11e zondag door het jaar A 2020 p

Door Jezus gezonden  (Ex.19,2-6a ; Mt.9,36-10,Smilie: 8)

Jezus heeft medelijden als Hij die mensenmassa ziet. Het raakt Hem tot in zijn hart. Mensen die zich niet staande kunnen houden, die te neer gedrukt zijn. En er is niemand die voor hen zorgt. Schapen zonder herder. Zwervende, weerloze prooien voor wolven. En er lopen in onze mensenwereld nogal wat wolven in een schapenvacht rond.
‘Schapen zonder herder’, is een beeldspraak die de Joodse toehoorders vertrouwd in de oren klonk. Ze komt in het Oude Testament herhaaldelijk voor, en verwijst naar Israël als zijnde aan zichzelf overgelaten, stuurloos, ontredderd, zonder betrouwbare leiding. Waren er in Jezus’ dagen dan geen geestelijke leiders? Priesters en Schriftgeleerden genoeg. Maar die stonden altijd met regels en wetten te zwaaien waaraan de mensen zich moesten houden. Ze hadden geen hart voor hun mensen. Herders zonder hart voor hun schapen.
Aan die in de steek gelaten menigte wil Jezus door zijn onderricht en zijn heilzaam optreden, nieuw perspectief aanreiken. Hij wil hen verlossen van onheil, hen bevrijden van onrecht, hen een andere toekomst geven: de nabijheid van het ‘Rijk Gods’. Hij wil opkomen voor gerechtigheid, vrede, vreugde en liefde. Hij wil hen laten voelen en beleven hoe intens God zijn mensen herderlijk nabij is.
Maar er is wel een probleem: het is een immens uitgebreide opdracht, maar arbeiders zijn er weinig.

Jezus roept daarom 12 leerlingen bij zich en zendt hen uit. Voorlopig beperkt de zending zich tot het volk van Israël. Op het einde van zijn evangelie zal Mattheus die zending opentrekken naar alle volkeren (Mt. 25).
Die twaalf leerlingen worden expliciet met name genoemd. Het lijkt wel dat ze officieel gepromoveerd worden tot apostel, dat Jezus hier de basis legt van het instituut ‘kerk’. Dat is zeker niet het geval. De kerk als instituut, als organisatie met de paus als opvolger van Petrus en de bisschoppen als opvolgers van de apostelen, kreeg pas vorm in de loop van de eerste eeuwen na Christus.
‘Apostel’ betekent ‘gezondene’ en ‘12’ is hier een symbolisch getal: Jezus wilde de twaalf stammen van Israël weer samenbrengen tot ‘volk Gods’, het volk, dat, gedragen door Gods herderschap, gezonden wordt om Gods boodschap uit te dragen.
‘12’ is hier een symbolisch getal, zei ik. Dat er in de jonge kerk meer dan 12 apostelen waren, is zeker. Denk maar aan Paulus. Al is hij pas later toegetreden tot Jezus’ volgelingen, officieel behoort hij tot de apostelclub. In de evangelies is er op verschillende plaatsen ook sprake van de 72 leerlingen die eveneens gezondenen waren. De 12 maakten daar deel van uit. Omdat de 12 verwijzen naar de vroegere stamvaders, konden dat alleen maar mannen zijn. Maar onder die 72 waren ook vrouwen die als ‘apostel’ bestempeld werden. Lucas noemt er enkele bij name: Johanna en Suzanna,  en ook Maria Magdalena die in de latere traditie ‘apostel van de apostelen’ genoemd wordt omdat zij als eerste tot verrijzenisgeloof kwam en dit aan de apostelen ging verkondigen.

Terug naar onze lezing. Waartoe worden die apostelen gezonden?
-/ Allereerst krijgen ze te horen: “Verkondig op je tocht: het koninkrijk der hemelen is ophanden”. In het begin van zijn evangelie legt Mattheus Jezus dezelfde woorden in de mond als Hij toelicht waartoe de Vader Hem gezonden heeft: “het rijk der hemelen is op handen” (4,17). Diezelfde formulering gebruikt de evangelist ook om de verkondiging van Johannes De Doper te typeren. Door het gebruiken van dezelfde terminologie wordt beklemtoond dat de boodschap die Jezus’ medewerkers zullen verkondigen, dezelfde is en even waardevol is als die van Jezus zelf. Hun predicatie moet dus ten volle au serieux worden genomen.
-/ En wat houdt die verkondiging in de praktijk in? Het rijk der hemelen dat ze zullen uitdragen is een nieuwe werkelijkheid waarin God ‘heil en genezing’ aanreikt aan àlle mensen – en in de eerste plaats aan de minsten onder hen. Jezus geeft hen daartoe uitdrukkelijke volmacht, maar voegt eraan toe: ‘Die volmacht, die zending daartoe hebben jullie gratis van Mij gekregen. Dat is genade. Geef aan de mensen die gaven ook gratis en genadevol door.

Jezus legt hier de fundamenten van een bezielde kerk, een gemeenschap van gezondenen met een warm hart voor al wie onvrij, onderdrukt, arm of ziek is. Een gemeenschap van mensen die doen wat Jezus hun destijds heeft voorgedaan. Mensen die, zich christenen noemen en die op een eigentijdse manier apostel willen zijn om de evangelische boodschap werkzaam te laten zijn in de wereld van vandaag. Dat is de meest wezenlijke opdracht van een kerk die zich ‘apostolisch’ mag noemen: een beweging van bewogen en bevlogen christenen, die naar medemensen toe gaan als uitdragers van Gods herderlijke, zorgende liefde.
Marc Christiaens o.p.

g door het jaar

Kategorie(n): Onze preken

Comments are closed.