12e zondag door het jaar A 2014

GOD ALMACHTIG ?(Mt. 10,26-33)  (Viering)

Syrië, Centraal Afrika, Afghanistan… 51 miljoen vluchtelingen. Natuurrampen met tienduizenden doden. Dichter bij ons: ouders die hun kind ten grave dragen, doodgereden door een dronken chauffeur; een jonge moeder opgenomen in de palliatieve afdeling met uitgezaaide botkan­ker… Met die realiteiten in het achterhoofd horen we Jezus in het evangelie zeggen: “Wees niet bang. Er valt geen mus op de grond buiten de wil van de Vader. Wees niet bang; jullie zijn toch méér waard dan een hele zwerm mussen”.
Hoe kan God, de ‘almachtige Vader’ die zo bekom­merd is om mussen en mensen, zoveel leed, lijden en dood toelaten?
Sommigen proberen zowel Gods almacht als Gods liefde te redden met verklaringen als: ‘God slaat niet zonder dat Hij zalft’ of  ‘Met het lijden dat Hij toelaat zal God wel iets goeds bedoe­len, ook al begrijpen wij dat niet altijd’. Met dergelijke vrome praat moet je bij de betrokke­nen niet aanko­men. En eerlijk gezegd, ook bij mij kan dat er niet in. Het doet me denken aan een God als almachtige poppenkastspeler die aan zijn touwtjes mensen en gebeurte­nissen laat springen en dansen, laat botsen en vechten, en laat verdwijnen – zoals Hij dat wil.

De wereld is misschien wel een schouwtoneel, maar geen poppenkast. God heeft de touwtjes niet in handen… wíj mensen hebben ze in handen. Maar het is God die ze ons in handen heeft gegeven.
God is niet almachtig, als je daarmee bedoelt: Hij kan alles, regelt en beslist: God wil het, en dus gebeurt het: Jan rijdt zich dood tegen een boom… Neen dus. God is wel Schepper maar geen manipulator. Hij heeft zijn schepping het bestaan geschonken en vervolgens losgelaten, aan zichzelf gegeven. De kosmos heeft haar eigen wetmatigheden, haar toevalligheden en haar speelsheid, haar orde en wanorde. Onaf, mooi en lelijk tegelijk. En dat beweegt allemaal naast en door elkaar, komt tot nieuwe synthese: evolutie, opgaand naar eind­voltooiing.
Ook de mens heeft Hij geschapen en losgelaten: autonoom, met een vrije wil. Meer nog. Hij stond zijn macht af aan de mens. Hij delegeerde. “Ik heb je alles in handen gegeven”, heet het in de bijbel. De mens mag de kosmos beheren, verder uitbouwen. Wij zijn Gods partners, medescheppers, Gods associés. Geschapen naar het beeld van God heeft de mens weet waartoe die associa­tie tussen God en mens moet leiden: we moeten ons kennen en kunnen, onze creativiteit aanwenden om die onaffe kosmos uit te bouwen tot een wereld waar het voor mensen goed leven is.
Vrijheid, maar dus ook verantwoordelijkheid. Gewetensvol het goede doen en het kwade laten. Geweten, dat is een stukje Gods Geest dat Hij in ons opborg.

God heeft ons losgelaten, ons op eigen benen gezet. Maar tegelijk blijft Hij met ons verbon­den. In alle lief en leed blijft Hij op ons betrokken. Hij bevestigt, bemoedigt, inspireert, stimuleert. Emmanuël – God-die-met-ons-is in het goede dat wij promoveren en in het kwaad dat wij bestrijden. Zo heeft God ons geschapen en bedoeld. Op de zevende dag rustte God, en zag dat alles wat Hij gemaakt had, goed was.

Al met al nam God daarmee een enorm risico. Doordat Hij de toekomst aan mensen heeft toe­vertrouwd, staat Hijzelf machte­loos tegenover­ wat mensen met zijn schepping en met elkaar aanvan­gen. Mensen met een vrije wil, die vrij partners van God kunnen worden, kunnen dat ook weigeren. En in dat geval kàn God niet ingrijpen. Zou Hij dat wel doen, dan zou Hij onze vrijheid en verant­woor­delijkheid teniet doen. En dat wil God niet. Hij wil zichzelf niet tegenspreken. Geen almachtige God dus, maar een machteloze God, uit respect voor de mens, uit respect voor diens vrije wil en verantwoor­delijkheid.

Het kon dus allemaal mislopen. En het loopt vaak mis. U kent het verhaal van Adam. De mens introdu­ceerde zijn eigen spelre­gels. In plaats van ‘Gods spel’ te spelen opteerde hij voor het spel van de macht. Gevolg: weg harmonie tussen mens en medemens, tussen de mens en zijn leefmilieu; in plaats van vrede heerst er bruut, subtiel of economisch geweld. Het bestaan wordt gedomi­neerd door angst, onrust, voortdurend op zijn qui vive zijn. God wordt weggeduwd uit het menselijk blikveld: het ‘Ego’ wordt tot koning gekroond en regeert volgens de wet van de sterkste.

Ondanks die dramatische ontwikkeling veranderde God niet van tactiek. Uiteraard wou Hij graag gerealiseerd zien wat Hem van bij het begin voor ogen stond… maar Hij wil de mens daartoe niet dwingen, Hij wil zijn ‘almacht’ niet gebruiken om de vrije wil van de mens te forceren. God is onbegrijpelijk logisch met zichzelf… omdat Hij liefde is.
Hij koos voor een andere weg om de mens zijn oorspronkelijke scheppingsbe­doeling opnieuw onder de aandacht brengen. In Jezus is, wat God ons te zeggen heeft over heil en hoop, mens geworden.
Ook Jezus drong niemand iets op, maar verkondigde. Hij verkondigt Gods weerloze liefdeskracht. En doet dat met gezag, niet omdat Hij het zo mooi kon zeggen maar omdat Hij die Boodschap ook voorleefde. Weerloos tegenover leugens, onwil, geweld en dood. Maar niet als een zwakke­ling. Hij straalt sterkte uit wanneer Hij tegenover Pilatus staat. Sereen, echt, waarachtig. Groots in zijn on­schuld. Zuiver tot op de graat. Daardoor ontwapent Hij het kwaad, beschaamt Hij het kwaad. Weerloze maar ook weergaloze liefde. Trouw tot op het kruis.

Maar voor de leerlingen was dat kruis geen stimule­rend vooruitzicht, en dus – zo hoorden wij in de evangeliele­zing – maant Jezus hen aan: ‘Wees niet bang en doe net als Ik: ga en verkondig net als Ik de kracht van de weerloze liefde! Wees niet bang, want wie, zoals die mus, van het dak valt, of, zoals ik, gekruisigd wordt, valt in de open handen van de Vader, wiens trouwe menslievendheid sterker is dan de dood.’

Omdat God – wat ons ook overkomt – steeds mèt ons is, ons zelfs staat op te wachten aan de andere kant van de dood, omdat Hij al ons leed en lijden als een Abba, een Vader, meedraagt, omdat Hij eeuwig leven schenkt, dààrom is God almachtig. De God van Jezus is geen ‘alleskunner’; zijn almacht betekent ten diepste menslievendheid.
Marc Christiaens o.p.

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.