14e zondag door het jaar B 2021 preek



Geen sant in eigen land”  (Mc. 6,1-6)
“En Jezus was verbaasd over hun gebrek aan vertrouwen …”
Bij het lezen van deze zin ging er bij mij meteen een belletje rinkelen !
Ik  kan mij de frustratie van Jezus zeer goed indenken ! Jullie niet ?
Ondervinden jullie vertrouwen als jullie met eigen volk, met kinderen en kleinkinderen, over geloofszaken spreken ?
Of wordt dit onderwerp vermeden, bang voor conflicten ?

Mijn kinderen kregen dezelfde Christelijke opvoeding als U en ik. Mijn zoon deed zijn middelbare in het Sint Jan Berchmans-college, maar in zijn boekenkast staat geen enkel werk over spiritualiteit. Ik vind er wel de boeken van Dawkins en  Marc Nelissen … Dat zijn gedragsbiologen die denken dat zij ook goede filosofen of theologen zijn.
Zij beweren dat de wetenschap God weerlegd heeft, dat het geloof infantiel is, dat religie kwaadaardig is omdat ze tot geweld leidt. Zij hebben weliswaar de natuurwetenschap gepopulariseerd, overigens met veel commercieel succes, maar hun kennis van theologie en religie staat niet hoger dan het niveau van een twaalfjarige.

Als je de bijbel beschouwt als een historisch verslag zoals dat nu zou geschreven worden, in de plaats van als een geloofsboek, en je de bijbel-verhalen letterlijk interpreteert, dan is het niet moeilijk te bewijzen dat zij botsen met de wetenschap.
Maar hieruit afleiden dat God niet bestaat en dat religie niet alleen zinloos, maar ook schadelijk is, gaat mij een stap te ver!
Wij weten wel dat je het bestaan van God niet wetenschappelijk kunt aantonen, maar we weten evenzeer dat de wetenschap nergens kan bewijzen dat God niet bestaat. Geloven heeft niets te maken met harde bewijzen, maar met zich overgeven aan de liefde. Jezus kwam ons immers vertellen over de liefde van God voor ons, mensen, en daarop, al zoekend en tastend, een antwoord willen geven, dát is geloven. En geweld heeft al helemaal niets te maken met liefde, integendeel. Geweld toont geen respect voor de andere, de liefde juist wel. Die wilt in de eerste plaats het geluk van de andere.

Het probleem ligt vooral bij het feit dat de overgrote meerderheid van de na ons komende generaties een zeer goede wetenschappelijke opleiding hebben genoten, maar omdat zij niet meer naar de kerk komen is hun religieuze kennis meestal blijven staan op het niveau van hun vormsel-catechese. (als ze die al gekregen hebben).

Dankzij vooral de inzichten van  20-eeuwse theologen die ook wetenschappelijk gevormd waren, en het tweede Vaticaans Concilie,  hebben wij leren inzien dat de evangelies getuigenissen waren van mensen die ‘gegrepen’ waren door de persoon van Jezus en zijn Boodschap en dat het geenszins hun bedoeling was om ‘geschiedkundige’ verslagen te maken. Ze hebben ons ook geleerd te kijken naar de Joodse maatschappij van 2000 jaar geleden en haar kennis, zodat we de achtergronden leerden kennen van die Bijbelverhalen.  Op die manier is onze spirituele vorming volwassener geworden, maar bij vele jonge mensen heeft die groei zich niet doorgezet, omwille van de laïcisering van de maatschappij. Een heleboel dingen die met de Kerk te maken hadden, waren voor velen zo vreemd geworden dat ze voor hen gewoon niet meer te begrijpen waren. De leefwereld, het denken en de omgeving van onze jongeren bv., is intussen zo verschillend van het klassieke kerkelijke milieu dat alles wat de Kerk vertelt over de samenleving, over de verhouding tussen partners of over seksualiteit, compleet wereldvreemd overkomt. Dan kunnen de bisschoppen zich nog zo erg inspannen, dan mogen hun mededelingen nog zo goed geformuleerd zijn, een groot deel van de mensen zal ze gewoon niet meer begrijpen. We spreken nog wel allemaal dezelfde taal, maar   we denken gewoon totaal anders. En spraakverwarring begint niet bij de taal, ze begint bij het denken van mensen.

Anderzijds, wordt de jeugd op radio en TV geconfronteerd met het geweld dat voorspruit uit het misbruik van de religie, dat door de media ten onrechte geassocieerd wordt met de religie zelf.  Daarbij wordt geloven ook voorgesteld als kinderachtig zodat een groot deel van de jongeren ieder religieus gevoel verdringt uit schrik zich belachelijk te maken bij hun vrienden.

In het beste geval zullen zij oma of opa niet tegenspreken, maar zullen zij met een glimlach denken: laat die maar bij hun gedacht; voor ons is dat onzin.

Zoals Jezus zullen wij dan ook “verbaasd zijn door hun gebrek aan vertrouwen”.
Maar betekent dit dat we dan maar beter onze geloofsovertuiging binnenskamers houden?  Dat wij ons zondagsevangelie braaf aanhoren, maar het in de week daarbij laten?  Maar dat zou betekenen dat wij het opgeven, dat we de spirituele barrière met de jongeren als onoverbrugbaar beschouwen …

Nee, wij mogen de dialoog niet uit de weg gaan. Wij moeten onze spirituele boodschap hertalen, zodat jongeren ze begrijpen. Dat betekent niet dat wij de essentie van Jezus’ liefdesboodschap moeten wijzigen. Daarbij mogen we rekenen op de hulp van de H.Geest, die zal ons niet in de steek laten.

Jezus heeft het in ieder geval niet opgegeven! Bewust van zijn zending is hij niet in zijn geboortedorp gebleven om de schrijnwerkerij verder uit te baten, maar met enkele getrouwen verder getrokken.  Het resultaat van deze beslissing kennen wij: via zijn volgelingen heeft Hij zijn leer verspreid en het aanzicht van de wereld veranderd!

Volgende week zullen wij met Marcus het Groot Verhaal verder volgen en zullen wij lezen welke strategie Jezus hierbij aan de dag legde en hoe hij de basis legde onder zijn verkondiging.
Paul Caroen o.p.

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.