16e zondag door het jaar B 2009

ZONDAGSVIERINGEN
zestiende zondag B (19 07 2009)

Begroeting

‘Ga nu mee naar een eenzame plaats
om alleen te zijn en wat uit te rusten.’,
horen we Jezus zeggen in de evangelielezing.
Een wel erg geschikte uitspraak voor de vakantietijd.
Wie verlangt er van tijd tot tijd niet naar een rustige plaats?
Maar ja, waar vind je die vandaag de dag nog?
Misschien tijdens dit uurtje in de kerk.
Even tot rust komen,
de rust ervaren waar Jezus vandaag over spreekt,
de rust van Gods nabijheid.
Laten wij hier met Hem samenzijn:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1

Terugblikkend doorheen de geschiedenis
– zowel die van de wereld, als die van de Kerk –
lijkt het heimwee naar sterke leiders onuitroeibaar.
Maar minstens even sterk
is het verlangen naar mensen
die leiding geven met wijsheid,
die echt iets te zeggen hebben.

Jezus’ herderschap
is leiderschap dat vertrouwen heeft in
en respect heeft voor ieders eigenheid.
Hij dwingt niet maar nodigt uit:
Hij wil herder zijn voor wie Hem willen volgen,
voor wie in Hem geloven.

Openen wij ons hart, onze ziel, onze geest
voor de zorg en de ontferming van die Goede Herder.

Openingswoord 2

Vakantie is uitwaaien,
hoog boven het alledaagse leven,
is de spanning eraf laten,
is het leven vieren.
Zoals wij hier elke week samenkomen om te vieren
op de zevende dag, een dag om te rusten na een drukke werkweek.
Zo is ook vakantie een soort ‘zevende maand’ van het jaar. Maar vakantie is pas geslaagd als we ze kunnen delen met mensen.
In mensen met een hart voor anderen
wil God de wereld herderlijk nabij zijn.
Aan zijn herderlijke zorg mogen wij ons toevertrouwen.
Maar wij mogen die zorg ook delen, met oog en hart voor anderen.

Omdat wij elkaar vaak onvoldoende nabij zijn,
keren wij ons nu tot de barmhartige God
en vragen om vergeving.


Vergevingsmoment 1

We bidden nu eerst om Gods ontferming
omdat we tekortschieten
in ons antwoord op de oproep van het evangelie.

– Soms doen we een beroep op verkeerde herders.
We kijken uit naar een sterke figuur
en  denken dat die ons zal ontslaan
van onze eigen verantwoordelijkheid.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

– Soms beseffen we niet
dat we een herder nodig hebben,
of zijn we niet bereid
iemand als herder te aanvaarden.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

– Soms realiseren we ons onvoldoende
dat we ook voor elkaar herder moeten zijn;
dat we op elkaar zijn aangewezen
en voor elkaar verantwoordelijk zijn.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

Vergevingsmoment 2

– Misschien staan we niet echt open voor uw boodschap, Heer,
en komt het ons alleen maar goed uit om met uw kudde mee te lopen.
Als wij te lauwe christenen waren,
Heer, ontferm U dan over ons.

– Misschien is bezit, aanzien, succes of gewoon maar sympathie
zo belangrijk voor ons geworden,
dat de Boodschap van het evangelie
over delen met elkaar ons te radicaal in de oren klinkt.
Als wij te hebzuchtig en te zelfzuchtig waren,
Christus, ontferm U dan over ons.

– Misschien zijn wij tijdens de vakantie zo gefixeerd op
alleen maar doen wat wij fijn vinden en ons te laten verwennen,
dat we geen oog meer hebben voor mensen
aan wie rust en verpozing niet gegund zijn.
Als wij teveel met oogkleppen rondlopen,
Heer, ontferm u dan over ons.


Lofprijzing

Laten wij de Heer loven en prijzen
en dankbaar zijn voor zijn schepping
waarin Hij ons geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis.
Danken wij Hem
voor het licht van zon, maan en sterren,
voor de pracht van bloemen en planten,
voor het wisselen van de seizoenen
en voor alle leven hier op aarde.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen
omdat Hij zijn Zoon heeft gezonden,
die ons de werkelijke waarden van het leven
heeft kenbaar gemaakt
en ons de weg heeft getoond naar het eeuwig leven.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen
in alle mensen die zich met hart en ziel inzetten
voor het geluk en het welzijn van medemensen,
voor de verdere uitbouw van zijn schepping,
voor het blijven uitdragen van zijn boodschap,
voor een wereld van vrede, zonder haat of tweedracht.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Laten wij de Heer loven en prijzen:
voor het geluk dat we mogen vinden in zoveel kleine dingen:
de glimlach van een kind,
een onverwacht teken van liefde,
een luisterend oor,
voor een gebaar van troost,
een woord van dank,
en het warme gevoel bij intens geluk.

Heer, hiervoor willen wij U danken, loven en prijzen.

Openingsgebed 1

God en Vader,
in Jezus, herder en hoeder van mensen,
zijt Gij ons voorgegaan op de weg van het goede leven.
Wij bidden U:
versterk onze vertrouwdheid met Hem,
vervul ons met uw en zijn Geest,
overtuig ons van het goede in elke mens
die, hoe onvolmaakt ook,
zich voelt aangesproken door uw stem.
Maak ons allen tot ware herders,
tot echte behoeders van elkaars geluk.
Dat vragen wij U in naam van Jezus,
die ons weidt tot in eeuwigheid. Amen.


Openingsgebed 2

Gij die de God zijt van alle tijden
en voor wie de eeuwigheid is als een dag,
verhoor onze gebeden.
Rem ons af als wij onszelf
en onze medemensen
inderhaast voorbijlopen
en moedig ons aan om van tijd tot tijd
rust te zoeken in uw aanwezigheid.
Want Gij zijt er voor ons vandaag, morgen,
alle dagen en tot in eeuwigheid. Amen.
Kees Pannekoek


Openingsgebed 3

God, die als een vader en moeder voor ons zorgt,
geef ons zo nu en dan de rust en de stilte
die we nodig hebben om klaar te zien in ons leven.
Geef dat deze viering
een rustpunt voor ons hart mag zijn:
een groene vluchtheuvel,
die onze zin voor levenskwaliteit aanscherpt,
en ons gevoelig maakt voor de belangrijkste dingen van ons leven. Amen.


Lezingen

Luisteren wij naar Gods woord,
ons toegesproken doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (Jeremia 23,1-6)

Uit de Profeet Jeremia

1
           `Wee de herders, door wie de schapen van mijn kudde
omkomen en verloren lopen – godsspraak van de Heer.
2           Daarom, zo spreekt de Heer, de God van Israël,
tegen de herders die mijn volk weiden:
`Door uw schuld zijn mijn schapen verdwaald en uiteengedreven;
u hebt er niet op gelet.
Maar Ik let wel op u, vanwege al uw misdaden
– godsspraak van de Heer.”
3           Ik breng de overgebleven schapen bijeen
uit alle landen waarheen Ik ze heb verdreven.
Ik breng ze terug naar hun weiden;
ze worden weer vruchtbaar en talrijk.
4           Dan stel ik herders over hen aan die hen werkelijk weiden.
Ze hoeven niet bang of angstig meer te zijn,
geen van hen wordt nog vermist
– godsspraak van de Heer.
5           Geloof Mij,
de tijd komt dat Ik een wettige telg van David laat opstaan
– godsspraak van de Heer.
Hij zal met bekwaamheid regeren
en het land rechtvaardig en eerlijk besturen.
6           Dan wordt Juda bevrijd, en leeft Israël veilig.
Dit is de naam die men het geeft:
`Heer, onze gerechtigheid.”
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing Efesiërs 2,13-18)

Uit de tweede brief van de apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Broeders en zusters,
13          Nu bent u, die eertijds veraf was,
in Christus Jezus dichtbij gekomen,
door het bloed van Christus.
14          Want Hij is onze vrede,
Hij die de twee werelden één gemaakt heeft,
en de scheidsmuur heeft neergehaald,
door in zijn vlees de vijandschap,
15          de wet met haar geboden en verordeningen, te vernietigen.
Hij heeft vrede gesticht
door in zijn persoon uit die twee
één nieuwe mens te scheppen,
16          en beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis,
waaraan Hij de vijandschap heeft gedood.
17          En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u die veraf was
en vrede aan hen die dichtbij waren.
18          Want door Hem hebben wij beiden in één Geest
toegang tot de Vader.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Macus 6,30-34)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Marcus

30          Na hun zending kwamen de apostelen terug bij Jezus,
en ze vertelden Hem alles wat ze hadden gedaan
en hoe ze onderricht gegeven hadden.
31          Hij zei tegen hen:
`Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn
en wat uit te rusten.’
Want er kwamen en gingen zoveel mensen,
dat ze niet eens de gelegenheid hadden om te eten.
32          Ze gingen in de boot weg naar een eenzame plaats
om alleen te zijn.
33          Men zag hen weggaan en velen herkenden hen.
Uit alle steden haastten ze zich te voet daarheen
en kwamen er eerder aan dan zij.
34          Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte,
en Hij had zeer met hen te doen,
omdat ze als schapen zonder herder waren,
en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

God, wij hebben het vaste geloof dat Gij onze Herder zijt.
Daarom willen wij samen ons geloof in U uitspreken.

Ik geloof in de mensen van deze gemeenschap
die bekommerd zijn om elkaar,
die samen op weg gaan en mekaar niet loslaten.

Ik geloof dat God hier aanwezig is
als wij de anderen recht doen,
het positieve in elkaar zien,
als wij niemand uitsluiten,
maar iedereen aanvaarden zoals hij of zij is.

Ik geloof dat we voor elkaar een stukje hemel kunnen zijn,
een stukje Rijk Gods.

Ik geloof dat God ons vraagt
een hoopvolle cel te zijn,
dat we ons samen zouden inzetten
en niet aan de kant blijven staan.

Ik geloof dat Hij ons vraagt realistische, maar blije mensen te zijn,
met hoop voor de toekomst.

Ik geloof dat wij daaraan samen moeten bouwen
en dat God ons daarbij helpt. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven, en dit brood en deze wijn aan Hem op te dragen.

–  Bidden we voor de herders in de Kerk.
Dat zij mogen herderen met visie,
in dienstbaarheid,
met geloof en liefde.
Dat zij ver­trouwen durven stellen in
en veel begrip opbrengen voor hen die zij mogen hoeden en behoeden.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor de herders van de wereld.
Moge zij hun machtsdenken en hun eigen gelijk relativeren
en zich bekeren tot dienaars van de vrede
en tot be­harti­gers van het welzijn van allen
–  in het bijzonder van de zwaksten.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor de zovelen die zich, onder welke vorm dan ook,
belangeloos inzetten voor deze geloofsgemeenschap.
Dat zij mogen rekenen op onze medewer­king en waarde­ring.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor allen die als goede buur of verre vriend begaan zijn
met het lot van mensen om hen heen.
Dat zij vreugde blijven vinden in wat zij voor anderen doen.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden we voor de Kerk van God in deze wereld.
Dat zij van harte mag delen in Jezus’ zorg voor elke mens
en moge haar zorg heel speciaal uitgaan
naar de kleine, de zwakke en gekwetste mens.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor allen die, om welke reden ook,
niet voor zichzelf kunnen zorgen.
Dat er mensen zouden zijn die naar hen omzien
en hen van harte dienstbaar nabij willen zijn.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor mensen
die buigen onder de last van zorgen en tegenslag.
Dat zij niet breken,
dat zij blijven zien dat anderen hen nodig hebben.
Dat er anderen mogen zijn die naast hen gaan staan,
met hen meegaan en hen tot steun willen zijn.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor alle mensen van onze geloofsgemeenschap.
Moge er onder ons een sfeer heersen
van waardering en erkenning,
van oprechte bekommernis en waarachtige zorg.
Moge wij elkaar echt tot zegen zijn.
Laten wij bidden…

Gebed over de gaven 1

Goede Herder,
Gij nodigt ons uit aan uw tafel
en vult onze beker tot aan de rand.
Wij bidden U:
doe ons in dit samenzijn
de overvloed van uw trouw ervaren.
Hecht U aan ons, voorgoed,
neem ons bij de hand
en leid ons op de weg van Jezus,
Herder en Hoeder van mensen. Amen.


Gebed over de gaven 2

God, Herder van de mensen,
Gij verzamelt ons rond deze tafel
als één gemeenschap die U ter harte gaat.
Aanvaard dit brood en deze wijn
als teken van onze genegenheid.
Maak ons, brekend en delend,
tot mensen naar uw hart,
medelevend en bewogen,
oprecht bekommerd om elkaars leven.
Wij vragen dit in Jezus’ naam. Amen.


Tafelgebed

God, wij danken U
omdat Gij een God van liefde zijt,
een God die oog en hart heeft
voor ons, zoekende mensen.
Wij danken U
omdat Gij de naam van elke mens geschreven hebt
in de palm van uw hand.
Wij danken U omdat Gij herkenbaar zijt
in elke goede mens,
in ogen vol mildheid,
in een teder gebaar.
Overduidelijk hebt Gij dat getoond in Jezus,
uw mensgeworden Zoon.
Als geen ander gaf Hij
gestalte aan uw goedheid en uw liefde voor de mensen.
Gij zijt de hand op onze schouder,
de stem die ons moed inspreekt of tactvol corrigeert.
In alle mensen die om ons bekommerd zijn,
die ons vergeven en aanmoedigen,
mogen wij de warmte van uw hart vermoeden.
Als liefde ook ons hart beroert,
onthullen wij  iets van uw gelaat.
Omdat wij dit mochten ervaren
danken wij U schroomvol met de woorden:
Heilig, heilig, heilig…
Wij danken U voor Jezus, de Christus,
de man uit Nazareth,
die U ‘Abba’, zijn lieve Vader noemde.
Nooit was er van U zoveel te zien en te ervaren
als toen Hij op onze aarde was.
Gedreven door gerechtigheid en goedheid
openbaarde Hij uw naam in deze wereld.
Door zijn woorden van begrip en vergeving,
door zijn attentie voor gekwetste mensen,
door blinden uitzicht te geven en lammen veerkracht,
toonde Hij uw menslievendheid.
Hij was met mensen begaan,
deelde hun vreugde, maar ook hun verdriet.
Hij veroordeelde niet,
maar gaf mensen nieuwe kansen.
Vooral in de nacht, die de laatste van zijn leven werd,
heeft Hij een subliem gebaar van liefde gesteld.
Hij nam brood in zijn handen en dankte U.
Hij brak het brood en gaf het aan zijn vrienden en zei:
“Neem en eet hiervan gij allen.
Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.”
Zo nam Hij ook de beker.
Hij sprak een dankgebed en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.”
Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.
Vader, wij zijn U dankbaar
omdat wij rond deze tekenen van brood en beker
Jezus van Nazareth mogen gedenken.
Zend ons zijn Geest
opdat ook wij voor elkaar genade zouden zijn,
hoe onvolkomen ook.
Geef dat wij elkaar waarderen,
dat we niet blind zijn voor de mens naast ons
of doof en onverschillig voor zijn nood.
Dan zal er vreugde zijn op aarde
liefde, vrijheid  en vriendschap in Jezus’ naam.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn,
Heer onze God,
in de eenheid van de heilige Geest,
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Richten wij ons vertrouwvol tot onze God,
de Vader van Jezus Christus,
dankzij wie wij mogen bidden:
Onze Vader…

Vader, Herder en Behoeder,
wij danken U dat wij uw schepselen mogen zijn.
Als wij proberen iets te maken van uw opdracht,
als wij proberen te leven voor U,
voor elkaar
en voor alles wat Gij ons hebt toevertrouwd, zullen wij mogen uitzien naar de definitieve wederkomst van Jezus, Messias,
uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…


Vredewens

Verlos ons Heer, van het kwaad dat drukt op onze wereld.
Open ons hart voor de liefde.
Met Jezus willen wij ons leven breken zoals dit brood,
om ons geluk te delen met dat van anderen.
Zo kan er vrede komen in heel de wereld.
Moge de vrede van Christus altijd met U zijn!
En wensen wij elkaar die Godsvrede van harte toe.

Lam Gods

Communie

“Ik ben de Goede Herder, zegt de Heer.
Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij.
Ik geef mijn leven voor de schapen.”
Gelukkig zijn wij die aan de tafel van de Herder worden uitgenodigd.
Dit is het Lam Gods…


Bezinning 1

“Kom, we zijn weg”, zei Jezus.
En Hij voer met zijn leerlingen
het meer over
naar een eenzame plek
om daar alleen te zijn
en wat uit te rusten…
Zo stond er in onze evangelielezing.

Jezus’ voorstel om vakantie te nemen
is heel bescheiden.
Alsof Hij wilde zeggen:
verwacht daar ook niet alles van.
Vakantie is geen wonderrecept
dat plotseling alles herstelt en alles geneest.
Vakantie is maar een valies,
alles hangt af van: wat steek je erin?

“Kom, we zijn weg!’
De zorgen, de drukte en de eentonigheid
van het alledaagse werk achter zich laten.
Een andere plek opzoeken:
vertrouwd of onbekend,
maar altijd verfrissend splinternieuw.
Geen mierenhoop van mensen
waar iedereen weer niemand is.
Een plek
waar je de ander van ver ziet aankomen,
waar je alleen bent
en ruimte vindt om er voor elkaar te zijn
in een verhaal zonder woorden.

“Kom, we zijn weg”, zegt Jezus,
“vakantie is een tijd
om ook eens dicht bij Mij te zijn.”
Manu Verhulst



Bezinning 2

            “Toen Jezus al dat volk zag, voelde Hij medelijden met hen,
want zij waren als schapen zonder herder”

Met mensen begaan zijn.
Ermee te doen hebben.
Ze niet uit het hart kwijtraken.
Zoeken wat je voor hen kan doen.
De vraag die op hun lippen ligt,
ernstig nemen…

Zo was Hij.
Hij zorgde dat ze te eten hadden
want  er waren er bij die van heel ver kwamen.
Dat ze leven zouden….
en niet van brood alleen.

We vragen ons soms af
wat wij moeten doen
om ons christen-zijn te beleven.

Wie echt met mensen begaan is,
zal ingaan op Gods wil
die voor zijn of haar voeten ligt.
Die zal de nood verstaan
die de werkelijkheid hem of haar toeschreeuwt.

Begaan zijn met mensen
is echt niet zo moeilijk.
Het is minstens niemand in de steek laten
die op jou een beroep doet.
Magda Franken

Slotgebed 1

Gij die ons handen hebt gegeven
om uw aarde te dienen en te bewaren,
Gij die ons ogen en oren hebt gegeven
om elkander te zien en tot antwoord te zijn,
wij bidden U:
maak ons tot herders en hoeders voor elkaar,
maak ons tot een gemeenschap
die zich terecht tooit met de naam van Jezus de Christus,
Herder en Hoeder van mensen. Amen.


Slotgebed 2

God en Vader,
wij vragen in deze vakantietijd
dat wij aandacht mogen hebben voor elkaar,
dat wij elkaar niet links laten liggen
maar steeds inzien
dat wij in een wereld leven met elkaar en niet alleen.
Mogen wij elkaar gelukkig mogen maken en blij.
Geef ons de kracht daartoe. Amen.

Slotgebed 3

Heer, in uw zorgzaamheid
leeft Gij onvermoeibaar mee
met de mensen die verdwalen
of vreemde wegen gaan.
Wij bidden U:
geef dat wij uw zorgen delen
en anderen bijstaan op hun levensweg.
Dit vragen wij U door Jezus,
die met U leeft in eeuwigheid. Amen.
André Janssen

Zending en zegen

‘Ga nu mee naar een eenzame plaats
om alleen te zijn en wat uit te rusten.’
heeft Jezus tegen zijn vrienden gezegd.
En wij? Wij zijn naar deze plaats gekomen, waar het ook stil en rustig is.
En Jezus’ nabijheid mochten we hier samen ervaren.
Maar Jezus en zijn vrienden zijn later weer op weg gegaan.
Zo moeten ook wij weer op weg gaan
om herder te zijn voor mensen die we ontmoeten.
God wil ons graag vergezellen en ons zegenen,
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.