10e zondagn door het jaar C 2010

ZONDAGSVIERINGEN
tiende zondag C – Sacramentsdag (6/06/10)


Begroeting 1

Hier bijeen om te bidden en te danken,
om te gedenken dat wij door God geroepen worden
om zijn volk te zijn.
Welkom in de naam van God,
+ de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Begroeting 2 (Sacramentsdag)

Het brood en de beker waarrond wij samenkomen
zijn tekenen van het verbond
dat ons verbindt met God, met Jezus en met elkaar.
Daar gaat het om in deze viering op Sacramentsdag.
Wees welkom in zijn huis
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.


Openingswoord 1

In de lezingen krijgen wij twee verhalen te horen,
één over de profeet Elia en één over Jezus,
twee figuren in en door wie
God de wereld heilskrachtig nabij kwam.
Twee verhalen die ons willen duidelijk maken
dat diezelfde God ook ons nabij wil zijn
als wij voor Hem de nodige ruimte vrijhouden.
Maar misschien zit juist daar het probleem:
God lijkt soms een verre God
omdat wij voor Hem ons hart niet of onvoldoende openen.
Vragen wij Hem daarom om vergeving.


Openingswoord 2 (Sacramentsdag)

Eucharistisch samenkomen, en vooral de manier waarop,
raakt de kern van ons christen-zijn, –
dat zegt Paulus in zijn inlei­ding op de instellingswoorden
die we als tweede lezing horen op deze Sacramentsdag.
Hoe belangrijk de eucharistieviering ook is,
de manier van vieren kan zo gebrekkig zijn,
dat het een aanfluiting wordt van Christus’ bedoeling.
Dat was blijkbaar het geval bij de Korintiërs,
wat Paulus deed zeggen:
“Zoals jullie daar samenkomen,
kan er geen sprake zijn van de maaltijd des Heren”.
De eerste voorwaarde voor een Christusgetrouwe bijeenkomst
is immers de naastenliefde,
waarbij gastvrijheid en verbondenheid centraal  staan.
De evangelielezing over de broodvermenigvuldiging
maakt dat op haar beurt duidelijk.
Daarom stellen we Sacramentsdag in het licht
van de gastvrije tafelgemeenschap.


Openingswoord 3 (Sacramentsdag: Deuteronomium 8,2-16 – Johannes 6,51-58)

Sacramentsdag:
het zou eigenlijk een hoogfeest moeten zijn voor de kerkgemeenschap.
Maar we vieren het in mineur.
Want straks kan het niet meer bij gebrek aan priesters.
Dan kan er immers geen eucharistie meer gevierd worden.
Zo zeggen het de leiders van de Kerk.
Vreemd is dat.
Het is toch Christus zelf die zijn aanwezigheid heeft toegezegd.
We hebben dat niet van een paus of een bisschop.
Het is Christus zelf
die zijn aanwezigheid als Verrezene laat vieren in de gemeenschap.
“Ik blijf bij u tot aan de voleinding der tijden.”
Hij is de grondslag van alle sacramentele gestalten
waarin ons geloof wordt uitgedrukt en gevierd.
Ignace D’hert o.p.

Vergevingsmoment

Tussen ons, mensen, gaat het al eens fout.
Om die keren dat wij er niet in slaagden
om overeen te komen,
vragen wij God en elkaar om vergeving.

– Voor onze harde woorden,
voor ons onachtzaam aan elkaar voorbijgaan,
voor die keren dat we onze ogen afwendden en niet wilden zien,
Heer, ontferm U over ons.

– Voor ons wantrouwen tegenover de vreemdeling in ons midden,
voor onze gewilde doofheid voor de noodkreet van sommige van onze naasten,
Christus, ontferm U over ons.

– Omdat wij niet reageren tegen oorlogsstokers
en tegen hen die rijk worden door anderen in het ongeluk te storten,
Heer, ontferm U over ons.

Goede Vader,
Gij kent ons gebrekkig liefhebben.
In zover we tekort schoten tegenover U
en om de zovele keren dat we medemensen leed aandeden,
vragen wij U en elkaar om vergeving. Amen.

Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
en vrede op aarde
aan de mensen die Hij liefheeft.

Wij loven U,
wij prijzen en aanbidden U.
Wij verheerlijken U en zeggen U dank
voor uw grote heerlijkheid.

Heer God, hemelse Koning,
God, almachtige Vader;
Heer, eniggeboren Zoon,
Jezus Christus.

Heer God, Lam Gods,
zoon van de Vader;
Gij die wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U over ons.

Gij die wegneemt de zonden der wereld,
aanvaard ons gebed;
Gij die zit aan de rechterhand van de Vader,
ontferm U over ons.

Want Gij alleen zijt de Heilige,
Gij alleen de Heer.
Gij alleen de Allerhoogste: Jezus Christus,
met de Heilige Geest in de heerlijkheid
van God de Vader. Amen.

Openingsgebed 1
God, Schepper van alle leven,
hoe rijk en kostbaar
ons bestaan ook is,
we zullen allen sterven,
eindig en gebroken als ons leven is.
Wij bidden U:
geef dat wij, op uw woord,
ongekende toekomst durven verhopen
uit uw hand.
Dit vragen wij U door Jezus,
die met U leeft in eeuwigheid. Amen.
 4ingen

Openingsgebed 2 (Sacramentsdag)

Trouwe en op mensen bedachte God,
Gij nodigt ons uit aan de tafel van uw Woord en Brood.
Wij danken U en bidden.
Open telkens weer opnieuw ons hart
voor het geheim van ons bestaan:
leven is pas echt leven
als wij geven en delen zoals ook Jezus dat deed.
Moge wij, die ons zijn leerlingen noemen,
ook begeesterd worden door zijn liefde voor mens en schepping. Amen.


Openingsgebed 3 (Sacramentsdag)

Heer onze God,
op deze Sacramentsdag
herdenken wij vol eerbied
de dienstbaarheid van Jezus tot in de dood.
Doe ons in deze viering beseffen dat,
dankzij zijn dood en verrijzenis,
ook onze liefde voor elkaar
sterker is dan de dood.
Zo staan wij voor uw aangezicht
als broeders en zusters,
als uw kerkgemeenschap,
bestendig voor de eeuwen der eeuwen. Amen.

Lezingen

Eerste lezing (1 Koningen 17,17-24)
Uit het eerste boek Koningen

17 De zoon van de vrouw des huizes, waar Elia in Sarefat logeerde op vraag van de Heer, werd ziek, en zijn ziekte werd steeds erger, totdat al het leven uit hem geweken was. Toen zei de vrouw tegen Elia:
18 `Man van God, hoe heb ik het nu met u? Hebt u bij mij uw intrek genomen om mijn zonden openbaar te maken door mijn zoon te laten sterven?’
19 Hij antwoordde: `Geef uw zoon aan mij.’ Hij nam het kind uit haar armen, bracht het naar de bovenkamer waar hij logeerde en legde het kind op zijn bed.
20 Daarop riep hij de Heer aan en zei: `Heer mijn God, brengt u zelfs ongeluk over de weduwe bij wie ik te gast ben, door haar zoon te laten sterven?’
21 Toen ging hij driemaal languit op het kind liggen. Daarbij riep hij de HEER aan en zei: `Heer mijn God, laat toch de levensgeest in dit kind terugkeren.’
22 En de Heer luisterde naar de bede van Elia: de levensgeest keerde terug in het kind en het leefde weer.
23 Toen nam Elia het kind op, ging van de bovenkamer naar beneden, ging het huis binnen en gaf het kind aan de moeder. En Elia zei: `Kijk, uw zoon leeft.’
24 Daarop zei de vrouw tegen Elia: `Nu weet ik zeker dat u een man van God bent en dat de Heer werkelijk door uw mond spreekt.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Galaten 1,11-19)
Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de Galaten

11 Ik verzeker u, broeders en zusters, het evangelie dat door mij is verkondigd, is niet door mensen uitgedacht.
12 Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus.
13 U hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien;
14 en hoever ik het gebracht heb in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen van mijn voorouders.
15 Maar toen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mij heeft geroepen door zijn genade,
16 besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken te verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen,
17 zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië en vandaar naar Damascus teruggekeerd.
18 Pas drie jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om met Kefas kennis te maken, en ik ben veertien dagen bij hem gebleven.
19 Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lucas 7, 11-17)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

11 Na de genezing van een slaaf van een centurio uit Kafarnaüm ging Jezus naar een stad die Naïn heette; zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee.
12 Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, de enige zoon van een weduwe. Een talrijke menigte uit de stad was bij haar.
13 Toen de Heer haar zag, was Hij ten diepste met haar begaan. `Huil niet’, zei Hij tegen haar.
14 Hij liep naar de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij zei: `Jongeman, kom overeind, zeg Ik je!’
15 En de dode ging rechtop zitten en begon te praten, en Hij gaf hem aan zijn moeder.
16 Ontzag vervulde allen en ze prezen God. Ze zeiden: `Een groot profeet is onder ons opgestaan’, en: `God heeft naar zijn volk omgezien.’
17 Dit verhaal over Hem verbreidde zich in heel het Joodse land en in de wijde omtrek.
KBS Willibrord 1995

Sacramentsdag – C

Eerste lezing (Genesis 14,18-20)
Uit het boek Genesis

18       En Melchisedek, de koning van Salem,
bood Abram brood en wijn aan.
Omdat hij priester was van de allerhoogste God,
19       zegende hij hem met deze woorden:
`Gezegend zij Abram door de allerhoogste God
die de hemel en de aarde gemaakt heeft,
20       en gezegend zij de allerhoogste God
die uw vijand aan u heeft uitgeleverd!’
En Abram gaf hem van alles een tiende deel.
KBS Willibrord 1995


Tweede lezing (1 Korintiërs 11,23-26)
Uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de Korintiers

Broeders en zusters,
23       Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen
die ik u op mijn beurt heb doorgegeven:
dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,
een brood nam,
24       het dankgebed sprak, het brood in stukken brak en zei:
`Dit is mijn lichaam; het is voor jullie.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.’
25       Na de maaltijd zei Hij zo ook van de beker:
`Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed.
Blijf dit doen om Mij te gedenken,
telkens wanneer jullie eruit drinken.’
26 Telkens als u dus dit brood eet en uit de beker drinkt,
verkondigt u de dood van de Heer totdat Hij komt.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Lucas 9,11b-17)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas

11       Jezus ontving de mensen die Hem volgden vriendelijk,
sprak hun over het koninkrijk van God
en maakte gezond wie genezing nodig had.
12       Toen de dag ten einde liep,
kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden:
`Stuur de mensen weg, dan kunnen ze onderdak zoeken
in de dorpen en op de hoeven in de buurt
en wat gaan eten;
hier zijn we in een eenzame streek.’
13       Maar Hij zei tegen hen:
`Jullie moeten hun te eten geven.’
Zij zeiden:
`Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen,
of we zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen’;
14       want ze waren met ongeveer vijfduizend man.
Daarop zei Hij tegen zijn leerlingen:
`Laat ze gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig.’
15       Dat deden ze, ze vroegen iedereen om te gaan zitten.
16       Toen nam Jezus die vijf broden en twee vissen.
Hij keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit
en brak ze, en gaf ze aan de leerlingen om aan de mensen uit te delen.
17       Ze hadden allen volop te eten,
en wat er overschoot werd opgehaald,
twaalf manden vol.

Geloofsbelijdenis

Ik geloof dat God bij ons is
zoals een vader die opkomt voor zijn kinderen,
zoals een moeder die liefdevol zorgt
en wil dat niemand te kort komt.

Ik geloof dat God iedere mens nabij is
vooral de zwakke en kwetsbare mens,
de mens die lijdt en achtergesteld wordt.

Ik geloof dat God is als een herder
die om ons geeft,
die ons blijft zoeken,
die bekommerd is om het heil van elke mens.

Ik geloof dat God ons hoop geeft,
dat Hij toekomst is
en dat zijn liefde sterker is dan onrecht en dood.

Ik geloof dankzij Jezus Christus,
Zoon van God,
die mens met de mensen geworden is.
Amen.
naar Marinus van den Berg


Voorbeden 1

Vol vertrouwen durven wij ons biddend richten tot onze God,
begin- en eindpunt van alle leven.

– Bidden wij voor de Kerk.
Dat zij levenskracht mag blijven putten
uit het geloof in de verrijzenis.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor mensen die treuren
om het verlies van één van hun dierbaren.
Dat zij via luisterende oren en bemoedigende woorden
troost vinden bij God.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor mensen die het gevoel hebben
de last van het leven niet langer aan te kunnen.
Dat zij mensen mogen ontmoeten die,
door God gezonden,
hun tot steun zijn
en hun een hoopvol perspectief aanreiken.
Laten wij bidden…

– Bidden wij voor palliatieve patiënten en voor stervenden.
Dat zij troost en sterkte vinden, ook in hun geloof,
dankzij de trouwe nabijheid van goede mensen.
Laten wij bidden…
naar Jos Lammers

Voorbeden 2 (Sacramentsdag)

Als danken en gedenken ons als leidraad wordt meegegeven,
mogen wij bidden:

– Velen lijden honger.
Leer ons, Heer,
aandacht te hebben
voor diegenen in onze streken die tekort hebben
en voor de velen in de derde wereld die honger lijden.
Leer ons ons brood te breken om het met hen te delen.
Laten wij bidden…

– Velen zijn oververzadigd van een té rijke tafel
maar hongeren naar uw Woord van leven.
Opdat zij zouden zoeken naar diepgang,
laten wij bidden…

– Blijven wij opkomen voor al die vrouwen, mannen en kinderen
die uitgebuit worden omwille van louter gewin.
Moge zij in ons medestanders vinden
die zich hun lot aantrekken.
Opdat wij nooit zouden berusten in het onrecht hen aangedaan,
laten we bidden…

– Vergeten wij nooit onze medemensen
die leven in oorlogsgebieden
of op plaatsen waar de wet van de sterkste de dienst uitmaakt.
Opdat wij stappen naar vrede zouden zetten,
laten wij bidden.

Heer God,
verhoor onze gebeden.
Gij hebt een grootse droom voor deze wereld.
Soms voelen wij ons onbekwaam om mee uw droom waar te maken.
Geef ons uw Geest van inzicht, liefde en moed
om mee te werken
om deze wereld menswaardiger te maken. Amen.


Voorbeden 3 (Sacramentsdag)

Hemelse Vader,
Gij, die U in uw Zoon Jezus Christus,
liet kennen als de ideale gastheer,
wij bidden U.

– Wij bidden U
dat wij elke keer met zorg en eerbied
eucharistie zouden vieren.
En dat we daarbij Jezus’ leven, sterven en verrijzen gedenken
die stimuleren tot een dienstbare en gastvrije levenshouding.
Laten wij bidden…

– Wij bidden U
dat uw lichaam en bloed
voor ons voedsel en drank mag zijn
waardoor ons geloof en Godsvertrouwen mag groeien
zodat wij waardige volgelingen worden van Jezus, uw Zoon.
Laten wij bidden…

– Wij bidden U
dat het samen breken van het eucharistisch Brood
hand in hand mag gaan met de liefdevolle zorg voor hen,
wie het aan dagelijks brood ontbreekt
door armoede, ziekte of werkloosheid.
Laten wij bidden…

Gebed over de gaven 1

Heer, onze God,
in dit brood dat wordt gedeeld,
in deze beker van het verbond
zegenen wij uw naam
en wij bidden U:
zegen ook ons
opdat wij met elkaar
de weg van Jezus durven gaan,
de weg van zelfvergeten liefde,
de weg die naar het leven voert,
in de eeuwen der eeuwen. Amen.


Gebed over de gaven 2 (Sacramentsdag)

Gezegend zijt Gij, God onze Vader.
Neem deze gaven uit onze handen aan.
Eens werden ze gemaakt
uit vele graankorrels en druiven.
Zie ze nu hier op dit altaar als blijk van onze dankbaarheid.
Maak dat zij ons kracht geven
om uw woord te verkondigen
en het brood te breken voor alle mensen
opdat er vrede en eenheid zou groeien overal ter wereld.
Dat vragen wij U door Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Tafelgebed 1

Hoe moeten wij U danken, Vader,
voor het geluk dat ons geopenbaard werd
in Jezus, uw Zoon.
Met Hem willen wij U danken
dat Gij uw boodschap verkondigd hebt
aan de kleinen en de eenvoudigen.
Met Hem willen wij U danken
dat Gij voor ons toekomst opent
en ons leven, hoop en uitzicht geeft.
Daarom loven en prijzen wij U
en noemen U:

Heilig, heilig, heilig …

Barmhartige Vader,
wij danken U voor Jezus Christus,
die één van ons geworden is.

Na zijn dood
hebben zijn leerlingen erkend
dat zijn Geest aanwezig is
overal waar liefde woont,
overal waar mensen in elkaar durven geloven,
overal waar mensen vergeving schenken
en elkaar de hand reiken.

Zij hebben begrepen dat Jezus met hen meeging
als zij met elkaar dezelfde weg gingen.
Zij hebben Hem herkend, Vader,
bij het breken van het brood
toen zij maaltijd hielden
om Jezus’ liefde onder elkaar levend te houden.

In de nacht waarin Hij werd overgeleverd
heeft Hij hun immers een teken gegeven
van zijn liefde tot het uiterste.

Aan tafel nam Hij brood in zijn handen, dankte U,
brak het en deelde het uit aan zijn vrienden
met de woorden:
“Neem en eet hiervan,
want dit is mijn lichaam,
dat voor u gebroken wordt.”

Toen nam Hij ook de beker, dankte U,
en reikte hun de beker aan met de woorden:
“Drinkt allen hiervan
want dit is de beker van het nieuwe verbond,
bezegeld met mijn bloed,
dat voor U en voor allen vergoten wordt.
Eet van dit brood, en drink uit deze beker om Mij te gedenken.”

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Trouw aan Jezus’ woord, Vader,
breken wij hier dit brood
en danken U voor deze beker.
Wij gedenken al wat Jezus ons heeft voorgeleefd
en maken zijn voorbeeld tot het onze.

Gedenk in uw goedheid allen die ons zijn voorgegaan.
Zij leven in onze gedachten,
maar, meer nog, zijn zij levend bij U.

Laat uw Geest rusten op deze gaven.
Dat deze heilige symbolen
ons mogen spreken van Jezus’ dood die tot leven wekt,
dat wij mogen openstaan
voor alles wat Jezus ons geleerd heeft,
dat wij vervuld mogen worden van zijn liefde.
Dan zal er vreugde zijn op aarde,
vrijheid en vrede in Jezus’ naam.

Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn,
Heer onze God, almachtige Vader,
in de eenheid van de Heilige Geest,
hier en nu, en tot in eeuwigheid. Amen.

Tafelgebed 2 (Sacramentsdag)

Gezegend zijt Gij, God,
begin en einde,
bron van liefde en vreugde.

Wij danken U
omdat Gij altijd weer bij ons zijt
door de werken van uw handen.

Gij geeft ons brood om van te leven,
bewogen mensen om ons heen,
een wereld waarin wij voor elkaar
liefde en vreugde mogen zijn.

Gij geeft ons ook uw Zoon, Jezus Christus.
Midden onder ons heeft Hij geleefd.
Hij was mens voor anderen:
ten volle een bewogen mens.

Hij nodigde ons uit om in beweging te komen
en naar mensen toe te gaan
zoals Hij heeft gedaan.

Aan blinden gaf Hij het vermogen
de bloemen en de mensen te zien
en alles wat goed en hoopvol is in deze wereld.
Aan stommen gaf Hij de kracht
een woord van goedheid te spreken.
Aan armen schonk Hij een rijker hart.
Gevangenen werden van zichzelf bevrijd.
Mislukten reikte Hij de hand.
Ontmoedigden werden door Hem getroost.

Bij Hem voelde iedereen zich aanvaard.
Die laatste avond van zijn leven
was zijn verlangen om blijvend mens bij de mensen te zijn
zo sterk dat Hij brood in zijn handen genomen,
zijn ogen opsloeg naar U, God zijn Vader,
Hij dankte U,
brak het brood en deelde het uit aan zijn vrienden
en zei:
“Neemt het en eet,
dit ben Ik voor u.”

Hij nam ook de beker,
dankte zijn Vader opnieuw, en zei:
“Neemt deze beker en drinkt hieruit.
Dit is de beker van ons verbond,
mijn bloed,
vergoten tot vergeving van de zonden,
tot verbondenheid tussen u en Mij
en tussen ons en alle mensen.
En telkens gij van dit brood eet en uit deze beker drinkt, ben Ik met u.”

Verkondigen wij het hart van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert,
dat Gij verrezen zijt.

Vader, zo is uw Zoon in ons midden aanwezig
in dit herdenkend samenzijn
waar we, Hem gedenkend,
eten van zijn Brood en drinken uit zijn Beker .

Zijn Geest blijft onder ons wonen.
Daarom bidden wij vandaag tot U:
wees met ons, uw Kerk van bewogen mensen,
onderweg in deze wereld.
Draag zorg voor allen,
laat geen mens verloren gaan
die U met een oprecht hart zoekt.

Denk ook aan hen die gestorven zijn .
Ontvang hen met liefde in uw huis.

Help ons uw Zoon voor elkaar aanwezig te stellen
in het breken en delen van onze tijd en ons bezit,
in onze aandacht en betrokkenheid
rijkelijk en mild aan iedereen besteed.
Help ons niemand te kwetsen.
Geef dat wij niemand uitsluiten
en menswaardige levensruimte creëren voor elke mens.

Dan zullen wij kunnen geloven en getuigen
dat Jezus in ons midden leeft.

Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn Heer, onze God, almachtige Vader,
in de eenheid van de heilige Geest
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen


Onze Vader

Onze Vader die in mensen leeft,
moge in ons leven uw naam geheiligd worden.
Moge in ons samenzijn uw Rijk zichtbaar worden.
Moge in onze dagelijkse inzet uw wil gebeuren
als een teken en een oproep voor mensen op aarde.

Maak ons voor elkaar en voor de wereld
tot levengevend brood,
tot krachtig voedsel van vriendschap en vertrouwen,
van perspectief en hoop.
Maak ons, over fouten en tekorten heen,
tot mensen van vergeving en vrede,
zoals Gij het zijt voor ons.
Maak ons vrij van angst
en van alles wat denken en doen verlamt,
en laat ons niet verzinken
in de bekoring van de middelmatigheid.
Wees voor ons de kracht en de uitdaging
om ten volle te leven
vandaag en ook in eeuwigheid. Amen
naar Carlos Desoete, in Wij-stenen


Vredewens

De Heer Jezus heeft ons zijn vrede beloofd,
een vrede die ons in liefde verbindt met elkaar en met zijn Vader,
een vrede die wijzelf niet kunnen tot stand brengen
maar die Hij ons wil schenken.
En deze vrede van de Heer zij altijd met u.
Wensen wij elkaar die vrede van harte toe.

Lam Gods

Communie

Heer, wij bidden U bij dit brood:
wees hier aanwezig,
leef in ons,
beziel ons met uw Geest,
opdat wij uw woorden zouden spreken,
uw hart en handen zouden worden,
uw wegen zouden gaan.
Kortom:
opdat wij voor mens en wereld
uw Lichaam mogen zijn.
Zie het Lam Gods….

Bezinning 1

‘Ik zeg je, sta op’
is het krachtig woord van Jezus
tot de zoon van de weduwe van Naïn.

Door een wonder herschapen,
kwam hij terug uit de dood.
Een jong leven aan scherven,
maar door Gods liefde geheeld.

God spreekt de oersterke taal van de liefde.
‘Sta op’
is voor iedere mens een belofte.
Ik ben uw God
en blijf trouw aan het verbond
dat Ik aanging met mensen van eeuwen.
Jouw naam staat geschreven in de palm van mijn hand.
Wees niet bang, mensenkind,
je zal leven.

‘Sta op’
is even
binnen de tijd
een open venster
op de eeuwigheid.
naar Marcel Weemaes

Bezinning 2 (Sacramentsdag)

Er was eens een grote groep mensen bijeen gekomen
en toen riep Jezus zijn leerlingen bij zich en zei:
“Ik heb zo te doen met die mensen.”

Met mensen begaan zijn,
ermee te doen hebben,
ze niet uit je hart kwijt geraken,
zoeken wat je voor hen kan doen…
zo was zijn houding,
zo heeft Hij het voorgeleefd.

Hij zorgde dat ze te eten hadden,
want er waren erbij die van heel ver kwamen,
Hij zorgde dat ze leven konden
en niet van brood alleen.

Wij vragen ons soms af
wat wij moeten doen om als mens, als christen, te leven.
Wie echt met de mensen begaan is,
zal ingaan op Gods wil die voor zijn voeten ligt
en het uitschreeuwt:
laat ze niet in de steek.
naar Ward Bruyninckx

Slotgebed 1

Kom overeind – zegt God –
en voel hoe Ik je nieuw kan maken
en hoe Ik stromen van levend water
kan doen ontspringen in het diepste van je hart.
Stel je open voor mijn woord
en ervaar hoe Ik je eeuwig leven geef,
omdat Ik je liefheb.
Liefde sterft immers niet,
maar opent onbekende horizonten,
over de grenzen van tijd en ruimte  heen.
Leg je hand in mijn hand en
laat vonken overslaan van tederheid en goedheid.
En je zult een mens van vrede worden – zegt God.
Erwin Roosen


Slotgebed 2 (Sacramentsdag)

Heer, wij danken U
omdat Gij Uzelf gegeven hebt,
uw lichaam en uw bloed.
Wij vragen U:
leer ons verstaan
dat Gij midden onder ons wilt blijven
en dat, wat wij doen tot uw gedachtenis,
begin is van uw nieuwe wereld,
uw koninkrijk op aarde. Amen.


Slotgebed 3 (Sacramentsdag)

Heer onze God,
wij herdachten met eerbied
de dood en verrijzenis van Jezus, uw Zoon,
en zien vol hoop uit naar zijn wederkomst.
Laat Hij onze sterkte zijn
wanneer ook wij proberen
ons leven te breken en te delen
en zo gestalte te geven aan ons kerk-zijn
in naam van Jezus Christus, onze Heer. Amen.


Zending en zegen

De Heer stuurt ons op weg met een duidelijke opdracht:
Hij wil zich aan mensen laten kennen
waar wij met genegenheid met elkaar omgaan,
waar wij breken en delen met anderen
en dankbaar zijn om ons eigen bestaan.
Ga dan in vrede,
en doe wat de liefde u ingeeft
in de naam van + de Vader, de zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.