12e zondag door het jaar C 2016 p

19 juni 2016   (Viering)

Mensenrechten volgens Paulus
(Gal. 3,26-29; Lc. 9,18-24)
“Er is geen Jood of Griek meer; het onderscheid tussen slaaf en vrije is weggeval­len; man- of vrouw-zijn doet niet meer ter zake. Wij zijn alle­maal gelijk, vol­waardig, au sérieux te nemen.” hoorden we in de eerste lezing.
Paulus heeft een ontdekking gedaan en zijn enthousiasme is niet te stuiten. Veel meer nog dan wij nu, leefde hij in een hokjes-samenleving: als jood ging je niet aan tafel met een niet-jood; de kloof tussen slaaf en vrije was onoverbrugbaar; mannen- en vrouwenwe­reld waren volledig gescheiden. Welnu zegt Paulus, al die scheidslijnen tussen mensen mogen ons leven niet domineren. Wie Jezus echt wil navolgen kent maar één scheidslijn, die tussen liefde en liefdeloos­heid. In het licht van de Jezusboodschap zijn alle mensen gelijkwaardig. De liefde waarmee Jezus ieder mens accepteerde zoals hij was, roept ons ertoe op hetzelfde te doen. Voor Paulus zijn gelijke mensen­rechten een vanzelf­sprekende leidraad in het dagdagelijkse doen en laten van een christen. [Dit christelijk plei­dooi voor gelijkwaardigheid van alle mensen is bijna 2000 jaar ouder dan de moderne Verklaring van de Rech­ten van de Mens!]
Wat Paulus voor ogen stond was niet dat alles één pot nat moet zijn. Hij pleit niet voor een samenleving of voor een kerk waarin iedereen hetzelfde denkt, hetzelfde voelt, hetzelfde doet. Hij wil de verschillen niet wegvlakken; hij wil wel dat, in hun verschillend-zijn, joden en niet-joden, mannen en vrouwen, elkaar respecte­ren, elkaar accepte­ren, en daadwerkelijk proberen er te zijn voor elkaar.

In zijn enthousiasme zag Paulus misschien te weinig dat, om dat gelijkwaardigheidsprincipe in de praktijk van elke dag te kunnen waarmaken,  er in de samenleving heel wat moet verande­ren, niet alleen qua mentaliteit, maar ook organisato­risch en structureel. Besef­fen bijvoorbeeld dat onze omgangstaal vergeven zit van woorden en uitdrukkingen die voor bepaalde groepen denigrerend zijn. Dat je in de samenleving voor autochtoon en allochtoon gelijke kansen moet scheppen om te kunnen studeren, om een baan te vinden (in België is de werk­loosheid onder mensen van niet-Belgische origine viermaal hoger dan het lan­delijk gemiddelde!). Ook in de Kerk – en die zou in het spoor van Paulus toch een voorbeeldfunctie moeten vervul­len – zou iedere gelovige, man of vrouw, wit of zwart, homo of hetero, gelij­kelijk in aanmer­king moeten komen voor het bekle­den van amb­ten of het ontvangen van sacramenten.

Wij kunnen op vandaag de impact van maatschappelijke structuren op de discriminatie beter inschatten dan Paulus in zijn tijd. Ander­zijds ziet Paulus wellicht scherper dan wij waarom wij elkaar als gelijkwaardigen moeten accepteren: namelijk omdat wij, in Christus, allen kinderen zijn van dezelfde Vader.

Dat laatste is meer dan zomaar een vaststelling. Het is een opdracht, zegt Jezus in onze evangelielezing: “Als iemand achter Mij aan wil komen, dan moet hij zichzelf loslaten en dagelijks zijn kruis opnemen. Wie zijn leven wil redden, zal het verlie­zen.”
‘Zijn kruis opnemen’, ‘zichzelf loslaten’, ‘zijn leven verliezen om Chris­tus’ wil’ – drie uitdrukkingen die hier hetzelfde betekenen. Wie zijn kruis niet opneemt maar in plaats daarvan zijn eigen leven probeert te redden, wie zijn prero­gatie­ven pro­beert veilig te  stellen, belandt in het kamp van de uit­einde­lijke verliezers. Zijn leven verliezen om Christus’ wil, wil zeggen: wat je opbouwt in het leven – je status, je prestige, je car­rière – mag je niet verabsoluteren, je moet het onderschikken aan de eisen van rechtvaardigheid. Hoeveel van de kleren die we dragen werden vervaardigd door Aziatische kinderhan­den? Op topfuncties zitten lang niet altijd de meest geschikten, maar vaak diegenen met de langste arm, de beste relaties of de juiste partijkaart. Hoeveel mannen zitten op direc­tiestoelen omdat vrouwen in die mannen­wereld nog altijd te weinig kansen krijgen? Hoeveel dames krijgen een job omdat ze qua mooi uiter­lijk beter scoren dan een meer geschikte concurrente? Hoeveel paro­chies zitten in de knoei zonder priester, terwijl heel wat mannen en vrouwen, gehuwd of ongehuwd, bereid én in staat zijn om een geloofsgemeenschap te bezielen en te herderen?

Wie we zijn, zijn we deels geworden ten koste van anderen, ook al zijn wij daar lang niet altijd persoonlijk verantwoordelijk voor. Met dat kruis zitten velen van ons opge­scheept. Wat kun je daaraan doen?
Als individu kun je aan die structurele onrechtvaardigheden niet zoveel veranderen. Maar toch kun je in het dagelijkse leven op vele manieren je steentje bijdragen aan een eerlijker samenle­ving. Een paar willekeurige voorbeelden. Kle­ren kopen die niet besmet zijn door uitbui­ting van vrouwen en kinderen in arme ­lan­den. Vaker de Oxfam-Wereldwin­kel binnen­lo­pen; wat je er meer betaalt komt ten goede aan de arme boer in Zimbabwe of Colombia die een eer­lijke prijs kreeg voor zijn product. Voor een arts zijn ziekenbriefjes geen middel voor klanten­bin­ding op kosten van werkgever en ziekteverzekering. Als pastoor je niet vastbij­ten in je tradi­tione­le machtsposi­tie maar ruim­te creëren om de inzet en talen­ten van onderuit gelovig te la­ten renderen.
Ieder­een kan elke dag op zijn of haar plaats om Chris­tus’ wil een stukje leven prijsgeven zodat ander­mans leven wat meer en betere kansen krijgt. Maar het kost wel aandacht en soms enige inspanning. Maar dat is nu eenmaal de prijs die we moeten beta­len om echte volgeling van Jezus te zijn. De prijs van recht­vaardig­heid en liefde.
Marc Christiaens o.p.

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.