14e zondag door het jaar B 2018 p

8 juli ’18           (Viering)

Geen sant in eigen land
   (Mc 6, 1-6)

 “En Jezus was verbaasd over hun gebrek aan vertrouwen …”
Bij het lezen van deze zin ging er bij mij meteen een belletje rinkelen !
Ik  kan mij in de frustratie van Jezus goed inleven. U ook wellicht.
Ervaart u een gevoel van warm vertrouwen als u met uw directe omgeving, met kinderen of kleinkinderen over uw geloofsbeleving spreekt? Of wordt dit onderwerp eerder gemeden, bang voor spanningen of eindeloze discussies?

Mijn kinderen kregen een vergelijkbare christelijke opvoeding als u en ik. Mijn zoon bijvoorbeeld volgde zijn middelbaar onderwijs in het Sint Jan Berchmanscollege.
Maar in zijn boekenkast van vandaag staat geen enkel werk over geloof of spiritualiteit. Wel publicaties van auteurs als Dawkins en  Marc Nelissen. Misschien zeggen die namen u niet zoveel, maar dit zijn op de dag van vandaag bijzonder populaire wetenschappers, gedragsbiologen, deskundig in hun vakgebied maar auteurs die van zichzelf denken dat ze, omdat ze knappe biologen zijn, even vakkundig zijn inzake theologie. Zo beweren ze onder meer dat wetenschappelijk bewezen is dat al wat de godsdienst over God vertelt, onzin is, dat God niet bestaat, dat geloven infantiel is, dat religie kwaadaardig is omdat dit tot geweld leidt.  Hoe wetenschappelijk ze ook onderlegd zijn, hun kennis van theologie en religie haalt nauwelijks het niveau van een twaalfjarige.

Wanneer je de bijbel leest als een hedendaags geschiedenisboek en niet als een geloofsgetuigenis dat enkele duizenden jaren geleden werd neergeschreven binnen de oosterse cultuur, en dus de bijbelverhalen letterlijk interpreteert, dan is het niet verwonderlijk dat men moet vaststellen: dit botst met onze moderne wetenschappelijke inzichten.  Maar daaruit concluderen  dat God niet bestaat en dat religie niet alleen zinloos maar ook nog gevaarlijk voor de mensheid, dat is echt een stap te ver!

Wij, gelovigen die ook nog een beetje kritisch nadenken, weten dat  het bestaan van God niet wetenschappelijk is aan te tonen. Maar we weten ook dat de wetenschap nergens bewijst dat God niet bestaat. En wij geloven dat God liefde is, en dus haaks staat op alle geweld !

De grote meerderheid van de generaties na ons is prima-wetenschappelijk gevormd. Maar omdat geloof hen niet interesseert en ze geen binding meer hebben met de Kerk, is hun inzicht in het religieuze nauwelijks het niveau van hun vormsel-catechese overstegen (als ze die al gekregen hebben). Mede dank zij de wekelijkse predicatie in de zondagsmis, die ons wel eens aan het denken zet, hebben wij geleerd wat de evangelische boodschap voor de dag van vandaag te betekenen heeft. Zo is ons spiritueel inzicht gegroeid, stilaan volwassen geworden. Juist deze ontwikkeling is aan onze kinderen en kleinkinderen voorbijgegaan.
Het gevolg is dat al wat met Kerk en geloof te maken heeft, voor veel van onze medemensen overkomt als onherkenbaar en niet inleefbaar. Ze begrijpen het gewoonweg niet. De leefwereld, het denken en de omgeving van onze jongeren bv., is intussen zo snel geëvolueerd dat het klassieke kerkelijke denkkader in hun ogen bijna middeleeuws lijkt, dat wat de Kerk zegt over onze samenleving, over de verhouding tussen partners of over seksualiteit, hen  totaal wereldvreemd in de oren klinkt. Rome en de bisschoppen mogen zich nog zo goed inspannen om hun kerkelijke boodschappen goed te formuleren, het merendeel van onze tijdgenoten begrijpt ze gewoon niet meer, en negeert ze dus. We spreken allemaal wel dezelfde taal, maar –  zoals oud-pastoor Louis van den Nieuwenhuyzen onlangs nog in ons parochieblad schreef –  we denken gewoon totaal anders. Spraakverwarring begint niet bij de taal, maar begint bij verschillende denkkaders.

Anderzijds  worden wij via pers en televisie geconfronteerd met het geweld dat ten onrechte geassocieerd wordt met religie. Wie door een wat kritische bril kijkt, weet dat het IS-geweld niet gelieerd is aan de islam als dusdanig, maar aan een extremistische interpretatie ervan die door de overgrote meerderheid van de islamieten verworpen wordt. Maar slechts weinig jongeren heeft weet van die religieus-kritische bril. En omdat geloof in de media vaak simplistisch, op het kinderachtige af wordt voorgesteld, verdringen heel wat jongeren ieder religieus gevoel uit schrik zich bij hun vrienden belachelijk te maken.
Als oma en opa hun godsdienstbeleving ter sprake brengen, zullen kleinkinderen, in het beste geval, hen niet tegenspreken, maar glimlachend doen alsof ze luisteren, denkend: laat die oude mensen maar bij hun gedacht; mij zegt die onzin niets. Net als Jezus zijn wellicht ook wij “verbaasd over hun gebrek aan vertrouwen”. Betekent dit dat we maar beter onze geloofsovertuiging binnenskamers houden? Dat wij ons zondagsevangelie braaf aanhoren, maar het in de week daarbij laten ?

(En nu grijp ik terug naar van den Nieuwenhuyzen:)
In de eerste plaats betekent het dat we onze geloofsboodschap moeten hertalen zodat ze opnieuw aansluit bij het denkkader van de hedendaagse mens. Daartoe moeten wij, gelovigen, eerst onszelf hertalen: we moeten ons integreren in de denk- en leefwereld van de mensen van deze tijd, en in het bijzonder van hen die het kerkelijk leven ontgroeid zijn. In plaats van geniale antwoorden te geven op vragen die door niemand meer gesteld worden – wat in onze katholieke kerk te dikwijls is gebeurd – moeten we eerst luisteren naar de vragen die leven bij de moderne mens, en openstaan voor zijn ‘zijn’ en voor de invulling die hij geeft aan zijn leven. Als wij die brug niet kunnen slaan, blijven wij naast elkaar praten. Dat vergt wellicht flink wat inspanning. Ons verlangen om anderen te laten delen in ons zo waardevol geloof moet ons motiveren om die vaak moeilijke stap te zetten. Een boodschap uitdragen naar mensen die de taal waarin de boodschap geformuleerd wordt, niet verstaan, heeft geen zin. De Kerk zal dus minstens haar geloofstaal, en zeker die van haar eredienst, moeten actualiseren met moderne beelden en inspelen op de hedendaagse levenswerkelijkheid

Ook Jezus heeft destijds het roer resoluut omgegooid. Bewust van zijn zending liet Hij zijn geboortedorp en de schrijnwerkerij van zijn vader achter zich, en trok met enkele getrouwen naar de dorpen in de omgeving. Op zich geen grootse beslissing, maar op termijn wel met imponerend resultaat: via zijn volgelingen heeft zijn leer zich verspreid over alle grenzen heen en heeft dit het aanzicht van de wereld veranderd!

Volgende week zullen wij met Marcus het Groot Verhaal verder volgen en zullen wij vernemen welke strategie Jezus hierbij volgde en hoe hij de basis legde onder zijn verkondiging.
Zie ik jullie terug, volgende week, en … misschien kun je nog iemand meebrengen ?
Paul Caroen

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.