5e zondag van de vasten B 2018

18 03 2018


Begroeting

Om ons te bemoedigen, maar vooral uit oneindige liefde
heet God ons hier welkom
in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Openingswoord 1

Vandaag de laatste zondag van de vasten vóór Palmzondag en de Goede Week.
Pasen is dus wel heel dichtbij.
Hebben we voldoende nagedacht over de essentie van ons christen zijn?
Als we God willen vinden is er, volgens Jezus in het evangelie,
geen andere manier dan te sterven aan zichzelf,
zoals een graankorrel,
om zo nieuw leven te vinden, hét Leven.
Afscheid nemen, sterven,
het doet pijn,
en automatisch plooit de mens zich dan terug op zichzelf.
Ik versta dit wel, zegt Jezus,
want Ik ben ook bang nu ik voor mijn lijden en dood sta,
maar weet dat wie bereid is zijn leven te geven,
wie bereid is te sterven aan zichzelf,
eeuwig Leven zal vinden.

Openingswoord 2

Pasen nadert met rasse schreden.
In deze veertigdagentijd werd ons gevraagd
om extra na te denken over ‘Broederlijk Delen’,
om recht te doen aan alle mensen om menswaardig te kunnen leven,
om wat meer los te komen van ons materieel bezit,
om meer plaats te maken in ons leven voor God en onze medemens.
Dan kunnen we, samen met Jezus, met Pasen verrijzen tot nieuwe mensen.
Hoe ver staan we met het sterven aan onszelf?
Durfden we dat risico nemen,
ook al hebben we meermaals ondervonden dat kiezen voor zichzelf,
uiteindelijk niet gelukkig maakt?

Gebed om ontferming 1

-God, telkens weer als wij in de fout gaan,
als wij het mooie van de schepping vernielen,
als wij onze medemens over het hoofd zien
omdat wij prioriteit geven aan ons eigenbelang,
wilt Gij uw Verbond met ons hernieuwen,
maar vaak slaan wij geen acht op uw uitgestoken hand.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, Gij spoort ons, christenen, aan
om een beetje te sterven aan onszelf
om zo uw liefde voor de mensen concreet te beleven
en handen en voeten te geven aan uw Rijk van vrede en gerechtigheid
voor alle mensen.
Gijzelf hebt het ons getoond in woord en daad,
maar dikwijls vinden we die radicaliteit van uw Boodschap
een brug te ver voor ons eigen comfort.
Daarom:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer, wij staan erop onze eigen keuzes in het leven te maken,
maar als het moeilijke keuzes zijn,
als daardoor pijn en verdriet op onze weg komen,
dan laten we het vaak afweten
omdat ons vertrouwen dat Gij ons daarbij nabij blijft, te klein is.
Dikwijls is ons egoïsme groter dan onze naastenliefde
en wordt de weg gaan van de graankorrel
iets voor een andere keer of voor idealisten.
Daarom:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God, neem ons bij de hand,
en vergeef ons onze lauwheid. Amen.

Vergevingsmoment 2

-Heer, Gij zegt tot ons:
“Wie zijn leven bemint, verliest het.”
Wij zeggen vaak:
“Kies voor jezelf, voor je eigen geluk.
Zorg dat je het goed hebt.”
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

-Christus, in uw evangelie lezen wij:
‘Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij volgen.’
Wij trekken ons zo weinig aan van de anderen
en wensen met rust te worden gelaten.
Daarom vragen wij:
Christus, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.

-Heer, door uw gehoorzaamheid tot op het kruis zijn wij tot leven gekomen.
Wij zijn dikwijls ondankbaar
en waarderen uw mateloze liefde niet genoeg.
Daarom vragen wij:
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

God onze Vader,
vergeef ons onze misstappen en ons egoïsme
en leid ons langs nieuwe wegen.
Dan zullen wij eens mogen leven in uw heerlijkheid met Jezus,
uw Zoon en onze Heer. Amen.

Openingsgebed 1

God,
maak ons ontvankelijk voor de nabijheid van uw Zoon.
Laat ons goede mensen ontmoeten
die zijn Woord beleven.
Hoe zouden wij anders leren wat liefde is en genade,
wat trouw is en vergiffenis?
Dan zullen wij voor elkaar licht kunnen zijn,
warmte en hoop,
brood en wijn.
Laat ons alles worden wat Hij voor ons is geweest,
Jezus Christus, uw Zoon en onze Broeder. Amen.

Openingsgebed 2

Heer, onze God,
tot U wil ik mij richten.
In mij is duisternis,
bij U is Licht.
Ik ben eenzaam,
maar Gij verlaat mij niet.
Ik ben bang,
maar bij U vind ik hulp.
Ik ben onrustig,
maar bij U vind ik vrede.
Ik ben bitter,
maar bij U vind ik geduld.
Ik zie niet altijd waarheen uw wegen leiden,
maar Gij laat mij zien
dat ik moet gaan in het spoor van Hem
die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Amen.
vrij naar Bonhoeffer/Gerhardt

Openingsgebed 3

Goede God,
zie ons hier staan onder het kruis van uw Zoon Jezus.
Wij bidden U:
geef troost en bemoediging
aan allen die een zwaar kruis hebben te dragen.
Help ons het leed van onze naasten te verlichten
en maak ons bereid mee te werken
aan het wegnemen van de oorzaken van onnodig lijden.
Versterk daartoe ons geloof  in de weg van Jezus
die, via kruis en lijden, naar zijn verrijzenis voerde
en naar leven bij U, tot in eeuwigheid. Amen.
Kees Pannekoek

Lezingen

In de eerste lezing horen wij
een prachtige tekst van de profeet Jeremia
over het nieuwe Verbond dat God met Israël sluit.
De tweede lezing en het evangelie
belichten de betekenis van Jezus’ lijden en dood.
Gods Zoon heeft in de school van het lijden
gehoorzaamheid geleerd,
zegt de schrijver van de brief aan de Hebreeën.
En in het Johannes-evangelie gaat het over de graankorrel,
die moet sterven om rijke vrucht te kunnen dragen.

Eerste lezing (Jer., 31, 31-35)

Uit de Profeet Jeremia

31         Er komen dagen
– godsspraak van de Heer –
dat Ik met Israël en Juda een nieuw verbond sluit;
32         geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb,
toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden.
Want dit verbond hebben zij verbroken
hoewel Ik hun meester was
– godsspraak van de Heer.
33         Dit is het nieuwe verbond
dat Ik in de toekomst met Israël sluit
– godsspraak van de Heer:
Ik schrijf mijn Wet in hun binnenste,
Ik grif die in hun hart. Ik zal hun God zijn,
en zij zullen mijn volk zijn.
34         Dan zal niemand meer zijn medeburger onderrichten,
noch tegen zijn broeder zeggen:
`Leer de Heer kennen.”
Want iedereen, groot en klein, kent Mij al
– godsspraak van de Heer.
Ik vergeef hun misstappen, Ik denk niet meer aan hun zonden.’
KBS Willibrord 1995

Tweede lezing (Hebr., 5, 7-9)

Uit de brief aan de Hebreeën.

Broeders en zusters,
7           In de dagen van zijn sterfelijk leven
heeft Hij onder luid geroep en onder tranen gebeden
en gesmeekt tot God, die Hem uit de dood kon redden.
Na de doorstane angst is Hij verhoord.
8           Hoewel Hij Gods Zoon was,
heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd;
9           en toen Hij tot de voleinding was gekomen,
is Hij voor allen die Hem gehoorzamen,
oorzaak geworden van eeuwige redding.
KBS Willibrord 1995

Evangelie (Joh., 12, 20-33)

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Johannes

20         Er waren ook Grieken onder de pelgrims
die ter gelegenheid van het feest aan de eredienst kwamen deelnemen.
21         Ze wendden zich tot Filippus,
die afkomstig was uit Betsaïda in Galilea, met het verzoek:
`We zouden Jezus willen ontmoeten.’
22         Filippus ging dit bespreken met Andreas
en samen gingen ze toen de zaak aan Jezus voorleggen.
23         Jezus gaf hun ten antwoord:
`Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt.
24         Waarachtig, Ik verzeker jullie:
als een graankorrel niet in de akkergrond sterft, blijft hij onvruchtbaar.
Maar hij moet sterven, alleen dan brengt hij rijke vruchten voort.
25         Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het;
maar wie zijn leven prijsgeeft in deze wereld,
zal het behouden voor het eeuwige leven.
26         Wie Mij wil dienen, zal Mij moeten volgen,
en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn:
wie Mij dient, zal erkenning vinden bij de Vader.
27         Nu het zover is, is mijn ziel ontsteld.
Zal Ik dan zeggen:
`Vader, red Mij uit dit uur”?
Nee, want juist daarom ben Ik gekomen: met het oog op dit uur.
28         Vader, verheerlijk uw naam!’
Toen klonk er een stem uit de hemel:
`Die heb Ik al verheerlijkt en ook nu zal Ik Hem verheerlijken.’
29         De mensen die hadden staan luisteren, dachten dat het gedonderd had.
Maar sommigen zeiden:
`Er heeft een engel tegen Hem gesproken.’
30         Jezus zei echter:
`Niet voor Mij heeft die stem geklonken, maar voor u.
31         Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld,
nu gaat de vorst van deze wereld onttroond worden.
32         Ikzelf moet van de aarde omhoog geheven worden
en zo haal Ik allen naar Mij toe.’
33         Hiermee kondigde Hij aan op welke manier Hij zou sterven.

KBS Willibrord 1995

Geloofsbelijdenis 1

Onze ogen zijn te menselijk om God te kunnen zien.
Wel zien we dat alles nieuw wordt
waar mensen, achter God aan,
voorbijtrekken.
Spreken wij ons geloof uit in Hem-die-er-is-voor-ons.

Ik geloof dat God ons heeft geschapen
naar zijn beeld en gelijkenis
en dat daarom elke mens recht heeft
op een menswaardig bestaan.

Ik geloof in Jezus,
die, gestorven en verrezen, in ons leeft
en ons aankijkt doorheen de ogen van elke mens.

Ik geloof in de Geest
die het vuur in ons aanwakkert
tot volgehouden inzet
voor vrede en gerechtigheid.

Ik geloof dat de schepping,
niet eindigde op de zevende dag,
maar dat zij ook in onze handen is gelegd;
dat alles wat gebeurt ons aangaat,
en dat onze bijdrage onmisbaar is. Amen.

Geloofsbelijdenis 2

Ik geloof in God die wij ‘Vader’ mogen noemen
en die wil dat alle mensen gelukkig zouden zijn.

Ik geloof in de verrezen Jezus.
Hij ging ons voor als medemens.
Al wat Hij was,
al wat Hij bezat
deelde Hij mee tot geluk van velen.

Hij blijft ons nabij in Brood en Wijn.
Hij blijft ons nabij in mensen die leven vanuit zijn Geest.

Ik geloof in die Geest
die licht en warmte geeft,
energie
om lief te hebben,
om met anderen te delen,
om van anderen te ontvangen.
Die ons weghaalt uit ons ‘alleen zijn’.

Ik geloof in hen die gemeenschap vormen rond Jezus;
in hen die blijven geloven
dat we er zijn voor mekaar
en die werken aan een wereld
waar elke mens geborgenheid en levenskwaliteit vindt.

Ik geloof in de liefde van God
die vergeeft,
en mij op handen draagt
doorheen tijd en eeuwigheid. Amen.

Voorbeden 1

Leggen wij bij het begin van deze tafeldienst
onze gebedsintenties op het altaar van de Heer
om ze samen met uw gaven en deze gaven aan Hem aan te bieden.

-Bidden we dat we rotsvast zouden vertrouwen
op God die indertijd een Verbond heeft gesloten met Israël,
maar dat Verbond ook met ons gestand doet:
dat Hij er altijd voor ons zal zijn
met zijn goedheid en vergevingsgezindheid zonder grenzen.
Laten wij bidden…

-Bidden we dat we mogen blijven kiezen voor de weg
die Jezus ons is voorgegaan:
een weg van naastenliefde,
een weg van aandacht vooral voor de mensen
die het minder goed hebben dan wij.
Laten wij bidden…

-Bidden we dat we, in een maatschappij waarin het ‘eigen ik’
heel sterk gepromoot wordt,
zouden durven
tegen de stroom op te roeien,
ook al maakt het ons in onze eigen kring misschien minder populair,
maar dat we door onze houding van echte christen,
een nieuwe wereld mogelijk maken
van vrede en rechtvaardigheid.
Laten wij bidden…

Voorbeden 2

God, wij geloven dat Gij trouw zijt
aan het Verbond dat Gij met ons hebt gesloten,
en het keer op keer vernieuwt.
Gij vergeeft ons onze misstappen,
Gij rekent ons onze misstappen niet aan.
Vanuit dat geloof durven wij U bidden:

-Bidden we dat wij trouw mogen zijn aan uw wet in ons hart.
Dat allen die leiding geven in uw Kerk
met wijsheid en groot inzicht
uw wetten mogen hanteren als regels ten leven.
Laten wij bidden…

-Bidden we dat allen die in verdrukking komen of kwamen
durven vertrouwen op uw nabijheid en kracht,
zodat zij het te boven komen
en kunnen uitkijken naar de toekomst die Gij ons hebt beloofd.
Laten wij bidden…

-Bidden we dat wij allen mogen groeien in liefde en geloof,
En dat wij volgelingen durven zijn in woord en daad
van Jezus die ons is voorgegaan.
Laten wij bidden…

Heer, onze God,
wees ons nabij in deze viering en in de dagen die volgen.
Treed in ons binnen en open ons hart
voor het droeve én het blijde nieuws van het evangelie:
de dood én de opstanding van uw Zoon,
Jezus Christus, onze Heer. Amen.
naar Kerk in Herent

Gebed over de gaven 1

God van alle leven,
vele graankorrels en vele druiven
zijn geoogst en bewerkt
om voor ons te worden tot brood en wijn.
Ze zijn een klein en kwetsbaar teken
voor elke nieuwe stap
die wij zetten naar een andere toekomst,
een toekomst van breken en delen,
van doen wat haast ondenkbaar is.
Aanvaard dit brood en deze wijn
waarmee wij de herinnering levendig houden
aan Jezus
die als de rijpe graankorrel
vrucht draagt tot op vandaag
en zijn leven heeft gegeven
opdat wij leven mogen hebben,
en wel in overvloed. Amen.
naar 4-ingen

Gebed over de gaven 2

God van leven,
brood en wijn staan hier op tafel,
vrucht van arbeid, teken van inzet.
Zegen onze gaven.
Moge dit brood,
dat voortkomt uit het gekiemde en gedorste graan
en deze wijn van gerijpte en geperste druiven,
voor ons teken zijn van gegeven leven,
van leven over de grenzen van de dood heen. Amen.

Tafelgebed

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen delen
om anderen een menswaardig bestaan te verzekeren,
voor hen die hun huis gastvrij openstellen.

Wij danken U, God,
voor mensen die kunnen luisteren
naar het leed van anderen,
die wonden genezen
door de pijn te helpen dragen;
voor mensen die kunnen troosten.

Wij danken U, God,
voor mensen die rust en stilte brengen,
die oog hebben voor kleine dingen,
die zich verheugen in de grootheid van anderen.

Wij danken U, God,
voor mensen die hongeren naar gerechtigheid,
die lijden omwille van het onrecht
dat anderen wordt aangedaan.

Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het leven,
die hun hart openen voor vergeving en verzoening.

Wij danken U, God,
voor mensen die zuiver zijn in hun bedoelingen,
die oprecht zijn in hun woorden,
die trouw blijven aan hun vrienden.

Wij danken U, God,
voor mensen die zich spiegelen
aan de levenswijze van Jezus.
Met hen getuigen en loven wij U, God:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in de hoge.


Geen andere zekerheid is ons gegeven, Heer God,
dan op weg te zijn naar U.
.
Ons zoeken naar U
maakt ons tot een volk onderweg.
Mensen die verdwalen worden toegesproken
door Jezus, uw Zoon,
die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
En als wij ons nestelen in onze zelfgenoegzaamheid,
Heer, roep ons dan weer op.

Toen Jezus die laatste avond met zijn vrienden aan tafel zat
gaf Hij hun een heilig teken:
Hij nam wat brood, dankte U, Vader,
brak het, deelde het uit en zei:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn Lichaam,
voor u gebroken, aan u toevertrouwd.”

Na de maaltijd nam Hij ook de beker, zegende die,
gaf hem rond en zei:
“Neem en drink hieruit, dit is mijn Bloed,
mijn Levenskracht, voor u vergoten
tot vergeving van zonden,
tot verbondenheid onder mensen.
Kom samen, en doe dit telkens opnieuw,
en weet dan dat Ik bij u ben.”

Als wij dan eten van dit Brood
en drinken uit deze Beker
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Wij bidden U, Heer God,
stuur ons op weg in de geest van Jezus, uw Zoon:
dat wij nieuwe wegen van goedheid banen,
paden van gerechtigheid en onderlinge vrede;
dat wij het leven leefbaar maken
en het puin ruimen van ons egoïsme.

Doe onder ons profeten opstaan
die het vuur van uw goedheid brandend houden,
die uw licht laten stralen,
ook in donkere momenten van ons leven.
Door Hem en met Hem en in Hem
zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God,
die ons doet leven dankzij uw Geest,
hier en nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader

“Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij navolgen.”
Dat houdt ook in:
Jezus navolgen wanneer Hij bidt tot zijn Abba, zijn Vader,
die ook voor ons Vader wil zijn.

Onze Vader,
graag zouden wij in deze wereld
uw naam geheiligd zien.
Mochten steeds meer mensen U kennen
als God-met-ons.
Uw Rijk kome!
Een Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Uw wil geschiede,
want Gij wilt dat wij gelukkige mensen zijn,
die zich inzetten voor de anderen.
Wij vragen U om het dagelijks brood,
om het nodige voedsel voor wie honger heeft
en om de moed ons voedsel te delen.
Vergeef ons onze schuld,
want dikwijls zijn wij onverschillig voor uw liefde.
Leer ons de anderen vergeving schenken,
steeds opnieuw, zonder bitterheid.
Leid ons weg uit de bekoring
van hoogmoed en onoprechtheid.
En verlos ons van het kwade.
Want Gij zijt de vrede en de vreugde,
de kracht en de heerlijkheid
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vredeswens 1

Om voor anderen te kunnen open staan,
opdat onze inzet vruchtbaar zou zijn,
is vrede onmisbaar.
Heer Jezus,
Gij die rechtvaardigheid en vrede verkondigde,
Gij die tot het uiterste wilde gaan
om aan de mensen die vrede door te geven,
maak ons warmhartig en sterk om uw weg te gaan
en vrede en gerechtigheid te brengen in onze wereld.
Die vrede van Jezus zij altijd met u.
Geven wij elkaar een teken van vrede.

Vredeswens 2

Goede God, laat uw Stem horen in mensen
die geloofwaardig spreken en handelen.
Laat uw Licht schijnen in mensen
die krachtig zijn in hun mededogen,
in mensen die mild zijn in hun oordeel.
Dan zal menswaardigheid openbloeien
en vrede heersen;
Moge die vrede van de Heer dan altijd met u zijn.
En geven wij in een hartelijk gebaar die Boodschap
van vrede en solidariteit door aan elkaar.
Ten Bos 2015

Lam Gods

Communie

Christus is als een graankorrel gestorven om vrucht te dragen.
Aan deze tafel is Hij Voedsel op onze levensweg.
Door te eten van dit Brood
kunnen ook wij vrucht dragen
en deze wereld voeden met rijkdom van Godswege.
Heer, ik ben niet waardig….

Bezinning 1

Het was een volle graankorrel
uit een gezegende oogst.
Waardig lag hij daar
in de graanschuur van de meester.
Zijn leven rust er stil, koninklijk en gaaf,
een paradijs op aarde.

Lang lag de graankorrel daar te dromen, ongestoord.
Plots werd hij weggesleurd.
Een hand slingerde hem
zo maar samen met vele andere korrels
in een brede zwaai over het land.
Een logge paardenhoef trapte hem
zonder ontzien, vast op zijn plaats.
Beklemd lag hij daar te zuchten.

Het paradijs was weg.
De graankorrel wilde los,
hij trok en wrong,
maar hij wroette zich vast.
De regen plakte hem nog dieper in de grond,
Koud en nat.
En de druppels bleven vallen.

De graankorrel zette zich schrap.
Hard en kil als een schub werd zijn huid,
weerbarstig kroop hij dicht.
Hij tobde radeloos en sloot zich moedeloos op.
Niets wilde hij nog.

Zijn hart werd stil.
Het leek stil te vallen
bij al die nood,
bij al dat niets.
Maar binnenin wilde zijn hart leven.
Zijn hart hoorde een stem,
hij luisterde mee
en hoorde een onbekend leven.

De stilte deed de graankorrel bij zichzelf binnentreden.
Hij ontmoette de wortel van het leven,
echt leven,
nieuw en anders.
Hij vouwde open en omhelsde vreugde en pijn.
De aarde ontving zijn volle gave
en daaruit verrees honderdvoudig leven.
Nu was de graankorrel volledig.
Theo Willemen

Bezinning 2

Sterven om te leven,
zoals de graankorrel.
De weg van alle zaad.

Kijk eens naar de natuur…
daar proef je iets
van het geheim van het leven.

Zo sprak Jezus
over zijn eigen lot,
onbevangen.

Wil je het echte leven
ontdekken,
klamp je dan niet vast
aan het leven,
maar leer het loslaten.

Zo is Hij ons voorgegaan.
Een mens om van te houden.

Bezinning 3

Uit een piepklein zaadje groeien de bloemen
pronkend in hun felle kleuren.
Bloemen zijn wonderen!
Bloemen doen wonderen!
Het hoeven geen dure kostbare bloemen te zijn.
Gewone, eenvoudige bloemen:
een glimlach, een goed woord, een simpel gebaar.
Het kleinste bloempje
met een warm hart gegeven
vertelt een mooi verhaal,
een zuiver heerlijk sprookje over een klein stukje hemel op aarde,
waar de mensen gelukkig zijn,
waar de mensen een teken van genegenheid en sympathie vinden,
waar de mensen vriendschap en vrede vinden,
waar de mensen als bloemen bloeien voor elkaar.

Slotgebed 1

Barmhartige God,
wij zien het overal om ons heen:
het zaad moet sterven om te ontkiemen,
de kaars moet opbranden
om licht en warmte te geven.
Zo is het ook in ons eigen leven.
Leer ons aanvaarden dat de mens zichzelf moet geven:
zijn tijd, zijn belangstelling, zijn leven, tot de dood toe.
Alleen zo kan ons leven echt leven zijn,
de moeite waard om door de dood heen te komen
tot het ware leven in uw liefde die geen einde kent.
André Thoonen 2000

Slotgebed 2

Laat niets verloren gaan, God,
laat niets tevergeefs gedaan zijn of geleden.
Laat al wat gezaaid wordt, vrucht geven ten einde toe.
Laat ons niet leeg en vruchteloos leven
en laat ons niet bezwijken voor de bekoring
van vergeefsheid of van overmoed.
Houd ons staande, God,
in de hoop op een betere wereld voor allen. Amen.

Zending en zegen

Moge de levenskracht van Jezus, de Christus,
die als graankorrel in de aarde viel,
ons inspireren om mensen te worden
die een klein beetje durven sterven voor andermans geluk.
Gods zegen moge ons daarbij tot steun zijn:
in de naam van + de Vader, de  Zoon en de H. Geest. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Zondagsvieringen met de tags . Bookmark de permalink.