16e zondag door het jaar C 2013

21 juli 2013                   (Viering)

Martha, Martha…
(Lc. 10,38-42)
“Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen?”
“Martha, Martha, je maakt je bezorgd en druk over van alles.”
Het zal je als gastvrouw maar overkomen… en dat terwijl je je aan het uitsloven bent om meneer een lekker dinertje voor te zetten.
Dat de houding van haar zus Martha irriteert, is toch be­grij­pelijk. Die zit daar op een paar kussens gezellig met Hem een aperi­tiefje te drinken. Ik geef toe, Martha speelt het spel niet erg fair. Ze had zich beter recht­streeks tot haar zus gewend. Want door het over de band te spelen via Jezus, wou ze de klap bij Maria harder doen aanko­men. Maar dat bleek een misrekening. En geen kleintje. “Maria heeft het beste deel geko­zen”, kaatst Jezus terug. Hij moest zich scha­men.

Jezus moest zich schamen… Een conclusie die met de geest van het evangelie moeilijk te rijmen valt… Tenzij ik dit verhaal verkeerd gelezen heb.
Ja, ik heb het in eerste instantie verkeerd gelezen. Ik heb die geschiedenis van Martha en Maria gelezen als een biografische anekdote. Maar het evangelie is geen anekdotenboek maar een geloofs­boek. In dat geloofsboek staan wel verhalen, parabels en anekdoten, maar niet ‘zomaar’. Die worden slechts opgenomen voor zover ze kunnen fungeren als ‘kap­stokken’ waaraan Jezus een geloofsbood­schap kan ophangen. En juist omwille van die geloofsboodschap moet je goed kijken hoe dat verhaal of die anekdote verteld wordt.  Daarbij mag je niet uit het oog verliezen dat het gaat om een verhaal dat twintig eeuwen geleden geschreven werd, en dan nog in een andere cultuur.
Dat Martha haar zus Maria niet rechtstreeks aanspreekt, is een didactische truc van onze evangelist. Had hij die twee onderling laten ruziën, dan bleef Jezus buiten beeld… en was het verhaal irrelevant voor een geloofsboek. Door Jezus bij het gekibbel te betrekken, kan Lucas een stukje Jezusboodschap kwijt.

Jezus is dus op bezoek bij de zussen van zijn vriend Lazarus in Bethanië. Van Lazarus is geen spoor te bekennen.
            Ook Johannes vertelt dat Jezus daar op bezoek ging. Maar in zijn versie is broer Lazarus wél      aanwezig (12,1-2)!
Kan gebeuren, denk je dan. Maar in het Joods-Palestijnse milieu van die tijd kon dat niet zomaar gebeuren! Behalve als het om dichte familie ging kon je als man niet zomaar een praatje maken met een vrouw, laat staan haar thuis gaan opzoeken zonder dat er een beschermende echtgenoot of broer bij aanwezig was!
Denk maar aan het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de waterput (Jo. 4). Daar   staat expliciet dat de leerlingen hoogst verbaasd opkeken als ze Jezus zagen staan praten met een            vrouw.
Als Lucas Jezus in zo’n controversiële situatie plaatst, heeft hij daar een bedoeling mee. Op die manier promoveert hij deze vrouwen tot volwaardige gesprekspartners van Jezus en bekritiseert hij dus een cultuur die vrouwen niet serieus neemt.

“Maria, gezeten aan de voeten van Jezus, luisterde naar zijn woorden”.
In onze 21-eeuwse oren klinkt dat als: die twee zaten gezellig een glaasje te drinken waarbij vooral Jezus het hoge woord voerde. In Joodse oren van toen klonk dat helemaal anders. ‘Aan iemands voeten zitten’ is een staande uitdrukking waarmee bedoeld wordt: ‘in de leer zijn bij’, ‘leer­ling zijn van’.
            Nog enkele voorbeel­den:
– Als Paulus het heeft over zijn verle­den, dan vertelt hij dat zijn opleiding tot Farizeeër kreeg        “gezeten aan de voeten van Gamaliël” (Hand. 22,3).
            – Jezus genas eens een bezetene die als een woes­te­ling te keer ging en iedereen de stuipen op het lijf joeg. Toen de men­sen – nog bang maar wel nieuws­gierig – naderbij kwamen vonden zij de man           “geze­ten aan de voeten van Jezus” (Mc. 5,1-17).
Jezus en Maria zitten dus niet zomaar wat te kletsen. Jezus geeft onderricht aan Maria. Voor Hem zijn vrouwen niet alleen vol­waar­dige gesprekspart­ners maar ook volwaardi­ge leerlingen. “En dat mag Maria niet ontnomen worden”, zegt Jezus.
Dat vrouwen – ondanks de vrouwon­vrien­delijke cultuur van toen – volwaardige leerlingen konden            zijn blijkt ook uit het feit dat de jonge Kerk niet alleen diakens maar ook diako­nessen kende (bv.        Rom. 16,1). In déze tijd komen in de katholieke kerk alleen mannen in  aanmerking om gewijd worden tot dia­ken…

En dan is er Martha. Zij doet haar beklag over de passiviteit van haar zus, en Jezus reageert daarop met het noemen van haar naam, tweemaal.
Ik begon deze preek ermee “Martha, Martha”, op een toon­tje van: ‘Kind, wat kun jij toch zaniken…’. Ook dat was een foute interpretatie. De herhaling van de naam is typisch voor Bijbelse roepingsverhalen:
‘Mozes, Mozes’ klonk het vanuit het brandend braambos, ‘be­vrijd mijn volk uit de slavernij in      Egypte’ (Ex. 3,4); ‘Saulus, Saulus’ sprak een stem uit de hemel toen Paulus van zijn paard          geslagen werd op weg naar Damascus (Hand. 9,4).
Met zijn ‘Martha, Martha’ roept Jezus haar op het roer om te gooien. Natuurlijk heeft Hij wel gezien dat zij het druk heeft met haar huishoudelijk werk en dat een hel­pende hand van Maria haar welkom is. Maar daar gaat het in dit verhaal niet om. Het gaat hier over een dieperliggende dimensie. Jezus bekritiseert Martha niet om wat ze doet maar omdat ze te druk doet. Werken om te leven is prima; leven om te werken, is uit den boze. Ook getrouwd zijn met je werk, is een vorm van ontrouw aan je gezin. Je moet voor je partner, je kinderen, tijdig tijd maken om in alle rust van elkaar te kunnen genieten en zo de relatie te voeden en de liefde te culti­veren.
Dat geldt ook t.a.v. ons geloof. Jezus wil zijn bood­schap uit­dragen. Gaat dat toevallig gepaard met een etentje, dan is dat mooi meegenomen. Prima, Martha, dat je je gasten goed en gastvrij ontvangt, maar verlies de essentie niet uit het oog. Maak ook ruimte voor datgene waarvoor uw Gast gekomen is.

Haar Gast  – vandaag: onze Gast – wil aan haar – en dus ook aan ons – zijn Boodschap kwijt. Hij wil dat wij zijn Boodschap in ons leven cultive­ren, doen groeien, verdiepen. Hij wil dat wij ons geloof blijvend voeden aan wat Hij ons steeds opnieuw en altijd weer te zeggen heeft.
Maar daar komen we lang niet altijd aan toe. Inzake geloof hoor je bijvoorbeeld geregeld mensen met veel aplomb waarhe­den, wijsheden en spelregels verkondigen zoals ze die 20 of 50 jaar geleden in de lagere school hebben meegekre­gen. In alle dimensies van het leven zijn ze gegroeid, ontwik­keld, volwassen geworden, maar hun geloofsbeleving is hun kin­derjaren nooit ontgroeid. Te druk bezig met de alledaagse binnenwe­reld. Martha en zoveel andere drukdoeners hebben geen tijd voor geloofs­verdieping. Omdat ze er geen tijd voor maken.
En dus roept Jezus hen op: “Martha, Martha – en al die andere Martha’s, u en ik -, Ik heb jullie al zo vaak willen toespreken. Maar jullie geven Mij geen kans met al jullie drukdoenerij. Kom, ga eens zitten, hier aan mijn voeten, en luister eens…”.
Marc Christiaens o.p.

 


 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.