15e zondag door het jaar A 2014

(Viering)

Overvloedig zaaien en vertrouwen.

Opvoeders, ouders en leerkrachten kunnen zich deze parabel maar al te goed voorstellen. Zij hebben vaak te maken met kinderen die wel lijken te luisteren, maar dat in feite niet doen. Luisteren is meer dan gewoon maar iets horen. Echt luisteren veronderstelt dat je het gehoorde opslaat in je hersenen. Dan nog is het niet gedaan. Want eigenlijk word je verondersteld het gehoorde en opgeslagene toe te passen in het concrete leven.
Een voorbeeld: dat je moet opruimen, heb je gehoord, je weet het zelfs, maar toch zal men maar van je zeggen dat er je kennis van hebt als je het ook effectief regelmatig doet.
Hetzelfde fenomeen doet zich voor bij Gods woord. Luisteren naar Gods woord betekent het horen, het opslaan en het gebruiken zodat je gaat leven als iemand wiens leven geïnspireerd is door Gods woord.

Wat ik hier kort schets, vertelt Jezus uitvoeriger en met enkele andere klemtonen in het evangelie van vandaag, waarbij God als de zaaier Zijn Blijde Boodschap overvloedig uitzaait.
Zijn enige job is kwistig zaaien en wachten, want er zijn nog een heleboel andere factoren die beslissen of het zaad al dan niet zal schieten. Zo krijg je verschillende luisteraars: zij die horen maar niet begrijpen, zij die oppervlakkig luisteren, zij bij wie het woord verstikt wordt door andere zorgen en zij die het woord horen en het begrijpen. Dit evangelie is niet moeilijk om te begrijpen, eigenlijk geeft Jezus al de homilie.

De parabel somt in onze verhouding tot God drie reële gevaren op.
Het eerste: wij zijn als beton voor Gods woord. Wij wijzen God al op voorhand af. Er is totaal geen openheid of ontvankelijkheid tegenover Hem. Het boek met Gods woorden wordt ons wel geschonken, maar het wordt niet eens opengedaan. God spreekt, maar onze oren blijven toe. In de parabel heet dat: het zaad van Gods woord valt op de weg en kan onmogelijk kiemen.
Het tweede risico: het geloof en Gods woord is op een bepaald moment in ons leven een reden tot grote vreugde. We zijn enthousiast, we voelen ons er goed bij, we worden zelf euforisch. Maar dan komt het: ons geloof wordt op de proef gesteld, het kost inspanning, anderen zijn er mee gestopt. De sfeer van de euforie is weg. We geven het op. Ons geloof was slechts een dun laagje vernis. Het zat niet diep. In de parabel heet dat: het zaad van Gods woord heeft op de rotsachtige grond geen wortel kunnen schieten.
Het derde gevaar: Gods stem weerklinkt en zijn Woord bereikt ons. Wij zijn gelovige mensen geworden. Maar doorheen onze levensloop klinken er nog zoveel andere stemmen: de stem van de zorgen, van het verdriet, van het plezier, van het bezit… Het geluid van Gods woord wordt overstemt, want die andere stemmen maken meer lawaai. Onze relatie met God komt in gevaar. We vinden de opdringerige stem van anderen belangrijker. We horen niets anders meer. En hoe kan een relatie stand houden – ook een relatie met God – als andere relaties altijd voorgaan. Het geluid van God wordt afgezet! In de parabel van de zaaier heet dat: het zaad van Gods woord wordt verstikt door distels.

Als de opsomming van deze gevaren je wat te negatief in de oren klinkt, kunnen we ze ook positief duiden.
1. Als God spreekt: luister! Met andere woorden: sta open en ontvankelijk tegenover Hem.
2. Laat Gods woord écht wortel schieten. Wees ermee bezig. Denk er over na. Verdiep uw geloof.
3. Laat de gave van je geloof en je contact met God niet verstikken door wat je meemaakt, door wat anderen zeggen, door zorgen of rijkdom. Blijf altijd met God in gesprek.
Wanneer we deze aansporingen over onze verhouding tot God ter harte nemen, hoeven we niet bang te zijn voor de gevaren. Integendeel, dan zullen onze harten goede grond worden voor Gods woord dat ook in ons leven 30-, 60- of 100-voudig vrucht zal dragen.

Want er is immers ook nog een andere kant. Als christen worden wij verondersteld allemaal zaaiers te zijn van Gods woord. Mocht het zaad van de Blijde Boodschap economisch gezaaid worden, dan zouden we verbod krijgen dit te doen op de weg, op rotsachtige grond of tussen de distels. Maar dat staat er niet: God zaait met overvloedige hand en overal. Hij wil de oogst zeker niet laten mislukken omdat hij te karig heeft gezaaid. Uiteindelijk heeft Hij met die methode nog resultaat ook. Het zaad dat op goede bodem terechtkomt compenseert ruimschoots het verlies van het zaad op de andere gronden.

Luisterend naar deze parabel betekent dat ook wij verondersteld worden te zaaien zonder eerst de grond te keuren waarop we zaaien.
Dus als je iets goeds doet: als je voor de zoveelste keer je kind vergeeft dat je pijn deed; als je het opneemt voor een familielid of buur over wie geroddeld wordt; als je je collega verdedigt die onder vuur ligt; als je een bedelaar iets toestopt, wetend dat het geld voor brood eerder een slaapmutsje zal worden; als je stank voor dank krijgt: ga dan dapper door met het goede te doen. Laat je niet ontmoedigen want er zal ook zaad in goede grond vallen en dat zal honderdvoudig vrucht dragen. Je weet niet hoe jouw opbeurend woord of gebaar meegedragen wordt door iemand, en pas heel wat later als een bemoediging klinkt in zijn hart!

‘Zaai maar’ zegt God. In die zin wordt van een christen gevraagd Gods Boodschap overal te zaaien – en dat kan maar als we er zelf voldoende voor openstonden – maar zonder verantwoordelijk gesteld te worden of het al dan niet lukt. We kunnen enkel proberen op een goede, zorgzame manier Gods woord in de wereld te zaaien. En dan is het aan de anderen om er al dan niet iets mee te doen.
Prettige zaaitijd en een overvloedige oogst, dat wens ik iedereen toe!

Monique Van Caenegem-Suys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.