17e zondag door het jaar C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
zeventiende zondag C-jaar (29 07 2007)

Begroeting

Van harte welkom rond de tafel van de Heer.
Laten we gedurende dit uurtje genieten van Gods nabijheid:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

Er is waarschijnlijk geen godsdienst
met zo’n hoogontwikkelde gebedscultuur als het jodendom.
Denk bijvoorbeeld aan de psalmen.
De leerlingen van Jezus wisten dus wat bidden was.
Een aantal van hen waren voorheen volgelingen geweest van Johannes de Doper,
en ook met hem hadden ze samen gebeden.

En toch vragen ze Jezus: “Heer, leer ons bidden”.
Blijkbaar moet het bidden van Jezus
zoveel uitstraling gehad hebben,
zoveel indruk gemaakt hebben,
dat ze wilden leren bidden zoals Hij.

Het antwoord van Jezus kennen we: ‘Onze Vader’, het gebed des Heren.
Het gebed, dat wij dikwijls opzeggen maar zelden echt bidden.

Voor zoveel sleet op ons bidden willen wij de Heer om vergeving vragen.

Vergevingsmoment

Vader, we zouden wel willen bidden
dat uw naam geheiligd moge zijn.
Maar we lopen voortdurend afgoden achterna
en de meeste hebben we zelf gecreëerd.
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.

Vader, we zouden wel willen bidden
dat uw Rijk kome.
Maar wat we doen en laten staat gewoonlijk in functie van ons eigenbelang.
Zo maken we de komst van uw Rijk onmogelijk.
Daarom vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.

Vader, we zouden wel willen bidden
dat uw wil geschiede.
Maar we doen vooral wat wíj graag willen;
wij weten het vaak beter.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.

Vergeef ons ons tekortschieten, Heer,
en begeleid ons op onze weg door het leven
opdat wij eenmaal bij U thuis mogen komen. Amen
.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge:
eer aan de Vader die de oorsprong is,
eer aan de Zoon die in de wereld kwam,
eer aan de Geest: Hij maakt ons vrij.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde:
zondaars vinden bij Hem genade,
zieken troost en geneest Hij,
armen brengt Hij zijn blijde boodschap.

Eer aan God in de hoge
en vrede op aarde
door liefde onder de mensen.
Liefde die de dood overwint,
de tranen wegwist uit onze ogen
en alles nieuw maakt.
Amen.

Openingsgebed 1

Onze Vader,
zo mogen wij U aanspreken, God,
omdat Jezus ons leerde
dat Gij, die in de hemel zijt,
Vader zijt van alle mensen.
Wij bidden U: help ons wanneer wij onze aarde
een beetje dichter bij uw hemel proberen te brengen,
wanneer wij samenhorigheid trachten te bevorderen
door meer wederzijds vertrouwen te zaaien
in de kring van mensen om ons heen.
Wij durven U dit vragen
omdat Gij, dank zij Jezus,
onze Vader zijt en blijft
nu en in alle eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 2

God die onze Vader zijt,
wij bidden wel geregeld maar ons geloof is klein,
onze berekening is groter dan ons vertrouwen.
Leg de woorden van Jezus in onze mond,
leer ons bidden zoals Hij zijn leerlingen leerde bidden.
Dan wordt uw Naam geprezen,
dan komt uw koninkrijk nabij. Amen.

Lezingen
Luisteren we naar God die ons toespreekt in de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Genesis 18,20-32)

Uit het boek Genesis

20       In die dagen zei de Heer:
`Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op!
Uitermate zwaar is hun zonde!
21       Ik ga naar beneden om te zien
of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep
die tot Mij is doorgedrongen; Ik wil het weten.’
22       Toen gingen de mannen op weg in de richting van Sodom.
De Heer bleef echter nog bij Abraham staan.
23       Abraham ging naar Hem toe en zei:
`Wilt U werkelijk met de boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen?
24       Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad;
zult U die dan verdelgen?
Zult U de stad geen vergiffenis schenken
omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen?
25       Zoiets kunt U toch niet doen:
de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven!
Dan zou het de rechtvaardigen vergaan als de boosdoeners;
dat kunt U toch niet doen!
Zal Hij, die de hele aarde oordeelt, geen recht doen?’
26       En de Heer zei:
`Als Ik in Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind,
zal Ik omwille van hen de hele stad vergiffenis schenken.’
27       Abraham begon weer en zei:
`Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken,
ofschoon ik maar stof en as ben?
28       Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf;
zult U dan toch om die vijf de hele stad verwoesten?’
En de Heer zei: `Ik zal haar niet verwoesten als Ik er vijfenveertig vind.’
29       Opnieuw sprak Abraham tot Hem:
`Misschien zijn er maar veertig te vinden.’
En de Heer zei: `Ik zal het niet doen, omwille van die veertig.’
30       Nu zei Abraham:
`Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog eens aandring;
misschien zijn er maar dertig te vinden.’
En Hij zei: `Ik zal het niet doen als Ik er dertig vind.’
31       Abraham zei opnieuw:
`Ik ben wel vrijpostig als ik bij mijn Heer blijf aandringen;
maar misschien worden er maar twintig gevonden.’
En Hij zei: `Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die twintig.’
32       Abraham zei:
`Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog één keer spreek;
misschien zijn er maar tien te vinden.’
En Hij zei: `Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die tien.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Kolossenzen 2, 12-14)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

         Broeders en zusters,
12       In de doop bent u met Christus begraven,
maar ook met Hem verrezen,
door uw geloof in de kracht van God,
die Hem uit de doden liet opstaan.
13       Ook u, die dood was door uw overtredingen en als onbesnedenen leefde,
heeft God weer levend gemaakt met Hem.
Hij heeft ons al onze overtredingen vergeven.
14       Hij heeft de oorkonde met al haar bepalingen,
die in ons nadeel was en tegen ons getuigde, verscheurd.
Hij heeft haar uit ons midden weggenomen en aan het kruis genageld.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lucas 11,1-13)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

Eens was Jezus ergens aan het bidden.
Toen Hij opgehouden was, vroeg een van zijn leerlingen Hem:
`Heer, leer ons bidden,
zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’
Hij zei tegen hen: `Wanneer je bidt, zeg dan:
Vader,
uw naam worde geheiligd,
uw koninkrijk kome;
3        geef ons elke dag het nodige brood
4        en vergeef ons onze zonden,
want ook wij vergeven ieder die ons iets schuldig is,
en breng ons niet in beproeving.’
5              Daarop zei Hij tegen hen:
`Stel dat je midden in de nacht naar een van je vrienden gaat om te vragen: ` `Vriend, leen me drie broden,
6        want een vriend van me is na een lange reis bij mij aangekomen
en ik heb niets om hem voor te zetten.’’
Zou die ander daarbinnen antwoorden:
`Val me niet lastig.
De deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed.
Ik kan niet opstaan om ze je te geven’’?
Welnee, hij staat op en geeft je wat je nodig hebt;
is het niet omdat je zijn vriend bent,
dan toch vanwege je vrijpostigheid.
Ik zeg jullie: vraag en jullie zal gegeven worden,
zoek en je zult vinden,
klop en er zal voor je worden opengedaan.
Want ieder die vraagt, krijgt;
wie zoekt, vindt;
en voor wie klopt, zal worden opengedaan.
11       Welke vader onder jullie zal zijn kind, als het om een vis vraagt,
in plaats daarvan een slang geven?
12       Of een schorpioen, als het om een ei vraagt?
13       Als jullie dus, slecht als je bent,
het goede weten te geven aan je kinderen,
hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader
de heilige Geest geven aan degenen die Hem erom vragen.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken wij samen ons geloof en ons vertrouwen uit in God
die voor ons ‘Vader’ wil zijn.

Ik geloof in de mens,
in de innerlijke goedheid van de mens.
Ik geloof in een wereld waar wij allen kunnen leven
in respect en eerbied voor elkaar, wie we ook zijn.

Ik geloof niet in oorlog, onverschilligheid en hardheid
als basis voor ons bestaan;
maar in goedheid, liefde, vergeving en vrede.
Ik geloof dat we samen aan deze wereld van liefde
moeten bouwen, in woord en daad.

Ik geloof dat Jezus Christus ons de weg heeft getoond
om dit in deze wereld waar te maken.
Ik geloof dat Hij door zijn leven, lijden en dood
ons deed inzien welke de echte waarden zijn in het leven.

Ik geloof ook dat ik door navolging van Hem
opgenomen word in de verbondenheid met Hem
die Jezus Christus zijn Vader noemde.
En ik geloof op grond van de verrijzenis van de Heer
in de voltooiing van de wereld
wanneer wij allen in liefde zullen samenleven
in de Geest van de Vader en de Zoon. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn aan Hem aan te bieden.

– Bidden we voor mensen die moeilijk tot bidden komen,
of tot bidden niet meer in staat zijn;
dat Gods aanwezigheid voor hen voelbaar wordt
door de mensenhand die wij hun toesteken.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen die wel woorden bidden
maar niet de daad bij het woord voegen;
dat ze mogen beseffen dat ‘bidden’ niet ontslaat
van persoonlijke inzet en verantwoordelijkheid.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen die altijd maar bidden in de vragende vorm,
altijd maar om iets te krijgen;
dat zij tot het besef mogen komen
dat er veel in het leven is om dankbaar voor te zijn.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor allen die zó begaan zijn met zichzelf
dat ze niet inzien hoe blind zij zijn voor de nood en het leed van anderen.
Moge de Heer hun ogen openbreken, hen wakker schudden
zodat zij beseffen dat zij zich mede schuldig maken
aan het lijden en het onrecht dat zij negeren.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor allen die hongeren naar brood – letterlijk en figuurlijk -;
voor allen die dorsten naar water
dat nieuw leven schenkt niet alleen aan uitgedroogde lichamen
maar ook aan verdorde harten.
Laten wij bidden…

– Bidden we ook voor onszelf,
die voortdurend bedreigd en verleid worden
door macht, door rijkdom en door carrière-streven;
dat wij, in plaats daarvan,
ons openstellen voor wat God van ons wil en zijn wil laten geschieden.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden wij voor mensen
die hun leven grondvesten op de kracht van het gebed.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen
die met aandrang pleiten voor vergeving en menslievendheid.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen
die het gebed hanteren als een vorm van ruilhandel.
Laten wij bidden…
naar André Janssen


Gebed over de gaven

Onze Vader,
wij bieden U dit brood en deze wijn aan.
Maar Gij weet beter dan wie ook
dat geen enkel mens kan leven van brood alleen.
Neem deze gaven aan en vorm ze om
tot datgene wat mensen dagelijks nodig hebben:
brood en geborgenheid,
vrijheid en gezondheid,
vriendschap en vruchtbaarheid voor elkaar.
Dat vragen wij U door Jezus uw Zoon en onze Heer. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U dat Gij een God van mensen zijt,
dat wij U mogen noemen: onze God en onze Vader,
dat onze toekomst in uw handen ligt,
dat deze wereld U ter harte gaat.
Gij hebt ons tot leven gewekt.
Gezegend zijt Gij, bron van al wat bestaat.
Daarom prijzen wij uw naam, Heer onze God,
en danken U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig de Heer,…

Wij danken U omwille van uw veelgeliefde Zoon,
die Gij geroepen en gezonden hebt
om ons te dienen en uw weg te tonen,
om aan armen uw blijde boodschap te verkondigen,
om recht te doen aan wie onrecht werd aangedaan,
om voor ons allen, het evenbeeld
en de gestalte te zijn van uw mildheid en uw trouw.

Wij danken U voor deze onvergetelijke mens,
die alles heeft volbracht wat menselijk is:
het leven en de dood.
Wij danken U dat Hij zich met hart en ziel
gegeven heeft aan deze wereld.

Want in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,
heeft Hij het brood in zijn handen genomen.
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God, zijn Vader.
Hij heeft U dank gezegd, het brood gebroken
en aan zijn vrienden uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u en allen wordt vergoten tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
zult gij dit doen tot mijn gedachtenis.”

Verkondigen wij de essentie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Daarom, Heer onze God,
stellen wij hier dit teken van ons geloof,
en daarom gedenken wij nu
het lijden en sterven van uw Zoon,
zijn opstanding uit de dood
en zijn intocht in uw heerlijkheid;
dat Hij, verheven aan uw rechterhand,
voor ons ten beste spreekt
en dat Hij komen zal om recht te doen
aan levenden en doden
op de dag die Gij hebt vastgesteld.

Zend ons uw Geest, die leven is, gerechtigheid en licht.
Gij, die het welzijn van de mensen wilt,
en niet hun ongeluk, niet hun dood,
neem alle geweld weg uit ons midden
en geef vrede op aarde
in naam van Jezus, uw Zoon.
Dan zal uw naam geheiligd zijn,
Heer onze God,
door Hem en met Hem en in Hem
en in de gemeenschap van de Heilige Geest,
dit uur en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

In Jezus is een verre God ons nabij gekomen als een Vader,
en vormen alle mensen, als kinderen van dezelfde Vader,
één gemeenschap.
Niemand uitgesloten.
Laten wij daarvoor God dankend bidden
met de woorden die Jezus zelf ons gegeven heeft:
            Onze Vader,…

Opdat uw wil zou kunnen geschieden op aarde zoals in de hemel, God,
zijn wij verantwoordelijk.
Maak ons vrij uit de beknelling van ons individualisme.
Breek de scheidsmuren af die wij hebben opgetrokken.
Doe ons beseffen dat wij uw mensenvolk één moeten maken,
waarbij al het geschapene rechtvaardig verdeeld wordt
volgens ieders behoefte.
In zo’n wereld zullen wij vertrouwvol kunnen uitzien
naar de komst van Jezus, Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens

Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd:
“Vrede laat ik u, mijn vrede geef ik u”.
Vervul ook ons van uw vrede,
uw vrede waaraan de wereld zo’n nood heeft,
uw vrede die ons allen tot gelijken maakt,
tot mensen met en voor elkaar,
tot één volk op aarde.
Die vrede van Christus zij altijd met u.
En wensen wij elkaar die vrede van harte toe
.

Lam Gods

Communie

Op onze vraag “Geef ons heden ons dagelijks brood”
biedt God zichzelf aan als voedsel,
het enige Brood dat onze diepste honger stilt.
Dit is het Lam Gods….

Bezinning 1

Omdat het gaat
om broeder- en zusterschap van allen,
christe­nen en niet-christenen,
rijk en arm,
wit, zwart, geel en bruin,
omdat het ook gaat om hen die na ons komen
die moeten leven in onze vervuilde steden
in bossen vol dode bomen
langs rivieren zonder vissen,
omdat het om àlle mensen gaat,
die van nu, van gisteren en van morgen,
daarom bidden wij: Onze Vader.

Tot U, die in de hemel zijt, bidden wij:
omdat het hier nog lang
geen hemel op aarde is.
Kom ons ter hulp
bij onze onmogelijke taak om,
in Uw heilige Naam,
deze wereld te overtuigen
dat Uw Rijk komende is.
Een Rijk, waarin er handen genoeg zijn
om Uw wil te doen geschieden,
zodat álle mensen, zonder uitzondering,
kunnen delen
in de grote broeder- en zusterschap
van vrede en vrijheid, van vreugde en geluk.

Voor ons, welvaartsmensen,
is het niet zo gemakkelijk
om goed om te gaan met datgene
waarvan we vinden dat het van ons is.
Wij hebben het wel gekregen of verdiend,
maar is het dan ook van ons?
Zijn wij geen blindgeborenen,
die niet meer kunnen zien wat het betekent
dagelijks te moeten ontberen
wat broodnodig is
om menswaardig te kunnen leven?
Wij verliezen al te gemakkelijk uit het oog
dat God ook afhankelijk is
van ons,
van ónze bereidheid om te delen,
van de wijze waarop wij
met al wat geschapen is, omgaan.
Daarom leert Jezus ons bidden:
“vergeef ons onze schuld”.

Open ons de ogen, Vader,

verlos ons van kwade blindheid,
die ons belet te zien
dat zo velen óók recht hebben
op een menswaardig bestaan,
ook als zij niet bij machte zijn
voor dat recht op te komen.
Houd de bekoring
om Uw Naam te misbruiken ver van ons af:
want het is zo verleidelijk
om datgene wat toevallig
in ons persoonlijk voordeel is,
in stand te willen houden
en te zeggen
dat het nu eenmaal Gods wil is.

Voor dat alles bidden wij U, Vader,
in het volle vertrouwen
dat van U het koninkrijk is
en de kracht
en de heerlijkheid
in eeuwigheid. Amen.

Bezinning 2

Ik kan niet bidden…
Want ik heb al teveel gebeden gehoord
die enkel woorden in de wind waren,
hol en vrijblijvend.

Ik kan niet danken…
Want als ik danken zou dat ik genoeg te eten heb,
zou ik ook  iets moeten doen aan de honger van miljoenen mensen…
Als ik danken zou dat ik gezond ben,
zou ik iets moeten doen voor allen die ziek zijn van binnen en van buiten.

Bidden?
Ik kan alleen maar proberen aan elke mens die me nodig heeft
wat liefde te laten zien,
en te zoeken naar wat recht is en waar.
Dat is mijn bidden.

Bidden?
Ik kan alleen maar proberen naast mijn medemens te staan
als hij of zij door mensen wordt veracht.
Dat geeft mijn bidden kracht…

Bidden?
Ik kan alleen maar verder zoeken,
vermoeid maar ook onvermoeibaar,
naar wat bedolven ligt onder het puin van wat Gods beeld had moeten zijn.
Dat is mijn gelovig bidden…

Slotgebed 1

God,
U houdt niet op ons te zoeken;
U houdt niet op naar ons te vragen;
U houdt niet op op onze deur te kloppen;
U houdt niet op ons brood voor stenen te geven, en wijn voor water;
U houdt niet op ons te begeesteren met kracht en waarheid.
God,
U houdt niet op om met en in ons
uw rijk van vrede en gerechtigheid te vestigen.

Slotgebed 2

God, Vader van alle mensen,
Leer ons bidden zoals Jezus bad,
niet alleen met zijn woorden,
maar ook vanuit zijn verbondenheid met U.
Leer ons geloven
dat Gij onze bondgenoot zijt
als wij bouwen
aan meer gerechtigheid en vrede in deze wereld.
Geef ons uw heilige Geest,
opdat wij door die Geest blijven hopen
op de komst van uw koninkrijk. Amen.

Zending en zegen

Aan allen die zich willen inzetten
voor een meer mens- en Godvriendelijke wereld
schenkt God zijn zegen:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.