij heeft gedaan.

Die avond,
vlak voor zijn dood,
vatte Hij zijn leven samen,
toonde Hij wie Hij was
en wie Hij blijven wou voor ons.
Hij nam het brood en verdeelde het
onder zijn vrienden en zei:
“Neem van dit brood en eet ervan.
Dit ben Ik, mijn leven,
mezelf aan U gegeven. Doe dat ook.”

Hij nam de beker met wijn in zijn handen,
dankte en zei:
“Dit is de beker met mijn bloed,
mijn leven voor u uitgedeeld.
Drink ervan en doe dat ook.
In uw breken en delen
blijf Ik leven in uw midden.”

Daarom bidden wij U:
beziel ons met uw Geest.
Dat wij vanuit zijn inspiratie
weten wat groeikracht heeft.
Dat wij midden de ontmoediging
de fantasie bewaren
en wegen blijven vinden naar de nieuwe toekomst
die Gij ons in handen hebt gegeven.
Dat onze hand niet slaat,
dat onze mond niet verraadt,
dat wij geen mens verloochenen.

En dat wij niet vergeten
hen die op ons blijven rekenen:
zij van wie wij houden
en zij van wie wij nog niet genoeg houden.
Dat wij niet vergeten
hen die naast ons staan,
ons voorgaan en bemoedigen,
en hen met wie wij samen op weg zijn
naar menswaardiger samenleven.

Dat wij evenmin vergeten hen die van ons zijn heengegaan:
dat zij tot ons blijven spreken,
ons verder oproepen en inspireren,
ook nu zij gestorven zijn.

Beziel ons met uw Geest,
dat wij elkaar bewaren
en voortstuwen in de richting van menswaardigheid.
Dat wij waakzaam zijn
om de tekens van hoop te zien
en dat wij zelf zo een teken mogen worden.

Daarvoor willen wij ons inzetten
-samen-
met U en voor U
vandaag en alle dagen. Amen.

Onze Vader

God vertrouwde zijn wereld toe aan mensenhanden.
Laten we die handen vouwen en bidden zoals Jezus ons heeft voorgebeden.
Onze Vader,…
Wees onze hoop, Vader,
zodat wij het uithouden,
elkaar beter begrijpen,
steunen, niet laten vallen.
Breek ons open,
maak ons ontvankelijk voor de Geest van Jezus.
Dan zullen we hoopvol kunnen uitzien
naar de wederkomst van Jezus, Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk….


Vredeswens

Geef vrede, Heer, aan het hart van de mens die lijdt:
moge hij standhouden, gesterkt door hoop.
Geef vrede, Heer, aan machtzoekers en beschermers van eigen positie:
moge zij weer vertrouwen stellen in het hart van de mens.
Geef vrede, Heer, aan ons eigen hart.
Laat het aanvoelen wat goed is en recht.
Laten wij elkaar beschermen tegen kwaad en onrecht.
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van vrede en vreugde.

Lam Gods

Communie 1

Wij vormen allen één lichaam
omdat wij mogen eten van het éne Brood dat leven geeft.
Dat Brood, die Geest, moeten wij op onze beurt verder uitde­len.
Dit is het Lam Gods…

Communie 2

“Ik ben het brood om van te leven.” zei Jezus.
We ontvangen brood om zelf brood te worden.
We krijgen leven om op onze beurt leven door te geven.
Dit het Lam Gods…


Bezinning 1

Wacht niet tot morgen
om wie ontmoedigd is
een hand te reiken
want jij kunt nieuwe horizonten openen
en voor hen een houvast zijn.

Wacht niet tot morgen
om wie zich alleen voelt
gastvrij te ontvangen
want jij kunt luisteren
en een toevertrouwd geheim bewaren.

Wacht niet tot morgen
om wie het uitstekend doet
van harte te feliciteren
want wellicht mist hij jouw aanmoediging
om in zichzelf te geloven.

Wacht niet tot morgen
om de mens te danken
die onnoembaar veel voor jou betekent
want dit woord van dank
brengt jullie dichter bij elkaar.

Wacht niet tot morgen
om elk misverstand uit te spreken
en zo mekaar weer te verstaan
want uitstel maakt de barst
onherstelbaar groot.

Wacht niet tot morgen
om het levensbrood
te breken en uit te delen
want door dat Jezusbrood
kun jij andermans honger stillen,
voorgoed.


Bezinning 2

Welvaartsmensen in het westen
hebben angst voor de bom.
Miljoenen mensen in arme landen
zijn daar helemaal niet bang voor.
Het interesseert hen zelfs niet.
Want er is een andere bom
die bij hen duizenden doden maakt, iedere dag opnieuw,
de honger.

Als we eerst die bom verbannen,
verdwijnt die andere waarschijnlijk ook.


Bezinning 3

Soms is een mensenleven zo gekwetst
dat brood niet meer verzadigt
en water niet meer laaft,
dat vuur niet meer verwarmt
en een huis niet meer herbergt.

Wonden worden soms alleen geheeld
als iemand het opbrengt
om voor een ander
brood en water, vuur en huis te zijn.

Er is veel vraag naar zo een mens
die een ander zo nabij is als God.

Alleen vraag ik mij af wat ik ben:
die vraag of het antwoord?


Slotgebed 1

Heer, God,
geef ons nieuwe ogen om te zien
zodat wij in elke mens uw Zoon kunnen ontdekken.
Geef ons nieuwe oren
zodat wij de klankloze stem kunnen horen
van wie honger hebben, kou lijden, bang zijn, verdrietig zijn.
Geef ons nieuwe handen om ze uit te strekken
naar hen die wij zien met onze nieuwe ogen
die wij horen met onze nieuwe oren.
Geef ons een nieuw hart
opdat wij al die mensen
kunnen liefhebben zoals Gij ons liefhebt. Amen.


Slotgebed 2

God van ons bestaan,
wij danken U voor de overvloed in uw schepping,
voor alles wat Gij ons in milde goedheid dagelijks schenkt.
Wij bidden U:
geef dat wij ons durven toevertrouwen aan uw Zoon
die het ware voedsel voor allen wil zijn.
Dit vragen we U door Jezus onze Heiland.
André Janssen

Slotgebed 3

In Jezus wil Ik je Mezelf geven – zegt God –
heel mijn liefde en tederheid.
Het enige dat je moet doen
is met al je talenten
proberen te leven naar mijn wil,
net zoals Hij dat deed.
Probeer zijn aandacht voor kleine en gekwetste mensen
tot een accent in je eigen leven te maken
en durf jezelf breken en delen,
zoals gebroken brood.
Ik zal je daarvoor de kracht geven – zegt God –
en je het brood aanreiken van het leven,
het echte leven.
Erwin Roosen


Zending en zegen

“Ik ben het brood om van te leven – zei Jezus –
Wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben;
en wie in Mij gelooft
zal nooit meer dorst krijgen.”
Laten wij dit Brood, dat alle honger stilt,
gaan uitdragen langs onze wegen van elke dag.
Gods zegen zal dan op ons rusten:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.