16e zondag door het jaar C 2010

ZONDAGSVIERINGEN
zestiende zondag C (18/07/2010)

Begroeting

Jezus, als onze Gastheer, verwelkomt ons
in de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord

Vandaag gaan wij,
in het gezelschap van Jezus,
op bezoek bij de gezusters Martha en Maria.
Het kan een deugddoend en verrassend bezoek worden,
tenminste, als we niet meteen denken: die geschiedenis kennen we al,
want wie zo redeneert, luistert niet meer.

Op het eerste gezicht lijkt onze evangelielezing
een anekdote zonder veel diepgang:
een woordenwisseling tussen twee zussen.
De een slooft zich uit, Martha
en de andere, Maria, hangt aan Jezus’ lippen.
En dan Jezus die het pleit beslecht ten voordele van Maria:
“Zij heeft het beste deel gekozen”.

In de loop van de geschiedenis
heeft de Kerk, Jezus’ voorbeeld hier volgend,
aan het contemplatieve een hoge waarde toegekend.
Het beschouwende leven werd hoger gewaardeerd
dan de inzet voor dagelijkse beslommeringen.

Om ons hart te zuiveren,
zodat het woord van de Heer onbelemmerd bij ons kan binnenkomen,
bidden wij eerst God om ontferming.

Vergevingsmoment 1

Laten we het in deze vakantietijd nu even stil maken
en bidden om Gods genade en barmhartigheid.

– Voor alle mensen die soms verloren lopen,
voor wie geen toekomst meer bestaat
omdat ze nergens gastvrijheid ervaren
en omdat wijzelf hierin nog zo vaak tekortschieten.
Heer, ontferm U over ons.

– Voor mensen die zich teveel hechten
aan rijkdom en welvaart
en te weinig een helpende hand uitsteken naar anderen.
Christus, ontferm U over ons.

– Voor gewone mensen, mensen zoals wij,
die, met vallen en opstaan, proberen Gods handen en voeten te zijn
om zijn droom met deze wereld uit te bouwen.
Heer, ontferm U over ons.

God, wij vragen U
laat het voorbeeld van Jezus ons leven vervullen.
Laat ons nog meer aandacht hebben voor mekaar
en vervul ons hart met uw grote vreugde,
uw barmhartigheid en uw vergevingsgezindheid. Amen.


Vergevingsmoment 2

– In elke mens die aanklopt aan onze deur
treedt God ons tegemoet.
Voor wat wij mensen aandoen
wanneer wij hun hun waardigheid ontnemen,
Heer, ontferm U over ons.

– In elke mens die aanklopt aan onze deur
treedt God ons tegemoet.
Voor elke keer dat wij hard oordelen over onze medemens,
Christus, ontferm U over ons.

– In elke mens die aanklopt aan onze deur
treedt God ons tegemoet.
Voor elke keer dat wij onverdraagzaam zijn
en over anderen heen lopen,
Heer, ontferm U over ons.

Goede God,
in deze viering hunkeren wij
naar woorden van bemoediging en nieuwe hoop.
Spreek ons aan en wees ons genadig. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 1

Als een God van liefde is de Heer in ons midden,
ons nabij
als het hart van de ander,
als liefde van mensen voor elkaar.
Maar in Jezus is Hij ons het meest nabij.
Wij bidden U, Heer:
leer ons écht te luisteren naar zijn woord
opdat wij de juiste verhouding zouden ontdekken
tussen arbeid en bezinning,
tussen bezit verwerven en uitdelen,
tussen tijd voor arbeid en tijd voor elkaar,
tussen alle moeten en het echte ontmoeten.
Doe ons inzien dat mensen die thuis zijn bij elkaar,
ook welkom zijn bij U. Amen.

Openingsgebed 2

God, maak ons stil,
zodat uw woorden en uw gastvrijheid
de weg vinden naar ons hart.
Maak ons ontvankelijk voor uw stille aanwezigheid,
zodat wij van U vervuld mogen worden
en die gastvrijheid gul mogen delen met helpende handen.
Dit vragen wij door Jezus Christus, uw Zoon en onze Broer. Amen.

Lezingen

Lucas vertelt ons over Jezus’ bezoek aan de gezusters Martha en Maria.
Maar de eerste lezing herinnert ons eraan
dat God ook nogal eens incognito bij mensen langsgaat.
Luisteren wij met de oren van ons hart naar beide verhalen uit de Schrift.

Eerste lezing (Genesis 18,1-10a)
Uit het boek Genesis

1        Eens verscheen de Heer aan Abraham bij de eik van Mamre,
toen Abraham op het heetst van de dag
bij de ingang van zijn tent zat.
2        Hij sloeg zijn ogen op
en zag plotseling drie mannen voor zich staan.
Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe;
3        hij boog diep en zei:
`Indien ik genade heb gevonden in uw ogen, mijn heer,
ga dan niet aan uw dienaar voorbij.
4        Ik zal water laten halen;
was uw voeten en rust hier onder de boom.
 5         Nu u bij uw dienaar bent zal ik een stuk brood voor u halen
om u te sterken voor uw verdere reis.
‘ Ze zeiden: `Doe dat. Heel graag.’
6        Abraham ging haastig de tent in naar Sara en zei:
`Neem gauw drie schepel fijn meel,
kneed het en bak er koeken van.’
7        Daarna liep Abraham naar de kudde,
zocht een lekker mals kalf uit
en gaf het aan zijn knecht om het snel toe te bereiden.
8        Toen bracht hij hun wrongel en melk,
en het kalf dat hij had laten toebereiden,
en zette hun dat alles voor;
terwijl zij aten bleef hij bij hen staan, onder de boom.
9        Toen vroegen ze hem: `Waar is Sara, uw vrouw?’
Hij antwoordde: `Daar, in de tent.’
10 Toen zei Hij:
`Het volgend jaar, rond deze tijd, kom Ik bij u terug,
en dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Kolossenzen 1,24-28)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters,
24       Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor u mag lijden
en in mijn lichaam mag aanvullen wat nog ontbreekt
aan de verdrukkingen van Christus,
ten bate van zijn lichaam, dat is de kerk.
25       Haar dienaar ben ik geworden
krachtens de taak die mij door God is gegeven met het oog op u,
om namelijk het woord van God te brengen in heel zijn volheid:
26       om het geheim te verkondigen dat verborgen was,
van alle eeuwigheid en alle generaties af,
maar dat nu geopenbaard is aan zijn heiligen.
27       Aan hen heeft God de rijkdom van de heerlijkheid
van dit geheim onder de heidenvolken bekend willen maken.
En het luidt: `Christus, de hoop op de heerlijkheid, is in u.’
28       Hem verkondigen wij,
wanneer wij iedereen vermanen en onderrichten,
met alle wijsheid die ons gegeven is,
om iedereen zonder onderscheid
in Christus tot volmaaktheid te brengen..
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lucas 10,38-42)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

38       Op hun rondreis ging Jezus eens een dorp in.
Een vrouw, Martha genaamd, ontving Hem.
39       Zij had een zuster die Maria heette.
Die kwam aan de voeten van de Heer zitten
en luisterde naar zijn woorden.
40       Martha had het heel druk met bedienen.
Ze ging naar Jezus toe en vroeg:
`Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen?
Zeg haar dat ze mij komt helpen.’
41       De Heer gaf haar ten antwoord:
`Martha, Martha, je maakt je bezorgd en druk over van alles,
42       maar slechts één ding is nodig.
Maria heeft het beste deel gekozen
en dat zal haar niet worden ontnomen.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God, de Vader.
Hij is de bron van alle leven
en houdt van alles wat bestaat.

Ik geloof in Jezus Christus, zijn Zoon.
Hij was mens zoals wij.
In Hem was God midden de mensen.
Hij was goed tot het uiterste.

Daarom verrees Hij tot nieuw leven
en blijft Hij voor alle mensen een licht en een voorbeeld.

Ik geloof dat het evangelie van Jezus een Blijde Boodschap brengt
voor alle mensen van alle tijden.
Ik geloof dat wij zijn spoor moeten volgen
en vrede en eenheid bewerken tussen alle mensen.

Ik geloof in de heilige Geest die stuwt tot leven
en die in volheid aanwezig was in Jezus Christus.

Die Geest blijft ook werken in de Kerk
en overal waar leven groeit en liefde bloeit.

Ik geloof dat God zijn mensen nooit loslaat
en dat het goede het eens zal halen op het kwade.
Ik geloof dat in Jezus het leven zegeviert over de dood
voor alle eeuwigheid. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en dit brood en deze wijn aan Hem op te dragen.
– Bidden wij voor de leiders van de Kerken.
Dat ze hun gelovigen zouden voorgaan in dienstbaarheid en dat ze alle prestigezucht en zelfgenoegzaamheid zouden achterwege laten.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen die als gastheer of -vrouw optreden.
Dat hun belangeloze gastvrijheid mag uitgroeien tot diepmenselijke ontmoetingen
en een verrijking mag betekenen voor hun leven.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor al degenen
die afhankelijk zijn van onze medemenselijkheid,
vooral vreemdelingen en gastarbeiders.
Dat ze in onze houding iets van Gods liefde mogen zien.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor ons allen.
Dat we elkaar steeds zouden respecteren
over alle tegengestelde opvattingen heen.
Laten wij bidden…
naar Levensecht

Voorbeden 2

God en Vader,
wij durven met onze vragen tot U komen
in de vaste overtuiging
dat Gij naar ons luistert met uw open hart en handen.

– Bidden we in deze vakantieweken voor mensen onderweg:
voor een mooie en veilige reis,
voor gezellige dagen samen
en vooral voor een behouden terugkeer.
Laten we bidden…

         – Bidden we voor mensen op de vlucht voor oorlog,
nergens thuis.
Dat ze een gastvrij onderkomen mogen vinden
en een land waarin ze veilig mogen thuiskomen.
Laten we bidden…

– Laten we bidden voor hen die in deze vakantietijd
voortdurend in de weer zijn voor anderen.
Dat ze ook eens de tijd vinden
om naar elkaar te luisteren.
Laten we bidden…

– Bidden we vanuit de stilte van ons hart
voor hen die ons zijn voorgegaan in dienstbare gastvrijheid
en nu een thuis kregen bij U, Vader.
Laten we bidden…

Heer, onze God,
laat hoopvolle tekenen van uw bevrijdende toekomst
zichtbaar worden in ons leven
en in dat van wie naast ons staan en meebouwen aan uw Rijk.
Dat vragen wij U door Jezus, onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven

Hoe gemakkelijk is het, Heer,
dit brood te breken en te delen,
elkaar de beker aan te reiken…
Maar hoe moeilijk valt het ons, God,
onszelf open te breken naar anderen toe,
onze hand uit te steken naar elkaar.
Met het aanbieden van deze gaven
spreken wij uit dat wij spijs en drank willen zijn voor elkaar
zoals Gij het ons hebt voorgedaan. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, barmhartige God,
omdat Gij een God van mensen zijt,
dat Gij onze God genoemd wil worden,
dat Gij ons kent bij onze namen,
en dat Gij de wereld in uw handen houdt.

Want daarom hebt Gij ons geschapen
en geroepen in dit leven:
dat wij met U verbonden zouden zijn,
wij, uw mensenvolk op aarde.

Gezegend zijt Gij,
schepper van al wat bestaat;
gezegend zijt Gij,
die ons ruimte geeft en tijd van leven;
gezegend zijt Gij om het licht in onze ogen
en om de lucht die wij ademen.

Wij danken U voor heel de schepping,
voor alle werken van uw handen,
voor alles wat Gij gedaan hebt in ons midden
door Jezus Christus, onze Heer.

Daarom huldigen wij uw naam,
Heer onze God,
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar wij mogen U wel ontmoeten
waar mensen van elkaar houden,
genade zijn voor elkaar
en uw schepping eerbiedigen.

Wij hebben U nooit gezien, God,
maar Gij geeft Uzelf aan ons,
in een medemens, in een geliefde,
in een reisgezel, in een zieke,
in Jezus, de dienaar van de wereld.

De avond voor zijn lijden en dood
zat Hij met zijn vrienden aan tafel.
Toen nam Hij brood als teken van zijn leven
brak het, deelde het rond en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen
want dit is mijn lichaam, mijn leven,
voor u gegeven, voor u gebroken.”

Toen nam Hij de beker met wijn,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hier allen uit,
want dit is de beker van het nieuwe en eeuwige verbond.
Dit is mijn bloed dat voor u vergoten wordt
opdat het kwaad uit de wereld zou verdwijnen,
opdat er vreugde en toekomst zou zijn voor alle mensen.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Verkondigen wij de kern van ons geloof:

Heer, Jezus, wij verkondigen uw dood,
en belijden tot Gij wederkeert
dat Gij verrezen zijt.

Om dit te herdenken
blijven wij het brood breken voor elkaar,
zoals zo velen reeds voor ons deden.
Wij bidden voor de mensen
die een bijzondere plaats innemen in ons hart,
ook voor hen die van ons zijn heengegaan.
Laat uw mensen nooit verloren gaan,
bewaar hen in uw liefde,
schrijf hun namen in de palm van uw hand.

Zend uw Geest uit over uw kerk.
Geef ons hoop, God.
Geef ons vrede omwille van Jezus Christus.
Met Hem en in Hem
zijn wij uw mensen,
zijt Gij onze Vader,
nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Verrijkt met Jezus, uw Zoon,
wiens woorden voor ons levensbrood zijn,
wiens daden voor ons voorbeeld en bron van vreugde zijn,
willen wij bidden tot Hem die zich aanbiedt als Vader voor ons en alle mensen.

Onze Vader,
graag zouden wij in deze wereld
uw naam geheiligd zien.
Mochten steeds meer mensen U kennen
als God-met-ons.
Uw Rijk kome!
Een rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Uw wil geschiede,
want Gij wilt dat wij gelukkige mensen zijn,
die zich inzetten voor de anderen.
Wij vragen U om het dagelijks brood,
om het nodige voedsel voor wie honger heeft
en om de moed ons voedsel te delen.
Vergeef ons onze schuld,
want dikwijls zijn wij onverschillig voor uw liefde.
Leer ons de anderen vergeving schenken,
steeds opnieuw, zonder bitterheid.
Leid ons weg uit de bekoring
van hoogmoed en onoprechtheid.
En verlos ons van het kwade.
Want Gij zijt de vrede en de vreugde,
de kracht en de heerlijkheid
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vredewens

Wij lopen vooruit op wat nog niet is,
wij spelen in op uw toekomst, Heer.
Langzaam en moeizaam,
in hoop en vrees,
werken wij uw belofte uit,
bouwen wij aan een stad van vrede,
de nieuwe schepping
waar Gij ons licht zijt,
alles in allen.                                     (H. Oosterhuis)
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
Geven wij elkaar een teken van die vrede.

Lam Gods

Communie

Maak ons tot mensen, Heer,
die als zusters en broeders
het brood van deze wereld delen
en elkaar, in woord en daad, tot zegen zijn.
Sterk ons door uw voorbeeld:
uw lichaam, uw leven, gebroken en gedeeld tot voedsel voor ons allen.
Heer, ik ben niet waardig dat Gij…

Bezinning 1

Elke dag opnieuw
staat ‘de Gast’ aan mijn deur
die wil beluisterd worden,
vertroeteld
naar lijf en leden.
Die dorst en honger heeft
hier en nu.

En Martha en Maria,
onder mijn huid,
in mijn ziel,
houden op concurrenten te zijn.
In eendracht,
in rust,
in samenspraak
vervullen ze hun taak,
ieder naar eigen kunnen en vermogen.
Ieder evenwaardig,
maar ieder op haar juiste plaats,
dienstbaar aan ‘de Gast’,
vleesgeworden woord.
naar Ida Guetens

Bezinning 2

         Tenzij een mens…
Hoe weet je in godsnaam
dat je nog lief bent in Gods ogen,
tenzij een mens je naam noemt
en je wakker roept
uit ’t sluimerend besef
dat je vandaag als gisteren en morgen weer,
in staat bent tot liefhebben en geliefd te worden?

Een bloem blijft in haar knop verborgen
tot enig zonlicht haar wegroept
en bevrijdt uit haar onvoltooide staat.

Een mens vergaat het evenzo:

Als niemand hem beademt
met een woord dat ja zegt op zijn diepe dromen,
als niemand hem bedankt voor wat hij met zijn hart probeerde,
– al bleef het stukwerk wat hij deed –
als niemand hem feliciteert voor kleine goede dingen,
maar liever de lippen stuk bijt
dan iets liefs van hem te zeggen,
dan gaat hij dood
voordat hij het besterft aan eenzame pijn.

Nooit gaat een mens bij wonder helemaal open
omdat hij door God uit het alleen-zijn wordt bevrijd.
Een mens bloeit open aan een ander
die hem wil zien
en gaarne ziet boven de maat die hij verdienen kan.

Hoe weet ik in godsnaam
dat ik nog lief ben in Gods ogen,
tenzij een mens mijn naam noemt
en mij wakker roept?
naar Marcel Weemaes

Slotgebed 1

Wil mij de eenvoud en de rust geven, Heer,
om heel regelmatig
aan de voeten van Jezus te gaan zitten
en te luisteren
naar wat Hij mij te vertellen heeft.
Want vaak ben ik met zoveel dingen tegelijk bezig,
dat ik vergeet wat echt belangrijk is in mijn leven:
uw liefde en uw vriendschap.
Leg dan opnieuw
uw droom in mijn hart.
En geef mij ook de durf
om uw woord om te zetten
in concrete naastenliefde.
Erwin Roosen

Slotgebed 2

God, als uw genodigden
waren wij hier samen rond uw tafel.
We hopen dat we zoals Maria de juiste weg kiezen
om uw woord te aanhoren en uit te dragen.
Samen willen we bouwen aan uw Rijk.
Maak ons voldoende gastvrij.
Laat ons vreugdevol verder leven
en laat ons gaandeweg, elke dag opnieuw,
U vinden in de gewone dingen en in mensen.
Dan wordt uw koninkrijk op aarde zichtbaar,
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.

Zending en zegen

Wij mochten hier te gast zijn bij de Heer Jezus,
opdat ook wij voor elkaar gastvrijer zouden zijn,
opener en spontaner met elkaar zouden omgaan.
Gezegend door God, onze Vader, mogen wij een zegen zijn voor elkaar:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.