12e zondag door het jaar C 2013

23 juni 2013                            (Viering)

Mensenrechten volgens Paulus
(Gal. 3,26-29; Lc. 9,18-24)

“Er is geen Jood of Griek meer; het
onderscheid tussen slaaf en vrije is weggeval­len; man- of vrouw-zijn doet niet
meer ter zake. Wij zijn alle­maal gelijk, vol­waardig, au sérieux te
nemen.” hoorden we in de eerste lezing.

Paulus heeft een ontdekking gedaan en zijn
enthousiasme is niet te stuiten. Veel meer nog dan wij nu, leefde hij in een
hokjes-samenleving: als jood ging je niet aan tafel met een niet-jood; de kloof
tussen slaaf en vrije was onoverbrugbaar; mannen- en vrouwenwe­reld waren
volledig gescheiden. Welnu zegt Paulus, al die scheidslijnen tussen mensen
mogen ons leven niet domineren. We hebben maar één Heer, de Christus; maar één
leidsman, de Messias. Wie Jezus echt wil navolgen kent maar één scheidslijn,
die tussen liefde en liefdeloos­heid. In het licht van de Jezusboodschap zijn
alle mensen gelijkwaardig. De liefde waarmee Jezus ieder mens accepteerde zoals
hij was, roept ons ertoe op hetzelfde te doen. Voor Paulus zijn gelijke mensen­rechten
een vanzelf­sprekende leidraad in het dagdagelijkse doen en laten van een
christen. [Dit christelijk plei­dooi voor gelijkwaardigheid van alle mensen is
1900 jaar ouder dan de moderne Verklaring
van de Rech­ten van de Mens
!]

Wat Paulus voor ogen stond was niet dat alles één pot nat moet zijn. Hij pleit
niet voor een samenleving of voor een kerk waarin iedereen hetzelfde denkt,
hetzelfde voelt, hetzelfde doet. Hij wil de verschillen niet wegvlakken; hij
wil wel dat, in hun verschillend-zijn, joden en niet-joden, mannen en vrouwen,
elkaar respecte­ren, elkaar accepte­ren, en daadwerkelijk proberen er te zijn
voor elkaar.

In zijn enthousiasme zag Paulus misschien te weinig dat, wil je dat in
de praktijk van elke dag kunnen waarmaken,
er in de samenleving heel wat moet verande­ren, niet alleen qua
mentaliteit, maar ook organisato­risch en structureel. Besef­fen bijvoorbeeld
dat onze omgangstaal vergeven zit van woorden en uitdrukkingen die voor
bepaalde groepen denigrerend zijn. Dat je in de samenleving voor autochtoon en
allochtoon gelijke kansen moet scheppen om te kunnen studeren, om een baan te
vinden (in België is de werk­loosheid onder mensen van vreemde origine viermaal
hoger dan het lan­delijk gemiddelde!). Ook in de kerk – en die zou in het spoor
van Paulus toch een voorbeeldfunctie moeten vervul­len – zou iedere gelovige,
man of vrouw, wit of zwart, homo of hetero, gelij­kelijk in aanmer­king moeten
komen voor het bekle­den van amb­ten of het ontvangen van sacramenten.

Wij kunnen op vandaag de impact van maatschappelijke structuren op de
discriminatie beter inschatten dan Paulus in zijn tijd. Ander­zijds ziet Paulus
wellicht scherper dan wij waarom wij elkaar als gelijkwaardigen moeten
accepteren: namelijk omdat wij, in Christus, allen kinderen zijn van dezelfde
Vader.

Dat laatste is meer dan zomaar een vaststelling. Het is een opdracht, zegt
Jezus in onze evangelielezing: “Als iemand achter Mij aan wil komen, dan
moet hij zichzelf loslaten en dagelijks zijn kruis opnemen. Wie zijn leven wil
redden, zal het verlie­zen.”

‘Zijn kruis opnemen’, ‘zichzelf loslaten’, ‘zijn leven verliezen om Chris­tus’
wil’ – drie uitdrukkingen die hier hetzelfde betekenen. Wie zijn kruis niet
opneemt maar in plaats daarvan zijn eigen leven probeert te redden, wie zijn
prero­gatie­ven pro­beert veilig te
stellen – die belandt in het kamp van de uit­einde­lijke verliezers.
Zijn leven verliezen om Christus’ wil, wil zeggen: wat je opbouwt in het leven
– je status, je prestige, je car­rière – mag je niet verabsoluteren, je moet
het onderschikken aan de eisen van rechtvaardigheid. Hoeveel van de kleren die
we dragen werden vervaardigd door Aziatische kinderhan­den? Op topfuncties
zitten lang niet altijd de meest geschikten, maar vaak diegenen met de langste
arm, de beste relaties of de juiste partijkaart. Hoeveel mannen zitten op direc­tiestoelen
omdat vrouwen in die mannen­wereld nauwelijks kansen krijgen? Hoeveel dames
krijgen een job omdat ze qua uiter­lijk beter scoren dan een meer geschikte
concurrente? Hoeveel paro­chies zitten zonder priester, terwijl heel wat mannen
en vrouwen, gehuwd of ongehuwd, bereid en in staat zijn om een
geloofsgemeenschap te bezielen en te herderen?

Wie we zijn, zijn we deels geworden ten koste van anderen, ook al zijn
wij daar lang niet altijd persoonlijk verantwoordelijk voor. Met dat kruis
zitten velen van ons opge­scheept. Wat kun je daaraan doen?

Als individu kun je aan die structurele
onrechtvaardigheden niet zoveel veranderen. Maar toch kun je in het dagelijkse
leven op vele manieren je steentje bijdragen aan een eerlijker samenle­ving.
Een paar willekeurige voorbeelden. Kle­ren kopen die niet besmet zijn door
uitbui­ting van vrouwen en kinderen in arme ­lan­den. Vaker de wereldwin­kel
binnen­lo­pen; wat je er meer betaalt komt ten goede aan de arme boer in
Zimbabwe of Colombia die een eer­lijke prijs kreeg voor zijn product. Voor een
arts zijn ziekenbriefjes geen middel voor klanten­bin­ding op kosten van
werkgever en ziekteverzekering. Als pastoor je niet vastbij­ten in je tradi­tione­le
machtsposi­tie maar ruim­te creëren om de inzet en talen­ten van onderuit
gelovig te la­ten renderen.

Ieder­een kan elke dag op zijn of haar plaats om Chris­tus’ wil een stukje
leven prijsgeven zodat ander­mans leven wat meer en betere kansen krijgt. Maar
het kost wel aandacht en soms enige moei­te. Maar dat is nu eenmaal de prijs
die we moeten beta­len om echte volgeling van Jezus te zijn. De prijs van
recht, recht­vaardig­heid en liefde.

Marc Christiaens o.p.

 

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.