11e zondag door het jaar C 2007

ZONDAGSVIERINGEN
elfde zondag C-jaar (17 06 2007)

Begroeting

Wij zijn hier samen te gast in het huis van de Heer.
Mag ik u daarom van harte welkom heten
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

De barmhartigheid die Jezus ons van Godswege heeft toegezegd
gaat onze menselijke begrippen van berouw en vergeving te boven.
Telkens opnieuw immers
kunnen we kiezen
voor een stap in de goede richting,
hoezeer we ook hebben gefaald.
Die vrijheid ligt in ons mensenhart.
Zo mag David, in onze eerste lezing,
horen hoe er – ondanks alles –
nog vergeving mogelijk is
omdat hij zijn misstappen heeft ingezien.
En in het evangelie komt een vrouw te voorschijn
die zich met volle teugen heeft gelaafd
aan Gods barmhartige genade.

Omdat wij niet altijd in staat zijn
die vrijheid om voor het goede te kiezen,
ten volle te benutten, bidden we om vergeving.

Vergevingsmoment

Heer Jezus, wij zeggen wel dat Gij de Weg zijt,
maar dikwijls gaan wij andere wegen,
dan Gij ons zijt voorgegaan.
Heer, ontferm U over ons.

Christus, wij zeggen wel dat Gij de Waarheid zijt,
maar dikwijls laten wij ons misleiden
door wat ons aangenaam in de oren klinkt
en hebben wij geen aandacht
voor wat Gij ons te zeggen hebt.
Christus, ontferm U over ons.

Heer, wij zeggen wel dat Gij het Leven zijt,
maar in plaats van ons te wagen
aan het leven dat Gij ons belooft,
verschuilen wij ons binnen de veilige grenzen
van ons al te menselijk bestaan.
Heer, ontferm U over ons.

God is een liefdevolle God,
grenzeloos in zijn barmhartigheid en trouw.
Op Hem mogen wij rekenen.
Hij zal onze zonden liefdevol vergeven.
Hij zal ons voeren naar nieuw en eeuwig leven.

Amen.


Lofprijzing

Eer aan God in de hoge.

Wij loven U, Vader,
scheppende kracht,
bron van liefde.
Wij loven U, Jezus Christus,
zoon van God,
Weg, Waarheid en Leven.
Wij loven U, Heilige Geest,
vuur, brandende liefdeskracht.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
voor mensen die eenvoudig zijn,
voor mensen die zachtmoedig zijn,
voor mensen die barmhartig zijn,
voor mensen die luisteren
naar het woord van God
en het onderhouden.

Eer aan God in de hoge.

Vrede op aarde
en liefde onder alle mensen:
liefde die nieuw maakt en heelt,
liefde die hoopt en duldt,
liefde die blijft in tijd en eeuwigheid. Amen.


Openingsgebed

God en Vader, wij danken U voor uw zoon Jezus
die ons leerde dat wij altijd weer
bij U terecht kunnen,
hoe falend of gebrekkig onze daden ook mogen zijn.
Geef dat wij zijn voorbeeld volgen
en bron van genade mogen worden voor anderen.
Verleen ons daartoe de kracht van uw Geest. Amen.

Lezingen

Luisteren wij naar Gods liefdevolle ontferming
zoals die tot ons komt doorheen de woorden van de Schrift.

Eerste lezing (2 Samuël 12,7-10.13)
Uit het tweede boek Samuël.

7        In die dagen sprak Natan tot David:
Zo spreekt de Heer, de God van Israël:
`Ik heb u gezalfd tot koning over Israël;
Ik heb u bevrijd uit de macht van Saul;
8        Ik heb u het huis van uw heer geschonken
en u de beschikking gegeven over zijn vrouwen;
Ik heb u het huis van Israël en Juda gegeven
en als dat te weinig was geweest,
dan had Ik er nog evenveel aan willen toevoegen.
9        Waarom hebt u dan het gebod van de Heer geminacht
en iets gedaan dat Hem mishaagt?
Uria de Hethiet hebt u met het zwaard geslagen,
zijn vrouw hebt u tot vrouw genomen,
en hemzelf hebt u vermoord door het zwaard van de Ammonieten.
10       Daarom zal het zwaard nooit meer wijken van uw huis,
omdat u Mij hebt geminacht,
en de vrouw van Uria de Hethiet tot vrouw hebt genomen.
13       Toen zei David tegen Natan:
`Ik heb tegen de Heer gezondigd.’
Natan antwoordde:
`Dan heeft de Heer u deze zonde vergeven:
u zult niet sterven.
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing
(Galaten 2,16.19-21)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de Galaten.

Broeders en zusters,
16       Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt
door de werken van de wet,
maar alleen door het geloof in Jezus Christus,
zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven,
om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus
en niet door de werken van de wet,
want door de werken van de wet
zal geen mens gerechtvaardigd worden.
19       Want staande onder de wet ben ik gestorven voor de wet,
om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd.
20       Ikzelf leef niet meer,
Christus leeft in mij.
Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God,
die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.
21       Ik doe de genade van God niet teniet:
als de wet ons kon rechtvaardigen,
dan zou Christus voor niets gestorven zijn.’
KBS Willibrord 1995


Evangelie (Lucas 7,36-8,3)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

36       Eens vroeg een van de farizeeën Jezus om te komen eten.
Hij kwam in het huis van de farizeeër en ging aan tafel.
37       In diezelfde stad woonde een zondige vrouw.
Toen zij vernam dat Hij aanlag in het huis van de farizeeër,
ging ze erheen met een albasten fles balsem.
38 Huilend ging ze achter Hem staan, bij zijn voeten.
Met haar tranen maakte ze zijn voeten nat
en met de haren van haar hoofd droogde ze die.
Ze kuste zijn voeten en zalfde ze met balsem.
39       Toen de farizeeër die Hem had uitgenodigd, dit zag, zei hij bij zichzelf:
`Als Hij een profeet was,
zou Hij weten wat voor vrouw het is die Hem aanraakt;
Hij zou weten dat het een zondares is.’
40       Daarop zei Jezus tegen hem:
`Simon, Ik heb u iets te zeggen.’
Hij zei: `Zeg het, Meester.’
41       `Een geldschieter had twee schuldenaars.
De een was hem vijfhonderd denariën schuldig, de ander vijftig.
42       Ze konden het geen van beiden terugbetalen, en daarom schonk hij het hun.
Wie van hen zal nu het meest van hem houden?’
43       `Ik veronderstel,’ zei Simon, `degene aan wie hij het meeste geschonken heeft.’
`Dat is juist’, zei Jezus.
44            Daarop keerde Hij zich om naar de vrouw en zei tegen Simon:
`Ziet u deze vrouw?
Ik kwam uw huis binnen.
Water voor mijn voeten hebt u Me niet gegeven,
maar zij heeft met tranen mijn voeten nat gemaakt
en ze met haar haren afgedroogd.
45       Een kus hebt u Me niet gegeven,
maar zij heeft sinds Ik hier binnenkwam onophoudelijk mijn voeten gekust.
46       Mijn hoofd hebt u niet met olie gezalfd,
maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem.
47            Daarom zeg Ik u dat haar vele zonden vergeven zijn,
getuige haar grote liefde.
Maar wie weinig wordt vergeven, heeft weinig liefde.’
48       Tegen haar zei Hij: `Uw zonden zijn vergeven.’
49       De andere gasten zeiden toen onder elkaar:
`Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?’
50       Tegen de vrouw zei Hij:
`Uw vertrouwen is uw redding. Ga in vrede.’
1        In de tijd die daarop volgde trok Hij door steden en dorpen
om de goede boodschap van het koninkrijk van God te verkondigen.
De twaalf vergezelden Hem,
2        en ook enkele vrouwen, die van boze geesten en ziekten genezen waren
– Maria van Magdala, uit wie zeven demonen waren weggegaan,
3        Johanna, de vrouw van Chusas, een hoge beambte van Herodes,
en Susanna – en nog vele andere vrouwen,
die hen uit eigen middelen onderhielden.
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Bemoedigd door het getuigenis van de Schrift
kunnen we ons geloof uitspreken in de God van Barmhartigheid
.

Ik geloof in God, mijn Schepper,

die man en vrouw gemaakt heeft naar zijn beeld;
die mij liefheeft als een vader
en voor mij zorgt als een moeder;
die mij troost en vergeeft
en die mij altijd de mogelijkheid geeft
opnieuw te beginnen.

Ik geloof in Jezus Christus,

die, door God gezonden, mens is geworden,
om ons nabij te zijn;
die, helend en genezend,
ons de liefde heeft voorgeleefd.

Ik geloof in de Heilige Geest,

die bezielt en vreugde brengt,
die de mensen hoop geeft,
die de bron is van mijn geloof.

Ik geloof dat de mensen elkaar nodig hebben
om samen God te dienen,
om de schepping voor iedereen leefbaar te maken
door samen te delen en in eenvoud te leven,
en zo te werken aan de komst van Gods rijk. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer aan te bieden.

– Bidden we voor hen die door hun omgeving veroordeeld worden,
met de vinger worden nagewezen,
en zich afgeschreven voelen:
dat zij mensen met een hart ontmoeten,
die door hun begrip wegen naar morgen openen.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor hen die beroepshalve of hoe dan ook,
aandacht schenken aan ex-veroordeelden en ex-gedetineerden;
bidden we voor mensen, werkzaam in het gevangeniswezen en in afkickcentra:
dat God de warmte van zijn menslievendheid in hen neerlegt.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor onze beleidsverantwoordelijken
dat zij een prioriteit maken
van een integratiepolitiek voor de vreemdelingen in ons midden.
Een politiek die getuigt van respect voor mensen,
die geen eisen stelt zonder hulp aan te reiken.
Laten wij bidden…

– We mogen ook bidden voor onszelf:
dat wij ons, met ons goed en ons kwaad,
aanvaard en bemind weten door de barmhartig tegemoetkoming van onze God.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

– Bidden wij voor hen die geslaagd heten in het leven
en voor allen die aanzien en respect genieten:
dat zij zich niet boven anderen verheven voelen
of zich wentelen in zelfgenoegzaamheid.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor hen die mislukt lijken,
voor allen die vinden dat zij hebben gefaald:
dat zij mensen ontmoeten die hen omhoog tillen
en dat zij gespaard mogen blijven van gevoelens van minderwaardigheid.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor onszelf:
dat wij respect opbrengen voor hen die anders zijn;
dat wij aandachtig zijn voor elkanders goede bedoelingen;
dat wij mild zijn in ons oordeel en vergevingsgezind.
Laten wij bidden…
naar Gerard Kock

Voor al deze intenties, voor alles wat ons op het hart ligt, bidden wij:

Gebed over de gaven 1

Heer, onze God,
deze gaven van brood en wijn
mogen wij aan uw tafel delen.
Geef dat wij met U verbonden blijven,
verdraagzaam en geduldig,
bereid om altijd weer op zoek te gaan
naar het goede in elkaar.
Dan worden dit brood en deze wijn
waarachtige tekenen van trouw
aan uw boodschap van menslievendheid en vrede. Amen.

Gebed over de gaven 2

God,
in uw barmhartigheid biedt uw Zoon
bevrijding van zonden aan.
Geef dat het teken van brood en wijn
ons de kracht verleent om onze fouten te herstellen.
Dit vragen wij U door Jezus
uw Zoon en onze Broeder. Amen.
André Janssen

Tafelgebed

Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:

Heilig, heilig, heilig …

Laten wij nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.
Laten wij nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
– mens onder de mensen –
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.

Laten wij nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.

Laten wij nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.

Laten wij nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe
omdat Hij leerde dat Gij zijn Vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die boodschap blij kunnen worden.

Laten wij nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rond reiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.

Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
“Neem en eet,
dit is mijn lichaam voor u.”

Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
doe het dan om Mij te gedenken.”

Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.

Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.
Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rond reiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.

Geef ons die Geest van deemoed en liefde,
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.

Onze Vader

Wij, mensen, mogen onze handen uitsteken naar Gods goedheid.
Jezus zelf deed het ons voor toen Hij ons leerde bidden:
Onze Vader,…

We zitten gekluisterd aan zoveel kwaad,
aan zoveel verborgen angsten.
Maar als wij durven geloven
dat God ons, desondanks, blijft tegemoet treden,
mogen wij met een rustig hart
uitzien naar de wederkomst van Jezus, Messias, zijn Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredeswens

“Ga in vrede” zei Jezus tot de vrouw die
haar zondig leven uit handen had gegeven.
“Ga in vrede” zegt Jezus ook tot ons.
Die vrede zij altijd met u.
Die vrede Gods mogen wij verder dragen, aan elkaar doorgeven.

Lam Gods

Communie

In onze schamelheid komt God naar ons toe.
Brood en wijn, tekenen van Gods aanwezigheid in ons hart.
Mogen wij voor elkaar teken en gestalte zijn
van Gods blijvende aanwezigheid onder mensen.
Heer, ik ben niet waardig…

Bezinning

Waarom schrikken wij ervoor terug
ons door God te laten beminnen?
Waarom zelfs die gedachte afwijzen
om te bewijzen
dat Gods liefde een illusie is?
Waarom moet de wereld eerst
volmaakt zijn
vooraleer wij durven geloven
dat God van ons houdt?

Waarom schrikken wij ervoor terug
ons door God te laten beminnen?
Waarom willen wij afstand houden?
Waarom telkens uitpakken
met het doembeeld van onze fouten
en onze behoefte aan vergeving?
Waarom niet simpel gelukkig zijn
omdat God van ons houdt?

Als God ons wil beminnen
in een wereld zoals die is;
als Hij van ons wil houden
zoals wij zijn, onvolmaakt,
struikelend, maar steeds op weg;
als liefde nu eens zíjn manier is
om het lijden van de wereld mee te dragen;
als liefde zíjn manier is
om ons te genezen,
om ons weer heel te maken;
als liefde zíjn taal is, zíjn Woord…
waarom zouden wij er dan voor terugschrikken
om Hem te antwoorden in dezelfde taal,
met hetzelfde woord?
Hij heeft het in ons hart gelegd.
naar Manu Verhulst

Slotgebed

Dank U, God,
voor Jezus, uw toonbeeld van vredeschepper,
vrede voor mensen zoals wij
die, met vallen en opstaan,
elkaar nabij willen zijn.
Blijf naar ons toekomen
zoals wij naar elkaar toe willen gaan:
met warmte in onze woorden
en met ogen die zeggen
dat wij elkaar tot zegen willen zijn. Amen.

Zending en zegen

Jezus veroordeelde niet.
Hij wenste mensen vrede toe.
Zo mogen ook wij door de wereld gaan:
elkaar bemoedigen,
elkaar in vrede nabij zijn.
Daartoe legt God zijn zegenende hand op onze schouder:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.