12e zondag door het jaar B 2009

ZONDAGSVIERINGEN
twaalfde zondag B (21 06 2009)

Begroeting

Met de Heer in ons midden hoeven wij niet bang te zijn.
Zijn reddende hand is nooit veraf.
Hij wil ons zegenen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.


Openingswoord 1

Net als op het meer van Genezareth
kan het ook in ons leven af en toe behoorlijk stormen.
Het gaat ons niet altijd voor de wind.
Onze kennis en kunde ten spijt
lukt het ons vaak niet
alles naar onze hand te zetten.
En als schipbreuk dreigt
worden ook wij wel door angst overvallen
en dreigen wij daarin weg te zinken.
Halen ook wij dan, zoals de leerlingen,
God uit zijn slaap
met onze schreeuw om een wonder?
En is het verwijt van Jezus aan zijn leerlingen
“Hebben jullie nog geen vertrouwen?”
ook niet voor ons bedoeld?

Voor ons gebrek aan geloof en godsvertrouwen
willen wij bidden om ontferming.

Openingswoord 2

Bijna niets in het leven werkt zo verlammend als angst.
Onder de druk van angst smelt alle veerkracht en geestdrift weg.
Straks horen wij het verhaal over het stillen van de storm,
het verhaal over Jezus als slapende roerganger en over leerlingen die het gevoel hebben er alleen voor te staan.
Zeer herkenbaar in tijden van angst.
En dan klinkt het:
“Waarom zijn jullie zo bang?
Hoe is het mogelijk dat jullie nog geen geloof bezitten?”
Misschien omdat we de deur van ons hart
op slot en grendel houden…

Vergevingsmoment

– Heer, Gij zegt vandaag: “Waarom zijn jullie zo bang?”
Weest Gij onze vrede als het stormt in ons leven.
Heer, ontferm U over ons.

– Christus, soms hebben wij de indruk dat Gij veraf zijt,
dat Gij slaapt.
Christus, ontferm U over ons.

– Heer, soms bekruipt ook ons de angst
als wij zien wat er alle­maal rondom ons gebeurt.
Heer, ontferm u over ons.

Moge de Vader, bron van liefde,
zich in zijn barmhartigheid over ons ontfermen,
ons tekort aan geloof vergeven
en ons nabij zijn, alle dagen van ons leven. Amen.


Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
Schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 1

God en Vader,
wij mogen erop vertrouwen
dat Gij ons nabij zijt,
ook als wij twijfelen aan uw aanwezigheid.
Kom ons ongeloof ter hulp.
Neem ons bij de hand
wanneer wij zoekend en struikelend
op weg gaan naar de overkant.
Op wie anders kunnen wij rekenen
dan op U, God,
die voor ons trouwe Liefde zijt
in leven en in eeuwigheid. Amen.

Openingsgebed 2

God van alle leven,
kom bij ons aan boord met uw woord van bevrijding:
een woord van nabijheid en vol levenskracht.
Geef ons af en toe een duwtje in de rug
zodat wij het vertrouwde durven achterlaten
en het wagen naar de overkant te varen.
Doe ons, op uw woord, oversteken
en onze angst loslaten.
Geef ons de blijvende durf om te geloven
dat Gij met ons zijt en blijft,
onderweg naar nieuw en voller leven. Amen.

Lezingen

Luisteren wij naar woorden uit de Schrift, die ons spreken over God-met-ons.

Eerste lezing (Job 38,1.8-11)
Uit het boek Job

1
           De Heer begon in storm en wind tot Job te spreken:
8           Waar was u toen de zee haar poorten beukte,
onstuimig los wilde breken uit de moederschoot,
9           toen Ik haar kleedde in wolken
en hulde in windsels van ochtendslierten,
10          toen Ik haar paal en perk stelde,
de poort vergrendelde
11          en zei: ” Tot hier en niet verder,
hier breken uw trotse golven?”
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (2 Korintieërs 5,14-17)
Uit de tweede brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,
14          De liefde van Christus laat ons geen rust,
sinds wij hebben ingezien dat één mens gestorven is voor allen
en dat dus alle mensen gestorven zijn.
15          En Hij is voor allen gestorven,
opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven,
maar voor Hem die voor hen is gestorven en verrezen.
16          Daarom beoordelen wij voortaan niemand meer
naar menselijke maatstaven.
En ook al hebben wij Christus op die manier beoordeeld,
nu is dat niet meer het geval.
17          Zo is dus iemand die in Christus is, een nieuwe schepping:
het oude is voorbij, het nieuwe is er al.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Marcus 4,35-41)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Marcus

35          Op een dag tegen de avond zei Jezus tegen zijn leerlingen:
`Laten we naar de overkant gaan.’
36          Ze lieten de mensen achter
en namen Hem mee met de boot waarin Hij zat;
er waren nog andere boten bij.
37          En er stak een hevige storm op,
en de golven sloegen over de boot,
zodat die al volliep.
38          Maar Hij lag op het achterdek op een kussen te slapen.
Ze maakten Hem wakker en zeiden:
`Meester, kan het U niet schelen dat wij vergaan?’
39          Hij stond op en bestrafte de wind en het water:
`Zwijg, wees stil!’
En de wind ging liggen en het werd volkomen stil.
40          Hij zei tegen hen:
`Waarom zijn jullie bang?
Hebben jullie nog geen vertrouwen?’
41          Ze werden door schrik bevangen, en zeiden tegen elkaar:
`Wie is dat toch, dat zelfs de wind en het water naar Hem luisteren?’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Getuigen wij samen van ons geloof in God die zijn mensen nooit in de steek laat.

Ik geloof dat het leven mij geschonken werd
door God, onze Vader, bron van liefde.
Ik geloof dat ik geroepen ben
om mee te werken aan een toekomst
die voor elke mens menswaardig is.

Ik geloof in die uitzonderlijke mens
die niet geleefd heeft voor zichzelf.
Ik geloof in die mens
die wij kennen als Zoon van mensen
en Zoon van God,
die een ereplaats gaf aan mensen
die over het hoofd werden gezien.

Ik geloof dat zijn Geest onder ons werkt
als wij in zijn naam samen zijn
en wij elkaar levenskansen geven.
Ik geloof dat zijn Geest
ons telkens weer aanspoort
om naar elkaar om te zien
en zo mensen te worden met en voor elkaar.

Ik geloof dat ons leven
niet zal eindigen in het zinloze niets,
maar dat wij eens zullen leven
bij de bron van liefde die ons dit leven schonk. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlij­ke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer op te dragen.

– Bidden we voor mensen die ten einde raad zijn;
voor hen die zich zorgen maken over wat de dag van morgen brengen zal;
voor zwaar zieken die geen uitzicht meer hebben op herstel.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor mensen die
– heel zelfverzekerd – altijd alles zo exact weten.
Voor mensen die slechts kunnen denken in wit-zwart,
die geen geduld hebben en mildheid missen
in hun omgang met medemensen.
Laten wij bidden…

-Bidden wij voor mensen die rust en vrede uitstralen
en de gave bezitten
voor medemen­sen stormen te stillen en paniek te bedaren.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onszelf:
dat wij – bij al wat ons overkomt –
ons vertrouwen in God mogen bewaren.
Laten wij bidden…

– En bidden wij ook voor hen die hun levenstocht beëindigd hebben,
en aan de overkant werden opgewacht door onze God van alle leven.
Laten wij bidden…


Voorbeden 2

Wij bidden tot U, God,
om wat een mens het meest nodig heeft:
vertrouwen.

– Bidden we voor mensen die ten einde raad zijn,
die overspoeld dreigen te worden door onmacht en angst,
voor mensen die lijden en vragen naar het waarom.
Dat zij hun leven in uw hand durven leggen.
Laten wij bidden…

-Bidden we voor mensen die bang zijn en onzeker,
overdreven angstig om te falen in hun werk, in hun relaties.
Dat zij in het nabij-zijn van anderen
uw trouw mogen herkennen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor allen die leiding geven in Kerk en maatschappij,
die geloof in de toekomst, geborgenheid en veiligheid
willen bieden aan de kwetsbaren,
aan vluchtelingen.
Dat zijzelf kracht en vertrouwen putten uit uw woord.
Laten wij bidden…
Heeswijk

Voor al deze intenties, voor alles wat ons persoonlijk ter harte gaat, bidden wij:


Gebed over de gaven

Bang en benepen hielden Jezus’ vrienden zich gedeisd.
Buiten woedde de storm; de wind zat tegen.
Ze braken het brood,
zagen Hem staan
en hoorden Hem zeggen:
‘Vrees niet. Dit ben Ik, mijn leven met u gedeeld.”
Heer, blijf ook ons wakend nabij. Amen.


Tafelgebed

Wij danken U, God,
om de wondere wegen
die mensen voor elkaar kunnen zijn,
voor allen die Gij gezonden hebt
om de weg te wijzen doorheen het leven,
voor uw uitnodiging om,
doorheen tekort en onvolkomenheid,
te werken aan de mens en zijn wereld.

Wij danken U om uw aanwezigheid
in goede en kwade dagen,
om de hoop en de toekomst die Gij zijt.
Wij danken U om de mens Jezus,
die ons voorgaat en nabij blijft
en wiens Geest kracht is om te leven.

Daarom willen wij U danken, God,
samen met al wat bestaat
op aarde en in de hemel.

Heilig, heilig…

Heer onze God,
Gij zijt heilig en goed,
Gij hebt onze namen geschreven in uw hand.

Geen mens zult gij vergeten
dank zij Jezus Christus, de Zoon van uw genade,
die Gij hebt uitgezonden
om tranen te drogen
van mensen die geslagen zijn,
om het hart te helen
van mensen die gebroken zijn,
om brood te worden voor vandaag
en vrede zelf te zijn.
Wij danken U
omdat Gij ons ruimte geeft en vrijheid schept
voor heel ons leven, ten einde toe.

Want in de nacht dat Hij zijn leven gaf
nam hij brood in zijn handen,
Hij zegende en brak het
en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden:
“Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.”

Ook nam Hij de beker, zegende hem,
en gaf hem aan zijn leerlingen met de woorden:
“Neem deze beker en drink hier allen uit
want dit is de beker van het nieuwe,
altijddurende verbond;
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.”

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert,
dat Gij verrezen zijt.

Heer onze God,
zo gedenken wij Hem
die weet wat lijden is
en de dood heeft gezien;
die Gij hebt opgewekt
en een naam gegeven hebt
hoog boven alle namen:
Jezus de Heer is Hij,
die is en blijven zal, uw rechterhand.
Door deze beker en door dit brood dat wordt gedeeld
verkondigen wij Hem totdat Hij komt.

Wij bidden U,
zend ons uw Geest,
die over deze aarde gaat
en maak ons tot een volk
dat recht doet om gerechtigheid;
maak leven en welzijn
toch groter dan oorlog en dood;
laat ons mensen zijn
die woningen bouwen voor uw stad van vrede
en breng ons thuis bij U.
Dan zal uw naam geheiligd zijn op aarde,
en uw koninkrijk zal komen door Hem en met Hem,
met uw Geest tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Jezus op zijn woord gelovend,
mogen wij vol vertrouwen bidden tot zijn en onze Vader:
Onze Vader…

Als wij ons gedragen weten door Gods liefde
en erkennen dat Hij zijn mensen nimmer in de steek laat,
zal in ons binnenste angst en stormwind luwen.
Als wij, in Hem verankerd,
rondom ons Gods rust en troost uitstralen
mogen wij vertrouwvol uitzien naar de komst van Jezus, Messias, uw Zoon,
Want van U is het koninkrijk….


Vredewens 1

Als wij aan Gods vrede
gestalte geven,
elkaar in lief en leed vasthouden,
troosten en bemoedigen,
zullen stormen van twist en haat ons niet deren.
Die uitdeinende Godsvrede zij altijd met u
En geven wij elkaar een blijk van vrede en vriendschap.


Vredewens 2

De mens Job in ons worstelt voortdurend met vragen
over het hoe en waarom rond lijden, geweld en onvrede.
Daarom bidden wij:
Jezus, wij zijn als uw leerlingen,
bedrijvig, vertrouwend op onze kennis en kunde,
maar de golven slaan soms te hoog om ons heen.
Wees ons nabij,
bedaar in ons storm en wind,
opdat wij zouden wegvaren van oorlog, geweld en ruzie
en de andere oever mogen bereiken:
uw vrede.
Dat vragen wij U voor vandaag en alle dagen
die ons gegeven zijn. Amen.
En geven wij die Godsvrede van harte aan elkaar door.
naar Heeswijk

Lam Gods

Communie

De Heer wil voedsel zijn voor onze tocht naar de overkant.
Hij wil voor ons licht zijn als duisternis ons overvalt,
schaduw als de zon genadeloos brandt,
rust als wij worden opgejaagd,
en Geest die onze inzet inspireert.
Dit is het Lam Gods…
Heer, ik ben niet waardig…


Bezinning 1

Heer Jezus,
die avond namen de leerlingen U mee in de boot.
Laat ook ons nooit op weg gaan zonder U.
Stap mee in onze boot.
Zo dikwijls overvallen ons hevige stormen,
bedreigen ons de wind en de golven.
Te midden van de storm laagt Gij te slapen.
Gij waart er gerust in: “Wat God bewaart is wel bewaard”.
Gij wist Uzelf in uw Vaders hand geborgen.

“Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?”
schreeuwden de leerlingen in doodsangst.
Raakt het U niet, Heer,
dat stormen uw Kerk bedreigen,
dat angst ons verlamt,
dat wij dreigen te verzinken in verdeeldheid,
in ongeloof, in wanhoop, in moede­loosheid?
Raakt het U niet dat wij overspoeld worden door onverschilligheid?
Sta op, Heer, en beveel de stormen
die rondom ons en in ons woeden.
En leer ons, zoals Gij, vertrouwen op de Vader,
in wie wij geborgen zijn voor tijd en eeuwigheid.

Bezinning 2

Als de avond valt
en het donker wordt,
als dreigende wolken
ons leven komen verstoren,
als storm en onweer
pijn en verdriet aanvoeren,
zijn we klein en angstig.

Als ons levensbootje
labiel wordt en dreigt te vergaan,
als we voelen hoe dood,
als een tornado,
ons uit het leven kan wegrukken,
worden we angstig,
laat iedere wijsheid,
alle technologie
het afweten.

Dan kunnen we
alleen nog maar vertrouwen op U
en op uw nooit aflatende nabijheid.
Want zo wilt Gij
zijn voor ons:
als een Vader
die zijn kind
nooit in de steek zal laten,
als een Redder
die iedere storm weet te luwen,
als een God
die de dood overwint.
Een levende God!


Bezinning 3

Soms ben ik bang,
en al verberg ik mijn angst voor de mensen,
voor U, God, heb ik geen geheimen.
Want is het gras soms bang voor de regen?
Of de duiven bang voor de wind?
En ik, uw kind,
zou bang zijn als ik een Vader heb die de mensen in zijn hand houdt?

Al weet ik niet wat er morgen gebeuren zal,
al begrijp ik niet alles wat ik meemaak,
toch leg ik mijn angsten bij U neer.
Want Gij zijt het licht in alle duister:
de stralende zon in de dag,
de heldere maan bij nacht.

Gij neemt mij bij de hand.
Zelfs als ik verloren loop,
komt Gij mij opzoeken,
zelfs als ik al lang niet meer met U gesproken heb.
vrij naar Levensecht

Slotgebed 1

Aarzelend gaan wij op weg,
vol twijfels, bang, onzeker.
Maar op Jezus’ woord
mogen wij ons geborgen weten
in Gods vaderlijke hand.
Gelovend mogen we ontdekken
dat Hij met ons is, in weer en wind.
Dank U, Heer,
dat Gij met ons scheep wilt gaan,
dat Gij ons leidt door de storm,
dat Gij onze rots zijt,
onze vaste grond. Amen.


Slotgebed 2

Als heel je leven overhoop wordt gegooid,
als ontgoocheling en verdriet als een storm over je heen razen
en als je dreigt weg te zinken in een moeras van eenzaamheid,
juist dan wil Ik bij je zijn – zegt God –
en vrede in je hart leggen.
Mijn liefde en tederheid zal de storm in je binnenste tot rust brengen
en een nieuwe toekomst van geluk voor je ontsluiten,
tenminste als je je daarvoor openstelt
en als je bereid bent, samen met Mij, in zee te gaan.
Ik wil alleen maar het beste voor je – zegt God.
Erwin Roosen

Zending en zegen

Het deed deugd te horen dat God met ons meegaat
ook als het stormt om ons heen.
Hij is de stuurman van ons leven.
Hij wenst ons goede vaart, op weg naar de overkant, en zegent ons:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.