13e zondag door het jaar A 2011

ZONDAGSVIERINGEN
dertiende zondag A (26/06/2011)

Begroeting

Welkom in het huis van de Heer
waar wij samen willen bidden en vieren
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord 1

Iemand welkom heten, is zeggen dat die ander er mag zijn,
dat je het fijn vindt dat hij gekomen is,
dat je hem gastvrij wilt ontvangen.
Uit de lezingen van vandaag blijkt
hoe wezenlijk het is voor ons, christenen,
dat wij niet alleen elkaar,
maar ook vreemden welkom heten in ons midden.
Gastvrij zijn voor bekenden doen wij meestal van harte,
maar tegenover vreemdelingen
zijn wij – op z’n zachts uitgedrukt –
doorgaans veel gereserveerder.
En toch…
als God ons wil benaderen
doet Hij dat bij voorkeur in de persoon van een vreemde
die toevallig ons levenspad kruist.

Het zou dus wel eens kunnen
dat wij heel wat ontmoetingen met God gemist hebben,
omdat wij tegenover vreemden en vreemdelingen
niet gastvrij genoeg waren.

Openingswoord 2

Misschien vragen we ons wel eens af
hoe we God een plek kunnen geven in ons leven.
Misschien ook niet,
omdat we Hem niet meer zo zien zitten.
En ondertussen…
zit God op onze drempel:
als een mens op de vlucht vraagt Hij om asiel,
om bad en bed, om werk en brood,
om mensenrechten.

God is ongezien aanwezig
in iedere man en iedere vrouw die geen land, geen huis,
geen eten en geen drinken heeft.
Hij komt ons tegemoet
meestal onverwacht, op ongelegen tijden,
Hij rekent op onze gastvrijheid
en fluistert in ons oor:
“Al wat je voor hén doet, heb je voor Mij gedaan.
Al wat je hun onthoudt, heb je Mij onthouden”.

Diezelfde God nodigt ons hier aan tafel.
Gast en Gastheer tegelijk
toont Hij ons hoe wij, net als Hij,
ons leven moeten breken en delen met en voor elkaar.

Vergevingsmoment

Soms houden wij onze deur op slot,
laten wij God en de anderen niet toe
in ons huis, in ons hart.
Bidden wij daarom om vergeving.

– Heer, sta ons bij als wij alleen onszelf zoeken,
als wij ons afzijdig houden van anderen.
Heer, ontferm U over ons.

– Christus, sta ons bij als wij ons hart gesloten houden,
als wij tekortschieten in gastvrijheid en openheid.
Christus, ontferm U over ons.

– Heer, sta ons bij als wij anderen tekortdoen,
als wij anderen buitensluiten.
Heer, ontferm U over ons.

De Heer geneest ons van alle zonden en kwaad,
bevestigt ons in het goede
en begeleidt ons tot eeuwig leven. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge.

Wij loven U, Vader,
scheppende kracht,
bron van liefde.
Wij loven U, Jezus Christus,
zoon van God,
Weg, Waarheid en Leven.
Wij loven U, Heilige Geest,
vuur, brandende liefdeskracht.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
voor mensen die eenvoudig zijn,
voor mensen die zachtmoedig zijn,
voor mensen die barmhartig zijn,
voor mensen die luisteren
naar het woord van God
en het onderhouden.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
en liefde onder alle mensen:
liefde die nieuw maakt en heelt,
liefde die hoopt en duldt,
liefde die blijft in tijd en eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 1

Vader,
bewaar in uw gezegende handen
de kleine en misdeelde mens,
de eenzame zieke en oude mens,
de mens die weent uit onmacht,
de mens die kreunt en vloekt,
de mens die, gevlucht voor geweld en armoe,
in onze landen de deur gewezen krijgt. Bewaar ook al die anderen die wij zo vaak vergeten en negeren.
Waar wij zegenend met de minsten van onze medemensen omgaan,
zal uw Koninkrijk komen. Amen.

Openingsgebed 2

God en Vader,
niemand heeft zich meer ingezet
om goed te doen en goed te zijn
dan Jezus, uw Zoon.
Laat ook ons die goedheid ervaren in mensen en dingen.
Maak ons zo vindingrijk als Hij
om een stukje van die goedheid uit te strooien rondom ons. Amen.


Openingsgebed 3

Barmhartige God,
op velerlei wijzen spreekt Gij ons aan.
In mensen komt Gij ons tegemoet.
In hun gelaat kunnen wij U zien.
Wij bidden U
dat wij niet voorbijgaan aan deze ontmoetingen met U
en dat wij luisteren naar iedere stem
die ons spreekt over U
die met Jezus Christus, uw Zoon,
en de heilige Geest leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Lezingen

“Wie u opneemt, neemt Mij op” zegt Jezus in het evangelie.
Wie mensen gastvrij ontvangt, maakt ook plaats voor God in zijn leven.
De eerste lezing geeft ons daarvan een concreet voorbeeld.
Laten we daar nu samen naar luisteren.

Eerste lezing (2 Koningen 4,8-11.14-16a)

Uit het tweede boek der Koningen

8        Op een dag kwam de profeet Elisa langs Sunem.
Daar woonde een welgestelde vrouw
die hem met aandrang uitnodigde om bij haar te komen eten.
En iedere keer als hij daar in de buurt kwam, ging hij daar eten.
9        Daarom zei de vrouw tegen haar man:
`Luister eens, ik heb gemerkt dat de man die altijd bij ons aankomt,
een heilige man van God is.
10       Laten we op ons huis een kleine kamer voor hem metselen
en er een bed, een tafel, een stoel en een lamp in zetten;
als hij dan bij ons aankomt kan hij daar zijn intrek nemen.’
11       Toen Elisa er dus op een dag weer aankwam,
kon hij de bovenkamer betrekken en gaan rusten.
14
       Hierop vroeg Elisa:
`Kunnen we dan werkelijk niets voor haar doen?’
Gechazi antwoordde:
`Zij heeft helaas geen zoon en haar man is oud.’
15       Toen riep hij: `Roep haar.’
Hij riep haar en zij bleef in de deuropening staan.
16       En Elisa zei:
`Volgend jaar om deze tijd zult u een zoon aan uw hart drukken.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Romeinen 6,3-4.8-11)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Zusters en broeders,
3        Weet u niet dat wij door de doop,
die ons één heeft gemaakt met Christus Jezus,
delen in zijn dood?
4        Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven,
opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader
uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden gaan leiden.
8
        Indien wij met Christus gestorven zijn,
geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven.
9        Want wij weten dat Christus, eenmaal uit de doden opgewekt,
niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem.
10         Door de dood die Hij is gestorven,
heeft Hij afgerekend met de zonde, eens en voorgoed;
het leven dat Hij leeft, heeft alleen met God van doen.
11       Zo moet u ook uzelf beschouwen:
als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Matteüs 10,37-42)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Jezus zei tot zijn  apostelen:
37
       Wie meer houdt van zijn vader of moeder dan van Mij,
is Mij niet waard.
Wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij,
is Mij niet waard.
38       Wie zijn kruis niet opneemt en Mij niet volgt,
is Mij niet waard.
39       Wie zijn leven vindt, zal het verliezen,
en wie zijn leven verliest omwille van Mij,
zal het vinden.
40       Wie jullie ontvangt, ontvangt Mij,
en wie Mij ontvangt,
ontvangt Hem die Mij gezonden heeft.
41       Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is,
krijgt het loon van een profeet,
en wie een rechtvaardige opneemt omdat het een rechtvaardige is,
krijgt het loon van een rechtvaardige.
42       Wie één van deze kleinen een beker koud water geeft
omdat het een leerling is,
Ik verzeker jullie,
zijn loon zal hem niet ontgaan.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Spreken wij ons geloof uit in Gods droom:
één volk waar allen, van hoog tot laag,
werkelijk zusters en broeders van elkaar zijn.

Ik geloof in een Kerk
die haar deuren wijd open zet,
waar iedereen welkom is
en niemand wordt buitengesloten.

Ik geloof in een Kerk die geen onderscheid maakt
tussen man en vrouw,
tussen mensen van verschillende geaardheid.
Waar iedereen heilig is en zondig tegelijk.
Ik geloof in een Kerk die geen rangen en standen kent,
maar waar allen, van hoog tot laag,
zusters en broeders zijn van elkaar.

Ik geloof in een Kerk die haar eigen grenzen overschrijdt
en een tafel bereidt voor allen
die zich tot Jezus Christus bekennen.

Ik geloof in een Kerk die het woord van God in dialoog belijdt
en waar communie hand in hand gaat met communicatie.
Ik geloof in een Kerk die niet heerst, maar dient,
waar recht gedaan wordt aan allen,
die niet denkt aan eigen roem,
maar de kleinen eert en hen optilt
uit hun vernedering.

Ik geloof in een Kerk die op uittocht is uit het land
van slavernij, en op weg is naar werkelijke bevrijding voor allen.
Ik geloof in een Kerk die haar crisis te boven komt
en blijft getuigen van de hoop die in haar leeft. Amen.

Voorbeden 1

Bidden we tot God die mensen bezoekt om hen tot zegen te zijn.
Aan Hem mogen wij onze persoonlijke gebedsintenties voorleggen en ze samen met onze gaven en dit brood en deze wijn aan Hem aanbieden.

– Bidden wij voor allen die de kunst van gastvrijheid verstaan en beoefe­nen.
Dat zij daarom gewaar­deerd en gezegend worden.
Dat ze op die manier voor anderen toekomst openen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor vreemde snuiters van allerlei slag:
vluch­te­lin­gen, daklozen,
zoekers naar een plek om te leven,
de onvermoede profe­ten in ons midden.
Dat zij niet oplopen tegen een muur van wan­trouwen.
Dat wij hen mogen zien als ‘gezonde­nen’
door wie God ons wil doen groeien in medemenselijkheid.
Laten wij bidden…

– Bidden we dat dit land een meer evangelische mentaliteit mag ontwikkelen
en dat de wrevel tegen vreemdelingen moge wegebben.
Dat de oorzaken van die vooroordelen mogen onderkend worden
en dat wij de wil opbrengen om daaraan echt iets te doen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen die op reis zijn of die binnenkort met vakantie vertrekken.
Dat genieten van andermans gastvrijheid hun deugd mag doen.
Dat zij weer behouden mogen thuiskomen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen die wegens ziekte, leeftijd of handicap
hier niet met ons kunnen meevieren.
Moge zij zich met ons verbonden weten, en wij  ons met hen.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

Laten we bidden tot God
die wil dat mensen elkaar tot zegen zijn.

– Voor hen met wie wij dagelijks omgaan,
voor allen met wie wij het leven delen.
Hoe hecht is de band die ons bindt?
Bidden wij om openheid naar elkaar toe,
om oprechte bekommernis om elkaars welzijn en geluk.
Laten we bidden…

– Voor hen die, van huis en haard verdreven,
in de vreemde een nieuw bestaan moeten opbouwen.
Voor zwervers en voor daklozen.
Worden zij ooit van vreemdelingen tot medemensen?
Bidden wij om aandacht voor hun problemen,
om een gastvrij onthaal.
Laten wij bidden…

– Voor hen die met vakantie gaan
en elders van gastvrijheid genieten.
Wordt het een verrijkende ervaring
met oog voor het anders-zijn?
Bidden wij om de verbreding van hun horizon
en voor een behouden thuiskomt.
Laten we bidden…

Gebed over de gaven 1

God, in brood en wijn willen wij dankbaar herkennen
en gelovig uitspreken
dat wij hier samen aanzitten aan uw tafel
als mensen die geroepen zijn tot vriendschap en goedheid.
Want wij mensen horen welkom te zijn bij elkaar.
Wij horen elkaars lief en leed te delen.
Dan zult Gij onder ons wonen
als een Metgezel,
als de Ziel van uw Godsvolk. Amen.


Gebed over de gaven 2

Heer, onze God,
in mensen komt Gij ons tegemoet,
in hun gelaat kunnen wij U herkennen.
Wij zetten alvast wat brood op tafel
en een beker met wijn.
Want iedere vreemdeling die bij ons binnenkomt
kan uw profeet zijn,
een engel, een boodschapper
die zegt dat Gij nog altijd op zoek zijt
naar een plek om bij de mensen te wonen.
Wij willen daarom delen
wat wij hebben en wie zijn
en zo samenwerken
aan een wereld waar ieder mensenkind
kan thuiskomen en geborgen zijn bij U. Amen.

Tafelgebed

Heer onze God,
schepper van hemel en aarde,
wij danken U
voor alles wat leeft en ademhaalt,
voor het licht van deze dag,
voor het geluk en de liefde
die in ons midden ontstaan;
voor mensen die, zoals Gij,
ons trouw blijven in dagen van lief en leed.
Wij zeggen U dank voor die ene mens,
Jezus van Nazareth, uw Zoon.
Hij is uw evenbeeld
omdat Hij er is voor de minste van de mensen.
Hij is er ook voor hen
die het goed hebben in dit leven,
door hen voor te gaan
in een leven van dienstbaarheid tot in de dood.
Daarom zeggen wij U van harte dank
en aanbidden U met de woorden:

Heilig, heilig, heilig …

Roep ons op, Vader,
om heilig en goed te zijn
zoals het uw wil is geweest
op de dag dat Gij de mens geschapen hebt;
dat wij worden zoals Gij:
liefde die de wereld schept en draagt
en die zo rijk is dat zij overstroomt in allen.

Roep ons op,
tot gehoorzaamheid en nederigheid;
doe ons luisteren, maak ons aandachtig
voor het woord van Jezus Christus,
die mens geworden is om U te dienen,
die gehoorzaam was tot het uiterste
en daarom,
sinds zijn dood, verrijzenis en hemelvaart
verheerlijkt wordt
door allen die zijn naam dragen.

Roep ons op door uw scheppend woord, Vader,
tot kracht en sterkte,
dat wij elkaar elke dag opnieuw
kunnen bezielen en dragen,
zoals Gij ons draagt en in leven houdt;
dat wij, zoals uw Zoon,
een steun kunnen zijn
voor alle zwakken en eenzamen op onze weg;
dat wij, gesterkt door zijn woord en brood,
elkaar kunnen dragen in uren van nood,
als ons kruis zwaar wordt en wij hulp nodig hebben.

Roep ons op, Vader,
tot één gemeenschap
door deel te hebben aan
het lichaam en het bloed van uw Zoon.

— Wij staan recht. —

Roep ons tot gemeenschap met Hem
in het brood dat Hij dankbaar heeft gebroken
met de woorden:
“Neem en eet, dit is mijn lichaam voor u.”
Roep ons op tot gemeenschap met Hem
in de beker die Hij dankbaar heeft gezegend
en rondgereikt met de woorden:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt,
denk dan aan Mij.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

— Wij gaan zitten. —

Roep ons op, God van liefde,
tot dankbaarheid voor de gemeenschap met U,
met elkaar en met alle mensen
die ons tot hier hebben geleid;
die nog met ons meegaan
in geloof, hoop en liefde,
of die ons blijven begeleiden
vanuit uw heerlijkheid
waarheen zij ons zijn voorgegaan.

Roep ons op, Vader,
tot de volle menselijkheid
van uw zoon Jezus Christus,
die de zieken geneest,
de zonden vergeeft,
de hongerigen spijzigt,
de kleinen tot zich roept,
en voor iedereen woorden heeft
van eeuwig leven;
die ons zijn Geest zendt
om de weg vrij te maken
naar vrede en geluk onder de mensen.
Daarvoor blijven wij U danken
en verheerlijken:
met en door Christus de Heer,
vandaag en alle dagen die U ons geeft. Amen.

Onze Vader

Door zijn vriend-zijn voor de anderen, zijn goedheid en gast­vrijheid,
door zijn geloof in mensen,
heeft Jezus ons willen bekeren tot kinderen van dezelfde Vader.
Tot Hem mogen wij bidden:
Onze Vader,…

Wanneer wij biddend en zegenend omgaan met elkaar,
elkaars lasten dragen, elkaars vreugden delen,
en geloven dat God het zo heeft bedoeld
toen Hij destijds de mensenwereld schiep,
zullen wij vol vertrouwen mogen uitzien naar de wederkomst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredewens

Open deuren die ‘welkom’ roepen
brengen mensen bij elkaar,
brengen mensen dichter bij God.
Als wij aandacht hebben voor wat ons met elkaar verbindt,
in plaats van ons blind te staren op onderlinge verschillen,
als wij zorg hebben voor elkaar,
oog en hart hebben voor ieders behoeften,
dan groeit Gods vrede in ons midden –
Gods vrede, die geen grenzen verdraagt
en scheidsmuren sloopt.
Die Godsvrede zij altijd met u.
En geven wij elkaar een teken van vrede en vriendschap.

Lam Gods

Communie

Jezus waste eerst de voeten van zijn leerlingen en zei dan:
“Kom aan tafel.
Maak je vrij van het geld, de roem en de macht die u bindt.
Maak je handen vrij om met anderen het brood van liefde te delen.”
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning 1

Nu de vakantietijd voor de deur staat,
doorbladeren we even het evange­lie om na te gaan
hoe daarin tegen vakantie wordt aangeke­ken. 

Ik hou van vakantie, zegt Jezus.
Toen ik twaalf was namen mijn ouders me mee naar Jeruzalem.
Ik voelde er me echt in mijn element:
alles sprak me over het werk van mijn Vader.
De tijd vloog er voorbij.

Tijdens mijn vakanties genoot ik van de natuur.
Ik hield de zaaier in het oog, die het graan aan de aarde toevertrouwt.
Ik bewonderde het koren dat opschiet, met onkruid daartussen.
Ik luisterde naar de vogels. Ze zaaien noch maaien.
Ik keek naar de kleuren van de zonsondergang, dronken van zaligheid.
In al die pracht vond ik stof voor mijn parabels over het Rijk Gods.

Ik herinner me de wijngaard met zijn ranken en druiventrossen
en de vijgenboom: hoe hij het geduld van de wijnboer op de proef stelt.
Nog steeds staan de kudden schapen me voor ogen,
grazend onder het waakzame oog van de herder.
Alles zong in mij een goddelijke melodie.

Later heb ik lange voettochten gemaakt met mijn apostelen.
Heerlijke momenten van stilte, ver van het gewemel van de massa.
Ik ging wel eens op bezoek bij mijn vrienden,
Martha en Maria, en hun broer Lazarus.
Ik genoot er van hun kookkunst,
maar meer nog van onze gesprekken van hart tot hart,
uren aan een stuk.

Vakantie is voor mij:
mogen delen in de vreugde van mensen,
hun kleine vreugden van elke dag.
Zo was ik eens op een trouwfeest waar ze wijn tekort hadden.
Het feest moest doorgaan,
dus liet ik kruiken met water vullen
en konden ze wijn schenken van nog betere kwaliteit.

Water heeft Mij altijd aangesproken.
Ooit ontmoette ik een Samaritaanse vrouw vlak bij een waterput.
Tenslotte was zij het die Mij om water vroeg.
Levend water heb Ik haar toen gegeven.

Sedert die Paasmorgen, toen Maria van Magdala Mij voor een tuinier aanzag,
komt er geen einde meer aan mijn vakantie.
Ik wandel langs het meer van elke mens
en op gloeiende houtskool bereid ik een picknick met vis uit overvolle netten.
Ik nodig vermoeid voortsloffende reizigers uit
in de herberg van Emmaüs.
Ik deel met hen het brood… brood dat smaakt naar eeuwigheid.
vrij naar Charles Delhez


Bezinning 2

Over God gesproken

Als wij over God willen spreken,
hebben we daar geen woorden voor,
want woorden horen bij mensen,
zijn hulpmiddelen
in het menselijk verkeer.

God kent een andere taal,
de taal van de liefde
en die taal heeft geen woorden nodig.
Die taal spreek je
ook zonder je stem te gebruiken.
In de stilte kan zij klinken,
zonder geluid is zij te horen,
die taal versta je,
woordeloos.

Misschien lijkt ze het meest
op onze lichaamstaal.
Die spreekt boekdelen,
voor wie ze wil verstaan,
voor wie ze wil zien en horen.

En toch kunnen wij, mensen,
het niet laten woorden te zoeken
om uitdrukking te geven
aan wat wij als van nature verstaan.
Het liefst gebruiken we dan beelden
en we doen ons best
die beelden van God
om te zetten in mensentaal.

’God is als een Vader,
een Moeder,
die zorgt voor zijn,
voor haar kinderen,’
zeggen we dan.
’God is als een Herder,
die waakt over zijn kudde
en omziet naar zijn schapen.
God draagt ons op handen,
want al onze namen staan geschreven
in de palm van zijn hand.’

Mensenwoorden blijken Gods woord,
daar waar het woord wordt gedaan:
Jezus van Nazareth,
Gods vleesgeworden woord.

Hij heeft zijn levensbeker,
zijn levenswerk,
ons in handen gegeven.
Na Hem zijn wij aan de beurt,
ieder voor zich
en wij allemaal samen,
om God te laten spreken,
in en door ons.


Bezinning 3

Neem even de tijd
heel even maar
om je naaste te zien – te ontmoeten
op je weg.

Neem even de tijd
heel even maar
om in stilte zijn schepping
te bewonderen op je weg.

Neem even de tijd
heel even maar
om te genieten, dankbaar te zijn
op je weg.

Neem even de tijd
heel even maar
om te denken dat elke nieuwe dag
een gave, maar ook een opgave is
op je weg.

Neem even de tijd
heel even maar
om te kijken waar je kunt helpen
op je weg.

Neem ook de tijd
om gelukkig te zijn
door uit jezelf te treden,
ruimte te geven aan de ander
op je weg.

Slotgebed 1

God, het lijkt wel of Jezus de waardenschaal van onze wereld
volledig ondersteboven gooit:
voor Hem is winst verlies en verlies winst.
Geef mij de durf mijn leven te verliezen
vanuit het vertrouwen
dat ik het van U veel rijker terugkrijg.
Wil me liefhebben en in me wonen
opdat ik mijn keuze voor U en het evangelie
op een consequente manier kan proberen waar te maken.
En later, wanneer ik sterf,
wil me dan nieuw leven geven, eeuwig leven. Amen.
Erwin Roosen

Slotgebed 2

Barmhartige God,
mensen zijn uw stem in deze wereld.
In de liefde van de één voor de ander komt Gij aan het licht.
Wij bidden U
dat ook wij U hoorbaar en zichtbaar maken
in ons doen en laten van elke dag,
zoals Jezus dit deed,
onze Weg en ons Behoud voor tijd en eeuwigheid. Amen.

Zending en zegen 1

De vakantie staat voor de deur…
dagen zonder agendadruk,
dagen van ongestoord genieten van al dat mooie, dichtbij of ver van huis,
tijd voor zomaar wat gesprekken, met vrienden en onbekenden…
Misschien vind je tussendoor ook een beetje tijd voor stilte
om even God aan ’t woord te laten.
Want Hij gaat met je mee, ongevraagd en ongezien.
Hij houdt je de hand boven het hoofd
en zegent je, in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Zending en zegen 2

Wegtrekken.
Je huis, je thuis achterlaten.
Stappen door de zomer.
Zingen in de regen.
Spelen in de zon van vriendschap.
Zwemmen in de zee van trouw.
Dragen, verdragen, elkaar verder dragen.
Jezelf vergeten.
Anderen een plaats geven.
Geloven in elkaar.
Geloven in Hem,
de Weg, de Waarheid en het Leven.
Luisteren met je hart.
De vreugde doorgeven van onze God
+ de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

PRETTIGE VAKANTIE!

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.