12e zondag door het jaar A 2020 p

Wees niet bang!  (Mt. 10,26-33)

Als we onze TV aanzetten, stroomt sinds enkele weken de coronaberichtgeving onze huiskamer binnen. Berichten over aanslagen, oorlogen, hongersnood, natuurrampen of over milieuproblemen worden naar de achtergrond verdrongen door cijfers en tabellen van het aantal slachtoffers van deze vreselijke epidemie, een pandemie die heel de wereld op zijn kop zet!
Tot voor kort was de hedendaagse mens overmoedig: met onze moderne technologie dachten we alles onder controle te hebben. Maar dat blijkt plots niet meer het geval te zijn! Wat je nu de topwetenschappers voortdurend hoort herhalen: “Dat weten we nog niet.”
In deze harde tijden van ziekte, dood en tal van andere vreselijke dingen rijst bij heel wat gelovige mensen de vraag: “Hoe kan een goede en rechtvaardige God dat allemaal toelaten?”. En dan horen we onze evangelietekst zeggen: “Wees maar niet bang”. Dat klopt toch allemaal niet! Hoe zit dat dan?

We mogen niet uit het oog verliezen dat heel wat mensen onder ons opgescheept zitten met een verkeerd godsbeeld. Een aantal negentiende-eeuwse kerkgeleerden liggen daarvan aan de basis, en dat werd ons, via onze opvoeding, door onze grootouders en ouders, veelal doorgegeven. Voor velen – ook nog van onze generatie – is onze God een Almachtige God die het doen en laten van mensen volledig onder controle heeft. Hij is ook de grote regisseur die de natuurwetten beheerst. Ik weet nog dat mijn grootmoeder, bij het naderen van een belangrijk familiefeest, mijn jongste tante naar de Clarissen stuurde met een mandje eieren. In ruil daarvoor moesten die brave zusters dan bidden om goed weer! Er stond immers in het evangelie: “Vraag en je zult verkrijgen!” En als het dan toch regende… dan had God je gebedsintentie niet ingewilligd omdat je wat op je kerfstok had, of –wie weet – de zusters niet goed gebeden hadden. Voor wat, hoort wat. Die Almachtige God is ook een rechtvaardige God!

Neen, zo werkt het nièt. De mens is gemaakt naar Gods evenbeeld. En dus werd hem verstand en een vrije wil geschonken. En dus is hij een wezen dat verantwoordelijk is voor zijn doen en laten.
Geweld in deze wereld, is des mensen; natuurrampen, maar ook ziekten, zijn uitvloeisels van de natuurwetmatigheden. God – die wellicht wel een toekomstplan heeft met zijn schepping – kan de bestaande natuurwetten niet zomaar ongedaan maken. En zelfs als Hij dat zou kunnen, zou Hij dat nooit doen want de natuurlijke orde is goed in zichzelf. Het is aan de mens om te zoeken hoe negatieve consequenties van de natuurwetten kunnen voorkomen worden. Het is ook de mens die met zijn vrije wil de zaken in de war kan schoppen. Ik hoor tijdens een vergadering van onze Dominicaanse familie, pater Marc nog zeggen: “God is gèèn poppenkastspeler die aan de touwtjes trekt en mensen en gebeurtenissen laat springen en dansen, laat botsen en vechten en laat verdwijnen – zoals Hij dat wil.

Scheppend heeft God het bestaan geschonken aan de mens, het heelal, de natuur. En vervolgens alles losgelaten, overgelaten aan de wetten van de evolutie. Want de kosmos heeft zijn eigen wetmatigheden en beweegt voortdurend van thesis over antithesis tot nieuwe synthese, en dat telkens opnieuw, opgaande naar voltooiing. Zoals Teilhard de Chardin dit zo prachtig heeft beschreven in zijn boek Le phénomène humain. Aan de mens die Hij begenadigde met verstand en vrije wil, gaf God het vermogen om mee de kosmos te beheren. Wij zijn dus Gods partners, medescheppers, zijn geassocieerden. “Van jullie zijn de haren op je hoofd geteld”, met andere woorden: jullie zijn voor Mij bijzonder belangrijk!
Uiteraard kan een vrij mens deze opdracht weigeren. Maar in dat geval zal God niet ingrijpen; moest Hij dat wel doen dan zou Hij onze vrijheid en verantwoordelijkheid teniet doen. Dat wil God niet, want dan zou Hij met zichzelf in tegenspraak zijn. Het kan dus de verkeerde weg opgaan. Het resultaat ervan zien we dagelijks op onze TV!
Riskeren wij dan dat God onze door Hem geschonken vrijheid opnieuw zal afnemen? Neen, want God is liefde en Hij zal ons blijven liefhebben ondanks al ons menselijk falen. Die liefde klinkt door wanneer Jezus in deze evangelielezing zijn team geruststelt: “Wees niet bang”.

Door Hem begenadigd met verstand en vrije wil, gaf God ons het mandaat om met Hem mee de kosmos te beheren. Een enorme verantwoordelijkheid. Het gaat hierbij niet alleen om zich inzetten voor de wereldvrede, maar ook om als goede bewaarders wereldwijd zorg te dragen voor het milieu. Paus Franciscus hamerde hierop toen hij vijf jaar geleden in zijn encycliek Laudato Si schreef: “Er moet absoluut een normensysteem uitgewerkt worden met niet te overtreden grenzen en de zekerheid dat de ecosystemen beschermd worden”. In feite komt dit neer op zorg voor de wereldhygiëne!
Politieke leiders die zich willen promoten als de grote beschermers van de nationale economie, maar juist daardoor de ecosystemen in gevaar brengen, zijn dus niet alleen huichelaars, maar daar bovenop verzaken zij aan hun fundamentele medeverantwoordelijkheid tegenover heel het mensdom!

En dat je de bijbel altijd moet lezen doorheen een hedendaagse bril, bewijzen de mussen. In Jezus’ tijd waren zij talrijk en dus spotgoedkoop; in deze tijd worden zij – net zoals zoveel andere levende wezens – elk jaar zeldzamer, en zijn ze dus meer waard in onze ogen!
Paul Caroen o.p.

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.