17e zondag door het jaar C 2019

28 07 2019

Begroeting

Van harte welkom rond de tafel van de Heer.
Laten we gedurende dit uurtje genieten van Gods nabijheid:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Er is waarschijnlijk geen godsdienst
met zo’n hoogontwikkelde gebedscultuur als het jodendom.
Denk bijvoorbeeld aan de psalmen.
De leerlingen van Jezus wisten dus wat bidden was.
Een aantal van hen waren voorheen volgelingen geweest van Johannes de Doper
en ook met hem hadden ze gebeden.

En toch vragen ze Jezus: “Heer, leer ons bidden”.
Blijkbaar moet het bidden van Jezus
zoveel uitstraling hebben gehad
en zoveel indruk hebben gemaakt,
dat ze wilden leren bidden zoals Hij.

Het antwoord van Jezus kennen we: ‘Onze Vader’, het gebed des Heren.
Het gebed, dat wij dikwijls opzeggen, maar zelden echt bidden.

Voor zoveel sleet op ons bidden willen wij de Heer om vergeving vragen.

Openingswoord 2

Vandaag wendt Abraham al zijn koopmanskunsten aan
om bij God het behoud van Sodom en Gomorra te bepleiten.
En Jezus zegt in het evangelie:
“Vraag en u zal gegeven worden”.
God blijft de eeuwen door het ‘Altijd Luisterend Oor’.
Vertrouwvol aandringen wordt aanbevolen.
Maar ook woordeloos spreken wordt gehoord.
Wie wil bidden in de geest van Jezus
moet vóór alles ‘thuiskomen’ in de dingen van de Vader.

Gebed om ontferming 1

-We willen dikwijls onze eigen God zijn:
de beste, de eerste en de laatste,
het centrum van de belangstelling.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Onze wil moet geschieden
en ons rijkje moet tot stand komen.
Soms willen we wel dat God beeld van ons zou zijn.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Als ons gevraagd wordt
‘laten we ons bekeren tot God’,
wat doen we dan?
En vraagt iemand ons, door taal of teken,
of we het weer willen goedmaken,
wat doen we dan?
Omdat we dikwijls met twee maten en twee gezichten meten,
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Vergevingsmoment 2

-God, we bidden wel dat uw naam geheiligd moge zijn,
maar we zeggen en doen zo vaak dingen
waarmee we uw naam als Vader van alle mensen
geen eer aandoen.
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, we bidden wel, net als Gij,
dat het Rijk van uw Vader, werkelijkheid zou worden,
maar wat we doen is zo vaak in ons eigenbelang
en niet in dienst van vrede en recht
voor elke mens en heel de schepping.
Daarom vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-God, we bidden wel: vergeef ons onze schulden
zoals wij vergeven aan onze schuldenaren,
maar we hebben het vaak zo moeilijk
om zelf de eerste stap naar verzoening te zetten.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
vrij naar federatie Kana

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge:
eer aan de Vader die de Oorsprong is,
eer aan de Zoon die in de wereld kwam,
eer aan de Geest: Hij maakt ons vrij.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde:
zondaars vinden bij Hem genade,
zieken troost en geneest Hij,
armen brengt Hij zijn Blijde Boodschap.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde
door liefde onder de mensen.
Liefde die de dood overwint,
de tranen wegwist uit onze ogen
en alles nieuw maakt. Amen.

Openingsgebed 1

Onze Vader,
zo mogen wij U aanspreken, God,
omdat Jezus ons leerde
dat Gij die in de hemel zijt
Vader zijt van alle mensen.
Wij bidden U: help ons wanneer wij onze aarde
een beetje dichter bij uw hemel proberen te brengen,
wanneer wij samenhorigheid trachten te bevorderen
door meer wederzijds vertrouwen te zaaien
in de kring van mensen om ons heen.
Wij durven U dit vragen
omdat Gij, dankzij Jezus,
onze Vader zijt en blijft
nu en in alle eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 2

God die onze Vader zijt,
wij bidden wel regelmatig, maar ons geloof is klein
en onze berekening is groter dan ons vertrouwen.
Leg de woorden van Jezus in onze mond,
leer ons bidden zoals Hij zijn leerlingen leerde bidden.
Dan wordt uw naam geprezen,
dan komt uw Koninkrijk nabij. Amen.

Lezingen

In de eerste lezing horen wij Abraham bij God biddend ten beste spreken
voor de inwoners van de steden Sodom en Gomorra.
Van Jezus leren we dat God geen afstandelijke God is,
maar dat we Hem mogen aanspreken met ‘papa, vake’.
Laten we samen naar die Schriftverhalen luisteren.

Eerste lezing 1 (Gen., 18, 20-32)

Uit het boek Genesis

20         In die dagen zei de Heer:
`Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op!
Uitermate zwaar is hun zonde!
21         Ik ga naar beneden om te zien
of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep
die tot Mij is doorgedrongen; Ik wil het weten.’
22         Toen gingen de mannen op weg in de richting van Sodom.
De Heer bleef echter nog bij Abraham staan.
23         Abraham ging naar Hem toe en zei:
`Wilt U werkelijk met de boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen?
24         Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad;
zult U die dan verdelgen?
Zult U de stad geen vergiffenis schenken
omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen?
25         Zoiets kunt U toch niet doen:
de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven!
Dan zou het de rechtvaardigen vergaan als de boosdoeners;
dat kunt U toch niet doen!
Zal Hij, die de hele aarde oordeelt, geen recht doen?’
26         En de Heer zei:
`Als Ik in Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind,
zal Ik omwille van hen de hele stad vergiffenis schenken.’
27         Abraham begon weer en zei:
`Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken,
ofschoon ik maar stof en as ben?
28         Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf;
zult U dan toch om die vijf de hele stad verwoesten?’
En de Heer zei: `Ik zal haar niet verwoesten als Ik er vijfenveertig vind.’
29         Opnieuw sprak Abraham tot Hem:
`Misschien zijn er maar veertig te vinden.’
En de Heer zei: `Ik zal het niet doen, omwille van die veertig.’
30         Nu zei Abraham:
`Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog eens aandring;
misschien zijn er maar dertig te vinden.’
En Hij zei: `Ik zal het niet doen als Ik er dertig vind.’
31         Abraham zei opnieuw:
`Ik ben wel vrijpostig als ik bij mijn Heer blijf aandringen;
maar misschien worden er maar twintig gevonden.’
En Hij zei: `Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die twintig.’
32         Abraham zei:
`Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog één keer spreek;
misschien zijn er maar tien te vinden.’
En Hij zei: `Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die tien.’
KBS Willibrord 1995

Eerste lezing 2

Uit het boek Genesis 18, 20-32

In dit verhaal wordt Abraham ons weer als voorbeeld gesteld voor een godgewijd leven.
Abraham heeft net drie vreemdelingen te gast gehad en hij doet ze uitgeleide. Twee van hen nemen afscheid en gaan verder.
De derde stelt God voor en blijft nog even bij Abraham.
Hij brengt de legendarische steden Sodom en Gomorra ter sprake.
God vertelt Abraham dat Hij hoorde
dat de inwoners van Sodom en Gomorra in zonde leven,
niet gastvrij zijn voor vreemdelingen, geweld gebruiken, liegen en bedriegen
en elkaar niet helpen als iemand in nood is.
Daarom wil Hij de twee steden vernietigen door een regen van zwavel en vuur.
De steden worden gesitueerd vlak naast de Dode Zee,
een streek die zo zout is dat er bijna geen leven mogelijk is.
Dit natuurgegeven wordt een element in het verhaal.

En dan komt de goedheid van Abraham naar boven.
Hij gaat dichter bij God staan en zegt zacht:
‘Wilt U dan naast de schuldigen ook de onschuldigen doden?
Misschien zijn er wel vijftig onschuldige mensen in de stad.
Moeten die dan sterven voor de zonden van hun medeburgers?
Dat kunt U toch niet doen!
Moet U niet eerder de stad vergeven omwille van die vijftig?
U bent de rechter over de hele aarde, de rechtvaardige.
Het is toch niet rechtvaardig om schuldige en onschuldige mensen over één kam te scheren.’

God is in de wolken met zoveel mensenliefde van zijn vertrouweling
en gaat akkoord.
‘Als ik in Sodom 50 onschuldige mensen vind, zal ik de stad sparen.’
Maar Abraham is er niet gerust in.
Hij gaat voorzichtig verder, want hij wil zijn hoge gast niet bruuskeren.
‘Ik ben maar een kleine mens, die niet veel voorstelt,
maar er kwelt me een vraagje.
Als er vijf tekort zijn, een handvol, dan zult U daar toch niet aan tillen, Heer?’
En weer is God gecharmeerd door zoveel inzet van Abraham voor zijn medemensen.
‘Ik zal haar niet verwoesten als er 45 zijn.’
Abraham vat moed door zijn eerste succes.
Hij excuseert zich voor zijn lef, maar gaat telkens een stapje verder.
Zo gaat het van 45 naar 40, naar 30, 20 en tenslotte naar tien.
‘Ik hoop, Heer dat U niet kwaad wordt, als ik nog een stapje verder ga,
want misschien zijn er maar tien onschuldige mensen.’
En weer ziet God in Abraham een mens zoals Hij die graag heeft,
vol medemenselijkheid, die zich niet vastpint op de zonden,
maar pleit voor nieuwe kansen.
Zijn antwoord is weer:
‘Ook dan zal Ik de stad niet verwoesten omwille van die tien.’
Hendrik Van Moorter
Catechesehuis

Tweede lezing (Kol., 2, 12-14)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters,
12         In de doop bent u met Christus begraven,
maar ook met Hem verrezen,
door uw geloof in de kracht van God,
die Hem uit de doden liet opstaan.
13         Ook u, die dood was door uw overtredingen en als onbesnedenen leefde,
heeft God weer levend gemaakt met Hem.
Hij heeft ons al onze overtredingen vergeven.
14         Hij heeft de oorkonde met al haar bepalingen,
die in ons nadeel was en tegen ons getuigde, verscheurd.
Hij heeft haar uit ons midden weggenomen en aan het kruis genageld.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lc., 11, 1-13)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

Eens was Jezus ergens aan het bidden.
Toen Hij opgehouden was, vroeg een van zijn leerlingen Hem:
`Heer, leer ons bidden,
zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’
Hij zei tegen hen: `Wanneer je bidt, zeg dan:
Vader,
uw naam worde geheiligd,
uw koninkrijk kome;
3           geef ons elke dag het nodige brood
4           en vergeef ons onze zonden,
want ook wij vergeven ieder die ons iets schuldig is,
en breng ons niet in beproeving.’
5              Daarop zei Hij tegen hen:
`Stel dat je midden in de nacht naar een van je vrienden gaat om te vragen: ` `Vriend, leen me drie broden,
6           want een vriend van me is na een lange reis bij mij aangekomen
en ik heb niets om hem voor te zetten.’’
Zou die ander daarbinnen antwoorden:
`Val me niet lastig.
De deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed.
Ik kan niet opstaan om ze je te geven’’?
Welnee, hij staat op en geeft je wat je nodig hebt;
is het niet omdat je zijn vriend bent,
dan toch vanwege je vrijpostigheid.
Ik zeg jullie: vraag en jullie zal gegeven worden,
zoek en je zult vinden,
klop en er zal voor je worden opengedaan.
Want ieder die vraagt, krijgt;
wie zoekt, vindt;
en voor wie klopt, zal worden opengedaan.
11         Welke vader onder jullie zal zijn kind, als het om een vis vraagt,
in plaats daarvan een slang geven?
12         Of een schorpioen, als het om een ei vraagt?
13         Als jullie dus, slecht als je bent,
het goede weten te geven aan je kinderen,
hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader
de heilige Geest geven aan degenen die Hem erom vragen.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken wij samen ons geloof en ons vertrouwen uit in God
die voor ons ‘Vader’ wil zijn.

Ik geloof in God tot wie wij in Jezus’ Geest,
‘Abba, Vader’ mogen zeggen,
de Schepper van oorsprong en toekomst.

Ik geloof in Jezus, Gods Dienaar en welbeminde Zoon,
die geheel vanuit God tot ons gekomen is
en in wie Gods ganse volheid lichamelijk woont.

Die gewerkt heeft tot ons heil,
die menselijke grenzen doorbroken
en woorden van eeuwig leven gesproken heeft.

Die daarom verworpen is,
maar tot onze bevrijding heeft geleden
en aan het kruis is gestorven.

Die door God is opgewekt om in ons te leven
en te staan in de toekomst van heel de schepping.

Ik geloof in de Geest van God en van Jezus,
die spreekt door profeten
en ons leidt naar de volle waarheid.

Ik belijd Gods Koninkrijk, nu en in eeuwigheid,
en de Kerk die dit Rijk mag verwachten en dienen.

Ik belijd de bevrijding uit zonden en de kracht tot liefde,
en de nieuwe schepping waarin gerechtigheid woont
en waarin God alles in allen zal zijn. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn aan Hem aan te bieden.

-Bidden we voor mensen die moeilijk tot bidden komen,
of daartoe niet meer in staat zijn.
Dat Gods aanwezigheid voor hen voelbaar mag worden
door de mensenhand die wij hun toesteken.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor mensen die wel bidden met woorden,
maar de daad niet bij het woord voegen.
Dat ze mogen beseffen dat ‘bidden’ hen niet ontslaat
van persoonlijke inzet en verantwoordelijkheid.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor mensen die altijd maar bidden in de vragende vorm,
altijd bidden om iets te krijgen.
Dat zij tot het besef mogen komen
dat er in het leven veel is om dankbaar voor te zijn.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor allen die zó begaan zijn met zichzelf
dat ze niet inzien hoe blind zij zijn voor de nood en het leed van anderen.
Moge de Heer hun ogen openen, hen wakker schudden,
zodat zij beseffen dat zij zich mede schuldig maken
aan het lijden en het onrecht dat zij negeren.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor allen die hongeren naar brood – letterlijk en figuurlijk -,
voor allen die dorsten naar water dat nieuw leven schenkt,
niet alleen aan uitgedroogde lichamen,
maar ook aan verdorde harten.
Laten wij bidden…

-Bidden we ook voor onszelf
die voortdurend bedreigd en verleid worden
door macht, rijkdom en carrière-streven.
Dat wij, in plaats daarvan,
ons openstellen voor wat God van ons wil
en zijn wil laten geschieden.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

God, Vader in de hemel,
wie vraagt, ontvangt –
dat hoorden wij van Jezus.
Daarom durven wij bidden:

-Voor allen die hongeren naar brood,
die dorsten naar water,
die hongeren naar gerechtigheid en vrede:
laat uw Rijk van vrede komen.
Laten we bidden…

-Voor allen die leven met schuld over wat zij anderen aandeden.
Dat zij vergeving vinden
en zelf kunnen vergeven wat hun werd aangedaan.
Laten we bidden…

-Voor ons allen,
voortdurend bedreigd en verleid door macht,
door rijkdom en prestatiezucht.
Dat wij uw wil kennen en laten geschieden.
Laten we bidden…

God, Vader in de hemel,
wij danken U voor uw Woord.
Wij heiligen uw naam,
en danken U
voor het Brood dat wij eten en de Beker die wij drinken,
voor de tekenen van uw Rijk dat komen zal. Amen.
Jan Besemer

Gebed over de gaven 1

God, in brood en beker vieren wij opnieuw
dat Gij met ons verbonden zijt in hart en leven.
Moge de band die ons met U en met elkaar verbindt
nog versterkt worden door ons samenzijn hier.
Maak ons breken en delen
zo gemeend en zo van harte
dat het zin en richting geeft aan heel ons leven. Amen.

Gebed over de gaven 2

Goede God,
hier in deze kring willen wij een eenvoudig menselijk gebaar stellen:
brood en wijn delen,
tekenen van vriendschap en trouw.
God van liefde,
wees aanwezig in onze verbondenheid met elkaar.
Schenk ons een open blik,
dat wij elkaar nabij blijven
in navolging van Jezus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.

Tafelgebed

Dank U, Heer,
dat ik de tijd krijg
om te luisteren naar de vogelzang,
naar de regen op het dak,
naar het kabbelen van het water in de beek,
naar de muziek ergens ver weg…
Dank dat ik tijd krijg
om te kijken naar de bloemen en de bomen,
naar de zon die alles opengooit,
naar de vele mensen om me heen.

Dank U, God,
dat ik de tijd krijg
om te genieten en te proeven
van het heldere water,
van het heerlijke brood op tafel,
van de lucht om ons heen
en van het leven dat pure gave is.

Wij danken U, God,
voor alles wat het leven aantrekkelijk
en de moeite waard maakt.
Wij zeggen U vooral dank
voor het leven van Jezus, uw Zoon.
Hij laat niets verloren gaan
van wat uit liefde wordt geboren.
Dagelijks herbegint Hij met ons
een leven zonder maat.
Hij wil werkelijk bij ons zijn,
terwijl ons hart vaak geen rust vindt.
Om Hem en om elkaar
willen wij U loven en danken.

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Om Jezus, danken wij U, Vader.
Hij die al goeddoende rondtrok.
Hij die altijd naar mensen onderweg was.
Hij die geen moeite spaarde,
Hij die deed waarin Hij geloofde
om Uwentwil en tot het uiterste.

Opdat mensen met God en met elkaar
in liefde verbonden zouden zijn,
nam Jezus, toen Hij bij zijn vrienden was,
het brood, brak het
en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden:

Neem en eet hiervan gij allen,
dit is mijn Lichaam,
mijn Leven dat Ik u geef.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker,
Hij sprak de zegen en het dankgebed uit
en gaf de beker door aan zijn leerlingen met de woorden:

Neem deze beker en drink allen hieruit,
want dit is de beker
van het nieuwe altijddurende Verbond.
Dit is mijn Bloed, dat voor u en alle mensen,
wordt vergoten, tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Wij bidden U, Vader,
laat de gezindheid die leefde in Jezus
ook onder ons leven.

Zegen alle vaders en moeders, Heer.
Uit uw hand ontvangen zij
de zorg over leven en liefde.

Zegen de kinderen en de jonge mensen.
Zij zoeken naar een hand
die goed en wijs is,
ook als zij niet bij de hand willen genomen worden.

Zend uw Geest van inzicht,
mildheid en vertrouwen, Heer,
over allen die voorgaan in onze samenleving.

Bewaar in uw zegenende hand:
de kleine en misdeelde mens,
de eenzame zieke en de bejaarde,
de mens die weent in onmacht.
Bewaar in uw zegenende hand:
onze overleden familieleden en vrienden.
Bewaar de zovelen die wij vergeten,
de zovelen aan wie wij voorbij gaan.

Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn,
Heer, onze God, barmhartige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest,
hier en nu en tot in de eeuwigheid. Amen.
naar Beveren

Onze Vader

Onze Vader die in mensen leeft,
moge in ons leven uw naam geheiligd worden.
Moge in ons samenzijn uw Rijk zichtbaar worden.
Moge in onze dagelijkse inzet uw wil gebeuren
als een teken en een oproep voor alle mensen op aarde.

Maak ons voor elkaar en voor de wereld
tot levengevend brood,
tot krachtig voedsel van vriendschap en vertrouwen,
van perspectief en hoop.
Maak ons, over fouten en tekorten heen,
tot mensen van vergeving en vrede,
zoals Gij het zijt voor ons.
Maak ons vrij van angst
en van alles wat denken en doen verlamt,
en laat ons niet verzinken
in de bekoring van de middelmatigheid.
Maar wees voor ons de kracht en de uitdaging
om ten volle te leven
in eeuwigheid en ook vandaag. Amen.
Carlos Desoete, in Wij-stenen

Vredeswens

De weg van de vrede waarvan wij dromen,
lijkt soms eindeloos, een te lange tocht voor zwakke mensen.
Toch zegt de Heer ook vandaag aan ons,
zoals aan zijn leerlingen:
Ik wens jullie vrede: vrede met jezelf, met de anderen, met God.
Ik wens jullie die vrede die een uitstraling is
van mijn liefde voor elke mens.
Dat die vrede van de Verrezen Heer jullie mag vergezellen
vandaag en elke dag van je verdere leven.
En geven we ook elkaar een hartelijk teken van die vrede.
Beveren

Lam Gods


Communie

Op onze vraag “Geef ons heden ons dagelijks brood”
biedt God Zichzelf aan als voedsel,
het enige Brood dat onze diepste honger stilt.
Dit is het Lam Gods….

Bezinning 1

Ik kan niet bidden…
want ik heb al teveel gebeden gehoord
die enkel woorden in de wind bleken,
hol en vrijblijvend.

Ik kan niet danken…
want als ik danken zou dat ik genoeg te eten heb,
zou ik ook iets moeten doen aan de honger van miljoenen mensen…
Als ik danken zou dat ik gezond ben,
zou ik iets moeten doen voor allen die ziek zijn van binnen en van buiten.

Bidden?
Ik kan alleen maar proberen aan elke mens die me nodig heeft
wat liefde te laten zien,
en te zoeken naar wat recht is en waar.
Dat is mijn bidden.

Bidden?
Ik kan alleen maar proberen naast mijn medemens te staan
als hij of zij door mensen wordt veracht.
Dat geeft mijn bidden kracht…

Bidden?
Ik kan alleen maar verder zoeken,
vermoeid maar ook onvermoeibaar
naar wat bedolven ligt onder het puin van wat Gods beeld had moeten zijn.
Dat is mijn gelovig bidden…

Bidden…
Er zijn vele manieren van bidden.
In een moskee zie je de gekromde ruggen van mannen geknield op de grond
terwijl ze woorden zeggen of zingen.
Wij vouwen de handen of sluiten de ogen.
Vaak in totale stilte bidden wij ons persoonlijk gebed.
En in het zuiden danst en zingt men vol ritme zijn ode aan de Heer.

Er is nog een andere manier van bidden.
Je wandelt in een bos
en voor je het weet ben je aan het bidden
om de Schepper te danken voor de mooie natuur.
Samen loop je langs het strand…
in de oneindigheid voel je God even dichterbij.
Je gaat op bezoek bij een zieke,
en naderhand voel je dat dit medeleven iets van bidden heeft
omdat het thuishoort bij de manier waarop Jezus met mensen omging.
naar Gerard van Holstein

Bezinning 3

Bidden is geen modewoord.
Het lijkt iets van vroeger,
iets uit vervlogen tijden.
We denken dan aan langdradige,
afgesleten en onbegrijpelijke formules.
We hebben ons ervan bevrijd.
En toch mogen we blijven geloven
in de geweldige kracht van het bidden.
Want biddend boren we
onze diepste bronnen aan.
Daarmee krijgen we nieuw zicht
op ons leven, onze toekomst.
Het geeft vaste grond onder de voeten.
We komen erdoor in contact
met onze Schepper,
ons Begin en ons Einddoel.
Bidden opent ook onze ogen
voor wat rechtvaardig is.
Het doet ons inzien
of ons handelen overeenkomt
met Gods bedoelingen.
Bidden heeft steeds iets puurs.
We hoeven niets te verbloemen.
We mogen ons daarbij gedragen
zoals we in werkelijkheid zijn.
Het kan ook een sterke aanzet zijn
om ons te verzetten
tegen onrecht dat gebeurt.
Bidden heeft zo’n kracht,
dat het van ons nieuwe mensen maakt,
mensen, die oog en oor hebben
voor Gods Rijk hier en nu.
Wim Holterman osfs

Slotgebed 1

God, Vader van alle mensen,
leer ons bidden zoals Jezus bad,
niet alleen met zijn woorden,
maar ook vanuit zijn verbondenheid met U.
Leer ons te geloven
dat Gij onze bondgenoot zijt
als wij bouwen
aan meer gerechtigheid en vrede in deze wereld.
Geef ons uw heilige Geest,
opdat wij door die Geest blijven hopen
op de komst van uw Koninkrijk. Amen.

Slotgebed 2

Vader in de hemel, God van mensen,
zo ver en toch zo nabij,
geef mij het vertrouwen van een kind,
het idealisme van een dromer
en de liefde van een heilige,
opdat uw naam in mij en door mij
waar mag worden
en uw Koninkrijk komen:
een nieuwe wereld met hemelse kleuren.
Laat mij een icoon zijn van uw vriendschap
en laat mij aan het hart van de wereld uw hartenklop geven. Amen.
Erwin Roosen

Zending en zegen

Geregeld trok Jezus zich terug om in gebed bij God te zijn.
Bij zijn terugkeer straalde Hij bemoedigend Gods vrede uit.
Ook wij keren nu terug naar waar wij vandaan zijn gekomen.
Moge ook wij in ons huis, onze straat, ons werk
Gods vrede uitstralen en gestalte geven.
Daartoe wil God ons van harte zegenen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.