10 e zondag door het jaar B 2018 p

10 juni 2018           (Viering)

Lezingen:   Genesis 3, 9-15   Marcus 3, 20-35

Verantwoordelijkheid

Na het lezen van de eerste lezing – het verhaal van de zondeval uit het boek Genesis – mijmer ik over mijn beroepscarrière. Bij een ruzie op de speelplaats tussen leerlingen vraag ik dan als leerkracht: Wie is hier begonnen? En steevast antwoordt iedereen vlug hetzelfde: Ik niet, juf, ik niet! Niemand lijkt ooit begonnen te zijn. Eén ding blijft telkens onveranderlijk: de andere was begonnen, een steeds weerkerende situatie.
Maar wij, volwassenen, moeten voor deze kinderen niet onderdoen: wij kennen allemaal hetzelfde liedje: Ik niet! De mens schuift maar al te graag de schuld door. De mens zoekt constant naar een zondebok. Behaalde zoon/dochter of kleinzoon/kleindochter onvoldoende punten: dan verstopt men zich achter de leerkracht die dat niet goed heeft uitgelegd. Verliest een voetbalploeg te vaak dan komt de coach in het vizier. Pleegt iemand een misdrijf -hoe ernstig dat ook mag zijn- dan ligt de schuld niet bij de dader. Die misdaad vond waarschijnlijk zijn oorsprong bij een slechte opvoeding of traumatische jeugd door een overbeschermende moeder of autoritaire vader die faalden in hun opdracht. Advocaten zijn ‘meesters’ in het door- of afschuiven van de schuld. De dader wordt hierdoor zelf als slachtoffer voorgesteld.

In de eerste lezing hoorden we dit vandaag ook: Adam geeft de schuld aan de vrouw en zij legt op haar beurt de schuld bij de slang. Adam en Eva hebben ons dit spel aangeleerd. ‘Adam en Eva’, dat is de mens, de waarheid, de leugen. De echte waarheid schuiven ze voor zich uit. God vraagt echter nadrukkelijk ‘Waar ben jij?’
Goede leerkrachten, ouders, begeleiders, rechters en psychologen zullen dezelfde vraag stellen: Wat is jouw plaats in het hele verhaal?
Wanneer zal de mens inzien dat hijzelf verantwoordelijkheid draagt? Je leven verantwoord in eigen hand nemen, het goed uitbouwen en responsabiliteit dragen voor jezelf, je omgeving en de maatschappij, dien je te leren. Daartoe zijn wijze mensen nodig die je begeleiden. Gelukkig de mens wiens ouders en opvoeders zulke voorbeelden zijn.

Ook in het evangelie wordt verantwoordelijkheid verwacht.
We lezen dat Jezus’ familie naar Hem toe ging om Hem in bedwang te houden. Ze dachten dat Hij zichzelf niet was. Ook de schriftgeleerden waren ervan overtuigd dat Hij in de ban van de satan was.
Jezus antwoordt echter: Hoe kan de satan de satan uitdrijven? Als de satan tegen zichzelf opstaat is dat toch zijn einde.
Jezus toont zijn verantwoordelijkheid. Hij blijft trouw aan zijn opdracht. Hij laat zich de mond niet snoeren en voert de taak die Hij van zijn Vader gekregen heeft uit, tot het uiterste zoals wij reeds weten.
Hij laat zich door niemand de les spellen. De kracht, het vuur die Hij krijgt van de Heilige Geest negeert Hij niet. Daarom reageert Hij gepikeerd door te zeggen: Wie de Heilige Geest lastert, krijgt in eeuwigheid geen vergeving, maar is schuldig aan een eeuwige zonde.
De Heilige Geest is God in ons, als levensadem en bron van onze creativiteit, die liefde en warmte uitstraalt, die mensen begeestert. De innerlijke drijfveer, de stuwende liefde, de grote hoop die in elke mens leeft en ons telkens weer verder doet gaan. Gods Geest is onze innerlijke ‘goede’ stem.
Soms komt die stem ons als vervelend over. Want zij vraagt een inzet van ons, in onze relatie met onze medemens, met de mens in nood. Wij moeten onze verantwoordelijkheid opnemen en mogen deze stem niet negeren. Het is geen kwestie van geloven of niet-geloven. Elkeen van ons kent dat goede én dat kwade stemmetje dat in de mens opereert.
Het goede stemmetje volgen is niet altijd gemakkelijk of evident.
We dienen alert te blijven want de ‘kwade’ stem opereert als een slang. Het kwaad treedt sluipend, kruiperig, geruisloos, giftig, sluw het bestaan van de mens binnen. De mens beseft het vaak niet maar het zit ergens in hem. Dat ‘ergens-addertje’ misleidt de mens en tracht hem te domineren. Het kwaad is iets in hem.
De mensengeschiedenis blijft een eeuwige strijd tussen het goede en het kwade. De verleiding van het kwaad zal er altijd zijn. Democratie zal altijd bedreigd worden. Corruptie zal altijd de kop opsteken. Misbruik van zwakkeren, van kinderen en vrouwen, zal steeds actueel blijven.  Geweld en oorlog zijn tijdloos. En als het ene kwaad overwonnen is, doemt ergens anders nieuw kwaad op.

Het incident rond Jezus’ familie die van Hem verwacht dat Hij zijn opdracht maar moet laten varen, schiet bij Jezus eveneens in het verkeerde keelgat. Opnieuw een gevat antwoord: Wie zijn mijn moeder en mijn broers? Kijk, hier zijn mijn moeder en mijn broers, zij die de wil van God uitvoeren.
Nogmaals een bewijs dat verantwoordelijkheid niet altijd gemakkelijk is. Soms moet je durven zeggen waar het op aankomt. Jezus verwacht ook van zijn familie dat zij verantwoordelijkheid opnemen, hoe goed zij het ook bedoelen en Hem willen beschermen. Zij moeten net als Hij en wij allemaal onze aansprakelijkheid opnemen.
Gelukkig zijn wij christenen die zo’n goed voorbeeld als Jezus hebben die ons ware verantwoordelijkheid voorleefde. Amen.
Monique Van Caenegem-Suys

Dit bericht is geplaatst in Onze preken. Bookmark de permalink.