15e zondag door het jaar C 2013

(14 07 2013)

Begroeting

Wij zijn genodigd aan Gods tafel,
om straks – gevoed, gesterkt en begenadigd –
gezonden te worden.
Moge Hij zijn zegenende hand op onze schouder leggen:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord

Je leven vorm geven gaat niet vanzelf.
We hebben voorbeelden nodig die ons kunnen inspireren.
En als we met vragen zitten
– zeker als het om levensvragen gaat –
kijken we uit naar mensen
die ons een eind op weg kunnen helpen.
Neem nu de vraag: ‘Wie is mijn naaste?’.
In onze evangelielezing van vandaag
gaat Jezus op die vraag verder in.
Hij doet dit aan de hand van een verhaal
dat uit het leven gegrepen is.
Zo maakt Hij ons duidelijk
hoe we de realisatie van zijn Goede Boodschap
dichterbij kunnen brengen.

Vergevingsmoment 1

Als kerkgemeenschap zouden wij een plek moeten zijn
waar mensen in al hun gebrokenheid en kwetsbaarheid welkom zijn
en kunnen ervaren wat barmhartigheid, mededogen en vergeving is.

-Om onze zelfvoldaanheid,
waardoor wij onszelf beter achten dan onze medemens,
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Om ons gebrek aan begrip en inleving
van het concrete levensverhaal van vrienden en vreemden,
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Om onze vooringenomenheid,
die wij zo moeilijk willen ombuigen tot openheid en geduld,
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Moge God ons zijn warmhartigheid laten ervaren
en, zoals de Barmhartige Samaritaan deed,
onze wonden en kwetsuren verbinden met liefde en tederheid.
En moge Hij ons eens leiden naar het eeuwig leven. Amen.

Gebed om ontferming 2

Laten wij bij de aanvang van deze viering
God om vergeving vragen voor de fouten die we maakten
en voor de kansen tot goedheid die wij hebben gemist.

-Wij hebben elkaar veel meer nodig,
dan we laten blijken.
We hebben elkaar veel meer te bieden,
dan we gewoonlijk geven.
We hebben elkaar veel meer te zeggen,
dan we meestal uitspreken.
Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-We kunnen elkaar veel meer troosten,
dan we beseffen.
We kunnen veel meer danken,
dan we vermoeden.
We kunnen elkaar veel meer steunen,
dan we tot nu toe deden.
Daarom bidden wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-We zouden elkaar veel meer
moeten aanmoedigen in het goede.
We zouden elkaar veel meer
moeten bewonderen in het mooie.
We zouden elkaar veel meer moeten helpen
in het moeilijke.
Daarom bidden wij:
Heer ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Moge God zich over ons ontfermen,
onze fouten vergeven
en ons geleiden naar het blijvende leven. Amen.

Lofprijzing

Vader in de hemel,
Gij geeft ons het vermogen
ons de nood van een ander aan te trekken.

Wij danken U daarvoor
en prijzen ons gelukkig
zo de naaste van de ander te mogen worden.

Vader, Gij geeft ons de vaardigheid
een ander zo te helpen
dat hij kan leven in vrijheid en waarheid.

Wij danken U daarvoor
en prijzen ons gelukkig
zo de naaste van de ander te mogen worden.

Vader, uw liefde gaat zo ver
dat Gij in Jezus onze naaste wilt zijn.

Wij danken U daarvoor
en prijzen ons gelukkig
dat wij in onze barmhartigheid voor elkaar
uw naaste mogen worden.
naar Jan Snijders

Openingsgebed 1

God, onze Vader,
in Jezus Christus, uw Zoon, zijt Gij ons
menselijk nabij gekomen
om ons te tonen wie en hoe Gij zijt:
Liefde zonder grenzen.
Gij zorgt voor ons
zoals een vader en een moeder dat voor hun kinderen doen,
en Gij hebt ons als broers en zussen aan elkaar toevertrouwd.
Geef ons de moed en de kracht
om uw liefde tastbaar en voelbaar te maken
in deze soms harde wereld,
vandaag en morgen en altijd. Amen.

Openingsgebed 2

Heer,
zeg ons steeds opnieuw wat we moeten doen
om als mens zinvol te leven,
om te worden zoals Gij ons hebt gedroomd.
Open onze ogen Heer,
raak ons hart,
zodat wij U en de medemens kunnen dienen. Amen.
naar Levensecht

Openingsgebed 3

Heer, onze God,
wees ons nabij.
Spreek ons aan door het Woord van uw evangelie,
raak ons in het hart als wij samen brood en wijn delen.
Geef dat onze aandacht en ons enthousiasme
aanstekelijk mogen werken,
niet alleen vandaag,
maar overal waar we komen en telkens opnieuw. Amen.
naar Jurgen Gaeremyn

Lezingen
‘Gods Woord spreekt in je hart. Doe dus wat je hart je ingeeft’,
horen we in de eerste lezing.
Jezus maakt dit concreet in de parabel over het gebod van de liefde.

Eerste lezing (Deut., 30, 10-14)

Uit het boek Deuteronomium

            In die dagen sprak Mozes tot zijn volk:
10         U moet aan de Heer gehoorzamen
en alle geboden en voorschriften onderhouden
die in dit wetboek staan opgetekend;
dan moet u met heel uw hart en heel uw ziel
terugkeren tot de Heer uw God.
11
        De geboden die ik u vandaag geef, zijn niet te zwaar voor u
en zij liggen niet buiten uw bereik.
12         Ze zijn niet in de hemel en u hoeft niet te zeggen:
`Wie zal naar de hemel gaan om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen?”
13         Ze zijn niet overzee en u hoeft niet te zeggen:
`Wie zal de zee oversteken om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen?”
14         Nee, het woord is dicht bij u,
in uw mond en in uw hart.
U kunt het dus volbrengen.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing
(Kol., 1, 15-20)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

            Broeders en zusters,
15         Hij is het beeld van de onzichtbare God,
de eerstgeborene van heel de schepping.
16         Want in Hem is alles geschapen,
in de hemel en op de aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
tronen en hoogheden, heerschappijen en machten.
Alles is door Hem en voor Hem geschapen.
17         Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.
18         Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is.
Hij is de oorsprong, de eerstgeborene uit de doden,
om in alles de eerste te zijn, Hij alleen.
19         Want in Hem heeft heel de volheid willen wonen
20         om door Hem alles met zich te verzoenen
en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten,
om alle wezens in de hemel en op de aarde door Hem te verzoenen.
KBS Willibrord 1995

Evangelie
(Lc., 10, 25-37)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

25         In die tijd kwam een wetgeleerde naar Jezus toe
om Hem op de proef te stellen.
`Rabbi,’ zei hij,
`wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’
26         Hij zei tegen hem:
`Wat staat er in de wet geschreven? Hoe leest u dat?’
27         Hij gaf ten antwoord:
`U zult de Heer uw God liefhebben
met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht
en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’
28         Hij zei tegen hem:
`Juist geantwoord! Doe dat en u zult leven.’
29         Maar hij wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus:
`Ja maar, wie is mijn naaste?’
30         Jezus nam weer het woord en zei:
`Op reis van Jeruzalem naar Jericho viel iemand in handen van rovers.
Ze schudden hem uit, mishandelden hem en lieten hem halfdood achter.
31         Toevallig kwam er een priester langs die weg;
hij zag hem, maar liep in een boog om hem heen.
32         Ook een Leviet die voorbijkwam en hem zag,
liep in een boog om hem heen.
33         Toen kwam er een Samaritaan langs die op reis was;
hij zag hem en was ten diepste met hem begaan.
34         Hij ging naar hem toe,
goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze.
Toen zette hij hem op zijn eigen rijdier
en bracht hem naar een herberg,
waar hij hem verder verzorgde.
35         De volgende ochtend haalde hij twee denariën tevoorschijn
en gaf ze aan de waard.
`Zorg voor hem,” zei hij, `en als u nog meer kosten moet maken,
zal ik ze u op mijn terugreis vergoeden.”
36         Wie van die drie is naar uw mening
de naaste geweest van de man die in handen van de rovers was gevallen?’
37         Hij zei: `Hij die hem barmhartigheid heeft bewezen.’
Jezus zei tegen hem: `Doe dan voortaan net als hij.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Wij geloven in God de Vader,
die zijn schepping in onze handen heeft gegeven
om er een woning van te maken
waarin het goed is om te leven.

Wij geloven in de Zoon Jezus Christus,
die bij ons kwam wonen en nu leeft
in de harten van de mensen.
Hij is ons voorbeeld van liefde tot het uiterste.

Wij geloven in Gods Geest,
die ieder van ons de kracht geeft
om aan het Rijk van God mee te bouwen.

Wij geloven in een gemeenschap
waarin elkeen zorg draagt voor de ander;
waarin eenieder aan de Blijde Boodschap
gestalte geeft door woord en daad.

Wij geloven dat een mensenleven
nooit zal eindigen
en dat we hoopvol mogen uitzien
naar het eeuwig geluk bij de Vader. Amen.


Voorbeden 1

Bij het begin van deze tafeldienst bidden wij tot God
die ons leven begeleidt met zijn Geest van kracht en liefde.
Hem bieden wij onze gaven en onze gebedsintenties aan.

-Bidden wij voor allen die op hun levensweg overvallen werden door tegenspoed,
gewond geraakten naar geest of lichaam,
of beroofd werden van hun idealen, verwachtingen en toekomstperspectieven.
Dat zij bekommerde en barmhartige medemensen ontmoeten
die hen nabij willen zijn en hen in Godsnaam weer op weg helpen.
Voor al die eenzamen op weg naar Jericho:
laten wij bidden…

-Bidden wij voor hen die er niet voor terugschrikken
hun medemensen te beroven en uit te buiten,
die veel leed veroorzaken en geweld niet schuwen.
Voor die rovers op de weg naar Jericho:
laten wij bidden…

-Bidden wij voor hen die hun medemens onverschillig voorbijlopen,
die het leed van anderen ontwijken,
haastig hun eigen weg vervolgen
en alleen maar goede raad geven.
Voor al die priesters en tempeldienaars op weg naar Jericho:
laten wij bidden…

-Bidden wij voor allen die stilstaan bij wat mensen overkomt,
voor allen die mensen weer overeind helpen,
hen weer op weg zetten en een eind met hen meegaan.
Voor al die Samaritanen op weg naar Jericho:
laten wij bidden…

-Bidden we voor hulpverleners
en voor mensen werkzaam in ziekenhuizen en zorginstellingen.
Dat zij de kracht blijven opbrengen om van harte solidair en dienstbaar te zijn.
Laten wij bidden…
naar Levensecht

Voorbeden 2

-Bidden wij voor alle machtigen en invloedrijken in deze wereld.
Dat hun harten mogen opengaan
en zij, langs de weg die zij gaan, slachtoffers en kwetsbare mensen mogen zien.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor alle christenen.
Dat zij Gods naam eer zouden aan doen
en zich niet verliezen in discussies over dogma’s en geloofsdefinities.
Dat zij zouden ophouden elkaar uit te sluiten,
Maar dat zij elkaar zouden erkennen als oprecht zoekenden
naar één en dezelfde God.
Laten wij bidden…
naar Leon De Jong

Voorbeden 3

God,
omdat Gij begaan zijt met het lot van mensen,
durven wij tot U bidden:

-Voor hen die langs de kant van de weg liggen,
soms door eigen schuld, soms geveld door anderen.
Dat zij de moed niet opgeven en blijven geloven in barmhartigheid,
blijven uitzien naar iemand die hun naaste wil zijn.
Laten we bidden…

-Voor hen die op hun levensweg
voorbijgaan aan de mens in nood,
gedreven door onverschilligheid of door haast.
Dat zij hun levenstempo wat verlagen
zodat ze zich tot in hun hart kunnen laten raken.
Laten we bidden…

-Voor hen die zich altijd open stellen voor de nood van medemensen,
maar zich soms vertillen aan andermans lasten.
Dat zij ook barmhartig kunnen zijn voor zichzelf
en hulp van anderen kunnen aanvaarden.
Laten we bidden…

-Voor onze eigen geloofsgemeenschap.
Dat wij een herberg van barmhartigheid mogen zijn,
met een open deur voor wie, belast en beladen,
op zoek zijn naar verlichting en rust.
Laten we bidden…

God, ontferm U over uw mensen
en geef hun de kracht
om hun levensweg te gaan, in vreugde en vol goede moed.
Wij vragen U dit door Jezus Christus,
Beeld van U in tijd en eeuwigheid. Amen.

Gebed over de gaven 1

God,
vele graankorrels vormen samen één brood
en vele druiven werden geperst tot deze ene beker wijn.
Zo willen ook wij met U en met elkaar verbonden zijn.
Aanvaard deze gaven als een teken van onze bereidheid
om ook voor elkaar als gebroken brood te zijn, als geschonken wijn.
Moge de Heer zo in ons midden aanwezig zijn. Amen.
Puurs

Gebed over de gaven 2


Vader,
lichaam en leven, voedsel en kleding,
mensen en hun vriendschap,
het zijn gaven die wij van U hebben ontvangen.
Help ons hiervoor erkentelijk te zijn.
Behoed ons voor verspilzucht.
Doe ons inzien
dat elke vorm van leven kostbaar is,
dat elke mens U alles waard is
en wij dus eerbied moeten hebben
voor wie en wat zwak en weerloos is. Amen.

Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.

Laten wij nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laten wij nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.

Laten wij nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laten wij nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe
omdat Hij leerde dat Gij zijn vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die Boodschap blij kunnen worden.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rondreiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
doe het dan om Mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.

Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rond reiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde;
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.

Onze Vader

Jezus vroeg ons niet enkel brood te delen
en de beker rond te reiken om Hem te gedenken,
Hij leerde ons ook bidden tot zijn Vader, die ook onze Vader is.

Onze Vader,
graag zouden wij in deze wereld
uw naam geheiligd zien.
Mochten steeds meer mensen U kennen
als God-met-ons.
Uw Rijk kome!
Een Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Uw wil geschiede,
want Gij wilt dat wij gelukkige mensen zijn,
die zich inzetten voor de anderen.
Wij vragen U om het dagelijks brood,
om het nodige voedsel voor wie honger heeft
en om de moed ons voedsel te delen.
Vergeef ons onze schuld,
want dikwijls zijn wij onverschillig voor uw liefde.
Leer ons de anderen vergeving schenken,
steeds opnieuw, zonder bitterheid.
Leid ons weg uit de bekoring
van hoogmoed en onoprechtheid.
En verlos ons van het kwade.
Want Gij zijt de vrede en de vreugde,
de kracht en de heerlijkheid
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vredeswens 1

Onze wereld heeft grote nood aan echte vrede,
aan diepe verbondenheid,
harmonie en grenzenloze solidariteit.
Daarom durven wij bidden:
Heer, Jezus Christus, al weldoende zijt Gij rond getrokken,
met aandacht voor iedereen,
klein en groot, rijk en arm, ziek en gezond.
Gij hebt het beste in de mens naar boven gehaald
en ons de opdracht gegeven:
ga en doe jullie evenzo.
Schenk ons uw geestkracht
zodat wij vredebrengers worden hier en nu
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En laten wij elkaar dan die vrede van de Heer van harte toewensen.
naar Puurs

Vredeswens 2

Iedere dag opnieuw worden wij geconfronteerd
met problemen en conflicten
in ons eigen leven, en overal ter wereld.
Jezus laat ons zien dat het mogelijk is
stappen te zetten richting verzoening en vrede.
Daarom vragen we U, Jezus,
geef ons de moed
om te zien wat er gaande is.
Schenk ons mededogen met elkaar.
Laten we voor elkaar een naaste zijn.
Die vredesboodschap zij altijd met u.
En geven wij elkaar een hartelijk teken dat wij naar die vrede toe willen.

Lam Gods

Communie

Door zichzelf aan ons te geven in dit gebroken brood
wil Jezus onze naaste worden.
Dit is het Lam Gods dat…

Bezinning 1

Het klinkt zo onwerelds:
‘je naaste liefhebben als jezelf’.
Een uitdrukking waarbij we nog raar of zelden stilstaan,
alsof we perfect begrijpen wat wordt bedoeld.
Geroepen om elkaars Samaritaan te zijn, liefhebbende medemens, naaste.
En toch ‘liefhebben’ – al is het verheven taal – we zijn ermee vertrouwd,
als moeder, vader, dochter, zoon.
‘Liefhebben’ spreekt van zorgvuldigheid, van zorgzame nabijheid,
is rijper dan verliefdheid,
onbaatzuchtiger dan “genieting”,
ruimer dan gevoel en hartstocht.
Het verwijst naar: ‘zorgen voor’, ‘verzorgen, ‘zorg(en) dragen’…
Het veronderstelt dat we onmiddellijk de handen uit de mouwen steken
met toegewijde hulp,
en – waar nodig – doorverwijzen naar anderen.
‘Iemand naar een herberg’ brengen, zegt het verhaal.
Dit laatste niet om er vanaf te zijn, integendeel.
‘Liefhebben’ veronderstelt immers een lang engagement.
‘Tot de Heer terugkomt’,
tot het geluk weer bij de mens is teruggekeerd.
Tot ‘liefhebben van je naaste’ zijn we geroepen als christen,
elke dag weer.
De wereld heeft ze nodig:
echte christenen die, gewekt door de zorg van een ander,
zich geroepen weten om die dienstbaar lief te hebben.
“Met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand” (Lc. 10,27).
naar Broechem

Bezinning 2

Wie is mijn naaste, God?
Het klinkt als een uitvlucht om niet lief te hebben
en als een verontschuldiging
omdat ik mensen
laat sterven in eenzaamheid en verdriet.
Want de eigenlijke vraag is niet
wie mijn naaste is,
maar wel
of ik de naaste wil zijn van mijn medemensen.
Geef mij daarom de durf
mijn handen uit de mouwen te steken
en gekwetste en lijdende mensen nabij te zijn
en te blijven,
voor altijd.
Lovendegem

Bezinning 3

Kapotgewerkt,
opgebruikt,
afgekeurd,
uitgerangeerd,
van de weg geschoven.
Wie zal zijn naaste zijn?

Vreemde wegen gegaan,
tegen de muur gelopen,
noodsprongen gemaakt,
in de vernieling geraakt,
de weg kwijtgeraakt.
Wie zal zijn naaste zijn?

Weggejaagd van zijn grond,
gevlucht voor geweld,
aan lager wal geraakt,
kreperend in krotten,
weggedrukt in de goot.
Wie zal zijn naaste zijn?
Kees Pannekoek

Bezinning 4

Naaste worden

Op de weg van Jeruzalem naar Jericho
speelt zich het leven af.
Er zijn hoogte- en dieptepunten.
Het is geen gemakkelijke weg
en nog een gevaarlijke ook,
met veel valkuilen.
Het is de weg van ons leven.
Daar wordt de waarde ervan bepaald:
wie we zijn in de ogen van God.
En dat is weer afhankelijk van
onze relatie met mensen.
God beminnen en onze naaste,
dat maakt ons leven zinvol.
Gaande op onze levensweg
mogen we daaraan gestalte geven.
God beminnen en onze naaste
is een levenslang proces,
een voortdurende worsteling.
Soms lopen we met een grote boog
om God en mensen heen.
Op andere momenten worden we geraakt
en hebben we het hart om te helpen.
Gaandeweg komt God meer in zicht
en worden we meer naaste
voor mensen zoals wijzelf.
Het is een groeiproces,
onze levensweg
van Jeruzalem naar Jericho,
van geboorte naar dood.
Wim Holterman osfs

Slotgebed 1

Graag nodig ik je uit om aan mijn Boodschap van liefde
een gezicht en een hart te geven – zegt God.
Kijk om je heen en probeer ‘goed’ te doen
voor élke mens, zonder onderscheid.
Durf je handen uit de mouwen te steken
en gekwetste mensen nabij te zijn.
Geef je eigen leven in dienst van armen en kleinen
zoals brood dat gebroken wordt
en wijn die wordt gedeeld.
Jezus heeft het je voorgedaan vanuit zijn sterke verbondenheid met Mij.
Treed in zijn voetspoor.
Erwin Roosen

Slotgebed 2 met zegen

Wie is mijn naaste?
Stellen wij ons die vraag niet,
als het bijvoorbeeld over vluchtelingen en asielzoekers gaat?
Toch lijkt dit in de ogen van Jezus niet de juiste vraag te zijn.
Hij draait ze immers gewoon om.
‘Wil jij naaste worden van je medemens?’
vraagt Hij,
terwijl Hij ons het beeld van de barmhartige Samaritaan voorhoudt
om na te volgen.
Moge God ons daartoe dan ook zegenen,
+ als Vader, Zoon en H. Geest. Amen.
naar 4-ingen

Zending en zegen 2

Gaat en doet gij evenzo.
Daartoe werden wij in het evangelie opgeroepen.
Moge de Heer ons daarvoor de nodige geestdrift,
bezieling en daadkracht schenken.
Hij moge ons zegenen
zodat ook wij voor elkaar een zegen zouden zijn
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.