16e zondag door het jaar A 2020 p



Geen voortijdig oordeel.
   (Mt.13,24-30)     (Viering)

Het gaat hier over één van de zeven gelijkenissen welke Matheus in één grote toespraak naar voor brengt.
De Nederlandse vertalingen van de Bijbel spreken over “onkruid” zonder te bepalen over welke soort het gaat. Maar in de originele Griekse versie is er sprake van Zinzàmion en de Nederlandse naam van deze soort is “Dolik” – dolik is een giftig raaigras dat veel voorkomt in het Midden-Oosten.
De toehoorders van Jezus kennen het goed, want het is daar een echte plaag! De jonge plant gelijkt als twee druppels water op de tarwe. Omdat dit kruid gifig is moet het zorgvuldig met de hand worden verwijderd en dit is slechts mogelijk als de plant volgroeid is, want pas dàn is dit kruid goed herkenbaar.

Het is als student biologie dat ik destijds deze uitleg op het spoor kwam en ik dacht dat het toch nuttig was dit hier aan te halen: des te beter begrijpen wij de diepere betekenis van deze vergelijking.

Daarbij komt nog dat het griekse woord “zinzàmion” ook “tweestrijd” betekent – wat hier in het verhaal zeer toepasselijk is; het gaat immers over de tweestrijd tussen goed en kwaad!

De dolik is dan ook het symbool van het verdoken kwaad: de kwade streken, de laster, opzettelijke schade toegebracht door kwaadwillige personen.

Als ze voor het  bezoedeld tarweveld staan, stellen de knechten voor om het giftige gewas onmiddellijk te verwijderen. Anderzijds beslist de eigenaar om de oogst af te wachten en het goede en het kwade gewas samen te laten opgroeien.

De eigenaar, een bekwame landbouwer, onderscheidt onmiddellijk het goede gewas van het onkruid, maar hij beslist niet onmiddellijk in te grijpen.  Hij vreest meer kwaad dan goed te doen; alles op zijn tijd. Wanneer het gewas gerijpt is, zullen de maaiers gemakkelijker het onderscheid maken.

En nu wordt het ons heel duidelijk: de allegorie van het onkruid richt onze aandacht op het gevaar van een voortijdig oordeel.  De vraag stelt zich daarbij ook of wij als mens al met al het recht hebben om over onze naaste een oordeel te vellen.

Is het “voortijdig oordeel” geen hedendaags verschijnsel?  Zo gauw een mogelijk delict ergens ter sprake komt en nog vòòr een ernstig onderzoek is uitgevoerd worden de gebeurtenissen, al of niet bewezen, op het publieke forum gebracht en wordt de verdachte al door de publieke opinie veroordeeld!

En is het niet dikwijls zò dat wij de mensen die niet aan onze normen beantwoorden al heel vlug als onkruid beschouwen, nog vòòr we ze eigenlijk kennen?  Is het niet zò dat we dikwijls een zwart-wit beeld hebben van onze samenleving, waarbij we de mensen indelen in twee categorieën: de goede en de kwaden?

Deze houding staat evenwel diametraal tegenover de houding van Jezus.
Met zijn vergelijking leert Jezus ons dat de zaaier – de Mensenzoon – geduldig is.  Het geduld van Jezus is het geduld van God – God kan wachten met zijn oordeel.  Hij heeft ons, met ons verstand ook de vrijheid gegeven te kiezen tussen goed en kwaad; hij laat zowel het goed als het kwaad op deze wereld zijn gang gaan en hij zal pas bij de voltooiing der tijden een oordeel vellen.

Waar halen wij mensen dan het recht vandaan om voortijdig te oordelen?
Lazen we zopas niet in het boek Wijsheid dat “God zachtmoedig oordeelt en ons regeert op milde wijze“ ? Is dat geen uitnodiging om eveneens een grote zachtmoedigheid aan de dag te leggen en het zogenaamde onkruid voorlopig te laten staan?

Paul Caroen o.p.

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.