10e zondag door het jaar B 2012

ZONDAGSVIERINGEN
tiende zondag B (10/06/2012)
Begroeting

Moge Gods Geest ons verlichten
wanneer wij hier biddend samenko­men
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Openingswoord

De wereld opdelen in ‘goed’ en ‘kwaad’.
Mensen verdelen in ‘goeden’ en ‘kwaden’.
Zwart en wit – zonder een spoor van grijs.
Alle gelijk aan de ene en niet aan de andere kant.
‘Wij’ zitten natuurlijk aan de kant van de ‘goeden’, de ‘gelijkhebbers’.
Zij zijn de slechten.
Eenvoudiger kan het niet.
Maar het kan ook niet onjuister.
Niets is gevaarlijker dan zulk een opdeling.
Daarover gaat het in deze viering.

Al te gemakkelijk laten ook wij ons verleiden
tot zo’n simplistische opsplitsing tussen goeden en kwaden.
Daarom willen wij, bij het begin van deze viering,
om vergeving vragen.

Vergevingsmoment 1

– Soms veroordelen we mensen
die, op hun zoektocht naar geluk,
andere wegen bewandelen dan we gewoon zijn.
We hebben soms geen zicht op Gods kleurrijke visioen.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

– Soms sluiten we onze ogen
voor de noden in gebroken of vastgelopen relaties.
Soms negeren we Gods droom van licht voor iedereen.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

– We beseffen vaak niet dat fantasie en durf,
aandacht en troost, inzet en trouw
ook van ons verwacht worden
om Gods hemel op aarde waar te maken.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

Gebed om ontferming 2

Jezus is ons voorgegaan in gastvrijheid tegenover elke mens.
We hopen mensen te ontmoeten die naar zijn Woord willen leven.
Zo leren we van elkaar wat genade is en trouw,
vergiffenis en verzoening.
Om voor elkaar te worden zoals Jezus is geweest,
vragen we nu eerst om vergeving.

– Jezus oordeelt niet, veroordeelt niet.
In Hem herkennen we een God
die met mensen de weg wil gaan
die ze als de hunne zien.
Meestal is onze houding nog ver daarvan verwijderd.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.

-We ontmoeten Jezus als een mens die vergiffenis schenkt.
In Hem herkennen we een God die ook mensen aanvaardt
die een verkeerde weg opgaan,
een God die altijd met hen wil herbeginnen.
Het principe van vergiffenis onderschrijven we volkomen,
maar onze praktijk toont vaak het tegendeel.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.

– We zagen Jezus omgaan met zondaars,
met mensen die met de nek werden aangekeken.
In Hem herkennen we een God die niemand afschrijft,
voor wie geen mens te min is.
Wij delen mensen dikwijls op in ‘vrienden’ en ‘vreemden’.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.


Lofprijzing

Eer aan God in de hoge,
schepper van hemel en aarde.
Hij schenkt ons leven, licht en liefde.
Hij schenkt ons zijn Zoon,
die ons bevrijdt.

Vrede op aarde onder mensen
die handen reiken van volk tot volk
en zich verzoenen met elkaar
tot een wereld zonder grenzen.

Mensen in wie Hij welbehagen heeft,
om hun inzet voor vrijheid en gerechtigheid
en om hun streven naar eerbied
voor alles wat in zijn schepping leeft.

Eer aan God in de hoge,
want Hij sluit een verbond
met de kleinen en de zwakken
en met allen die aan zijn Boodschap gestalte geven.

Vrede op aarde aan alle mensen
en zalig zij die vrede stichten,
want zij worden kinderen van God genoemd.

Moge Hij welbehagen vinden in ons,
als volk onderweg,
in het voetspoor van Jezus,
onze Messias en onze Heer. Amen.

Openingsbed

Goede God,
Gij hebt elke mens geschapen naar uw beeld en gelijkenis
en toch zijn wij elk uniek, anders dan de anderen:
vele visies, gevoelens en gevoeligheden.
Soms schept dat in ons verwarring,
soms maakt ons dat zo onzeker
dat we onze eigen opvattingen zo hard gaan verdedigen
dat we ze verabsoluteren
en die van anderen verwerpen en verketteren.
Wij bidden U:
maak ons ruimdenkend,
leer ons mild zijn in onze beoordeling.
Leer ons eerst het goede ontdekken in de ander
en op zoek gaan naar uw beeld in elke medemens,
naar het voorbeeld van Jezus
die totaal mens-voor-anderen was
en die nu met U en met ons leeft in eeuwigheid. Amen.

Lezingen

Luisteren we nu naar twee verhalen uit de Schrift
waarin mensen tegenover God hun kwaad trachten goed te praten.

Eerste lezing (Genesis 3,9-15)

9        De Heer God riep de mens en vroeg hem: `Waar ben je?’
10       Hij antwoordde: `Ik hoorde U in de tuin, en toen werd ik bang omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.’
11       Maar Hij zei: `Wie heeft je verteld dat je naakt bent?
Heb je soms gegeten van de boom die Ik verboden heb?’
12       De mens antwoordde: `De vrouw die U mij als gezellin gegeven hebt, heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten.’
13       Daarop vroeg de Heer God aan de vrouw:
`Hoe heb je dat kunnen doen?’
De vrouw zei: `De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten.’
14 De Heer God zei toen tegen de slang:
‘Omdat je dit gedaan hebt,
ben je vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten!
Op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, alle dagen van je leven!
15  Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw kroost en het hare.
Het zal jouw kop bedreigen, en jij zijn hiel!’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (2 Korintiërs 4,13-5,1)

Broeders en zusters,
13       Wij bezitten die geest van geloof waarover geschreven staat:
            Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken.
Ook wij geloven en daarom spreken wij.
14       Want wij weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt,
            ook ons met Jezus ten leven zal wekken
en ons naar zich toe zal voeren, samen met u.
15       Want alles gebeurt voor u,
            opdat de genade onder steeds meer mensen verbreid raakt
en zij de dankbaarheid doet toenemen, tot eer van God.
16       Nee, wij geven de moed niet op.
            Al gaan wij ook ten onder naar de uitwendige mens,
de innerlijke mens vernieuwt zich van dag tot dag.
17       De lichte kwelling van het ogenblik bezorgt ons
            een alles overtreffende volheid van eeuwige glorie.
18       Wij houden het oog niet op het zichtbare maar op het onzichtbare gericht; want het          zichtbare gaat voorbij maar het onzichtbare duurt eeuwig.
5 1 Wij weten immers: als ons aardse huis, een tent, wordt afgebroken,
heeft God voor ons een woning die niet door mensenhanden is gemaakt, een eeuwig huis in de hemel.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Marcus 3,20-35)

20  Jezus ging naar huis. En weer stroomde de menigte samen,
zodat ze niet eens de gelegenheid kregen om brood te eten.
21       Zijn familie, die over Hem gehoord had,
ging eropuit om Hem in bedwang te houden,
want ze zeiden dat Hij zichzelf niet was.
22       Ook de schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, zeiden:
`Hij is in de macht van Beëlzebul’ en
`Het is door de opperdemon dat Hij de demonen uitdrijft.’
23       Hij riep hen bij zich en sprak hen toe met vergelijkingen:
`Hoe kan de satan de satan uitdrijven?
24       Als een koninkrijk innerlijk verdeeld raakt,
kan dat koninkrijk niet standhouden.
25       Als een familie innerlijk verdeeld raakt,
kan die familie niet standhouden.
26       Als de satan tegen zichzelf opstaat en verdeeld raakt,
kan hij niet standhouden, maar is dat zijn einde.
27       Bovendien kan niemand het huis van een sterke binnendringen
en de inboedel weghalen, als hij niet eerst die sterke vastbindt;
pas dan kan hij zijn huis leeghalen.
28       Ik verzeker u, alles zal de mensenkinderen vergeven worden,
hun zonden en de lastertaal die ze gesproken hebben.
29       Maar wie de heilige Geest lastert,
krijgt in eeuwigheid geen vergeving,
maar is schuldig aan een eeuwige zonde.’
30       Dit omdat ze zeiden: `Hij is in de macht van een onreine geest.’
31
      Zijn moeder kwam met zijn broers.
Ze bleven buiten staan en lieten Hem roepen.
32       Om Hem heen zat een menigte, en ze zeiden tegen Hem:
`Kijk, uw moeder en uw broers en uw zusters daarbuiten zoeken U.’
33       Hij antwoordde hun: `Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’
34       Hij liet zijn blik langs de mensen gaan die in een kring om Hem heen zaten en zei: `Kijk, hier zijn mijn moeder en mijn broers.
35       Want wie de wil doet van God,
die is mijn broer en mijn zuster en mijn moeder.’
KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God, mijn Schepper,

die man en vrouw gemaakt heeft naar zijn beeld;
die mij liefheeft als een vader
en voor mij zorgt als een moeder;
die mij troost en vergeeft
en die mij altijd de mogelijkheid geeft
opnieuw te beginnen.

Ik geloof in Jezus Christus,

die, door God gezonden, mens is geworden,
om ons nabij te zijn;
die, helend en genezend,
ons de liefde heeft voorgeleefd.

Ik geloof in de Heilige Geest,

die bezielt en vreugde brengt,
die de mensen hoop geeft,
die de bron is van mijn geloof.

Ik geloof dat de mensen elkaar nodig hebben
om samen God te dienen,
om de schepping voor iedereen leefbaar te maken
door samen te delen en in eenvoud te leven,
en zo te werken aan de komst van Gods Rijk. Amen.

Voorbeden

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze persoonlijke gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan de Heer op te dragen.

– Bidden we voor mensen die menen kwaad met kwaad te kunnen bestrijden.
Voor mensen die het denken en doen van anderen altijd veroorde­len of in een slecht daglicht plaatsen.
Moge God hen de ogen openen voor de vernietiging die ze in de ander aanrichten.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor mensen die alle mogelijke moeite doen
om zelf vorm te geven aan het goede,
die niet nalaten het op te sporen in hun medemensen.
Moge God hen sterk maken in hun verzet tegen een mentaliteit
die op anderen etiketten kleeft met daarop: ‘goed’ of ‘slecht’.
Laten wij bidden…

– Bidden we voor onszelf
als wij proberen uw Zoon te volgen
en hier samen iets van zijn Rijk zichtbaar te maken.
Geef ons uw liefde om elkaar steeds opnieuw te vergeven.
Geef ons uw Geest om verder te kijken dan het kwaad dat ons bedreigt.
Leer ons ons om te keren naar het goede.
Laten wij bidden…

Voor al deze intenties en voor alles wat ons persoonlijk ter harte gaat, bidden wij:

Gebed over de gaven

Heer, onze God,
als Gij zonden blijft gedenken,
houdt geen mens meer stand.
Ga voorbij aan ons menselijk tekort
en zie deze gaven hier, brood en wijn,
als een gebaar van onze goede wil.
Stort uw Geest erover uit,
opdat ze ons tot kracht en zegen mogen zijn
op onze levensweg. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, heilige en sterke God.
De wereld draagt Gij in uw hand
en Gij waakt over alle mensen.
Gij brengt ons bijeen in deze gemeenschap
om uw woord te horen
en met toegewijd geloof
te treden in het spoor van uw Zoon.
Hij is de weg die leidt naar U,
Hij is de waarheid,
geen andere waarheid maakt ons vrij.
Hij is het leven dat ons van vreugde vervult.
Wij danken U voor de liefde
die Gij ons toedraagt in Jezus Christus.
Wij voegen onze stem bij het gezang der engelen
en prijzen uw heerlijkheid.

Heilig, heilig, …

Hemelse Vader,
met eerbied noemen wij uw naam.
Altijd zijt Gij met ons op weg
en dichter dan wij durven dromen,
zijt Gij bij ons
wanneer uw Zoon ons samenbrengt
rond deze tafel
waar wij uw liefde vieren met brood en beker.

Zoals eens op de weg naar Emmaüs
ontsluit Hij nu voor ons de Schrift
en wij herkennen Hem
bij het breken van het brood.

Daarom bidden wij, almachtige God:
beadem met uw Geest dit brood en deze wijn
zodat Jezus Christus in ons midden komt
met de gaven van zijn lichaam en zijn bloed.

Want op de avond voor zijn lijden
nam Hij onder de maaltijd brood
en sprak tot U het dankgebed.
Hij brak het brood en gaf het aan zijn leerlingen
terwijl Hij zei:
“Neem en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam
dat voor u gegeven wordt.”

Zo nam Hij ook de beker met wijn
en sprak opnieuw het dankgebed.
Hij gaf hem aan zijn leerlingen en sprak:
“Neem deze beker en drink hier allen uit
want dit is de beker van het nieuwe,
altijddurende verbond;
dit is mijn bloed
dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.”

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot Gij wederkeert,
dat Gij verrezen zijt.

Oneindig goede Vader,
wij vieren de gedachtenis van onze verzoening
en wij verkondigen de liefde die Gij ons betoont.
Uw Zoon is door het lijden en de dood gegaan,
en, tot nieuw leven opgewekt,
is Hij ingetreden in uw heerlijkheid.
Zie met genegenheid neer op dit offer
en herken erin uw eigen Zoon
die zijn leven heeft gegeven
en zijn bloed vergoten
opdat voor alle zoekers
de weg naar U, Vader, geopend en begaanbaar zij.

Barmhartige God,
laat de Geest van Jezus in ons wonen
en vervul ons met uw liefde.
Sterk ons door de gaven
van zijn lichaam en zijn bloed
en maak nieuwe mensen van ons
opdat wij op Jezus zouden lijken.

Bescherm onze paus Benedictus en onze bisschoppen,
leer alle gelovigen van uw Kerk
de tekenen van deze tijd verstaan
en maak hen trouw in de beleving van uw evangelie.

Maak ons herbergzaam van hart
voor alle mensen rondom ons;
dat wij, delend in hun vragen en hun pijn,
in hun vreugden en hun hoop,
hen de weg tonen die naar uw liefde leidt.

Erbarm U, Vader,
over onze broeders en zusters
die in de vrede van Christus
naar U zijn teruggekeerd,
en over alle gestorvenen
waarvan Gij alleen het geloof hebt gekend.
Breng hen tot het licht van de verrijzenis.

En als ook onze weg ten einde loopt,
neem ons dan op in uw huis,
waar plaats is voor velen.
Schenk ons de vervulling
van onze levenslange hoop:
overvloedig leven in uw heerlijkheid.

Laat ons toe in de gemeenschap van de heiligen;
dat wij met Maria, de Maagd en Moeder Gods,
met uw apostelen en martelaren
en al de anderen die U genegen zijn,
dankbaar uw naam aanbidden
en U prijzen door Jezus Christus, onze Heer.

Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn,
Heer, onze God, almachtige Vader,
in de eenheid van de Heilige Geest,
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Laten wij nu samen bidden tot God
zoals zijn Zoon Jezus het ons leerde:
Onze Vader…

Vergeef ons wanneer wij uw Boodschap naar onze hand zetten.
Doorprik onze alibi’s
wanneer wij onszelf proberen af te schermen
voor de consequenties van uw gebod van liefde en rechtvaardigheid.
Kom ons nabij met uw barmhartigheid
en breng ons tot bekering.
Dan mogen wij hoopvol uitzien naar de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het koninkrijk…

Vredewens 1

Bemoedig ons met uw Woord, Heer.
Blijf tot ons spreken in de dagen die komen.
Wees ons nabij met uw genade
opdat wij rechte wegen gaan,
wegen van gerechtigheid en vrede.
De vrede van de Heer zij altijd met U.
En wensen wij ook elkaar vrede toe.


Vredewens 2

Wij lopen vooruit op wat nog niet is,
wij spelen in op uw toekomst, Heer.
Langzaam en moeizaam,
in hoop en vrees,
werken wij uw belofte uit,
bouwen wij aan een stad van vrede,
de nieuwe schepping
waar Gij ons licht zijt,
alles in allen.
H. Oosterhuis
Die vrede van de Heer zij altijd met u.
Geven wij elkaar een teken van die vrede.

Lam Gods

Communie

Onze God wil alle mensen nabij zijn.
Daarom geeft Hij zichzelf tot voedsel.
Hij nodigt ons uit aan zijn tafel
om ons te tonen
hoe wij ons voedsel moeten breken en delen met allen.
Zie het Lam Gods …

Bezinning

Mild worden…
het is een van de moeilijkste opgaven in het leven.

En toch zou ik graag een mild mens worden,
zacht in mijn woorden, in mijn gebaren,
zacht in de klank van mijn stem,
in de blik van mijn ogen,
zacht in heel mijn manier van doen en zijn.

Nooit meer een hard oordeel,
nooit meer mezelf laten gelden ten koste van anderen.
Luisteren en horen dat elk ander mens een wonder is.
Genieten van heel kleine dingen.
Houden van mensen zoals ze zijn
omdat ik geleerd heb
van mezelf te houden zoals ik ben.

Worden als een kind,
omdat het uiteindelijk allemaal
zo doodeenvoudig is.

Slotgebed 1

God van gerechtigheid en vrede,
waarom zijn er mensen die over lijken gaan?
Waarom moordt het ene volk het andere uit?
Waarom heb ik steeds weer de neiging
met de ellebogen te werken?

Gij hebt een goede wereld geschapen, en geen chaos.
Daarin dragen wij een grote verantwoordelijkheid.
Leer ons die op te nemen
naar eigen draagkracht en vermogen.

Steun ons in het aanklagen van onrecht
en van machtsmisbruik van de ene mens over de andere,
van het ene volk over het andere.
Dan pas worden wij daadwerkelijke mee-bouwers
aan uw Koninkrijk van gerechtigheid en liefde. Amen.


Slotgebed 2

God, met hart en ziel hebben wij U gezocht.
Wij mochten U vinden, hier, dit uur.
Blijf ons nabij met uw genade,
opdat wij gaandeweg de kwade machten in onszelf overwinnen
en de liefde alle kansen geven.
Vernieuw ons leven van dag tot dag,
God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Zending en zegen

Jezus liet zijn blik gaan
over de mensen die naar Hem zaten te luisteren,
en zei:
“Jullie zijn mijn broeder, mijn zuster, mijn moeder
als jullie de wil van God volbrengen”.
Moge ook wij uitgroeien tot broers en zussen van diezelfde Jezus.
Op weg daarheen
wil God ons nabij zijn met zijn zegen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.